RGD Standaard Technische Bepalingen
datum: augustus 2007
versie: 1.05
05 BOUWPLAATSINRICHTING
05.0.2 EISEN EN UITVOERING
05.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
01 Ontplofbare gassen en giftige stoffen
Ontplofbare gassen en voor mens en dier giftige stoffen opslaan in aparte voor opslag geschikte ruimten, die slechts toegankelijk zijn voor de voor verwerking aangewezen personen.
10 STUT- EN SLOOPWERK
10.0.1 BEGRIPPEN
10.0.10 Begrippen: algemeen
04 Beulen
Sloopmethode waarbij een zware stalen massa tegen het te slopen object wordt aangeslingerd, waardoor breuk of verbrijzeling optreedt.
05 Opbreken
Een techniek waarbij op het te slopen materiaal een buigkracht wordt uitgeoefend, waardoor het materiaal in stukken uiteen zal vallen of breken.
06 Expanderen
Sloopmethode waarbij men bepaalde stoffen in het materiaal aanbrengt die door een aanzienlijk (soms zeer snelle) volumevergroting zulke hoge druk- en trekkrachten in het materiaal veroorzaken, dat het breekt of wordt verbrijzeld.
07 Hakken
Sloopmethode waarbij het materiaal met de hand of mechanisch met stalen beitels wordt bewerkt.
08 Knijpen
Sloopmethode, die berust op het doen uiteenvallen of verbrijzelen van materiaal door twee naar elkaar toe gerichte krachten erop uit te oefenen.
09 Snijden
Sloopmethode, waarbij het materiaal wordt gedeeld of verkleind door het maken van smalle gleuven, waarbij het materiaal wordt verbrand of gesmolten.
10 Splijten
Sloopmethode, waarbij het materiaal in een vooraf gewenste richting wordt gebroken doordat men het met mechanische kracht met pennen of door middel van hydraulische kracht in geboorde gaten een tweezijdige of alzijdige druk opbouwt.
11 Zagen
Sloopmethode, waarbij het materiaal wordt gedeeld en verkleind door het aanbrengen van spleten via een verspanende werking.
12 Selectief slopen
Zodanig slopen dat onderlinge vervuiling van materialen wordt voorkomen en selectieve afvoer van materialen mogelijk is.
13 Selectieve afvoer
Gescheiden afvoer van verschillende soorten materiaal, vanaf de plaats waar wordt gesloopt naar de plaats waar het materiaal wordt verwerkt.
14 Gecontroleerd storten
Het op of in de bodem brengen van afvalstoffen op een zodanige wijze en plaats dat tijdens en na de stortactiviteiten milieuhygiënische noch esthetische bezwaren optreden (geen emissies naar lucht, bodem en grondwater). Het gecontroleerd storten moet aan een aantal technische voorwaarden voldoen (bijvoorbeeld folie en drainage). Zo zal in principe nimmer afval in oppervlaktewater noch beneden de grondwaterstand mogen worden gestort en zal het afval zo sterk mogelijk moeten worden verdicht met behulp van daartoe geschikt materiaal (compactors).
15 Verwerkingsbedrijf
Onder verwerkingsbedrijf wordt mede verstaan, het bedrijf waar stort en/of verbranding plaatsvindt.
16 Milieu-emissie
De uitstoot in het milieu (bodem, water en lucht) van stoffen of de mate van veroorzaken van fysische verschijnselen in het milieu.
10.0.2 EISEN EN UITVOERING
10.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
01 Slopen en afvoeren van metalen bouwdelen
Bouwdelen van ijzer zoals radiatoren incl. leidingen, staalconstructies, metalen kozijnen selectief slopen en aanbieden aan een verwerkingsbedrijf dat over door de overheid erkende vergunningen beschikt en lid is van het MRF ( Metaal Recycling Federatie).
