Akoestiek
Wat is geluid?
Geluid neemt in onze technologisch sterk ontwikkelde wereld een steeds belangrijker plaats in. Stilte is een schaars goed geworden. Overlast van geluid wordt steeds meer ervaren als negatief voor de gezondheid. Geluidswering speelt een belangrijke rol bij de bestrijding van geluidhinder. Waar in het verleden de aandacht vooral naar gevelgeluidwering uitging, heeft nu ook de hinderbeleving binnen gebouwen de aandacht. Ook geluid tussen woningen is een groeiend probleem. De uiteindelijke akoestische kwaliteit van een gebouw is afhankelijk van de beslissingen die door verschillende partijen in de loop van het bouwproces worden genomen
Uit onderzoek is bekend welke geluiden door bewoners als hinderlijk worden ervaren in de woning. Aan deze geluiden zijn in het Bouwbesluit, hoofdstuk gezondheid, eisen gesteld. De eisen variëren, afhankelijk van de aard van de geluidsbron. In aanleg zijn alle geluidsbronnen die hinder kunnen veroorzaken opgenomen in het besluit. De mate van gedetailleerdheid varieert echter. In het algemeen zijn de eisen opgelegd aan bronnen die buiten de woning liggen, dus ook aan geluid tussen woningen onderling. Deze geluidsbronnen kunnen door bewoners niet beïnvloed worden, waardoor hun hinder groter is dan van eigen, controleerbare geluidsbronnen.
Er zijn eisen gesteld aan de isolatie tegen:
• omgevingslawaai zoals verkeers- en industrielawaai;
• woongeluiden uit andere woningen en gebouwen;
• geluid van installaties buiten de woning;
• geluiden uit gemeenschappelijke verkeersruimten.
De nadruk ligt daarmee op de wering van geluiden van buiten de woning (zie figuur hiernaast). Binnen de woning zijn ook eisen gesteld, maar alleen aan de lucht- en contactgeluidsisolatie tussen verblijfsruimten die niet direct met elkaar in verbinding staan (open verbinding of deur).
Het niveau van de eisen is erop gericht dat het overgrote deel van de bevolking geen (grote) hinder ondervindt van geluid. Dit betekent dat niet is gestreefd naar een volledig voorkomen van hinder, maar naar een beperking tot een aanvaardbaar niveau. Op een aantal punten zorgen maatschappelijke ontwikkelingen voor een geleidelijke aanscherping van de eisen in de loop van de tijd. Te noemen valt onder meer:
• de onderlinge contacten tussen buren nemen af, waardoor acceptatie en sociale controle minder worden;
• een audio-installatie behoort tot de standaardapparatuur in een woning; in combinatie met de muzikale trend naar steeds meer lage tonen in de popmuziek kan de eis aan de luchtgeluidsisolatie in het Bouwbesluit hinder niet voorkomen;
• parket en tegels hebben de vloerbedekking voor een deel vervangen, met name in de woonkamer en keuken. Hierdoor wordt contactgeluid van schoenen en schuivend meubilair minder gedempt.
Al met al beïnvloedt de geluidsisolatie steeds meer de constructies van woningen en woongebouwen. Met uitzondering van de eisen aan de contactgeluidsisolatie kan gesteld worden dat het Bouwbesluit een behoorlijke tot goede bescherming geeft tegen geluidhinder. In woongebouwen is de eis aan de contactgeluidsisolatie onvoldoende om hinder bij normaal woongedrag te voorkomen, met name als er tegels of parket is gelegd. De Vereniging van Eigenaren stelt vaak een strengere grenswaarde aan de contactgeluidisolatie dan het Bouwbesluit. In een woongebouw kan vanwege de geluidsisolatie een dikkere vloer nodig zijn dan constructief vereist is.
Frequentie
De frequentie geeft het aantal trillingen per seconde aan. De eenheid is Hertz (Hz). Elk signaal is uiteen te rafelen in één of meer sinusvormige signalen met verschillende frequenties. Een zuivere toon heeft één frequentie, maar meestal bestaat een geluid uit een breed spectrum van frequenties. Het maakt daarbij niet uit of het gaat over luchtgeluid of contactgeluid. Enkele voorbeelden van frequenties zijn spraak, tussen 500 en 2000 Hz, een lage pianotoon op 27 Hz en een hoge pianotoon op 4186 Hz.
