Bouwtrefpunt.nl
home  |  adverteren  |  faq  |  links  |  sitemap  |  contact
  • Menu
    • Home
    • Bedrijvengids
    • Bouwproducten
    • Bouwvacatures
  • Extra
    • Begrippen
    • Hypotheken (tip)
    • Kennisbank
    • Leuke filmpjes
    • Vakbladen
  • Nieuws
    • Nieuwsbrief
    • Nieuwsarchief
    • Persberichten
    • RSS
  • Service
    • Adverteren
    • Contact
    • Favorieten
    • Startpagina
    • Tell-a-friend

Risico's in de bouw

Risico's in de bouw

- Asbest
- Elektriciteit
- Lawaai
- Leefstijl
- Lichamelijke belasting
- (Schadelijk) stof
- Glas- en steenwol
- Houtstof
- Kwartsstof
- Schadelijke producten
- Bitumen
- Cement
- Dieselmotoremissies
- Epoxy's
- Ontkistingsmiddelen
- Oplosmiddelen
- Polyurethaan (PUR)
- Zuren en logen
- Trillingen
- Hand-armtrillingen
- Lichaamstrillingen
- Valgevaar
- Werkdruk
- Werken in besloten ruimten

Asbest
Asbest is een verzamelnaam voor een groep in de natuur voorkomende mineralen die zijn gekristalliseerd tot een vezelachtige structuur. Vroeger werd asbest gezien als een ideaal materiaal. Onverwoestbaar, brandwerend en vooral bijzonder goedkoop. Deze eigenschappen hebben ertoe geleid dat asbest in meer dan 3500 typen producten is verwerkt. Later bleek dat het inademen van asbestvezels gevaarlijke ziektes kan veroorzaken.

Soorten en vormen asbest
De meest voorkomende soorten asbest zijn witte, bruine en blauwe asbest. Blauwe asbest geldt als meest gevaarlijk, gevolgd door bruine asbest. Witte asbest geldt als minst gevaarlijk. Maar let op, dit zijn de natuurlijke kleuren van deze soorten. Soms is witte asbest blauw geverfd. Naast de soort is de vorm waarin asbest voorkomt belangrijk voor de gezondheidsrisico's:

Hechtgebonden asbest: hechtgebonden materialen bevatten veel cement, lijm of kunststof. De asbestvezels zitten verankerd in het materiaal. De kans op het vrijkomen van asbestvezels in de lucht is hierdoor heel klein. Als deze materialen niet mechanisch worden bewerkt en blijven zitten, is het risico op inademing van de vezels dus erg klein. Hechtgebonden asbest zit onder andere in:
- asbestcement vlakke plaat en golfplaat (asbestvrije platen herkent u aan de opdruk 'NT' (nieuwe technologie) op de plaat);
- asbestcement water-, gas- en rioleringsleidingen;
- asbestcement ventilatiekokers;
- colovinyltegels.

Niet-hechtgebonden asbest: dit materiaal is zacht en brokkelt makkelijk af. Hierdoor kunnen na verloop van tijd spontaan asbestvezels vrijkomen, bijvoorbeeld door aanraking, trillingen en andere niet-mechanische bewerkingen. Niet-hechtgebonden asbest zit in:
- spuitasbest, gespoten op leidingen, plafonds, staalconstructies en dergelijke;
- brandwerende plaat. Bekende merknamen zijn Nobranda en Pical, maar Pical is er ook in NT;
- vinylvloerbedekking met asbesthoudende onderlaag (onder meer novilon van vóór 1980).
De toplaag van dit zeil is van pvc en de viltachtige onderlaag lijkt op karton en is lichtgrijs
tot lichtbeige en soms lichtgroen.

Asbest zit nooit in de volgende soorten vloerbedekking:
- ondertapijt van vilt;
- breekbaar, dun zeil met een doffe, zwarte of wijnrode onderkant;
- stijve, zeilachtige vloerbedekkingen met een harde ruwe onderzijde met daarin een grofmazig juteweefsel (zoals linoleum);
- buigzaam zeil met een dikke, bruine, harige onderzijde;
- soepel zeil met een onderkant van kunststof (plastic) of foam (schuim).

Let op: hechtgebonden asbest kan op den duur niet-hechtgebonden asbest worden doordat het cement oplost. Ongecoate platen ouder dan tien jaar die zijn blootgesteld aan regen, moet u als niet-hechtgebonden asbest beschouwen.

Wat zijn de gevolgen van werken met asbest?
Werken met asbest zonder 'de vereiste voorzorgsmaatregelen' is levensgevaarlijk. Bij het bewerken van asbesthoudend materiaal kunnen vezels vrijkomen. Asbestvezels die in de longen terechtkomen, kunnen na een periode van 10 tot 15 jaar, soms zelfs 30, dodelijke ziektes veroorzaken zoals:

- Asbestose, verbindweefseling van de longen (vergelijkbaar met stof/mijnwerkerslongen), hierbij wordt de longcapaciteit minder waardoor overbelasting van het hart kan optreden;
- Mesothelioom, kanker van borst en buikvlies;
- Asbestlongkanker. Roken samen met blootstelling aan asbestvezels verhoogt de kans op longkanker aanzienlijk.

Welke beroepen hebben te maken met asbest?
Sinds 1993 geldt een algemeen verbod op het bewerken, verwerken of in voorraad houden van asbesthoudende materialen. Mensen die dus tegenwoordig nog te maken hebben met asbest, houden zich bezig met slopen, renoveren of onderhoud (voorbehandelen, schilderen, maar ook bijvoorbeeld aanboringen maken in asbestcementleidingen). En natuurlijk de mensen die werken bij een asbestverwijderingsbedrijf.

