Bouwtrefpunt.nl
home  |  adverteren  |  faq  |  links  |  sitemap  |  contact
  • Menu
    • Home
    • Bedrijvengids
    • Bouwproducten
    • Bouwvacatures
  • Extra
    • Begrippen
    • Hypotheken (tip)
    • Kennisbank
    • Leuke filmpjes
    • Vakbladen
  • Nieuws
    • Nieuwsbrief
    • Nieuwsarchief
    • Persberichten
    • RSS
  • Service
    • Adverteren
    • Contact
    • Favorieten
    • Startpagina
    • Tell-a-friend

Zink

Over de toepassing van zink in de bouw bestaat veel verwarring. Er zijn uiteenlopende opvattingen over het al dan niet omstreden zijn van zink. Dit roept vragen op als "Mag het nu wel of niet worden toegepast?"
Het Nationaal Dubo Centrum wil met dit informatieblad helderheid scheppen door de actuele stand van zaken weer te geven: wat is het overheidsbeleid ten aanzien van zinktoepassingen en wat zijn de feitelijke milieuaspecten?

Milieuaspecten

Inleiding
Zink is van essentieel belang voor de gezondheid van mensen en ecosystemen: het is een essentieel spoorelement. Echter, een teveel is eveneens schadelijk. Mensen kunnen naar verhouding goed tegen hogere concentraties zink, maar voor diverse andere organismen zijn hoge concentraties wel schadelijk.
Er bestaat geen lineaire dosis-effectrelatie voor de toxiciteit van zink. In het lage gebied is er dus een gunstige relatie, in het hoge gebied is er duidelijk een negatief effect. In een relatief groot middengebied bestaat grote onduidelijkheid, mede afhankelijk van omgevingsfactoren. We weten eenvoudig niet goed wat de schadelijke effecten zijn, zeker niet bij hogere concentraties.

Zink is een veelzijdig materiaal dat op vele plaatsten in de bouw wordt toegepast (zie voor mogelijke toepassingen onder Voorbeelden). Het heeft de laatste jaren een negatief imago gekregen door de onduidelijkheid over mogelijke schadelijke effecten. In die discussies gaat het vooral om de aquatische toxiciteit; ten aanzien van de andere aspecten scoort zink min of meer gelijkwaardig aan andere materialen.

Puntbelasting
In de afgelopen jaren is onder andere door het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA) veel onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van zink in de Nederlandse wateren. Uit dit onderzoek blijkt dat in de periode 1985 tot 1995 een aanzienlijke reductie is opgetreden van zink (orde van grootte van 80%). Dit is voornamelijk het gevolg van de reductie in de lozingen van industrieën. Ook bij lozingen van rioolwaterzuiveringsinstallaties treden aanzienlijke reducties op, hoewel minder groot. Conclusie voor dit soort puntbelastingen is dat er in de jaren 1985 tot 1995 een reductie is opgetreden in de zinkbelasting van oppervlaktewateren van 20 tot 60%.

Bij het RIZA Steunpunt Emissies is onder meer informatie beschikbaar over uitlogen van bouwmaterialen, waaronder zink.

Grensoverschrijdende bronnen
Het grensoverschrijdend transport van zink via (met name) de grote rivieren is relatief groot. Ruim 70% van het zinkgehalte in oppervlaktewater en sediment komt uit het buitenland. In internationaal verband wordt getracht tot afspraken te komen om deze bronnen te verminderen. Vooralsnog wordt in dat verband meer aandacht besteed aan metalen als lood, cadmium, nikkel en kwik.

Diffuse bronnen
Onder diffuse bronnen worden tal van kleine emissiebronnen verstaan, die elk slechts in geringe mate bijdragen aan het totaal, maar waarvan het aantal dusdanig groot is dat die als geheel tot een aanzienlijke bijdrage aan de emissie (kunnen) leiden. Hieronder vallen onder andere de bouw en het wegverkeer. Meer informatie over diffuse bronnen vindt u in het informatieblad Materialen in de gebouwde omgeving: bronnen van waterverontreiniging.