Nonferro-metalen zoals koperen leidingen, zinken goten, loden stroken en corrosievast stalen aanrechtbladen scheiden van ijzer en staal en aanbieden aan een verwerkingsbedrijf van dat over door de overheid erkende vergunningen beschikt en lid is van het MRF ( Metaal Recycling Federatie).
02 Slopen en afvoeren van kunststoffen
Kunststoffen scheiden in thermoplasten en thermoharders.
Thermoplasten scheiden in om te smelten en niet om te smelten thermoplasten en aanbieden aan verwerkingsbedrijven die over door de overheid erkende vergunningen beschikken.
Kunststof leidingen demonteren en voor hergebruik aanbieden aan een FKR-inzamelingspunt (Federatie van Kunststof Recyclers).
03 Slopen en afvoeren van betonconstructies
Puin afkomend van betonconstructies vrijhouden van stof, zand, Porisosteen, baksteen, gips of gasbeton (zuiver betonpuin) en aanbieden bij een B.S.B.I. (Bouw- en Sloopafval- verwerkingsinrichting) aangesloten bij de BRBS (Branchevereniging Recycling Breken en Slopen). Ten behoeve van de verwerking zorg dragen voor een zo gering mogelijke chlorideconcentratie..
04 Slopen en afvoeren van bitumineuze materialen
Bitumineuze materialen apart losnemen, gescheiden houden van andere materialen en brandveilig opslaan.
Vermenging met grond voorkomen en onvermengd met niet-bitumenhoudende materialen afvoeren.
Afkomend dakgrind is niet geschikt voor hergebruik.
Afkomend gebitumineerd cellenbeton gescheiden losnemen, gescheiden opslaan en gescheiden afvoeren.
05 Slopen en afvoeren van glashoudende materialen
Afkomend glas gescheiden opslaan in gekleurd, blank en spiegeldraadglas en gescheiden afvoeren.
12 GRONDWERK
12.0.1 BEGRIPPEN
12.0.10 Begrippen: algemeen
29 Hogedrukinjectie (HDI)
Het eroderen van bestaande grond en het inbrengen van een groutmengsel, waarbij na verharding een grond-groutmengsel ontstaat.
15 TERREINVERHARDINGEN
15.0.2 EISEN EN UITVOERING
15.0.21 Eisen en uitvoering: straatwerk
16 Onkruidbestrijding
Het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen is niet toegestaan.
17 TERREININRCHTING
17.0.6 BOUWSTOFFEN
17.0.60 Bouwstoffen: algemeen
02 Hout
Hout en houten onderdelen leveren met FSC-keurmerk (Forest Stewardship Council).
20 FUNDERINGSPALEN EN DAMWANDEN
20.0.2 EISEN EN UITVOERING
20.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
12 Schaalverdeling
Vooraf vervaardigde palen dienen te zijn voorzien van een schaalverdeling h.o.h. 250 mm, over een lengte van 2 m vanaf de paalkop.
20.0.6 BOUWSTOFFEN
20.0.60 Bouwstoffen: algemeen
01 Stalen damplanken
De sloten van stalen damplanken moeten vrij zijn van bramen en vuil.
02 Hout
Hout en houten onderdelen leveren met FSC-keurmerk (Forest Stewardship Council).
22 METSELWERK
22.0.2 EISEN EN UITVOERING
22.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
23 Niet dragend metselwerk
Het metselwerk aanbrengen op een scheidingslaag en vrijhouden van bovenliggende vloeren.
24 RUWBOUWTIMMERWERK
24.0.2 EISEN EN UITVOERING
24.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
08 Bescherming tegen zonlicht
Blank blijvende onderdelen tot aan het aanbrengen in het werk beschermen tegen zonlicht zodat geen onregelmatige verkleuring optreedt.
24.0.6 BOUWSTOFFEN
24.0.60 Bouwstoffen: algemeen
02 Houtverduurzamingsmiddelen
Houtverduurzamingsmiddelen moeten overschilderbaar zijn met verfproducten.