Wat zegt de wet?
Er is een wettelijk verbod op het bewerken, verwerken of in voorraad houden van asbest. Dit komt in feite neer op een algeheel verbod voor het gebruik van asbest. Ook het slopen van asbest uit gebouwen en objecten is gebonden aan strenge voorschriften. De belangrijkste regelgeving staat in het Asbestverwijderingsbesluit 2005.
Dit stelt deskundigheidseisen aan het verwijderingsbedrijf en is van toepassing op de verwijdering (sloop) van asbest uit bouwwerken en objecten. Voorafgaand aan het verwijderen van asbest moet een gecertificeerd asbestinventarisatiebedrijf de werkzaamheden indelen in de risicoklassen 1, 2 of 3 en een asbestinventarisatierapport opstellen. Werkzaamheden in de klassen 2 en 3 moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. Werkzaamheden in risicoklasse 1 kunnen eventueel ook door niet-gecertificeerde bouw- en sloopbedrijven worden gedaan. Werknemers die werkzaamheden met asbest uitvoeren, moeten aan uitgebreide opleidingseisen voldoen. Zij moeten in het bezit zijn van een diploma.

Wat staat er in de CAO'S?
CAO voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf in Nederland, art. 6.2:
Het is werkgevers en werknemers niet toegestaan om asbesthoudende materialen te bewerken en te verwerken, tenzij zij een vergunning krijgen. De bevoegdheid tot het verlenen van deze vergunning is opgedragen aan Arbouw. Voor het voorbehandelen en schilderen van asbestcement materialen kan uw werkgever dus een vergunning aanvragen bij Arbouw. Wanneer uw werkgever deze vergunning krijgt, moet hij het werk alsnog melden aan de arbeidsinspectie. De werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd volgens de 'Leidraad voorbehandelen en schilderen van asbestcement materialen' en alleen door werknemers die in het bezit zijn van een diploma voor het bewerken van asbestcement materialen.
In Bijlage 5 van deze CAO staat beschreven dat de werknemer die werkt met asbest, in aanvulling op het PAGO, recht heeft op een Gericht Periodiek Onderzoek (GPO). Allereerst voor aanvang van het werk waarbij blootstelling aan asbest boven het actieniveau mogelijk is, daarna tot het 50e levensjaar eens per twee jaar. Vanaf het 50e levensjaar kan worden volstaan met een PAGO.

CAO Afbouw, art. 57.2:
Het is werkgevers en werknemers niet toegestaan om asbest en/of asbesthoudende materialen te bewerken of te verwerken.

CAO voor de Bouwnijverheid, art. 70a.11:
Het is werkgevers en werknemers niet toegestaan om asbest en asbesthoudende producten te bewerken of te verwerken. Voor sloop van asbesthoudende producten is een asbestsloopplan verplicht. Het vorenstaande is niet van toepassing voor werkzaamheden die uitgezonderd c.q. vrijgesteld zijn in Asbestbesluit Arbeidsomstandigheden. Het verwerken van nieuwe asbestcementbuizen is verboden.

Wat kunt u doen?
Als u te maken heeft met sloop- of renovatiewerkzaamheden, zorg dan dat u weet of er sprake is van asbesthoudend materiaal. Mocht u asbest tegenkomen, stop met werken en geef dit meteen door aan uw leidinggevende, hij kan dan een asbestinventarisatiebedrijf inschakelen. Gebruik nooit een normale stofzuiger of asbeststof op te zuigen: de asbestvezels vliegen er zo door en verspreiden zich verder in de ruimte.

Als u asbesthoudend materiaal moet voorbehandelen/schilderen, moet uw werkgever daarvoor ontheffing aanvragen bij Arbouw. U mag deze werkzaamheden alleen uitvoeren als u hiervoor een opleiding heeft gevolgd en u van die opleiding een diploma heeft.

Wist u dat...?
- Er op dit moment in Nederland naar schatting 800 mensen per jaar sterven aan de gevolgen van werken met asbest. Bewezen is dat alle soorten asbest kanker kunnen veroorzaken.
- Roken samen met de blootsteling aan asbest de kans op longkanker aanzienlijk verhoogt.
- In ongeveer 30% van de kantoorgebouwen in Nederland nog asbest zit. Zeker 80% van de asbestproductie is verwerkt in bouwmaterialen, van ongeveer 3000 producten is bekend dat er asbest in zit.

Elektriciteit
Elektriciteit is de energiebron voor licht, beweging en warmte. U kunt tijdens uw werk met elektriciteit te maken krijgen als u:

- Nabij elektrische infrastructuur werkt, zoals in de omgeving van hoogspanningsmasten of nabij/in traforuimten;
- Met elektrisch gereedschap werkt (zoals boren) of elektrisch handgereedschap/verdeelkasten repareert. Op deze laatste vorm gaan we hier niet in. (Voor reparatie is een bepaalde mate van deskundigheid vereist die wordt beschreven in de NEN 3140.)

Wat zijn de gevaren?
Het gevaar van elektriciteit op de bouw is dat u ermee in aanraking kunt komen, bijvoorbeeld via ongeïsoleerde delen van leidingen in een zwerfkast of beschadigde kabels. Of u komt in aanraking met stroom doordat de behuizing van gereedschap niet goed werkt.

De gevolgen hiervan kunnen verschillend zijn:

- stroomdoorgang door het lijf (elektrocutie): uiteenlopend van een nauwelijks voelbare prikkel tot een fatale hartstilstand;
- kortsluiting of verhitting door overbelasting: bijvoorbeeld door brand of explosie.

