Bouw begrippen
Aantrede
Benaming voor de breedte van een traptrede
Aardelektrode
Diep in de grond aangebrachte metalen stang waarop de aarding van een elektrische installatie kan worden aangesloten; hierdoor is men niet langer afhankelijk van de loden waterleiding die daarvoor werd gebruikt
Afschot
De term waarmee het verloop wordt aangegeven in een horizontaal vlak (bijv. een plat dak, balkon of badkamervloer) tussen het hoogste en laagste punt, zodat eventueel water kan wegvloeien; wordt uitgedrukt in mmo per strekkende meter
Baksteen
Metselsteen met de afmetingen 21,5 (lengte) x 10,5 (breedte) x 5,5 cm. (hoogte); deze maat wordt 'waalformaat' genoemd
Balk-anker
Metalen profiel waarmee een horizontale balk kan worden bevestigd aan een vertikale muur; zowel muur als balk worden hierdoor onbeweeglijk
Balkkop
Gedeelte van een vloer- of dakbalk dat in de muur steekt en waarmee de balk steunt op het metselwerk; wordt het eerst aangetast door houtrot
Bodemafsluiting
Laag van meestal waterdichte kunststof die op de grond wordt aangebracht in kruipruimtes om vochtdoorslag door de vloeren tegen te gaan
Boeideel
Vertikale houten betimmering tegen een dakgoot
Borstwering
Gemetselde of getimmerde begrenzing van balkons aan buitenzijde of onder kozijnen tot een hoogte van ca. 90 cm., meestal ter beveiliging of als versterking
Bovendorpel
Horizontaal onderdeel bovenaan raam- of deurkozijn, voorzien van sponning waarin de deur of het raam past en kan draaien of schuiven
Bovenkwart
Bovenste deel van een trap dat naar links otrechts 90 graden draait
Bovenlicht
Raamdeel boven dichte deur, meestal aan buitengevel
Dagmaat
Deurbreedte die kan worden gemeten aan een dichte deur die van je af draait
Dakbeschot
Weerbestendig houten plaatwerk dat wordt bevestigd op dakspanten of dakbinten waarop de pannen, shingles, bitumen of andere dakbedekkingen worden aangebracht
Dakkapel
Rechthoekig naar buiten uitgebouwd vensterkoof in een schuin dak waardoor stahoogte ter plaatse wordt verkregen
Daklicht
Vierkant, licht doorlatend raam(pje) dat horizontaal in een plat dak wordt aangebracht ter verlichting van ruimtes waarin geen daglicht toetreedt
Daktrim
Metalen of kunststof profiel bovenop de dakrand of boeideel waarin opgaand zink en/of bitumen waterdicht kan worden opgevangen; sluit bovendien het kopse hout van de dakrand of het boeideel goed af
Dauwpunt
Specifieke plek in een buitenmuur of een dak waar de in de lucht aanwezige waterdamp condenseert en als water neerslaat; belangrijk bij berekeningen voor het aanbrengen van isolatie
Dilatatievoeg
Doorlopende verticale voeg in metselwerk bestemd om krimpen en uitzetten van grotere muurdelen op te vangen
Dorpel
Horizontaal onderdeel van raam- of deurkozijn, voorzien van sponning(en) waarin de deur of het raam past en kan draaien of schuiven
Erfscheiding
Object ter afscheiding van twee eigendommen op beganegrond-niveau, bijvoorbeeld een muur, schutting of heg
Fluisterkast
Ventilatiedeel boven een vast raam dat wel lucht maar geen geluid doorlaat
Fundering
Betonnen of gemetselde constructie op palen of op zand, waarop een bouwwerk is afgesteund zodat geen verzakking optreedt
Gording
Horizontale houten of metalen balk die schuin rust op de dakspanten en waarop het dakbeschot met pannen of shingles wordt aangebracht
H.W.A.
