Dakpannen
Dakpanen zijn meestal van gebakken klei, die op het dak worden gebruikt als dakbedekking. Op het houten dak wordt een rachelwerk aangebracht, waar de dakpannen op rusten. Omdat de dakpan doorgaans een enigszins gebogen vorm heeft, klemmen ze zo enigszins in elkaar.
Historie
Met grote regelmaat verdwijnen dakpannen in de afvalcontainer: historische pannen van uiteenlopende vormen en kleuren. In Nederland zijn inmiddels middeleeuwse dakbedekkingsmaterialen, zoals onder- en bovenpannen uiterst zeldzaam geworden. Maar ook het Oudhollandse en het laat-19de-eeuwse pannendak worden bedreigd. Het monumentale dak wordt "belaagd" door het gebruik van nieuwe dakpannen, soms vervaardigd in zogenaamde oude vormen.
De industrieel vervaardigde dakpannen bezaten een gelijkmatig en strak uiterlijk en sloten veel beter dan hun ambachtelijk gefabriceerde voorgangers. Het industriële fabricageproces maakte een grote typologische verscheidenheid mogelijk. Een enorme productie van dakpannen in uiteenlopende vormen, kleuren en opvallende versieringen kwam op gang. Zo werden witte dakpannen gefabriceerd door het gebruik van pijpaarde of een witte kleisoort. Maar ook verglaasde gele, blauwe, groene, rode, violette, bruine en zwarte dakpannen waren niet ongebruikelijk. De verschillende kleuren voor het glazuur werden verkregen door toevoeging van metaaloxiden.
Na de Tweede Wereldoorlog nam de standaardisatie en perfectionering van de dakpan toe. Voorbewerkt, geperst en gebakken in computergestuurde liftovens worden optimaal sluitende dakpannen vervaardigd. Een voorbeeld daarvan is de Opnieuw Verbeterde Hollandse dakpan in verschillende kleuren.
Productie
De klei en de eventueel niet-plastische componenten, zoals bijvoorbeeld kwartszand, worden met elkaar gemengd. Een op die manier opgebouwde mengeling wordt vervolgens vrijgegeven aan het eigenlijke productieproces dat drie belangrijke stadia omvat :
- het strengpersen en vormgeving,
- het drogen en
- het bakken.
Elk van deze volgende stadia zijn bepalend voor de eindkwaliteit van de dakpan en vragen daarom de grootste zorg en kennis. De voorbereide plastische massa wordt, via een aantal tussenliggende kneed-en walsbewerkingen, naar de vacuumstrengpers gevoerd.
In de vacuumstrengpers wordt de lucht uit de massa onttrokken en vervolgens als een "streng" door het mondstuk van de pers geduwd.
Deze streng wordt automatisch in gelijke stukken of "kleikoeken" versneden. Deze kleikoeken vertonen reeds de primitieve vorm van de latere dakpan.
De natte, geperste dakpannen worden nu gedroogd. Dit proces kan, afhankelijk van de gebruikte grondstofsoorten gebeuren in gestuurde en volautomatische droogkamers of droogtunnels. Alvorens de gedroogde dakpan aan het bakproces onderworpen wordt, kan, indien gewenst, een oppervlaktebehandeling uitgevoerd worden. De droge dakpannen, die al dan niet voorzien werden van een deklaag, worden nu op vuurvaste dragers of cassettes op de ovenwagens geplaatst.
Soorten
- gewone dakpan
Vroeger werd in Nederland veelvuldig gebruikt gemaakt van gebakken dakpannen. Het type "Oude Holle" was een veel gebruikt model. Tegenwoordig worden pannendaken heel vaak bedekt met cement dakpannen. 'Sneldekkers' gemoemd. Het voordeel van een sneldekker is het feit dat ze niet krom gaan staan na verloop van tijd, en dat ze eenvoudig op maat te maken zijn. Ze zijn vrij zwaar en liggen zeer stabiel verankerd in elkaar op het dakvlak.
- nokpan
Geplaatst op de 'ruiter' helemaal boven in de nok van het dak. Vandaar natuurlijk de naam, nokpan, maar hij wordt ook wel 'nokvorst' genoemd. Nokpannen komen in diverse vormen, kleuren en afmetingen. De meest gebruikte nokpan is waarschijnlijk wel de 'gewone halfronde nokvorst'. Nokpannen zijn zo gemaakt dat ze, door elkaar te overlappen, als het ware een beetje in elkaar haken. Dit geeft extra stevigheid. Door een vaak vooraf geprepareerde doorboring in de nokpan, kan deze middels een noknagel in de ruiter worden vastgeslagen. Dit voorkomt afwaaien bij storm.
- hoekpan
Ook wel gevelpan genoemd. Dit is de pan die aan het einde van het dak, boven de gevel komt te liggen. Eigenlijk een gewone pan, met aan een zijde een deel dat ook recht naar beneden loopt. Dit deel ligt als het ware over de gevel heen. We spreken van 'rechter' gevelpannen en 'linker' gevelpannen. Afhankelijk van de plaats van de plaats waar het geveldeel van deze dakpan zich bevindt.
- hoeknokpan
Oftewel: eindvorst. De laatste nokpan in het rijtje boven op het dak, die ook een deel van de zijgevel moet overlappen.
- broekstuk nokpan
Op de plaats waar diverse schuine dakvlakken van een kap bij elkaar komen plaatst men vaak een broekstuk nokpan. Vaak komen hier drie ruiters samen op een punt. De nokvorst die dit punt moet kunnen bedekken heeft dus drie richtingen, zodat de aansluitende nokvorsten kunnen aansluiten.
| Soort dakpannen | Omschrijving
|