Wat zegt de wet?
Het werken met elektriciteit is aan regels gebonden, die zijn beschreven in arbowetgeving. Verdere uitwerking daarvan is opgenomen in onder andere NEN-bladen.

Wat kunt u zelf doen?
Samen met uw werkgever kunt u een aantal maatregelen nemen om uzelf te beschermen tegen de gevaren van elektriciteit, te verdelen in:

Voorkomen van storingen
Voorbeelden van te nemen maatregelen zijn:

- Zorg voor goed onderhoud van uw handgereedschap;
- Controleer het gereedschap en leidingen op beschadigingen voordat u ermee gaat werken (hiervoor kunt u gebruikmaken van de controlelijsten uit het Handboek Arbeidsmiddelen, onder 'Tools' rechts op de pagina);
- Voorkom overbelasting door zwerfkasten niet door te lussen (door niet meer dan het toegestane aantal apparaten op een zwerfkast aan te sluiten). Het toegestane aantal is afhankelijk van het opgetelde stroomverbruik en het maximale aanbod. Bijvoorbeeld: op een met 10 ampère gezekerde aansluiting (en een installatie met 230 volt) kunt u apparatuur aansluiten met een totaal vermogen van 10X230=2300 watt. Het totale wattage van de apparaten rekent u uit door de wattages op te tellen;
- Werk zo min mogelijk met verlengsnoeren. Als u er toch mee moet werken, zorg er dan voor dat het verlengsnoer de juiste capaciteit heeft en helemaal is afgerold;

Als er toch storingen optreden:

- Schakel de aardlekschakelaar niet in zolang de oorzaak van een storing niet is verholpen;
- Vervang geen zekeringen zonder de storing te verhelpen. Vervang bij storing ook geen zekeringen door zwaardere zekeringen;
- Overbrug de zekeringen niet.

Beschermingsmaatregelen tegen het aanraken van apparaten die elektrische stroom voeren
Voorbeelden van te nemen maatregelen zijn:

- Houd een veilige afstand aan bij bovengrondse leidingen. Als vuistregel geldt dat de afstand afhankelijk is van de spanning: hoe hoger de spanning, des te meer afstand u moet nemen;
- Als het niet mogelijk is deze afstanden aan te houden, overlegt u dan met uw leidinggevende over wat er moet gebeuren (bijvoorbeeld personeel van het energiebedrijf de stroomtoevoer laten uitschakelen of de leiding door een deskundige laten afdekken of afschermen (alleen bij 220 of 380 Volt)).

Beschermingsmaatregelen tegen het aanraken van delen die onder spanning staan
Voorbeelden van te nemen maatregelen zijn:

- Controleer elektrisch aangedreven apparaten en hun leidingen steeds nauwkeurig op defecten en beschadigingen, voordat u ermee gaat werken;
- Bescherm elektrische installaties op bouwterreinen door vaste aardlekschakelaars.

Maatregelen na werktijd
Voorbeelden van te nemen maatregelen zijn:

- Zorg dat de elektrische installatie op het bouwwerk in zijn geheel is uitgeschakeld. Dit geldt niet voor elektrische verdeelkasten die ook na werktijd in bedrijf moeten blijven, zoals pompen, bouwketen, verlichting. Maar in die gevallen moeten wel alle overige op deze verdeelinrichting(en) aangesloten machines en toestellen door middel van stopcontactinrichtingen of groepsschakelaars spanningsloos zijn gemaakt en afgesloten.
- Sluit kasten waarin hoofdschakelaars van de elektrische installatie zijn aangebracht goed af en voorzie ze van een spanningsvignet.
Maatregelen voor uw werkgever vindt u bij de werkgeversingang van deze website, onderdeel Risico's, subonderdeel elektriciteit.

Lawaai
Van lawaai is sprake als het geluid harder is dan 80 dB(A). Vanaf 80 dB(A) is geluid namelijk schadelijk voor het gehoor als u er dagelijks acht uur aan wordt blootgesteld. De vuistregel is dat als u een meter bij iemand vandaan staat en u moet uw stem verheffen om elkaar te kunnen verstaan, dan is het geluid harder dan 80 dB(A). In de bouwnijverheid wordt veel gebruik gemaakt van machines en gereedschappen die lawaai maken.

Wat zijn de gevolgen van werken in lawaai?
Het belangrijkste gevolg van werken in lawaai is gehoorschade (lawaaidoofheid). Hoe lang het duurt voordat gehoorschade optreedt, hangt af van:

- het geluidniveau (hoe hard het geluid is) en
- hoe lang u in dat geluid moet werken.

De grens ligt op 80 dB(A). In een omgeving waar het geluid gedurende de hele dag onder de 80 dB(A) ligt, raakt het gehoor niet beschadigd. Als het geluid boven de 80 dB(A) komt, moet gehoorbescherming voorkomen dat het gehoor beschadigd raakt. Hierbij geldt dat hoe harder het geluid is, hoe sneller er gehoorschade ontstaat als de oren niet worden beschermd. Houd hierbij het volgende rijtje aan:

80 dB(A): 8 uur
83 dB(A): 4 uur
86 dB(A): 2 uur
89 dB(A): 1 uur
92 dB(A): half uur
95 dB(A): kwartier

U ziet hier dat iedere 3 dB(A) een halvering van de tijd geeft. Bij 80 dB(A) zal er na 8 uur gehoorschade optreden, bij 83 dB(A) al na 4 uur. U kunt dus maar heel kort werken bij hoge geluidniveaus. Daarom moet u uw gehoorbescherming het liefst constant dragen.