03 Hout
Hout en houten onderdelen leveren met FSC-keurmerk (Forest Stewardship Council).
30 KOZIJNEN, RAMEN EN DEUREN
30.0.2 EISEN EN UITVOERING
30.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
06 Las- en soldeerverbindingen
De in het zicht blijvende las- en soldeerverbindingen moeten glad en gelijk met de oppervlakken van de aansluitende delen zijn afgewerkt.
07 Montage hang- en sluitwerk
Alle sparingen ten behoeve van hang- en sluitwerk fabrieksmatig aanbrengen.
08 Contactvlakken
Contactvlakken tussen metalen onderdelen moeten zijn beschermd tegen corrosie.
09 Bescherming tegen zonlicht
Blank blijvende onderdelen tot aan het aanbrengen in het werk beschermen tegen zonlicht zodat geen onregelmatige verkleuring optreedt.
30.0.6 BOUWSTOFFEN
30.0.60 Bouwstoffen: algemeen
02 Hout
Hout en houten onderdelen leveren met FSC-keurmerk (Forest Stewardship Council).
32 TRAPPEN EN BALUSTRADEN
32.0.2 EISEN EN UITVOERING
32.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
01 Bescherming tegen zonlicht
Blank blijvende onderdelen tot aan het aanbrengen in het werk beschermen tegen zonlicht zodat geen onregelmatige verkleuring optreedt.
32.0.6 BOUWSTOFFEN
32.0.60 Bouwstoffen: algemeen
02 Hout
Hout en houten onderdelen leveren met FSC-keurmerk (Forest Stewardship Council).
40 STUKADOORWERK
40.0.2 EISEN EN UITVOERING
40.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
04 Aansluitingen aan andere constructiedelen/-materialen
Aansluitingen van stukadoorwerk op andere constructiedelen/-materialen loshouden door middel van stucstopprofielen of snijvoegen.
41 TEGELWERK
41.0.2 EISEN EN UITVOERING
41.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
21 Aansluitingen aan andere constructiedelen/-materialen
Aansluitingen van tegelwerk op andere constructiedelen/-materialen uitvoeren door middel van kitvoegen of tegelprofielen.
44 PLAFOND-EN WANDSYSTEMEN
44.0.6 BOUWSTOFFEN
44.0.60 Bouwstoffen: algemeen
03 Hout
Hout en houten onderdelen leveren met FSC-keurmerk (Forest Stewardship Council).
45 AFBOUWTIMMERWERK
45.0.2 EISEN EN UITVOERING
45.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
01 Bescherming tegen zonlicht
Blank blijvende onderdelen tot aan het aanbrengen in het werk beschermen tegen zonlicht zodat geen onregelmatige verkleuring optreedt.
45.0.6 BOUWSTOFFEN
45.0.60 Bouwstoffen: algemeen
02 Houtverduurzamingsmiddelen
Houtverduurzamingsmiddelen moeten overschilderbaar zijn met verfproducten.
03 Vochtgehalte hout
Naaldhout voor plafond- en binnenbetimmering dient te zijn van droogteklasse II overeenkomstig NEN 5461+A04, tabel B.1.
Loofhout voor plafond- en binnenbetimmering dient te zijn van droogteklasse II overeenkomstig NEN 5461+A04, tabel B.2.
04 Hout
Hout en houten onderdelen leveren met FSC-keurmerk (Forest Stewardship Council).
46 SCHILDERWERK
46.0.6 BOUWSTOFFEN
46.0.60 Bouwstoffen: algemeen
01 Verfproducten
Verven en verwante producten moeten voldoen aan de kwaliteitsomschrijvingen volgens de uitgave “Kwaliteitsomschrijvingen voor verven en verwante producten”, uitgave COT BV, juli 2002.
47 BINNENINRICHTING
47.0.6 BOUWSTOFFEN
47.0.60 Bouwstoffen: algemeen
01 Hout
Hout en houten onderdelen leveren met FSC-keurmerk (Forest Stewardship Council).