Hemelwaterafvoer; de regenpijp met zijn onderdelen
Kalf(hout)
Liggend houtprofiel in een pui dat het onderliggende raam- of deurwerk scheidt van het erboven liggende; wordt ook wel 'tussendorpel' genoemd
Kilgoot
Wanneer twee schuine dakdelen elkaar ontmoeten ontstaat een naar binnen of naar buiten vallende knik; onder de naar binnen vallende knik wordt een goot geplaatst om het regenwater op te vangen en naar beneden te geleiden
Kilkeper
Oplopende spant in een schuin dak tussen daknok en goot op plaatsen waar twee dakvlakken elkaar ontmoeten in een naar binnen vallende knik
Klamplaag
Op een steensmuur aangebrachte cementlaag op een ondergrond van asfaltbituum; daardoor wordt de muur waterdicht
Klapraam
Van onder scharnierend raam(pje) dat in één stand, begrensd door beugels, kan worden uitgeklapt; wordt toegepast onder balkons zodat er geen regen bijkan
Kleef
De schuifweerstand die bestaat als een houten of betonnen paal vertikaal in de grond wordt getrild, geslagen of gegoten; de paal zit als het ware in de grond vastgeklemd en zakt niet verder
Koekoek
Dakvenster in schuin dak voor lichttoetreding op bijv. een zolder
Kop
Breedte van een baksteen; tweemaal die breedte plus een voeg is altijd gelijk aan de lengte van de baksteen; dit om 'in verband metselen' mogelijk te maken
Kraal
Afgerond uiteinde van de zinken daklijst boven een goot of overstek
Latei
Stalen (soms stenen of houten) draagbalk boven ramen en deuren. De uiteinden zijn opgelegd op het muurwerk naast de muuropening en daardoor wordt het gewicht van de boven de opening liggende constructie opgevangen
Lekdorpel
Onderdorpel van buiten kozijnen met een schuin aflopend en verbreed profiel om regenwater af te kunnen voeren
Loket
Loden stroken die in de voegen van een schoorsteen worden gemetseld en dan over de loodslabben worden geleid om het geheel waterdicht te maken
Loodslabbe
Tegen de schoorsteen gespijkerde loden strook die op de pannen wordt uitgeklopt waardoor kieren tussen dak en schoorsteen worden afgedekt
Maaiveld
Het niveau van de straat of omliggende grond
Makelaar
In voor- en achtergevel geplaatste houten staander waarop de nokgording rust van een schuin dak
Melkmeisje
Vaste, smalle raam partij met borstwering links en rechts naast dubbele openslaande deuren
Mortel
Metselspecie bestaande uit een mengsel van zand, kalk en cement dat met water tot een smeuïge massa is gemaakt
Muurafsluiting
Tweezijdig schuin aflopende rollaag bovenop een vrijstaande buitenmuur tegen het intrekken van regenwater
Negge
Ruimte tussen voorkant gevel (metselwerk) en voorkant kozijn; kozijnen vallen bijna altijd binnen het muurwerk
Neut
Hardstenen, soms hardhouten of betonnen onderkant van deur- of raamstijlen ter voorkoming van houtrot door lekkend water; wordt toegepast in natte ruimten en bij buitendeuren
Nokgording
Horizontale dakbalk die bovenin de schuine dakconstructie wordt aangebracht, rustend op de makelaars en overige dakstijlen en waaraan de dakspanten worden bevestigd
Onderdorpel
Horizontaal onderdeel onderaan raam- of deurkozijn, voorzien van sponning waarin de deur of het raam past en kan draaien of schûiven
Onderkwart
Onderste deel van een trap dat naar links of rechts 90 graden draait
Opdekdeur
Gedeeltelijk binnen en buiten de sponning vallende deur, waarvan het buitendeel over de sponningnaden heenvalt; meestal toegepast in kantoorruimten
Open stootvoeg
Vertikale open ruimte tussen twee metselstenen in muurwerk; vaak in de onderste 40 cm. aangebracht waardoor de achterliggende spouw kan ventileren (Men laat gewoon de specie weg bij het metselen)
Optrede
Benaming voor de hoogte van een traptrede
Overstek
Gedeelte van een plat dak dat voorbij de gevel steekt en waardoor afwatering op een regenpijp mogelijk wordt zonder gebruik te maken van een dakgoot
Paalfundering
Fundering die wordt toegepast als de ondergrond niet stevig genoeg is om het gewicht van het bouwwerk te dragen. De palen brengen door hun 'kleef' de druk van het bouwwerk over op een groot oppervlak
Penant
Vertikale muurdelen of zogenaamde 'muurdammen' tussen de openingen voor bijv. deuren en ramen
Platstuk
Horizontale houten ligger die bovenop een buitenmuur wordt geplaatst en waarop dakspanten worden verankerd
Poer
Vierkante, meestal schuin naar onder verbredende betonnen of stenen steun in een fundering onder lange liggers of dragers zodat deze niet doorbuigen; wordt ook toegepast om een kolom meer draagvlak te geven
Portaal
Stalen constructie die wordt aangebracht in een te maken wandopening en die dient om het boven liggend metselwerk, etc. op te vangen
Pui
Binnen- of buitenwand met daarin deur- en raamkozijnen
Raveling
Constructie met balken of liggers om een opening in vloer of dak, waardoor balken of liggers die daarvoor worden doorgezaagd hun sterkte niet verliezen
Rollaag
Vertikaal gemetselde stenen boven een kozijn ter afsluiting van de latei of ter vervanging van een latei (dan niet breder dan 100 cm.)
