Begrippen geluid
A |
|
Absorptie |
Omzetting van geluidenergie in warmte |
Absorptiecoëfficiënt |
De fractie van de door een akoestisch medium geabsorbeerde en doorgelaten energie ten opzichte van de op dat medium invallende energie. |
A-filter |
Frequentie-afhankelijk filter dat toegepast op een signaal een A-weging bewerkstelligt. |
A-gewogen equivalente geluidniveau |
Het equivalent geluidniveau waarop een A-weging is toegepast. |
Akoestiek |
Onderdeel van de natuurkunde dat zich bezig houdt met de bestudering van geluid. |
ALARA |
Een ietwat verouderd begrip dat staat voor As Low As Reasonably Achievable. Dit was het beginsel waarbij er naar werd gestreefd om de belasting van het milieu zo ver te verlagen als redelijkerwijs mogelijk is. Op grond van artikel 8.11 lid 3 van de Wet milieubeheer is dit principe vervangen door BBT |
%Alcons |
Een methode voor het objectief meten van de spraakverstaanbaarheid is de bepaling van de "Verminderde verstaanbaarheid van medeklinkers (%Alcons)" ("Articulation Loss of Consonants"), een maat die aangeeft welk percentage medeklinkers niet of onjuist wordt verstaan. Medeklinkers spelen een belangrijkere rol in de spraakverstaanbaarheid dan klinkers. Wanneer de medeklinkers duidelijk verstaan worden, kan een gesprek gemakkelijker gevolgd worden. |
Amplitude |
Maximale uitwijking uit de evenwichtstoestand van een trilling. De amplitude bepaalt de sterkte van een geluid of van een trilling |
Avondperiode |
De beoordelingsperiode van 19.00 uur tot 23.00 uur (zie ook dagperiode en nachtperiode). |
Audiogram |
Een grafiek die de gehoordrempel van een persoon weergeeft voor verschillende frequenties. |
Audiometrie |
Meting van het functioneren en van afwijkingen van het gehoor. |
A-weging |
Genormeerde weegfunctie voor geluid. |
|
|
BBT Beste Beschikbare Technieken |
De Beste Beschikbare Technieken is het beginsel dat er vanuit gaat dat een inrichting zoveel als economisch en technisch mogelijk is nadelige gevolgen voor het milieu beperkt. Dit is vastgelegd in artikel 8.11 lid 3 van de Wet milieubeheer. |
Beoordelingshoogte |
De hoogte van het beoordelingspunt boven het maaiveld. |
Beoordelingsperiode |
Begrip uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai zijnde het tijdsinterval dat relevant is voor de beoordeling van geluid. Meestal is dit de dag-, avond- of nachtperiode. |
Bouwbesluit |
Bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken, zoals woningen, kantoren, winkels e.d. in Nederland minimaal moeten voldoen. |
Buiken |
Punten van een staande golf waar de uitwijking maximaal is. |
|
|
C-filter |
Frequentie-afhankelijk filter dat toegepast op een signaal een C-weging bewerkstelligt. |
Clarity |
Een maat voor de ruimtelijkheid in een zaal zijnde de verhouding tussen gereflecteerd geluid en direct geluid. |
Cocktail Party Effect |
Benaming voor het fenomeen dat, als gevolg van binauraal horen, een luisteraar zich kan focusseren op een spreker temidden van een kakofonie van vele andere sprekers, conversaties en achtergrondgeluid. |
Contactgeluid |
Geluid afkomstig van een constructie die door een mechanische kracht in trilling is gebracht. |
Contactgeluidisolatie-index |
Eéngetalsmaat voor contactgeluidisolatie van een constructie. |
Contact-geluidniveau |
Volgens NEN 5077 op nagalmtijd genormeerd geluidniveau veroorzaakt door een standaard contactgeluidgenerator. |
Contour |
Een lijn die punten gelijke geluidniveau onderling verbinden. |
C-weging |
Genormeerde weegfunctie voor geluid. |
|
|
Dagperiode |
De beoordelingsperiode van 07.00 tot 19.00 uur (zie ook avondperiode en nachtperiode). |
Dagdosis |
Het blootstellingsniveau (L ex,T of L ex,8h ) zijnde de hoeveelheid geluid waaraan men tijdens een acht urige wekdag wordt blootgesteld (zie ook: geluidexpositieniveau). |