48 BEHANG, VLOERBEDEKKING EN STOFFERING
48.0.6 BOUWSTOFFEN
48.0.60 Bouwstoffen: algemeen
01 Hout
Hout en houten onderdelen leveren met FSC-keurmerk (Forest Stewardship Council).
50 DAKGOTEN EN HEMELWATERAFVOEREN
50.0.2 EISEN EN UITVOERING
50.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
09 Beugels en verbindingen
Beugels en verbindingen van in het zicht blijvende leidingen in hetzelfde vlak moeten op gelijke plaatsen zijn aangebracht.
50.0.6 BOUWSTOFFEN
50.0.61 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
51 BINNENRIOLERING
51.0.2 EISEN EN UITVOERING
51.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
18 Leidingbeloop
In het zicht blijvende leidingen moeten ordelijk en strak zijn gemonteerd. Verticale leidingen te lood, liggende leidingen horizontaal dan wel onder het vereiste afschot.
Beugels en verbindingen van in het zicht blijvende leidingen in hetzelfde vlak moeten op gelijke plaatsen zijn aangebracht.
51.0.6 BOUWSTOFFEN
51.0.61 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
52 WATERINSTALLATIES
52.0.1 BEGRIPPEN
52.0.10 Begrippen: algemeen
03 Muurplaten
Muurplaten ten behoeve van aansluitleidingen naar sanitaire toestellen worden tot de waterinstallatie gerekend.
52.0.2 EISEN EN UITVOERING
52.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
13 Beugels en verbindingen
Beugels en verbindingen van in het zicht blijvende leidingen in hetzelfde vlak moeten op gelijke plaatsen zijn aangebracht.
52.0.21 Eisen en uitvoering: op te nemen onderdelen
19 Meet- en aanwijsinstrumenten
Meet- en aanwijsinstrumenten zodanig monteren dat vervanging zonder aftappen van de installatie mogelijk is.
52.0.6 BOUWSTOFFEN
52.0.61 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
53 SANITAIR
53.0.1 BEGRIPPEN
53.0.10 Begrippen: algemeen
02 Muurplaten
Muurplaten ten behoeve van aansluitleidingen naar sanitaire toestellen worden tot de waterinstallatie gerekend.
53.0.21 Eisen en uitvoering: op te nemen onderdelen
01 Meet- en aanwijsinstrumenten
Meet- en aanwijsinstrumenten zodanig monteren dat vervanging zonder aftappen van de installatie mogelijk is.
53.0.6 BOUWSTOFFEN
53.0.61 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
54 BRANDBESTRIJDINGSINSTALLATIES
54.0.2 EISEN EN UITVOERING
54.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
07 Leidingbeloop
In het zicht blijvende leidingen moeten ordelijk en strak zijn gemonteerd. Verticale leidingen te lood, liggende leidingen horizontaal dan wel onder het vereiste afschot. Beugels en verbindingen van in het zicht blijvende leidingen in hetzelfde vlak moeten op gelijke plaatsen zijn aangebracht.
54.0.21 Eisen en uitvoering: op te nemen onderdelen
01 Meet- en aanwijsinstrumenten
Meet- en aanwijsinstrumenten zodanig monteren dat vervanging zonder aftappen van de installatie mogelijk is.
54.0.6 BOUWSTOFFEN
54.0.61 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
55 GASINSTALLATIES
55.0.2 EISEN EN UITVOERING
55.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
05 Beugels en verbindingen
Beugels en verbindingen van in het zicht blijvende leidingen in hetzelfde vlak moeten op gelijke plaatsen zijn aangebracht.
55.0.6 BOUWSTOFFEN
55.0.61 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
56 PERSLUCHT- EN VACUUMINSTALLATIES
56.0.2 EISEN EN UITVOERING
56.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
17 Beugels en verbindingen
Beugels en verbindingen van in het zicht blijvende leidingen in hetzelfde vlak moeten op gelijke plaatsen zijn aangebracht.