In de bouwakoestiek is het gebruikelijk het frequentiespectrum onder te verdelen in vaste frequentiebanden, de tertsen of de octaven. Elk octaaf bevat drie tertsbanden. De trillingen met een frequentie binnen één band worden voor de meting als het ware bij elkaar opgeteld.
De verdeling van de geluidsenergie over de verschillende frequentiebanden wordt het frequentiespectrum van het signaal genoemd. Bij de geluidsisolatie wordt over het frequentiespectrum van de geluidsisolatie gesproken. Omdat het zeer omslachtig is eisen en prestaties steeds als een spectrum te formuleren, zijn er vele wegingen ontwikkeld waarmee een spectrum in één getal wordt omgezet. In het Bouwbesluit zijn de volgende ééngetalsmaten gebruikt:
Ilu;k : de karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid [dB];
Ico : de isolatie-index voor contactgeluid [dB];
GA;k : de geluidswering van de uitwendige scheidingsconstructie [dB(A)];
LI;A;k : het karakteristieke A-gewogen geluidsniveau van installaties [dB(A)].
Geluid bestaat uit een golfbeweging en een frequentie. De golf heeft een bepaalde lengte.
De frequentie geeft aan hoeveel keren per seconde de golfbeweging plaatsvindt. De geluidssnelheid
is het product van beide. De geluidssnelheid in de lucht is 340 m/sec, dus:
golflengte x frequentie = 340.
De golflengte wordt in meters uitgedrukt en de frequentie in Hert (Hz).
Bij een frequentie van 100 Hz hoort dan een golflengte van 3,4 m. Bij een frequentie van 1.000 Hz hoort een golflengte van 0,34 m., vergelijkbaar met de dikte van een woningscheidende wand. De wisselwerking tussen geluid enerzijds en ruimten of constructies anderzijds is afhankelijk van de verhouding tussen golflengte en afmeting. Voor lage tonen is deze dan ook wezenlijk anders dan voor hoge tonen.
Luidheid en waarneming
Er wordt een groot aantal verschillende grootheden en eenheden gebruikt in de bouwakoestiek. Sommige hebben een technische reden, andere hebben te maken met de wijze waarop mensen geluid en trilling waarnemen. Tot deze categorie behoren de eenheden decibel (dB) en de dB(A).
De decibel is een logaritmische maat. Behalve vanwege meer principiële, technische redenen is de decibel erg handig omdat hiermee 'het aantal nullen' in de getallen tot werkbare proporties is teruggebracht. De geluiddrukvariaties die net hoorbaar zijn, zijn een factor 10.000.000 kleiner dan de geluiddrukniveaus bij de pijngrens. Voor trillingen geldt iets soortgelijks; de decibel is ook hier een belangrijke eenheid.
Voor de wiskundige maat dB is gekozen, omdat anders de schaal (met de daarbij behorende getallen) te lang of te groot zou worden. De consequentie is echter dat er niet ‘normaal’ mee gerekend kan worden. Twee gelijke geluiddrukniveau’s bij elkaar 'opgeteld' leidt doorgaans slechts tot een verhoging van 6 decibel. Dus 40 dB + 40 dB = 46 dB. Als twee geluiddrukniveau’s 20 decibel verschillen, dan heeft de laagste waarde vrijwel geen invloed meer. Dus 60 dB + 70 dB ˜ 70 dB.
Een van de eerste aanpassingen van de dB schaal is het opnemen van de gevoeligheid van het oor voor verschillende frequenties in één grootheid. Bij eenzelfde fysisch geluiddrukniveau wordt een toon van 100 Hz als veel minder luid dan een toon van 1000 Hz ervaren. Door hiervoor een correctie aan te brengen, kan de luidheid van geluiden met verschillende frequenties onderling worden vergeleken en ontstaat een bruikbare hindermaat. Dit is de dB(A). De 'oorgevoeligheid' van geluid is als het ware in de eenheid ingebouwd, waardoor de afgelezen waarde een maat wordt voor de luidheid die het oor registreert.
Eisen van het Bouwbesluit
Er is een aantal wetten dat eisen aan de geluidsisolatie of aan geluidniveaus stelt. Deze zijn de Woningwet, de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Luchtvaartwet. Vaak zijn de eisen in een onderdeel van deze wetten samengebracht: de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's). Zo is het Bouwbesluit een onderdeel van de (herziene) Woningwet. De bij wet geformuleerde eisen zijn publiekrechtelijk af te dwingen, vaak door de lokale overheid.