dB, dB(Z) dB(A), dB(B), dB(C), dB(D) |
Eenheden voor geluid waarbij op het signaal geen enkele weging respectievelijk een weging volgens het A-, B-, C- of D-filter wordt toegepast. |
Decibel |
Pseudo-eenheid om aan te geven dat we te maken hebben met een niveauschaal verkregen na een logaritmische transformatie (ook wel dBlin i.p.v. dB). |
Demping |
Het afnemen in de tijd of het beperken van de amplitude van een trilling door middel van dissipatie (omzetten in warmte) van mechanische energie (zie ook: ontdreuning). |
Diffuus veld |
Geluidveld in een ruimte waar op iedere plaats een gelijke geluiddruk heerst en waarbij er geen netto transport van vermogen plaatsvindt. |
Dipoolbron |
Model van een geluidbron opgebouwd uit twee dicht bij elkaar gelegen monopoolbronnen in tegenfase en met gelijke sterkte. |
Dode kamer |
Ruimte waarvan de wanden, de vloer en het plafond binnen een bepaald frequentiegebied het invallende geluid volledig absorberen. |
Discreet spectrum |
Spectrum dat bestaat uit componenten bij aparte frequenties, bijv. de meeste muziekspectra. |
Dove gevel |
Een bouwkundige constructie zonder te openen delen met een voorgeschreven geluidwering. In de nieuwe gewijzigde Wet geluidhinder mag de dove gevel te openen delen hebben mits deze niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. |
|
|
Early decay time (E.D.T.) |
Een maat voor het eerste stuk van de nagalm zijnde zesmaal de tijd nodig voor de eerste 10 dB afname van het galmveld in een ruimte. |
Echo |
Gereflecteerd geluid dat afzonderlijk wordt waargenomen nadat het directe geluid is gehoord. |
Effectieve geluiddruk |
Maat voor de sterkte van het geluid waarbij de drukvariaties worden uitgedrukt in een getal verkregen uit de wortel van de kwadratisch gemiddelde geluiddruk. |
Eigenfrequentie |
De frequentie waarmee een lichaam uit kan trillen nadat de evenwichtstoestand tijdelijk is verstoord (zie ook resonantie). |
Elastische golf |
Zich voortplantende verstoring van een evenwichtstoestand, waarbij de uitwijking evenredig is met de uitgeoefende kracht. |
Equivalent geluidniveau |
Het energetisch gemiddelde van de fluctuerende geluiddrukniveaus van het ter plaatse gedurende een bepaalde periode optredende geluid. |
Etmaalwaarde |
De hoogste van de volgende drie waarden:
|
Europese richtlijn omgevingslawaai |
Richtlijn 2000/14/EG van het Europese parlement waarmee harmonisatie van de wetgeving inzake geluidemissie in het milieu wordt beoogd. |
F |
|
Fase |
Het gedeelte van een trillingsperiode dat is verlopen sinds het begin van die periode. |
Flutterecho |
Begrip uit de zaalakoestiek waarmee het geluid wordt bedoeld dat heen en weer kaatst tussen twee harde evenwijdige begrenzingen van een zaal zoals wanden of tussen vloer en plafond en voor de waarnemer snel opeenvolgende echo's veroorzaakt. Een mooie flutterecho ontstaat door tussen dergelijke wanden een pulsvormig geluid te produceren. |
Focussering |
Focussering is het ontstaan van brandpunten als gevolg van reflecties aan gebogen vlakken. |
Foon |
Een maat voor de luidheid van geluid. |
Frequentie |
Aantal trillingen per seconde, eenheid: Hz. |
|
|
Galmveld |
Geluidveld in een ruimte bepaald door geluid dat één of meerdere keren is gereflecteerd. |
Galmkamer |
Ruimte waarin nauwelijks akoestische absorptie aanwezig is. |
Gehoordrempel |
Effectieve geluiddruk van een geluid dat net hoorbaar is. Dit is dus het zachtste geluid dat een mens kan horen (zie ook: luidheid). |
Geluid |
1) datgene wat met het gehoororgaan kan worden waargenomen (perceptie) |
Geluidabsorptie |
Omzetting van geluidenergie in warmte. |
Geluidabsorptiecoëfficiënt |
De fractie van de door een akoestisch medium geabsorbeerde en doorgelaten energie ten opzichte van de op dat medium invallende energie. |
Geluiddruk |