Bij de diffuse bronnen geldt dat voor veel metalen een reductie is opgetreden van 75 tot 95%, met uitzondering van chroom, nikkel, koper en zink. Voor zink is de reductie circa 15%.
Volgens het rapport 'Gebiedsgericht emissiebeleid: uitwerking voor bouwmaterialen' (2000) dragen bouwmetalen landelijk gezien nog steeds in aanzienlijke mate bij aan de belasting van oppervlaktewater (34% voor zink en lood tezamen). Zelfs wanneer buitenlandse bronnen en afspoeling van zware metalen uit de landbouw worden meegerekend, is het aandeel van bouwmetalen (lood, koper, zink) in de totale emissie nog steeds als een substantieel aandeel aan te merken, namelijk meer dan 10% (minister Pronk in een brief aan de Tweede Kamer van 5 november 2001). Voor bouwzink wordt de bijdrage gesteld op ongeveer 5%.
Deze cijfers zijn echter gebaseerd op landelijke gemiddelden. Lokaal en regionaal kan de bijdrage van bouwmetalen nog aanzienlijk zijn. Zo is in de stedelijke gebieden van Gelderland een bijdrage gemeten die oploopt tot 20-30% en in sommige gebieden zelfs tot 50%.

Uit het onderzoek van RIZA blijkt ook dat het gemiddelde van alle gemeten zinkconcentraties in oppervlaktewater in Nederland 44 µg/l bedraagt; de verschillen zijn echter zeer groot, uiteenlopend van enkele µg tot een veelvoud van dit gemiddelde. De streefwaarde voor de maximale concentratie van zink in oppervlaktewater bedraagt 9 µg/l, zodat geconcludeerd moet worden dat hier nog een lange weg te gaan is.

Zinken gevelbekleding en zinken daken kunnen een dusdanige verontreiniging van afstromend hemelwater veroorzaken (in orde grootte van grammen per liter water) dat zij nauwelijks meer als diffuse bron zijn aan te merken en feitelijk gerangschikt moeten worden onder puntbelasting.

Eind 2000 heeft het Ministerie van VROM gemeld: "Voor de emissie van zink naar water geldt dat in een gezamenlijke inspanning van bedrijfsleven en overheid vastgesteld is dat de emissie door corrosie van verzinkte materialen lager is dan aanvankelijk werd verondersteld. Overigens blijft het verder terugdringen van de emissie van zink door verschillende bronnen noodzakelijk."

Bij het RIZA Steunpunt Emissies is onder meer informatie beschikbaar over uitlogen van bouwmaterialen, waaronder zink.

Gebiedsgerichte differentiatie
Het oplossen van zink in water wordt versneld door zuren en zouten. Zure regen (met name SO2) en chloriden in de lucht (zilte lucht in de kuststreek) spelen hierbij een belangrijke rol. De zuurgraad van de regen in Nederland is echter in de afgelopen jaren sterk gedaald, zodat deze invloed op de emissie van zink naar oppervlaktewater, riool of bodem navenant is afgenomen. De invloed van chloriden in de kuststreek is echter nog steeds aanwezig.

De Gezondheidsraad concludeert in haar advies van februari 1998 onder andere: "De commissie realiseert zich dat zij geen kwantitatieve gegevens kan leveren voor een onderbouwing van het zinkbeleid", maar ook: "….. meent de commissie dat de geformuleerde conclusie het beleid legitimeert tot het voeren van een stringent emissiebeleid. […] Volgens de commissie zijn voor een kwantitatieve ecotoxicologische risicobeoordeling van zink resultaten nodig die afkomstig zijn uit een ander type onderzoek dan de thans beschikbare. Er is in de huidige situatie niet te ontkomen aan een pragmatisch beleid dat onder meer gebaseerd is op gebiedsgerichte differentiatie naar achtergrondgehalte. Evenzeer noodzakelijk zijn maatschappelijke keuzen met betrekking tot nog acceptabel te achten toevoegingen van zink aan het milieu."

Conclusies
Algemeen kan gesteld worden dat:

- er de afgelopen jaren geen substantiële verandering in het gebruik van zink in de bouw is opgetreden, terwijl wel een trendmatige daling in de emissie is waar te nemen;
- de hoeveelheid zink die de afgelopen jaren in het milieu terecht is gekomen, is afgenomen onder invloed van de verminderde zuurgraad van regen en door verminderde emissies bij puntbelastingen;
- er geen wetenschappelijke grond bestaat om het toepassen van zink in zijn algemeenheid af te raden. Steeds zal genuanceerd moeten worden omgegaan met de vraag of de toepassing van zink in een specifiek gebied toelaatbaar is.