Het Bouwbesluit heeft weinig directe samenhang met de Wet milieubeheer. De wet milieubeheer stelt eisen aan de maximale geluidniveaus die bedrijven en inrichtingen mogen veroorzaken. De vereiste maatregelen aan de geluidsisolatie kunnen daarbij veel hoger zijn dan de eisen uit het Bouwbesluit. Aan de eisen in het Bouwbesluit (publiekrecht) moet altijd voldaan worden, ongeacht de eisen tengevolge van de wet milieubeheer. Het treffen van voorzieningen volgens van de wet milieubeheer is daarbij de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder en niet van de bouwer van de woning.
Met de wet geluidhinder wordt in afdeling 3.1 van het Bouwbesluit nadrukkelijk rekening gehouden. De geluidwering van de gevel dient zodanig te zijn dat in de woning een bepaald geluidniveau niet wordt overschreden. De hiervoor noodzakelijke geluidwering is afhankelijk van de geluidbelasting van de gevel. Deze geluidbelasting wordt in de wet geluidhinder geregeld. De wet geluidhinder is erop gericht de geluidniveaus rond de woning, tot een aanvaardbaar niveau te beperken.
Om bij de aanvraag van de bouwvergunning te kunnen vaststellen of het woongebouw of de woning aan de verlangde eisen voldoet, kunnen kwaliteitsverklaringen worden overlegd. Dit zijn verklaringen die door erkende instellingen aan producenten van bouwmaterialen en bouwmethoden worden afgegeven. De verleende verklaringen worden centraal geregistreerd.
Voor de bepaling van o.a. luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie en geluidwering van de gevel worden praktijkrichtlijnen (NPR) gebruikt. Een praktijkrichtlijn biedt een ondersteuning voor de beoordeling of een prestatie kan worden bereikt, het geeft niet de enige mogelijkheid. De NPR 5070 is gericht op de geluidsisolatie tussen woningen. De aansluiting tussen deze NPR (februari 2005) en het Bouwbesluit is niet optimaal. In de NPR wordt onvoldoende rekening gehouden met de zogenaamde somformule, waarmee de geluidsisolatie van individuele verblijfsruimten wordt omgerekend naar verblijfsgebieden.
Er is een vangnet nodig voor nieuwe ontwikkelingen en toepassingen waarin de kwaliteitsverklaringen niet voorzien, of waarbij van de prestatie-eisen wordt afgeweken. In die gevallen is het toch mogelijk vergunning te verlenen als aangetoond kan worden dat aan de doelstelling en het niveau van de betreffende prestatie-eis wordt voldaan. Hiervoor is een gelijkwaardigheidsbepaling opgenomen in het Bouwbesluit. Over de juiste toepassing van deze bepaling is nog veel discussie gaande.
Eisen en hinder
Geluid en trillingen neemt iedereen altijd en overal waar. Soms wordt dit als hinderlijk ervaren, meestal gebeurt dit ongemerkt of is het gewenst. Geluid is een trillingsvorm die we met het oor waarnemen. Het is een trilling van deeltjes in de lucht. In het spraakgebruik duidt het begrip trilling meestal op een gebouw of voorwerp dat trilt. Er is een onderlinge wisselwerking. Geluidstrillingen in lucht zijn in staat de zwaarste bouwmuren in trilling te brengen. Omgekeerd veroorzaakt een trillend voorwerp of bouwdeel vaak een hoorbaar geluid.
Omdat het oor niet in staat is alle frequenties even goed waar te nemen is luchtgeluid in de praktijk beperkt tot de hoorbare frequenties. Deze liggen globaal tussen 100 Hz en 15.000 Hz, afhankelijk van leeftijd en gehoorbeschadiging. In de bouwpraktijk is geluid boven 2.500 Hz niet relevant. Deze hoge tonen worden in gebouwen goed gedempt, zelfs door heel lichte constructies. In de buitenlucht is de luchtabsorptie voor deze frequenties erg hoog.