Drukvariaties in de tijd ten opzichte van de atmosferische druk. |
Geluiddrukniveau |
Maat voor de sterkte van een geluid uitgedrukt op een logaritmische schaal. |
Geluidexpositieniveau |
De dagdosis geluid (L EX,T of L EX,8h ) over een acht urige werkdag zijnde het tijdgewogen gemiddelde van de geluiddrukniveausvan de blootstelling aan lawaai genormeerd op een periode van acht uur (is het equivalente geluidniveau over acht uur). |
Geluidgolf |
Een elastische golf veroorzaakt door een geluidbron waarmee het bronvermogen wordt afgevoerd. |
Geluidintensiteit |
Gemiddelde geluidvermogen dat door een geluidgolf wordt overgedragen op een oppervlak van 1 m 2 loodrecht op de voortplantingsrichting van de golf. |
Geluidisolatie |
De weerstand van een materiaal of constructie tegen het doorlaten van geluid. |
Geluidvermogen |
Akoestische energie die per seconde (het aantal Watt) dat door een bron wordt uitgestraald. |
Geluidwering |
Grootheid (verschil tussen twee niveaus) die aangeeft in welke mate geluid door een materiaal of constructie wordt tegengehouden. |
Gestandaardiseerd immissieniveau |
Het equivalent geluidniveau dat tijdens een bepaalde bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats en hoogte wordt vastgesteld. |
Golflengte |
Afstand waarover een golf zich gedurende één trillingstijd voortplant. |
Golfvoortplantingssnelheid |
Snelheid waarmee een golf zich in een bepaald medium voortplant. |
Grondfrequentie |
Laagste frequentie waarbij staande golven op kunnen treden (zie ook eigenfrequentie). |
|
|
Handleiding |
Met het begrip Handleiding wordt in de geluidwereld de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai bedoeld. |
Harmonische frequenties |
Frequenties die allen een geheel veelvoud zijn van de grondfrequentie. |
Harmonische trilling |
Enkelvoudige trilling die is te beschrijven met een enkele sinusfunctie. |
Helderheid |
Met helderheid wordt in de zaalakoestiek een duidelijk en sprankelend geluid bedoeld. Helderheid van een zaal is in feite het tegenovergestelde van warmte. Is de helderheid te groot dan heeft de zaal een metaalachtige scherpe klank. |
Helmholtz resonator |
Een Helmholtz resonator is een volume lucht dat middels een nauwe keel of hals in verbinding staat met de buitenlucht. Het grote gasvolume werkt als een veer voor de massa gas in de hals. Samen vormt dit een massa-veer systeem met een vaste resonantie frequentie. |
Housemuziekspectrum |
Spectrum dat ontstaat nadat op een vlak spectrum de standaard correctiewaarden voor housemuziek zijn toegepast. Het gestandaardiseerde spectrum wordt bijvoorbeeld toegepast indien de geluidbelasting op de omgeving wordt bepaald ten gevolge van een horeca inrichting waar housemuziek wordt geproduceerd. |
|
|
Immissiepunt |
De plaats waarvoor het geluidniveau wordt bepaald. |
Immissierelevante bronsterkte |
Het geluidvermogensniveau in octaafbanden in dB of dB(A) van een denkbeeldige monopoolbron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidbron. |
Impulsachtig geluid |
Geluid waarin geluidstoten voorkomen welke minder dan 1 s duren en die een zekere repetitie kennen (definitie uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai). De beoordeling van de waarneembaarheid van het impulskarakter vindt op subjectieve wijze plaats. |
Industrielawaai |
Het geluid afkomstig van een industrieterrein. |
Initial time delay gap |
Begrip uit de zaalakoestiek zijnde het tijdsinterval tussen de aankomst van het directe geluid en de eerste reflectie. |
Intensiteit |
Zie geluidintensiteit. |
Interferentie |
Golfverschijnsel waarbij een ruimtelijk golfpatroon ontstaat door superpositie van golven afkomstig van coherente bronnen. |
Intimiteit |
Begrip uit de zaalakoestiek waarmee wordt bedoeld dat een zaal subjectief niet "te groot" klinkt. Maatgevend voor intimiteit is de Initital time delay gap. |