Overigens gaat het lawaaidoof worden heel geleidelijk. Helaas is het tegen de tijd dat het duidelijk wordt eigenlijk al te laat. Lawaaidoofheid gaat nooit meer over. Andere gevolgen van werken in lawaai zijn onder andere: neerslachtigheid, slapeloosheid, irritaties, concentratieproblemen, vermoeidheid, en hoofdpijn.

Welke beroepen hebben te maken met lawaai?

Bijna alle beroepen in de bouwnijverheid hebben te maken met lawaai. Want zijn het niet de machines die lawaai maken, dan zijn het wel de radio's. In onderstaande tabel staan de gemiddelde geluidniveaus waaraan werknemers in de bouw worden blootgesteld.

Beroep  Geluidniveau in dB(A)
 Blokkensteller   94 - 110
 Koppensneller   95 - 108
 Metaalbewerker   92 - 98
 Monteur onderhoud machines   90 - 95
 Steigerbouwer   80 - 90
 Straatmaker   86 - 93
 Tegelzetter   87 - 91
 Timmerman/metselaar   87 - 92
 Uitvoerder   84 - 89
 Vloerenlegger   80 - 90
 Wegmarkeerder   88 - 93

Wat zegt de wet?
In de Arbowet en het Arbobesluit zijn grenswaarden voor geluid vastgesteld om u als werknemer te beschermen. Zie hiervoor het Arbobesluit, afdeling 3 van hoofdstuk 6, artikelen 6.6 t/m 6.11 op www.overheid.nl. Uw werkgever is verplicht te meten hoeveel dB(A) bij de verschillende werkzaamheden vrijkomt. Hij moet ervoor zorgen dat dit onderdeel uitmaakt van de risico-inventarisatie en -evaluatie.

Boven 80 dB(A) moet uw werkgever u voorlichten en zorgen dat u over de juiste gehoorbescherming beschikt. Daarbij moet hij u in de gelegenheid stellen om tenminste eens in de vier jaar een medisch onderzoek (PAGO) te ondergaan waarbij uw gehoor wordt getest. U wordt voor het PAGO automatisch uitgenodigd door de arbodienst waarbij uw bedrijf is aangesloten.

Boven de 85 dB(A) moet uw werkgever maatregelen nemen om het geluidniveau te verlagen tot onder de 85 dB(A). De plaatsen waar dit niet lukt, moet hij markeren. U bent in die gemarkeerde gebieden verplicht uw gehoorbescherming te dragen.

Wat kunt u doen?
Om te voorkomen dat u lawaaidoof wordt, kunt u het volgende doen:

1. Blijf zo veel mogelijk uit de buurt van het lawaai;
2. Vraag uw werkgever om geluiddempende maatregelen te nemen (bijvoorbeeld door omkastingen te plaatsen of door geluiddempende materialen toe te passen);
3. Houd omkastingen en afschermingen bij machines dicht en laat dempers op gereedschap zitten;
4. Houd de cabinedeur en -ramen gesloten zodat lawaai van buiten niet naar binnen komt. Controleer bovendien regelmatig de afdichtingen van openingen en kieren in de cabine zodat hij goed geïsoleerd blijft;
5. Zet machines en compressoren uit als u ze niet gebruikt;
6. Werk met een zo laag mogelijk vermogen;
7. Rijd rustig, trek niet te hard op om daarna meteen weer te remmen. Dit veroorzaakt onnodig veel lawaai;
8. Zorg voor goed onderhoud van machines en gereedschap zodat er geen onderdelen gaan rammelen;
9. Klem werkstukken vast zodat ze niet gaan trillen (veroorzaakt ook weer lawaai);
10. Leg gereedschap en materialen neer in plaats van ze op de grond te gooien;
11. Zet de radio niet te hard (het is beter vier radio's verdeeld over de werkplek tegelijkertijd zacht aan te zetten dan één radio op een centrale plek keihard);
12. Draag gehoorbescherming, houd deze schoon en bewaar ze stofvrij.

Leefstijl
Gezond leven is belangrijk. Een gezonde leefstijl levert u energie op, terwijl een ongezonde leefstijl juist energie vreet! U voelt zich beter, u beweegt makkelijker, u bent minder vatbaat voor ziektes en stress en u ziet er beter uit!
Hoe gezond u leeft wordt bepaald door de keuzes die u maakt. Eet ik wel of geen groente, rook ik wel of niet, drink ik wel of geen alcohol, ga ik wel of niet naar de sportschool?

Eten
Gezond eten, hoe doet u dat?
Gebruik de Schijf van Vijf en kies elke dag voor gezond, lekker en veilig eten. Houd daarbij rekening met de volgende vijf regels van de Schijf van Vijf: eet gevarieerd, eet niet te veel, gebruik minder verzadigd vet (onverzadigde vetten zijn altijd vloei- of smeerbaar), eet veel brood, groente en fruit en eet veilig (hygiënisch, volg de instructies op het etiket).

Wat mag u eten per dag?
Het is niet alleen van belang welke voedingsmiddelen u eet, ook hoeveel u er van eet is belangrijk. Hieronder staat een lijst met per dag aanbevolen hoeveelheden, samengesteld door het Voedingscentrum. Dit zijn gemiddelden die u een houvast kunnen geven. De verschillen in portiegrootte worden onder meer bepaald door leeftijd, hoeveelheid lichaamsbeweging en geslacht.

Voor een gezond gewicht en het handhaven daarvan, moet er een evenwicht zijn in de hoeveelheid energie die de voeding levert en de hoeveelheid energie die het lichaam verbruikt. Wanneer heeft u een gezond gewicht? Met de Body Massage Index (BMI) kunt u dit eenvoudig uitrekenen.