Bij trillingen liggen de accenten anders dan bij luchtgeluid. Laagfrequente trillingen van circa 1 Hz tot circa 100 Hz zijn belangrijk voor zowel voelbare hinder als gebouwbeschadiging. Tussen circa 40 Hz en 100 Hz is een voelbare trilling in housemuziek en voor disco juist weer gewenst. Trillingen tot circa 100 Hz zijn in de praktijk moeilijk te dempen, omdat de massa van bouwdelen bij deze frequenties geen grote rol speelt. Dit verklaart de relatief grote hinder van popmuziek.
Trillingen met frequenties tussen 100 en 2.500 Hz zijn meestal niet voelbaar. Ze zijn wel van belang, omdat deze trillingen hoorbaar hinderlijk geluid kunnen opwekken. De eisen in het Bouwbesluit zijn met name gericht op het hoorbare gebied tussen 100 en 2.500 Hz. De eisen zijn meestal gesteld aan luchtgeluid.
Hinder van trillingen en geluid is sterk persoonsgebonden. Er zijn mensen die 's nachts door alles heen slapen en mensen die zeer snel wakker worden van geluiden. Sommige mensen vinden housemuziek pas het einde als ook het middenrif meetrilt, anderen haken eerder af of geven de voorkeur aan een symfonie orkest, dat ook in staat is meer dan 100 dB(A) in de zaal te produceren. Anderen genieten weer van de stilte op de hei.
Het is dus erg moeilijk criteria vast te stellen voor hinder van geluid en trillingen. Vanwege de variatie in hinder kunnen de wettelijke criteria niet voor iedereen hinder voorkomen. In orde van grootte wordt vaak een percentage van 20% van de bevolking (ernstig) gehinderden geaccepteerd. Terugdringen van dit percentage met bijvoorbeeld 10% kan al gauw leiden tot ingrijpende wijzigingen in de bouwmethode van woningbouw of planologisch rond industrieterreinen, wegen, spoorlijnen en vliegvelden.
De zaak wordt verder gecompliceerd door verschillen in de aard van het geluid. Een constant geluid is vaak minder hinderlijk dan een wisselend geluid. Geluiden van het toilet of bad van de buurman zijn vaak hinderlijker dan zijn radio. En niet te vergeten: 's nachts is hetzelfde geluid hinderlijker dan overdag.
De privaatrechtelijke NEN 1070 classificeert de mate van bescherming tegen geluidsoverlast.
De kwaliteitscijfers K3-K4-K5 komen ongeveer overeen met de verschillende eisen uit het Bouwbesluit:
K3 minimum niveau Bouwbesluit
K4 ontheffingsniveau
K5 niveau bestaande bouw
Kwaliteitsniveau K3 is dit waarop het Bouwbesluit is gebaseerd (Ilu;k= 0 dB en Ico=+5 dB) en geldt dus als het minimum te behalen niveau. Kwaliteitsniveau K2 ("Comfort" met (Ilu;k=+5 dB en Ico=+10 dB) komt overeen met de variabele maatregel (S407) uit het Nationaal Pakket Duurzaam bouwen. Privaatrechtelijk (via het bestek) kan de NEN 1070 aangestuurd worden.
Lucht- en contactgeluid
Luchtgeluid is geluid dat afkomstig is van een bron die rechtstreeks de lucht in trilling brengt (stembanden, een fluit, een radio). Bij de overdracht van luchtgeluid van een ruimte naar een andere brengt de bron de lucht in trilling, deze brengt de scheidingsconstructie in trilling en deze brengt op zijn beurt de lucht in het andere vertrek in trilling.
Contactgeluid is geluid dat afkomstig is van een bron die rechtstreeks een constructie (wand of vloer) in trilling brengt, waarna die constructie de lucht weer in trilling brengt (klopboor, voetstappen, slaande deuren, sanitair). De constructie fungeert als klankbord voor de brontrillingen en verhoogt zo het ‘afstraalrendement’ van de (trillings)bron. Bij contactgeluidoverdracht tussen twee ruimten wordt dus de constructie direct in trilling gebracht. Deze brengt de eraan gekoppelde bouwelementen in trilling. De totale bouwconstructie straalt dan zijn trillingsenergie in het naastgelegen vertrek (en het eigen vertrek) als luchtgeluid af.