Invallend geluidniveau |
Het geluidniveau dat op een gevel invalt zonder dat hierbij de eigen gevelreflectie betrokken wordt. |
Invoegverlies (IL) |
Een maat voor de geluidwering |
Isofoon |
Een lijn getrokken tussen punten waar een gelijke luidheid heerst. |
Isolatie |
De weerstand van een materiaal of constructie tegen het doorlaten van bijvoorbeeld geluid. |
Isolatie-index |
Maat voor de isolerende werking van een materiaal (zie ook R-waarde en NEN 5077). |
|
|
Just noticeable difference (JND) |
De kleinst waarneembare verandering in een stimulus parameter, zoals bijvoorbeeld frequentie of sterkte, die door een luisteraar in een vooraf vastgelegd percentage van de gevallen wordt gehoord. |
K |
|
Kleuring |
Kleuring is een begrip uit de zaalakoestiek en ontstaat indien voor een waarnemer de vroege reflecties kort volgen op het directe geluid. Als de vroege reflecties enkele milliseconden tot circa 10 ms zijn vertraagd kan er interferentie optreden. Hierdoor verandert de klank van het geluid. Deze verandering van het timbre wordt kleuring genoemd. |
Knopen |
Punten van een staande golf waar de uitwijking nul is. |
Kosteneenheid |
In Nederland zijn de normen voor vliegtuiglawaai gebaseerd op de Kosteneenheid genoemd naar de voorzitter van de Adviescommissie Geluidhinder door Vliegtuiglawaai (eindrapport 1967). |
|
|
L 95 |
Het geluidniveau dat, in een bepaalde periode, gedurende 95% van de tijd wordt overschreden. Het L 95 speelt een belangrijke rol bij het vaststellen van grenswaarden in het kader van de milieuwetgeving. |
Laagfrequent geluid |
Geluid met relatief veel energie in de tertsbanden met frequenties van 20 Hz tot 100 Hz. Dit is dus geluid met belangrijke componenten in het laagst hoorbare frequentiegebied. |
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau |
Energetische sommatie van de langtijdgemiddelde deelbeoordelingsniveaus. |
Langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau |
Equivalent A-gewogen geluidniveau op een beoordelingspunt over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand, zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, zuivere tooncomponenten of muziekgeluid (industrielawaai). |
Langtijdgemiddeld deelgeluidniveau |
Equivalent A-gewogen geluidniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een immissiepunt, bij meteogemiddelde geluidoverdracht, zonodig gecorrigeerd voor de gevelreflectie, en de aanwezigheid van impulsachtig geluid, zuivere tooncomponenten of muziekgeluid (industrielawaai). |
Laterale energie fractie (LF) |
Maat voor de ruimtelijkheid van een zaal zijnde de verhouding van de directe energie en de energie uit alle richtingen. |
Lawaai |
Geluid dat door mensen als hindelijk wordt ervaren. Dit is in hoge mate subjectief. Er is echter wel een duidelijke relatie tussen hoge geluidniveaus en grote ondervonden hinder. |
Lden |
Nieuwe dosismaat (Level day-evening-night) voor geluid. |
Lineair geluiddrukniveau |
Geluiddrukniveau waarop geen frequentieweging is toegepast. Dit wordt ook wel een Z-weging (Zero) of Z-filter genoemd. |
Lnight |
Het over alle nachtperioden van een jaar gemiddelde geluidniveau, dat wordt gehanteerd als een indicator voor slaapverstoring (zie ook bij L den ). |
Logaritmische schaal |
Een logaritmische schaal is een schaal waarop een fysische grootheid niet zelf wordt weergegeven maar waarvan de verdeling is gerelateerd aan de logaritme van het quotiënt van die grootheid en een referentiegrootheid. |
Longitudinale golf |
Golfverschijnsel waarbij de deeltjesuitwijking een richting heeft die samenvalt met de voortplantingsrichting. |
Lopende golf |
Een zich voortplantende verstoring van een bepaalde evenwichtstoestand. |
Luchtgeluidisolatie-index |
Eéngetalsmaat voor luchtgeluidisolatie (zie ook NEN 5077). |