Hoeveel keer per dag eet u een maaltijd?
Sla geen ontbijt, lunch of warme maaltijd over! Het ontbijt en de lunch geven energie voor de rest van de dag en voorkomen dat u gaat snacken. Zorg tijdens het avondeten voor 200 gram groenten en wees zuinig met (vet) vlees. Eet per dag 2 stuks fruit en drink op een dag minimaal anderhalve liter vocht. (water, vruchtensappen, light-frisdranken, drinkbouillon en koffie en thee zonder suiker).

Tips en suggesties voor gezond eten
- Eet meer vis.
- Eet minder vlees.
- Gebruik producten die onverzadigde vetten bevatten als olie, vloeibaar bak- en braadboter, sladressing op basis van olie, vette vis en noten.
- Gebruik niet teveel zout, vervang zout door kruiden als peper, bieslook, kerriepoeder etc.
- Drink veel water. Dat vult en spoelt lekker door.
- Sla geen ontbijt over omdat u geen tijd heeft. Tegenwoordig zijn er veel producten op de markt die snel en makkelijk als ontbijt genuttigd kunnen worden.
- Kies voor halvarine en mager broodbeleg als: magere smeerkaas met sambal of tuinkruiden, 20+ of 30+ kaas, fricandeau, kipfilet, gebraden kalkoen, rosbief
en ham. Wissel dit af met zoet beleg (jam, appelstroop, honing en vruchtenhagel). Zij bevatten minder calorieën. Ook kan vis heerlijk zijn op brood, denk aan sardines, haring, zalm, tonijn en makreel.
- Eet rijst, pasta of peulvruchten als u geen aardappelen lust. Maar ook brood kan aardappelen vervangen. Lekker bij een maaltijdsalade of een kop goed gevulde
soep.
- Eet bij kant-en-klaar maaltijden rauwkost met een frisse dressing. Kant- en klare maaltijden bevatten vaak te weinig groente.
- Ga tijdens het eten aan tafel zitten, dat zorgt ervoor dat het eten goed verteerd wordt.
- Kies voor een slank nagerecht, zoals yoghurt, kwark of vla.
- Zondig af en toe. Dat is prima om het lichaam actief te houden.
- Kies het liefst een slank tussendoortje: zoetigheid en hartige hapjes met minder dan 100 calorieën zoals magere yoghurt, vla of kwark, een plak ontbijtkoek, mini
mars, een paar olijven, volkorenbiscuitje, zoute stokjes, eierkoek, rijstwafels en een paar zuurtjes.

Wist u dat...?
- In de sector bouwnijverheid 64% van de bouwvakkers een overgewicht heeft en 15% zelfs ernstig overgewicht. Er duidelijk sprake is van een "groeimodel".
Met het toenemen van de leeftijd zien we ook een duidelijke toename van het percentage werknemers met overgewicht en met een ernstig overgewicht.
- Het eten van 2 appels per dag uw cholesterolgehalte al wel 10% kan verlagen.
- U 63 minuten moet wandelen om een saucijzenbroodje te verbranden. Een plakje ontbijtkoek met een wandeling van 15 minuten verbrand is.
- Een broodje kroket, een uitsmijter, soep en een saucijzenbroodje de meest verkochte producten zijn in de bedrijfskantine.
- Ruim driekwart van werkend Nederland het waardeert dat de werkgever gezonde voeding en sport stimuleert.
- U 23 minuten moet fietsen om een croissant te verbranden. Een bruin bolletje met een fietstocht van 16 minuten verbrand is.
- Rode sauzen beter zijn. Witte sauzen zijn vaak gemaakt op basis van room of mayonaise en zijn veel vetter dan rode sauzen die vaak tomaten als basis hebben.
- Werknemers met overgewicht twee keer zo vaak verzuimen dan hun slankere collega’s. Ook raken zij eerder arbeidsongeschikt door vaatziekten en rugklachten.
- Nederlanders op maandag het meeste fruit eten om het ongezonde eetgedrag van het voorafgaande weekend te compenseren.
- U 20 minuten moet wandelen om een glas bier of een glas frisdrank te verbranden. Een glas water of een glas light-frisdrank u geen verbrandingstijd kost.
- Een goed ontbijt 10 tot 15 % van uw dagelijkse energie levert.

Bewegen
Hoeveel beweging heeft u nodig op een dag?

Op een dag heeft u een half uur beweging nodig. Wat is nu een half uur? Het lijkt heel weinig, maar toch halen veel mensen het niet om per dag een half uur te bewegen.

Als u in de bouw werkt, is de kans dat u aan uw beweging komt groter dan als u op kantoor werkt, heel eenzijdig beweegt of repeterende handelingen uitvoert. Toch zijn er ook in de bouw genoeg beroepen waarbij u voornamelijk stilzit. Denk maar aan chauffeurs, kraanmachinisten, technisch en administratief personeel enzovoorts.

Het is daarom goed om stil te staan bij uw dagelijkse routine. Welke momenten van de dag brengt u staand of zittend door? En welke van die momenten zou u kunnen vervangen door beweging?

Tips en suggesties voor voldoende beweging
- Beweeg op een dag drie keer tien minuten of twee keer een kwartier.

- Ga lunchwandelen in de pauze.

- Ga fietsen van en naar het werk waar mogelijk.

- Neem vaker de trap.

- Maak gebruik van bedrijfsport of korting op de sportschool via de werkgever waar mogelijk.

- Kies een sport die bij u past.