56.0.6 BOUWSTOFFEN
56.0.61 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
60 VERWARMINGSINSTALLATIES
60.0.2 EISEN EN UITVOERING
60.0.21 Eisen en uitvoering: op te nemen onderdelen
20 Meet- en aanwijsinstrumenten
Meet- en aanwijsinstrumenten zodanig monteren dat vervanging zonder aftappen van de installatie mogelijk is.
60.0.6 BOUWSTOFFEN
60.0.61 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
61 VENTILATIE- EN LUCHTBEHANDELINGSINSTALLATIES
61.0.6 BOUWSTOFFEN
61.0.61 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
62 KOELINSTALLATIES
62.0.2 EISEN EN UITVOERING
62.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
43 Beugels en verbindingen
Beugels en verbindingen van in het zicht blijvende leidingen in hetzelfde vlak moeten op gelijke plaatsen zijn aangebracht.
62.0.21 Eisen en uitvoering: op te nemen onderdelen
20 Meet- en aanwijsinstrumenten
Meet- en aanwijsinstrumenten zodanig monteren dat vervanging zonder aftappen van de installatie mogelijk is.
62.0.6 BOUWSTOFFEN
62.0.61 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
68 REGELINSTALLATIES
68.0.2 EISEN EN UITVOERING
68.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
09 Spanningsvrij
Installatiedelen moeten spanningsvrij zijn gemonteerd.
10 Leidingbeloop
In het zicht komende leidingen moeten ordelijk en strak zijn gemonteerd. Verticale leidingen te lood, liggende leidingen horizontaal. Beugels en verbindingen van in het zicht blijvende leidingen in hetzelfde vlak moeten op gelijke plaatsen zijn aangebracht.
Zakeinden van niet in het zicht komende leidingen te lood gemonteerd.
68.0.6 BOUWSTOFFEN
68.0.61 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
70 ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATIES
70.0.2 EISEN EN UITVOERING
70.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
01 Spanningsvrij
Installatiedelen moeten spanningsvrij zijn gemonteerd.
Deksels kabelgoten
Kabelgoten met een hellingshoek groter dan 45° ten opzichte van de horizontaal, moeten worden afgesloten met deksels.
03 Leidingbeloop
In het zicht komende leidingen moeten ordelijk en strak zijn gemonteerd. Verticale leidingen te lood, liggende leidingen horizontaal. Beugels en verbindingen van in het zicht blijvende leidingen in hetzelfde vlak moeten op gelijke plaatsen zijn aangebracht.
Zakeinden van niet in het zicht komende leidingen te lood gemonteerd.
03 Kabelbeloop
Niet in het zicht gemonteerde kabels moeten zodanig zijn gemonteerd, dat vervanging mogelijk is zonder hak- en breekwerk.
05 Grondkabels
Grondkabels moeten zigzag in de sleuven worden gelegd.
06 Waarschuwingslint grondkabels
Boven grondkabels moet een waarschuwingslint worden aangebracht.
07 Kabels buiten gemeenschappelijke leidingwegen
Kabels die niet worden aangebracht in gemeenschappelijke leidingwegen, moeten worden aangebracht in buizen. Kabels met eisen voor functiebehoud behoeven buiten gemeenschappelijke leidingwegen niet te worden aangebracht in buizen.
08 Aansluitingen schakel- en verdeelinrichtingen en daarmee vergelijkbare inrichtingen
Eind- en reservegroepen, alsmede stuurstroom- en signaalleidingen en leidingen van hulpcontacten moeten worden gemonteerd op rijg- of blokklemmen.
09 Invoeringen van schakel- en verdeelinrichtingen
Voor het monteren van onderinvoeren moet een hoogte van tenminste 250 mm beschikbaar zijn.