Spant
Houten of metalen balk die in een schuin dak van de nok naar de dakgoot loopt en waarop de gordingen en het dakbeschot met pannen of shingles wordt aangebracht
Splijttegel
Vloertegel die aan beide zijden is geglazuurd en waarin kanaaltjes van de ene naar de andere rand van de tegel lopen; kan als bouwsteen worden gebruikt in een laag van twee dik
Sponning
Uitsparing in de lengte van een dorpel of stijl waarin een deur of raam valt zodat die buiten het kozijn steken; meestal 16 mmo diep
Spouw
Ruimte tussen buiten- en binnenmuren waarin bijvoorbeeld isolatie kan worden aangebracht; de luchtlaag van ca. 8~12 cm. werkt op zich ook al isolerend
Spouwblad
Benaming voor de beide wanden van een spouwmuur; onderscheiden worden: binnenspouwblad en buitenspouwblad
Staalfundering
Naar onderen verbredende draagbalk van metselwerk onder de bouwmuren van een gebouw die het gewicht ervan op de onderliggende zandlaag overbrengt en verdeelt; wordt ook wel 'plaatfundering' genoemd
Stand leiding
Vertikale pijp van metaal of kunststof geplaatst op een rioleringsafvoer en helemaal doorlopend tot boven het dak waardoor lucht van buitenaf kan worden aangezogen als er een grote hoeveelheid water wordt afgevoerd
Steldorpel
Houten regel onderin deurkozijn waarmee beide stijlen op de juiste afstand van elkaar worden gehouden; dient later om de drempel erop te bevestigen
Stijl
Vertikaal onderdeel van raam- of deurkozijn, voorzien van sponning(en) waarin de deur of het raam past en kan draaien of schuiven
Stompe deur
Binnen de sponning vallende deur
Stootvoeg
Vertikale voeg tussen twee metselstenen in muurwerk
Strek
Lengte van een baksteen
Strijkbint
Vloer- en dakbalken die op een afstand van enkele centimeters parallel met voor- of achtergevel lopen; meest kwetsbare balk omdat bij onvoldoende ventilatie deze het eerst verstikt
Styropor
Piepschuim, tempex of polystyreenschuim
Taatsraam
Zowel horizontaal als vertikaal om een as draaiend raam te bedienen met één enkele handgreep; kan in verschillende standen worden geborgd
Toog
Afgewerkte muuropening waarin geen deur is aangebracht
Trapboom
Vertikale kolom van hout waaraan de treden van onderof bovenkwart in een trap worden vastgemaakt
Trasraam
Onderste deel van een gevelpartij, vanaf fundering tot ca. 40 cm. boven maaiveld, dat wordt gemetseld van extra harde (dubbel gebakken) stenen om optrekkend vocht tegen te gaan.
Tussendorpel
Horizontaal onderdeel tussen boven- en onderkozijn, voorzien van sponning waarboven en -onder de deur of het raam past en kan draaien of schuiven
Uitbrenger
Stalen U- of I-bint die vanuit de gevel naar buiten steekt en waarop erkers en balkons worden aangebracht
Uitzetraam
Van boven scharnierend raam(pje) dat met een uitzetijzer in verschillende standen kan worden opengehouden; wordt toegepast als de regen erbij kan
Ventilatierooster
Metalen of kunststof rooster dat de ventilatieopeningen onder dakoverstekken, in dakbalklagen en naar kruipruimtes afsluit zodat geen ongedierte kan binnenkomen; bij verstopping ontstaat verstikking van het houtwerk
Voeg
Ondiepe ruimte tussen metselstenen in gevelpartijen die door de metselaar wordt vrijgehouden om later te worden opgevuld met een speciale, harde specie tegen vochtdoorslag
Waalformaat
Baksteen met de maten 21,5 (lengte) x 10,5 (breedte) x 5,5 cm. (hoogte)
Waterhol
Lange horizontale uitsparing in de onderzijde van dorpels, waardoor aflopend regenwater niet terug naar deur, raam of muur kan lopen.
Waterslag
Schuin aflopende en uitstekende rand van hout, steen of metaal onder een buitenraamkozijn die regenwater van de muur afleidt
Wisselsponning
Uitsparing in een kozijnstijl of -dorpel waarin in tegenovergestelde richting draaiende deuren of ramen vallen; één deel zit aan de binnenkant, het andere deel aan de buitenkant van stijl of dorpel