Lucht-geluidniveauverschil |
Het verschil tussen het geluidniveau in een zendruimte en dat in een ontvangruimte gecorrigeerd voor de nagalmtijd van de ontvangruimte (zie ook NEN 5077). |
Luidheid |
Een numerieke maat voor de subjectieve sterkte van een geluid voor een normaal functionerend gehoor. |
|
|
Maskering |
Het proces waarbij een geluid onhoorbaar wordt als gevolg van de aanwezigheid van een ander geluid. |
Maximaal geluidniveau |
Het maximaal te meten A-gewogen geluidniveau (meterstand fast), gecorrigeerd met de meteocorrectieterm (terminologie nieuwe Handleiding, d.d. mei 1999). |
Meteocorrectieterm |
Correctie die wordt toegepast op het niveau dat onder meteoraamomstandigheden is gemeten omdat dit niveau hoger is dan het over een langere periode met wisselende weersomstandigheden gemiddeld optredende niveau. |
Meteoraam |
De meteorologische omstandigheden waaronder een goede en stabiele geluidoverdracht plaatsvindt. |
Meteorologische dag |
De periode tussen één uur na zonsopgang en één uur voor zonsondergang. |
Meteorologische nacht |
De periode tussen één uur voor zonsondergang en één uur na zonsopgang. |
MIG II |
MIG II is de afkorting van Modernisering Instrumentatrium Geluidsbeleid en is de naam van een project met als doel de Wet geluidhinder in fases te gaan moderniseren. |
Monopoolbron |
Model van een geluidbron waarbij geluidgolven bolsymmetrisch worden uitgezonden en het golfveld slechts een functie is van de afstand tot de bron. |
Muziekgeluid |
Geluid met een op het beoordelingspunt (binnen het aldaar aanwezige geluid) duidelijk waarneembaar muziekkarakter. De bepaling van de waarneembaarheid van het muziekkarakter vindt op subjectieve wijze plaats. In berekeningen wordt voor muziek vaak een standaard muziekspectrum gehanteerd |
Muziekzaal |
Zaal waarvan de akoestiek is geoptimaliseerd voor het beluisteren van muziek. |
|
|
Nachtperiode |
De beoordelingsperiode van 23.00 uur tot 07.00 uur (zie ook dagperiode en avondperiode). |
Nagalmtijd |
Tijd die nodig is om het geluiddrukniveau in een afgesloten ruimte met 60 dB te laten afnemen vanaf het moment dat de geluidbron wordt uitgeschakeld. |
Niveauschaal |
Een niveauschaal is een schaal waarop een fysische grootheid niet zelf wordt weergegeven maar waarvan de verdeling is gerelateerd aan de logaritme van het quotiënt van die grootheid en een referentiegrootheid. |
Noise Reduction Coëfficiënt, NRC-waarde |
De Noise Reduction Coëfficiënt is een eengetals waarde voor de geluidabsorptie van een materiaal. De NRC-waarde wordt berekend door de Sabine absorptiecoëfficiënt van een materiaal af te ronden op een veelvoud van 0.05 en vervolgens de waarden voor de octaafbanden van 250 Hz tot 2 kHz rekenkundig te middelen. |
Normen akoestiek |
Documenten waarin op vrijwillige basis afspraken op ten aanzien van geluid zijn vastgelegd. |
|
|
Octaafband |
Frequentieband waarvan de hoogst doorgelaten frequentie gelijk is aan tweemaal de laagst doorgelaten frequentie. |
Ontdreuning |
Het vergroten van de demping van een constructie door het erop aanbrengen van een visco-elastisch materiaal dat een hoge stijfheid combineert met een hoge inwendige demping. |
P |
|
Piekgeluidniveau |
Het maximaal te meten A-gewogen geluidniveau (meterstand fast), gecorrigeerd met de meteocorrectieterm (terminologie oude Handleiding, IL-HR-13-01). |
Pijngrens |
Een effectieve geluiddruk die zo groot is dat deze juist als pijnlijk wordt ervaren (zie ook: luidheid). |
Popmuziekspectrum |
Spectrum dat ontstaat nadat op een vlak spectrum de standaard correctiewaarden voor popmuziek zijn toegepast. Het gestandaardiseerde spectrum wordt bijvoorbeeld toegepast indien de geluidbelasting op de omgeving wordt bepaald ten gevolge van een horeca inrichting waar popmuziek wordt geproduceerd. |
|
|
Quadrupoolbron |