Wist u dat...?
- In de bouw 50% van het uitvoerend, technisch- en administratief personeel te weinig beweegt. Voor het bouwplaatspersoneel geldt dat 25% niet voldoet aan de bewegingsnorm.
- U beter iedere dag een half uur kunt bewegen dan twee keer in de week een uurtje intensief te sporten.
- Sporten een positief effect heeft op de geest.
- Bewegen goed is voor uw hersenen, regelmatig bewegen helpt hersenen groeien en nieuwe verbindingen maken.
- Sporten de nachtrust verbetert.
- Sporten uw vermogen tot nadenken verbetert.
- Regelmatig bewegen meer zelfvertrouwen en zelfrespect geeft.

Roken
Dat roken slecht is voor de gezondheid is niet nieuw. Naast het gegeven dat u een grote kans heeft om ziek te worden, is ook uw conditie minder, moet u vaker hoesten en bent u vaker verkouden, ziet u er bleek uit, werken uw zintuigen minder goed en heeft u vaak last van koude handen en voeten.

Tips en suggesties om te stoppen met roken
- Probeer de momenten en situaties waarin u gewend was een sigaret te roken te vermijden. Ga bijvoorbeeld na het eten direct van tafel.
- Probeer net na het stoppen u veel te begeven in rookvrije ruimtes en probeer cafés en andere rokerige ruimtes tijdelijk te vermijden.
- Bedenk bij aandrang dat het gevoel van "zin hebben" maar een paar minuten duurt.
- Probeer direct met iets anders bezig te gaan als u zin heeft.
- Probeer na het stoppen meer te gaan sporten, dit om het gevoel van "gezond bezig zijn" te versterken.
- Drink veel water en fruitsappen en probeer cafeïne te vermijden, dus geen cola en geen koffie.
- Poets na het eten gelijk uw tanden in plaats van een sigaret op te steken wat u eerder gewend was.
- Als u stopt, zorg dan dat uw hele omgeving op de hoogte is, zodat u ook een sociale druk hebt.

Wist u dat...?
- Ruim éénderde van het bouwplaatspersoneel en bijna een kwart van het uitvoerend, technisch- en administratief personeel rookt. Van het jeugdige bouwplaatspersoneel
(20-30 jr.) rookt zelfs 48%.
- De werkgever sinds 1 januari 2004 wettelijk verplicht is om ervoor te zorgen dat alle werknemers zonder hinder of overlast van tabaksrook hun werk kunnen verrichten.
- Onderzoek uitwijst dat rokers vaker ziek zijn dan niet-rokers. Dit verschil kan oplopen tot vijf werkdagen per jaar.
- Door stoppen met roken uw hartslag en bloeddruk na twintig minuten weer normaal wordt.
- Door stoppen met roken de kans op een hartaanval na 24 uur daalt. Na een jaar u de helft minder kans heeft op een hartaanval.
- Door stoppen met roken klachten als hoesten, piepen en benauwdheid tussen drie en negen maanden vermindert. De longfunctie kan tot 10% verbeteren.

Alcohol
Af en toe een glaasje drinken mag en is gezellig. Overmatig gebruik van alcohol is niet goed voor uw gezondheid. U heeft meer kans op ziektes, het tast het korte-termijn geheugen aan, de kans op een ongeluk neemt toe en vaak zorgt alcohol voor agressiviteit. Alcohol is bovendien erg calorierijk. Ook kan alcohol voor sociale problemen zorgen, thuis en op het werk.

Tips en suggesties voor verantwoord alcoholgebruik
- Drink tenminste 2 dagen in de week geen alcohol om gewoontevorming te voorkomen.
- Heeft u een keer teveel gedronken? Drink dan daarna 2 aaneengesloten dagen geen alcohol om uw lichaam de kans te geven zich te herstellen.
- Drink geen alcohol wanneer u nog wilt werken, studeren of sporten.
- Pas op met alcohol in het verkeer. Wettelijk mag u maximaal een alcoholpromillage hebben van 0,5 (ongeveer 2 standaardglazen). Voor mensen die nog geen 5 jaar hun rijbewijs hebben, wordt deze grens zeer waarschijnlijk verlaagd naar 0,2 promillage.
- Drinken als reactie op spanningen of persoonlijke problemen kan riskant zijn. Het gevaar bestaat dat u meer drinkt dan u zich had voorgenomen.
- Pas op met alcohol bij medicijngebruik. Soms werkt door alcohol een medicijn niet goed of wordt de werking juist versterkt. Kijk daarom altijd wat hierover in de bijsluiter staat. Of vraag bij uw huisarts of apotheker om advies.

Wist u dat...?
- 2,5 % van alle bouwvakkers bovenmatig drinkt, maar bij de jeugd dat aanzienlijk meer is. Bijna 5% van de 20-24 jarige bouwplaatsmedewerkers bovenmatig drinkt.
- Uw reactievermogen al achteruit gaat na het drinken van twee standaardglazen alcohol.
- Licht tot matig alcoholgebruik het risico vermindert op aandoeningen als hart- en vaatziekten en ouderdomsdiabetes. Dit geldt alleen voor gezonde mannen van boven de
40 jaar en gezonde vrouwen na de overgang. Overigens werkt bewegen, gezond eten en niet roken veel beter om hart- en vaatziekten te voorkomen.
- 21% van de gehele werkende beroepsbevolking 20 glazen of meer per week drinkt.
- 4% van de werkende beroepsbevolking wel eens alcohol drinkt vlak voor of tijdens het werk.

Lichamelijke belasting
Werken in de bouwnijverheid vraagt veel van uw lichaam. Denk bijvoorbeeld aan het dag in, dag uit tillen van zware materialen, langdurig staan, bukken en knielen. Als u te veel van uw lichaam vraagt, kan dat leiden tot klachten.