Marktaspecten

Partijen die de bouw vanuit een meer ecologisch standpunt benaderen, zijn van mening dat de milieu-invloeden van zink aanzienlijk zijn. Het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en -Ecologie (NIBE) vermeldt in de uitgave Duurzame bouwproducten:

- tijdens de winning van zinkerts wordt het landschap aangetast;
- tijdens de productie kunnen werknemers onder invloed staan van schadelijke stoffen die vrij komen; ook komt veel zink in de omgeving van zinkfabrieken terecht;
- de invloed van zink in aquatische milieus op organismen is veel groter dan tot nu toe gedacht.

Waterbeheerders, zoals waterschappen, zijn belast met het kwalitatieve beheer van het oppervlaktewater in Nederland. Zij worden geconfronteerd met overschrijdingen van de normen voor zware metalen en zetten meer en meer in op het terugdringen van lozingen vanuit de bouw, onder andere door gebruik te maken van juridische instrumenten.

De zinkindustrie wijst op de vele vooroordelen van het gebruik van zink en op de veelal onvoldoende onderbouwde stellingnamen die tegenstanders van het gebruik van bouwzink naar voren brengen. Naar de mening van de zinkindustrie worden effecten vaak uitsluitend kwalitatief beschreven, zonder een kwantitatieve onderbouwing waardoor uitspraken over schadelijkheid van bouwzink zeer discutabel geachte worden.

In overleg met de rijksoverheid heeft de zinkindustrie toegezegd de komende jaren veel aandacht te zullen besteden aan productverbetering. Dit betreft met name de ontwikkeling van een coating voor goten, daken en gevelbekleding van gewalst zink, een stimuleringsprogramma voor het gebruik van duplex-systemen voor verzinkte materialen en de ontwikkeling van een nieuwe (ver)zinklegering met verminderde afspoeling.

Beleidsaspecten

In het Nationaal Milieubeleidsplan (1990) wordt aangegeven dat zink behoort tot één van de prioritaire stoffen waarvan het beleidsvoornemen is de emissie te verminderen. Op de Tweede Noordzeeministersconferentie (1987) komen de Noordzeelanden overeen de toevoer van moeilijk afbreekbare, toxische en bio-accumulerende stoffen (waaronder zink) via rivieren en riviermonden met ongeveer 50% terug te brengen tussen 1985 en 1995. Tijdens de Derde Noordzeeministersconferentie (1990) wordt deze doelstelling verscherpt door te stellen dat de emissie van zware metalen met 70% moet verminderen. Tijdens de Vierde conferentie in 1995 is afgesproken de emissies van milieugevaarlijke stoffen zodanig te verminderen dat binnen één generatie (25 jaar) de emissies worden beëindigd.

Nieuwe inzichten in de aanwezigheid en herkomst van zink in oppervlaktewateren en mogelijkheden voor het reduceren van de zinkemissies hebben geleid tot meer genuanceerde standpunten. In juni 2001 werd de notitie "Emissiereductiedoelstellingen prioritaire stoffen" door de ministerraad vastgesteld, waarin allereerst de stand van zaken is weergegeven (onder andere ten aanzien van zink). Voorts worden daarin emissiereductiedoelstellingen vastgelegd voor de periode tot 2010 en worden per doelgroep maatregelen voorgesteld. Het verder terugdringen van de emissie van zink vanuit verschillende bronnen blijft uitgangspunt van het beleid.

In 1997 is aan de Tweede Kamer een Actieprogramma diffuse bronnen aangeboden. Het programma beoogt de gewenste waterkwaliteit dichter bij te brengen met diverse acties op het gebied van gebiedsgerichte aanpak, monitoring en communicatie. Zink is één van de stoffen die onder dit programma vallen.

In de Vierde Nota Waterhuishouding wordt gesteld dat de gebiedsgerichte benadering een essentiële aanvulling vormt op het generieke beleid voor de prioriteitsstelling in de aanpak van diffuse bronnen. De aanpak van lokale emissiebronnen vervult een sleutelrol in dat gebiedsgerichte beleid.
In het rapport 'Gebiedsgericht emissiebeleid: uitwerking voor bouwmetalen' wordt een methodiek aanbevolen die goed bruikbaar is voor uitwerking van een gebiedsgericht beleid. De regionale diagnose voor waterkwaliteit en risico opvan verontreiniging kan als basis dienen voor het maken van (regionale) beleidskeuzesn. Voor regionale overheden is hiermee een praktisch instrument beschikbaar gekomen om beleidskeuzen te kunnen onderbouwen.

Juridische aspecten

Ten aanzien van een beperking in de toepassing van zink vanuit milieuoogpunt zijn tot op heden geen voorschriften opgenomen in het Bouwbesluit.
Wel zijn er normen met betrekking tot de verduurzaming van stalen bouwdelen met een zinklaag (zie bijvoorbeeld NEN-EN-ISO 1461, EN-ISO 12944 en de NPR 7452).