Model van een geluidbron opgebouwd uit twee dicht bij elkaar gelegen dipoolbronnen in tegenfase met gelijke sterkte. |
|
|
Railverkeerslawaai |
Het geluid afkomstig van het railverkeer derhalve van treinen, trams en metro. |
RApid Speech Transmission Index (RASTI) |
Een objectieve maat voor de spraakverstaanbaarheid in een ruimte. De methode voor de bepaling is een vereenvoudigde variant van die voor de bepaling van de (STI). |
Referentiepunt |
Meet- of rekenpunt gebruikt als positie om van daaruit door extrapolatie het geluidniveau op een beoordelingslocatie te bepalen. |
Representatieve bedrijfssituatie |
De situatie waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode (industrielawaai). |
Representatieve bedrijfstoestand |
De toestand van een inrichting, die relevant is voor te verrichten metingen (industrielawaai). |
Representatieve geluidoverdracht |
Geluidoverdrachtssituatie onder gemiddelde klimatologische omstandigheden. |
Reflectie |
Terugkaatsing van een golf tegen een discontinuïteit. |
Resonantie |
Gedwongen trilling waarbij de aanstoot-frequentie dicht bij de eigenfrequentie ligt, resulterend in grote uitwijkingen. |
Richtingsfactor |
Quotiënt van de intensiteit in een bepaalde richting en de intensiteit gemiddeld over alle richtingen. |
Roze ruis |
Geluid met een vlak spectrum indien het geluiddrukniveau wordt weergegeven in octaaf- of tertsbanden. |
Ruimtelijkheid |
Een begrip uit de zaalakoestiek waarmee de schijnbare verbreding van geluidbronnen en het gevoel dat men volledig is omgeven door geluid wordt bedoeld. |
Ruisspectrum |
Spectrum dat geen discrete componenten bevat maar continu van karakter is, bijv. de meeste industriële spectra. |
R w -waarde |
Eéngetalsmaat voor de geluidwering van een bouwelement. |
|
|
SBR-richtlijn |
Richtlijnen van de Stichting bouwresearch die gaan over schade, hinder voor personen en storing aan apparatuur door gebouwtrillingen. |
Soon |
Een maat voor de luidheid van geluid |
Spectrum |
Weergave van het vermogen in een signaal als functie van de frequentie. |
Speech Transmission Index (STI) |
Een objectieve maat voor de spraakverstaanbaarheid in een ruimte. |
Spraakverstaanbaarheid |
Een begrip uit de zaalakoestiek waarmee wordt aangegeven hoe goed spraak in een ruimte kan worden verstaan. De spraakverstaanbaarheid is afhankelijk van het niveau van het achtergrondgeluid, de nagalmtijd van de ruimte en de vorm van de ruimte. Er worden verschillende maten gebruikt om de spraakverstaanbaarheid te kwantificeren, de meest gebruikte zijn RASTI, STI, %ALcons. |
Spreekzaal |
Zaal waarvan de akoestiek is geoptimaliseerd voor het beluisteren van spraak. |
Staande golf |
Een zich niet voortplantend ruimtelijk golfverschijnsel (zie figuur) ontstaan uit superpositie van twee of meer tegen elkaar in lopende golven met dezelfde frequentie. |
Sound Transmission Class (STC) |
Eéngetalsmaat voor de geluidwering van een bouwelement. |
Stoorgeluid |
Het op een bepaalde plaats optredend geluid, veroorzaakt door andere geluidbronnen dan die waarvan het geluidniveau wordt bepaald. |
Stoorgeluidcorrectie |
Een correctie voor stoorgeluid die onder bepaalde omstandigheden mag worden toegepast op een gemeten geluiddrukniveau. |
|
|
Tertsband |
Eénderde octaafband. |
Tonaal geluid |
Geluid met een op het beoordelingspunt (binnen het aldaar aanwezige geluid) duidelijk waarneembaar tonaal karakter. De waarneembaarheid van het tonale karakter vindt op subjectieve wijze plaats. |
Torsietrilling |
Een bijzondere rotatietrilling die optreedt in roterende machines |
Torsietrillingsberekening |
Een berekening aan een roterend systeem waarbij de in dat systeem optredende torsie wordt berekend. |
Transmissiecoëfficiënt |
De fractie van de door een akoestisch medium doorgelaten energie ten opzichte van de op dat medium invallende energie. |