Flankerende geluidoverdracht
De overdracht van geluid van een ruimte naar een andere is niet alleen afhankelijk van de eigenschappen van de betreffende scheidingsconstructie, maar ook van de ruimtelijke samenvoeging van deze constructie met andere constructiedelen: de zogenaamde flankerende overdracht en omloopgeluid. Daarnaast spelen de aansluitingen tussen de verschillende constructiedelen (kieren, geluidslekken) en de technische voorzieningen (doorvoeren, geluidslekken en omloopgeluid) een rol.
Afhankelijk van het soort geluid (lucht- of contactgeluid) en de situatie (binnen - binnen, buiten - binnen, binnen - buiten) zal de bijdrage via elke afzonderlijke overdrachtsweg aan de totale geluidsoverdracht verschillen. Zo zal flankerende overdracht in het algemeen een grotere rol spelen bij binnen – buiten dan bij andere situaties. Bij buiten – binnen situaties, waar gevelelementen belangrijk zijn, spelen de directe overdracht en geluidslekken een grotere rol.
Massawet
Voor enkelvoudige homogene constructies zoals bijvoorbeeld beton, steen en hout. kan de geluidsisolatie worden afgeleid. Deze is afhankelijk van de massa van de constructie en de frequentie van het geluid. Door aansluitingen e.d. in de praktijk komt de theoretische massawet niet overeen met de geluidsisolatie in de praktijk. Door vele proeven is de ‘praktische massawet’ ontwikkeld, waarmee de geluidsisolatie bij 500 Hz berekend kan worden. De geluidsisolatie bij andere frequenties kan gevonden worden door bij een verdubbeling van de frequentie 5 dB op te tellen bij de waarde bij 500 Hz en bij lagere frequentie 5 dB af te trekken.
Coïncidentie
Wanneer een geluidsgolf schuin op een constructie valt, wordt in de constructie een buiggolf opgewekt. Als de frequentie van de buiggolf overeenkomt met de ‘eigen frequentie’ (dit is de frequentiewaarde waarbij de constructie gemakkelijk in trilling komt) van de constructie, dan wordt het geluid zeer gemakkelijk doorgelaten.
Afhankelijk van de frequentie waarin coïncidentie optreedt, zullen maatregelen genomen moeten worden. Zware wanden (beton) hebben een lage coïncidentiefrequentie (fq). Deze frequentie wordt (bijna) niet door het menselijk oor waargenomen.
Spouwresonantie
Om te voldoen aan hoge geluidsisolatie-eisen heeft men 2 keuzes. Enerzijds kan een grotere massa worden toegepast, anderzijds kan de massa over twee achter elkaar geplaatste wanden worden verdeeld. De luchtlaag tussen deze constructies fungeert als een ‘veer’. Dit soort constructies wordt ook wel massa-veer-massa constructies genoemd. Ook deze constructies hebben een eigen frequentie die heel gemakkelijk in trilling wordt gebracht (spouwresonantie). Bij de resonantiefrequentie is de geluidsisolatie van de constructie gering.
Om gebruik te maken van het nuttige effect van deze constructies moet de spouw voorzien worden van een absorberend materiaal. Bij dichte constructies kan dit in de vorm van steenwolplaten. Ook de spouwresonantie wordt hierdoor deels onderdrukt, omdat de veer bestaande uit lucht vervangen wordt door een slapper materiaal, de isolatie, wat de geluidsisolatie ten goede komt.
Loopgeluiden
In het kader van het Bouwbesluit is de afgewerkte vloer - zonder vloerbedekking - maatgevend. Dit beperkt de mogelijkheden om de prestatiegrootheid te beïnvloeden tot de toepassing van een zwaardere vloer of een zwevende dekvloer.
Privaatrechtelijk zijn meer maatregelen mogelijk, bijvoorbeeld via bewonersverenigingen of huurcontracten. Het gaat dan met name om maatregelen die bewoners kunnen treffen aan de vloerbedekking. Een goede zwevende dekvloer verbetert de contactgeluidsisolatie. Praktisch gezien komen privaatrechtelijke maatregelen neer op een verbod tot het direct op de afwerkvloer aanbrengen van tegels en parket. De ervaring leert dat met dunne verende lagen (enkele mm's tot ca. 10 mm) hooguit een beperkte verbetering bereikbaar is.
Voor wezenlijke verbeteringen is bij tegels een zwevende dekvloer nodig met een verende laag van bijvoorbeeld 20 tot 30 mm minerale wol bij cementdekvloeren of anhydriet vloeren. Het achteraf aanbrengen van dergelijke vloerafwerkingen veroorzaakt door hun hoogte vaak problemen. Het treffen van voorzieningen (zwevende dekvloer) tijdens de bouw heeft de voorkeur.