Hoe wordt u blootgesteld aan lichamelijke belasting?
Diverse werkzaamheden zijn zwaar voor uw lichaam en vormen een risico op overbelasting, te weten:

- Tillen (bijvoorbeeld het tillen van zware blokken);
- Dragen (bijvoorbeeld het lopen met steigerelementen);
- Duwen en trekken (bijvoorbeeld het trekken aan een kubel);
- Ongunstige werkhoudingen (bijvoorbeeld gedraaid, gehurkt, geknield, gebogen, langdurig staan);
- Steeds dezelfde bewegingen/krachten (bijvoorbeeld handmatig schroeven indraaien, timmeren).

Ook trillingen en schokken (bijvoorbeeld bij het werken met trillend gereedschap als een slijpmachine) en kou en vocht (koude spieren zijn kwetsbaarder voor overbelasting dan warme spieren) vormen een risico.

Factoren die de totale lichamelijke belasting en daarmee de kans op klachten kunnen versterken, zijn:

- Gladde ondergrond: daardoor wordt het werk zwaarder en onveiliger;
- Obstakels: daardoor wordt de bewegingsvrijheid belemmerd;
- Tocht en kou: kunnen leiden tot afkoeling en tot minder soepele spieren (het werk wordt zwaarder, de krachten minder);
- Gedrag van de werknemer: vaak wordt onder tijdsdruk of uit 'stoerheid' gekozen voor onjuiste en risicovolle handelingen (bijvoorbeeld twee blokken van 20 kg in één keer tillen omdat dat sneller gaat).

Wat zijn de gevolgen?
Als uw lichaam overbelast raakt door het werk, kunt u bijvoorbeeld nek-, schouder- en rugklachten krijgen. Deze klachten leiden vaak tot ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Bijna de helft van het ziekteverzuim in de bouwnijverheid wordt door deze klachten veroorzaakt.

Welke beroepen hebben te maken met lichamelijke belasting?
Bijna alle beroepen in de bouwnijverheid hebben met lichamelijke belasting te maken en daarmee met klachten. Om een paar voorbeelden te noemen:

- Straatmakers hebben veel rugklachten, net als metselaars, kabel- en buizenleggers, machinisten van mobiele kranen en timmermannen;
- Betonstaalvlechters hebben veel rugklachten en klachten aan de onderste ledematen (knieën en benen);
- Steigerbouwers en stukadoors hebben veel rugklachten en klachten aan de bovenste ledematen (armen, schouders, nek);
- Voegers hebben vaak rugklachten en ook veel klachten over de bovenste en onderste ledematen.

Wat zegt de wet?
Volgens de wet (Beleidsregel 5.3 Tillen op bouwplaatsen) moet u tillen met de hand zoveel mogelijk vermijden. Als u moet tillen, dan mag dat nooit meer dan 25 kg in uw eentje zijn. Het maximale gewicht dat door twee personen samen mag worden getild is 50 kg. Let op: dit geldt alleen als de ruimte groot genoeg is om ook op een goede manier te kunnen tillen. Als het gewicht zwaarder is, moeten hulpmiddelen worden ingezet.

CAO
Ook in de verschillende CAO's zijn bepalingen opgenomen over lichamelijke belasting:

- CAO voor de Afbouw: art. 57 lid 1, 3, 4 en 5;
- CAO voor de Bouwnijverheid: artikel 70a, lid 7, 8, 16, 17, 21 en 23; artikel 70b, lid 6; art. 73, lid 1 en 5;
- CAO voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf: art. 56 lid 3 en 4.

U vindt de CAO's en bijbehorende artikelen op www.overheid.nl (selecteer 'algemeen verbindendverklaringen van CAO's' en zoek op de titel van de betreffende CAO).

Wat kunt u doen?
Samen met uw werkgever kunt u de kans op nek, rug-, arm- en beenklachten verkleinen door het nemen van een aantal maatregelen, zoals:

- Gebruik zo veel mogelijk hulpmiddelen; buk en til niet onnodig;
- Til niet te veel ineens, vraag uw collega's om hulp bij zware en grote voorwerpen;
- Til nooit meer dan 25 kg per keer. Als u vaak moet tillen, is het verstandig om minder dan 25 kg te tillen;
- Let op uw houding bij het tillen: til niet met gedraaide rug, ga recht voor de last staan en laat uw voeten het draaiwerk doen. Houd de last zo dicht mogelijk tegen uw lichaam en voorkom dat u ver moet reiken;
- Beperk uw tilhoogte; til zo veel mogelijk tussen heup- en ellebooghoogte;
- Voorkom knielen zoveel mogelijk, dat kan bijvoorbeeld door de werkhoogte aan te passen;
- Werk niet met uw armen boven schouderhoogte;
- Zorg voor afwisseling in uw werkhouding en las pauzes in;
- Zorg voor een goede conditie;
- Bespreek lichamelijke belasting in het werkoverleg/toolboxmeeting. Problemen kunnen zo snel worden besproken en opgelost;
- Maak gebruik van uw recht op een PAGO (meer informatie over het PAGO vindt u bij het onderdeel medische keuringen op deze website).

(Schadelijk) stof
Stof is een verzamelnaam voor alle soorten deeltjes die gemakkelijk in een luchtstroom worden meegevoerd. Op elke bouwplaats is stof aanwezig en bij iedere bouwactiviteit komt wel stof vrij. Sommige soorten stof, zoals kwartsstof, zijn schadelijk voor de gezondheid wanneer niet de juiste of onvoldoende maatregelen worden getroffen.