Transmissieverlies (TL) |
Een maat voor de geluidwering. |
Transversale golf |
Golfverschijnsel waarbij de deeltjesuitwijking een richting heeft die loodrecht staat op de voortplantingsrichting. |
Trilling |
Een periodieke beweging van een lichaam rondom een evenwichtsstand. |
Trillingsisolatie |
Het beperken van de overdracht van trillingsenergie. |
Trillingsdemper |
Een voorziening die moet voorkomen dat (de energie van) trillingen worden overgedragen van bijvoorbeeld een machine op een constructie of andersom. |
Tuned Mass Dampers (TMD's) |
Tuned Mass Dampers zijn in essentie massablokken die, opgelegd op veren, in tegenfase trillen met de te dempen trillingen. Doordat de beweging van de massablokken wordt afgeremd door middel van viskeuze dempers wordt een dynamische kracht uitgeoefend die de gehele constructie in rust houdt. Dit is bijvoorbeeld toegepast bij de Zouthavenbrug in Amsterdam. |
U |
|
Ultrageluid |
Geluid waarvan de frequenties hoger zijn dan die waarvoor het menselijk gehoor gevoelig is (> 20 kHz). |
Uniforme dosismaat |
Mogelijke toekomstige hindermaat voor geluid in dB(U) waarin het geluid afkomstig van verschillende bronnen met een weegfactor is gecumuleerd. |
|
|
Verkeerslawaai |
Het geluid afkomstig van verkeer gerelateerde bronnen. |
Versnellingsniveau |
Maat voor de door een trilling veroorzaakte versnellingen in dB ten opzichte van een referentieversnelling. |
|
|
Warmte |
Met het begrip warmte wordt in de zaalakoestiek de levendigheid of volheid van lage tonen (75 Hz tot 350 Hz) in verhouding tot de middentonen (350 Hz tot 1400 Hz) bedoeld. Een zaal waarin de lage tonen te luid klinken of waarin de hoge tonen te veel worden verzwakt wordt wel als zijnde "donker" aangeduid. Warmte is het tegenovergestelde van helderheid. |
Wegverkeerslawaai |
Het geluid afkomstig van verkeer op de openbare weg. |
Whirling |
Een laterale trilling in een roterend systeem ontstaan door zelf excitatie. |
Windhoek |
De hoek tussen de lijn van bron naar immissiepunt en de gemiddelde windrichting |
(gemiddelde) Windrichting |
De windrichting gemeten buiten de invloed van obstakels in het vrije veld. De meethoogte kan vrij gekozen worden tussen 2 m en 20 m |
(gemiddelde) Windsnelheid |
De gemiddelde windsnelheid in het open veld (buiten het invloedsgebied van obstakels) op 10 m hoogte op of nabij de meetlocatie. De windsnelheid wordt bepaald uit metingen tussen 2 m en 10 m hoogte. De gemeten snelheid op 2 m moet met 1.4 en die op 5 m met 1.2 worden vermenigvuldigd. |
Witte ruis |
Stochastisch signaal met een constante energie per frequentie. Hierdoor stijgt (in het geval van geluid) het geluiddrukniveau met 3 dB per octaafband. |
X |
|
Y |
|
Z |
|
Zaalakoestiek |
De zaalakoestiek is een onderdeel van de akoestiek waarbij de akoesticus zich bezig houdt met het sturen en vormgeven van het gedrag van geluid in een ruimte zodanig dat een voor de zaal |
Z-filter |
Benaming voor een filter dat geen frequentieafhankelijke weging inhoudt. Het filter doet dus niets. Dit wordt wel een Z-weging (Zero weging) genoemd en het op deze wijze gewogen geluidniveau een lineair niveau. |
Zone |
Gebied rond of langs geluidbronnen dat fungeert als aandachtsgebied voor geluid. |
Zonebeheersplan |
Plan zoals bedoeld in artikel 164 van de Wet geluidhinder dat zich richt op de informatievoorziening over de beschikbare geluidruimte binnen een zone. |
Z-weging |
Het achterwege laten van een frequentieweging (Zero weging) zodat een ongewogen geluidniveau wordt verkregen. Dit wordt ook wel een lineair niveau genoemd en aangeduid als dB of dBlin. |
Zwevingen |
Harmonisch in de tijd variërend geluiddrukniveau, ontstaan ten gevolge van twee geluidgolven waarvan de frequenties zeer weinig verschillen (en de amplituden nagenoeg gelijk zijn). |