Galm
In hard afgewerkte besloten gangen en entrees kan het erg galmen. Dit nodigt uit tot luider dan normaal praten en tot het uittesten van de galm door bijvoorbeeld schreeuwen. Het Bouwbesluit stelt daarom eisen aan de minimale geluidsabsorptie in besloten gemeenschappelijke verkeersruimten. Het directe nut ervan ontgaat de ontwerper van het woongebouw wel eens, maar in drukke verkeersruimten moet dit niet onderschat worden. De te treffen maatregelen zijn eenvoudig en bestaan bijvoorbeeld uit een geluidsabsorberend Rockfon systeemplafond. In NPR 5071 is een aantal mogelijkheden beschreven.
De plaats van de absorberende afwerking kan een probleem zijn. De onderzijde van de bordessen en het 'gewone' plafond liggen voor de hand. In trappenhuizen kan hier onvoldoende oppervlak beschikbaar zijn en zal ook de onderzijde van de trap of een deel van de wanden gebruikt moeten worden.
Aandachtspunten
Geluidsisolatie
Bij het realiseren van de gewenste geluidsisolatie is het belangrijk om de volgende punten in acht te nemen:
• Kies constructies waarvan door middel van laboratoriummetingen de geluidsisolerende kwaliteiten
bewezen zijn;
• De meetresultaten uit het laboratorium moeten als theoretisch maximaal haalbare waarden gezien
worden;
• Doorvoeringen en andere verzwakkingen moeten zoveel mogelijk voorkomen of zorgvuldig afgewerkt
te worden;
• Trillingsopnemende constructies zoals buigslappe voorzetwanden of zwevende dekvloeren moeten
mechanisch volledig ontkoppeld zijn. Eén contactpunt tussen de basisconstructie en de zwevende
dekvloer doet het voordeel van de zwevende dekvloer bijna volledig teniet;
• Een geluidsisolerende constructie is nooit beter dan de zwakste schakel. Ramen, deuren en
ventilatievoorzieningen moeten zorgvuldig gekozen worden om de gewenste geluidsisolatie te kunnen
bereiken. Let ook op dat ingebouwde contactdozen aan beide zijden van de muur NIET tegenover
elkaar liggen.
Ruimte-akoestiek
In elke ruimte waar mensen zich bevinden moet aandacht besteed worden aan de ruimte-akoestiek .
De mate waarin is afhankelijk van het gebruiksdoel en het volume van de ruimte.
In utiliteitsgebouwen zoals kantoren, klaslokalen, vergaderzalen en ziekenhuizen komt het plafond het meest in aanmerking om de geluidsabsorptie aan te brengen. Het plafond strekt zich immers over de gehele ruimte uit.
Werkplaatsen en fabrieken worden doorgaans opgebouwd uit akoestisch harde materialen, zoals geprofileerd staal en beton. Dergelijke ruimten galmen overdadig. Gevolgen van teveel galm zijn onder andere een onnodig hoog geluidsniveau; een gevoel van desoriëntatie bij de medewerkers met als gevolg concentratieverlies. Een goede ruimte-akoestiek leidt tot minder vermoeidheid en daarmee tot minder fouten.
Een goede verstaanbaarheid betekent betere communicatie en het beter horen van bijvoorbeeld waarschuwingssignalen waarmee de veiligheid is gediend. Het verlagen van het geluidsniveau kan in het kader van de Arbo-wet gewenst zijn. De mogelijkheden hiertoe zijn sterk afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden. Geperforeerde dak- en wandplaten in combinatie met steenwol levert een goede oplossing.
Zijn geperforeerde panelen niet mogelijk, bijvoorbeeld in een zwembad, dan kan de noodzakelijke geluidsabsorptie verkregen worden door toepassing van zogenaamde Baffles.
Enkele praktische richtlijnen:
• Bij ruimten met een geringe hoogte en een groot vloeroppervlak heeft een absorberend
plafond / dak het meest effect;
• Bij vrijwel kubusvormige ruimten is een combinatie van een absorberend dak met absorberende
wanden de beste oplossing;
• Bij hoge hallen hebben absorberende wanden het meest effect.