70.0.21 Eisen en uitvoering: leidingwegen
01 Potentiaalvereffening
Metalen gemeenschappelijke leidingwegen voor bekabeling van communicatie- moeten zijn voorzien van potentiaalvereffening (in het algemeen voldoen de standaard bij de leidingwegen behorende ongelakte koppelstukken). Bij ontbrekende koppelingen moeten zo kort mogelijke verbindingen worden aangebracht tussen de verschillende leidingwegen (3x per ontbrekende koppeling). .
02 Doorvoeringen gemeenschappelijke leidingwegen, geluidwering
De geluidwering van doorvoeringen moet tenminste gelijk zijn aan de geluidwering van de constructie, waarvan de doorvoering deel uitmaakt.
03 Doorvoeringen gemeenschappelijke leidingwegen, brandwerendheid
De brandwerendheid van doorvoeringen moet tenminste gelijk zijn aan de brandwerendheid van de constructie, waarvan de doorvoering deel uitmaakt.
Reserveruimte in gemeenschappelijke leidingwegen
Bij de oplevering van het werk moet in ladderbanen en kabel- en wandgoten ten minste 25% reserveruimte beschikbaar zijn.
70.0.22 Eisen en uitvoering: schakel- en aansluitmateriaal
01 Samenbouwen van schakelaars en contactdozen
Meervoudige schakelaars, contactdozen en combinaties hiervan moeten zoveel mogelijk worden aangebracht onder gemeenschappelijke afdekplaten of -kappen.
Aansluitpunten met spanningen, lager dan 50V, mogen niet onder één afdekplaat worden aangebracht met schakelaars en contactdozen.
Enkelvoudige contactdozen voorzien van een afzonderlijke inbouwdoos.
02 Codering lasdozen
Lasdozen moeten zijn voorzien van een onuitwisbare codering van de groep, waarvan de lasdozen deel uitmaken.
03 Inbouwdozen in wanden
Inbouwdozen voor schakel- en aansluitmateriaal niet tegenover elkaar in dezelfde wand plaatsen.
04 Inbouwdozen in betegelde wanden
Inbouwdozen voor schakel- en aansluitmateriaal moeten zijn geplaatst op de voegkruisingen.
70.0.6 BOUWSTOFFEN
70.0.60 Bouwstoffen: algemeen
01 Flexibele buis
De toepassing van flexibele buis is niet toegestaan.
02 Buizen in afwerklagen
Buizen in afwerklagen van vloeren moeten zijn van slagvaste kunststof.
03 Smeltpatronen
Bij geheel nieuwe installaties in de eindgroepen voor kantoorfuncties smeltpatronen toepassen.
04 Schakel- en verdeelinrichtingen en daarmee vergelijkbare inrichtingen.
Afschermingen tegen directe aanraking moeten zodanig afneembaar zijn gemonteerd, dat visuele inspectie en thermografische meting mogelijk zijn zonder het uitschakelen van enig gedeelte van de schakel-/verdeelinrichting.
05 Schakel- en verdeelinrichtingen en daarmee vergelijkbare inrichtingen
Kasten moeten muisdicht zijn afgesloten en zijn voorzien van gesloten invoeringen overeenkomstig het aantal mogelijke reservegroepen. De kasten moeten minimaal voldoen aan beschermingsgraad IP 41 bij gesloten deuren en IP 20 bij geopende deuren.
06 Invoeren van schakel- en verdeelinrichtingen en daarmee vergelijkbare inrichtingen
Onderinvoeren van staande inrichtingen moeten zijn voorzien van trekontlasting.
07 Naamplaten schakel- en verdeelinrichtingen en daarmee vergelijkbare inrichtingen
De aannemer is bevoegd zijn firma naamplaat aan te brengen op de hoofdschakel- en verdeelinrichting. Aanwezige merken of merknamen van de fabrikant mogen niet worden verwijderd of bedekt.
08 Naamplaten schakel- en verdeelinrichtingen en daarmee vergelijkbare inrichtingen
Alle inrichtingen aan de buitenzijde voorzien van Resopal naam- en indicatieplaten met duidelijk leesbare tekst.