Bij (sterke) verontreiniging van hemelwater met zink moet dit water beschouwd worden als afvalwater. Voor lozing hiervan op oppervlaktewater is in principe vergunning vereist in het kader van de Wet verontreiniging oppervlaktewater (Wvo). Het bevoegde gezag kan een lozingsvergunning weigeren indien onvoldoende is gedaan aan het terugdringen van de emissie.
Aan het lozen van verontreinigd water op de riolering kunnen eisen gesteld worden in het kader van de Wet milieubeheer.

Voorbeelden

Toepassingen
Zink wordt veelvuldig toegepast in de bouw. Voorbeelden zijn: dakbedekkingen, verzinken van vele, uiteenlopende stalen delen, galvaniseren, goten, hemelwaterafvoeren (met name vroeger), gevelbekleding, vangrail, katalytische bescherming, enzovoort. Zink heeft uitstekende eigenschappen om de corrosie van staal tegen te gaan. Algemeen wordt tegenwoordig gesteld dat deze eigenschap niet nodig is voor bouwdelen die uitsluitend binnen worden toegepast.

Duplex-systemen
Steeds vaker wordt bij het verduurzamen van zink een duplex-systeem toegepast: staal wordt verzinkt, waarna met een poedercoating een afwerklaag wordt aangebracht die het zink beschermt en tevens een esthetische afwerklaag vormt.
Indien constructieve stalen bouwdelen worden toegepast in een agressief milieu (bijvoorbeeld in kuststroken waar als gevolg van zeelucht veel chloriden voorkomen), bestaat er een voorkeur voor het toepassen van duplex-systemen. Deze voorkeur komt voort uit constructieve overwegingen en niet uit milieuoverwegingen. Duplex-systemen zouden echter ook kunnen worden verkozen wanneer de kans op uitlogen van zink vanuit milieuoogpunt verkleind moet worden.

Overige informatie

Dakbedekkingen
Zure regen komt in Nederland nauwelijks meer voor. Zinken dakgoten en hemelwaterafvoeren spoelen hierdoor veel minder uit dan enige jaren geleden. Een punt van aandacht is echter de verzuring van dakbedekkingen onder invloed van ultraviolet licht en dan met name bij droge perioden. Deze verzuring treedt het sterkst op bij bitumineuze dakbedekkingen. Het eerste regenwater dat van daken afstroomt na een lange, droge periode, zal verzuurd zijn. Indien dit verzuurde regenwater in aanraking komt met zinken constructies, zal de uitloging van zink ook groter zijn dan onder normale omstandigheden. Gegevens over hoeveelheden en de ernst ervan ontbreken vooralsnog. Hoewel de combinatie van bitumineuze dakbedekkingen en zinken constructies bij platte daken niet erg veel voorkomt, komt dit wel voor bij flauw hellende daken, dakbedekkingen van shingles, enzovoort.

Advertentie


Buzz Bouwbuzz
Bouwbuzz is de plek voor informatie over kalkzandsteen. Filmpjes, foto's, interviews, tips.
E-nergie.nl E-nergie.nl
Vergelijk alle energie leveranciers en bespaar honderden euro's door gratis over te stappen.
Hypotheken vergelijken Bizzeker.nl
Bizzeker.nl verstrekt informatie op het gebied van hypotheken, lenen, verzekeren, sparen, pensioen en beleggen.
Wilt u ook hierboven staan?

Bouwnieuws

Geen posts gevonden.
rss

Poll

Ik zie het jaar 2010 vol vertrouwen tegemoet.

Zeer mee eens
Mee eens
Neutraal
Mee oneens
Zeer mee oneens

Nieuwsbrief

Wilt u onze gratis nieuwsbrief ontvangen?
Nieuwsbrief Vul hier uw e-mail adres in:


Laatst toegevoegde bedrijven

De Interieurstudio
TimmermanVacature.nl
GawaloVacature.nl
LaserNed.nl
Baksteencentrum Limburg BV

Bedrijf van de week

Bussman Verhuur B.V.
Categorie: Materieel & Verhuur
Mortelweg 10, 6551 AE
Weurt (Gelderland)

Partners

BouwVacatures op BouwPlanet

Copyright RealLogic © 2003-2008 | Alle rechten voorbehouden | rss
Bouwtrefpunt.nl