De apparatuur in en op de inrichtingen voorzien van opschriften die in overeenstemming zijn met de schema's van de betrokken installaties.
09 Toepassing smeltpatroonhouders
Smeltpatroonhouders KIII zijn niet toegestaan.
10 Deuren schakel- en verdeelinrichtingen en daarmee vergelijkbare inrichtingen
Kasten, breder dan 700mm, moeten zijn uitgevoerd met dubbele deuren. Bediening door middel van een espagnoletsluiting met handgreep. Indien sloten worden vereist, moet in één gebouw één type sleutel worden toegepast.
11 Kleur afschermplaten schakel- en verdeelinrichtingen
Indien verdeelinrichtingen, of delen daarvan, uitsluitend of mede gevoed kunnen worden uit een net, gevoed door een noodstroomaggregaat, moeten de afschermplaten van deze inrichtingen of delen van inrichtingen worden uitgevoerd in de kleur rood.
12 Kleur afschermplaten schakel- en verdeelinrichtingen
Indien verdeelinrichtingen, of delen daarvan, uitsluitend of mede gevoed kunnen worden uit een net, gevoed door een no-break installatie, moeten de afschermplaten van deze inrichtingen of delen van inrichtingen worden uitgevoerd in de kleur blauw.
70.0.61 Bouwstoffen: verlichtingsarmaturen
01 Voorschakelapparatuur
Verlichtingsarmaturen voor (compact) fluorescentiebuislampen moeten zijn uitgevoerd met hoogfrequent voorschakelapparatuur.
70.0.62 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
02 Bevestigingsmiddelen
Bevestigingsmiddelen moeten zijn van corrosiebestendig materiaal. Bevestigingsmiddelen in vochtige ruimten en in de buitenlucht moeten zijn van messing of corrosievast staal.
75 COMMUNICATIE- EN BEVEILIGINGSINSTALLATIES
75.0.2 EISEN EN UITVOERING
75.0.20 Eisen en uitvoering: algemeen
01 Spanningsvrij
Installatiedelen moeten spanningsvrij zijn gemonteerd.
02 Leidingbeloop
In het zicht komende leidingen moeten ordelijk en strak zijn gemonteerd. Verticale leidingen te lood, liggende leidingen horizontaal. Beugels en verbindingen van in het zicht blijvende leidingen in hetzelfde vlak moeten op gelijke plaatsen zijn aangebracht
Zakeinden van niet in het zicht komende leidingen te lood gemonteerd.
03 Kabelbeloop
Niet in het zicht gemonteerde kabels moeten zodanig zijn gemonteerd, dat vervanging mogelijk is zonder hak- en breekwerk.
04 Buizen in afwerklagen
Buizen in afwerklagen van vloeren moeten zijn van slagvaste kunststof.
75.0.22 Eisen en uitvoering: schakel- en aansluitmateriaal
01 Samenbouwen van schakelaars en contactdozen
Contactdozen voor data- en/of telefoon mogen niet onder één afdekplaat worden aangebracht met schakelaars en contactdozen van installaties met spanningen hoger dan 50V.
75.0.6 BOUWSTOFFEN
75.0.61 Eisen en uitvoering: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.
02 Bevestigingsmiddelen
Bevestigingsmiddelen moeten zijn van corrosiebestendig materiaal. Bevestigingsmiddelen in vochtige ruimten en in de buitenlucht moeten zijn van messing of corrosievast staal.
80 LIFTINSTALLATIES
80.0.1 BEGRIPPEN
80.0.10 Begrippen: algemeen
01 Begrip
Definitie.
80.0.6 BOUWSTOFFEN
80.0.61 Bouwstoffen: corrosiewering
01 Oppervlaktebehandeling
Beschadigingen en gebreken aan corrosiewerende lagen reinigen en bijwerken overeenkomstig de oorspronkelijke fabrieksspecificaties.