In de lucht om ons heen zit altijd stof, zichtbaar en onzichtbaar. Stof kan bestaan uit vaste deeltjes. Als die zijn ontstaan door verbranding noemen we het rook. Vloeistofdeeltjes die in de lucht zweven heten nevel. "Stof" is een verzamelnaam voor alle soorten deeltjes die gemakkelijk in een luchtstroom worden meegevoerd.

Schadelijke producten en schadelijk stof
Op deze website wordt een onderscheid gemaakt tussen schadelijke producten en schadelijk stof. Producten, zoals bitumen en ontkistingsmiddelen, worden besproken bij het thema schadelijke producten. Hier, bij het onderdeel (schadelijk) stof, worden de volgende schadelijke stofsoorten besproken:

- Glas- en steenwol
- Houtstof
- Kwartsstof

Hoe wordt u blootgesteld aan stof?
Op elke bouwplaats is stof aanwezig en bij bijna iedere bouwactiviteit komt wel stof vrij. Bijvoorbeeld bij het boren en frezen in steenachtige materialen, het zagen van blokken (gips, kalkzandsteen, cellenbeton) en machinale houtbewerking.

Wat zijn de gevolgen?
Er zijn twee soorten stof te onderscheiden: hinderlijk stof en schadelijk stof.

Hinderlijk stof is stof dat geen specifieke gevolgen heeft voor uw gezondheid. Het stof kan wel uw ogen, huid en luchtwegen irriteren. Voorbeelden hiervan zijn gipsstof, kalkstof en krijtstof.

Schadelijk stof is stof waar schadelijke of giftige bestanddelen in zitten. Voorbeelden hiervan zijn houtstof, kwartsstof, glas- en steenwol. Hierdoor kunt u irritaties en ontstekingen krijgen van uw huid en ogen en eczeem. Ook kunnen uw luchtwegen en longen geïrriteerd raken en in sommige gevallen blijvend beschadigd raken (stoflongen).

Welke factoren zijn van invloed?
De effecten van stof op de gezondheid zijn onder andere afhankelijk van:

- De schadelijkheid van het stof.
- De hoeveelheid (concentratie) stof in de lucht.
- Hoe lang u in het stof moet werken.
- Hoe zwaar het werk is: bij zwaar werk ademt u dieper in waardoor u meer stof inademt.
- Hoe gevoelig u zelf bent voor stof.

Welke beroepen hebben te maken met stof?
Ongeveer de helft van het bouwplaatspersoneel heeft last van stof. Klachten komen het meest voor onder betonreparateurs, kitters/purders, natuursteenbewerkers, schilders, slopers, stukadoors en tegelzetters.

Wat zegt de wet?
Uw werkgever moet ervoor zorgen dat de blootstelling aan schadelijk stof onder een vastgestelde hoeveelheid blijft. In de wet zijn daarvoor grenswaarden vastgelegd, die Maximale Aanvaarde Concentraties of kortweg MAC-waarden worden genoemd.

Wat kunt u zelf doen?
U moet ervoor zorgen dat u zo min mogelijk wordt blootgesteld aan stof. Dat kunt u bereiken door de volgende maatregelen te nemen:

- Kies voor een andere werkmethode (bijvoorbeeld knippen in plaats van zagen).
- Gebruik gereedschap met afzuiging. Zorg daarnaast voor voldoende ventilatie (zet bijvoorbeeld ramen en deuren open als het weer het toelaat).
- Maak de werkplek regelmatig en goed schoon. Veeg het stof niet op, maar gebruik een stofzuiger.
- Voeg, indien mogelijk, water toe tijdens de bewerking.
- Probeer de tijdsduur van het werken in stof te beperken door bijvoorbeeld uw werk af te wisselen.
- Blijf uit de buurt van anderen die stof veroorzaken.
- Draag de persoonlijke beschermingsmiddelen die u van uw werkgever krijgt.
- Vraag om voorlichting en instructie over hoe u om moet gaan met persoonlijke beschermingsmiddelen.

Glas- en steenwol
Glas- en steenwol worden vaak gebruikt voor warmte- en geluidsisolatie. In nieuwbouwwoningen wordt glas- en steenwol toegepast in de spouwen van gevels. In oudere woningen wordt glas- en steenwol veel gebruikt als dakisolatie. Glas- of steenwolplaten of dekens zijn vaak aan één zijde bedekt met een afdeklaag van bijvoorbeeld papier of aluminiumfolie. Soms wordt voor na-isolatie van de spouw glas- of steenwol in de vorm van vlokken gebruikt.

Hoe wordt u blootgesteld aan glas- en steenwol?
Tijdens het werken met glas- en steenwol kunt u te maken krijgen met vezels. Dit gebeurt bijvoorbeeld als u materiaal op maat maakt (knippen, snijden, zagen) of mechanisch bewerkt (zoals boren, zagen, breken). U kunt dan vezels op uw huid of in uw ogen krijgen. U kunt de vezels ook inademen.

Wat zijn de gevolgen?
De belangrijkste klachten die u kunt krijgen als u met glas- en steenwolvezels te maken heeft, zijn:

- Huidirritatie: de irritatie ontstaat door minuscule wondjes doordat vezels in de huid prikken. Daardoor wordt de huid gevoeliger voor infecties en chemicaliën waarmee de huid in aanraking komt. In eerste instantie ontstaat er (soms heftige) jeuk. Die jeuk is meestal de volgende dag weer verdwenen. Na een aantal weken nemen de klachten af, maar na een periode van rust (bijvoorbeeld vakantie) beginnen ze weer.
- Irritatie van de ogen. Door te wrijven nemen de klachten toe.
- Irritatie van de luchtwegen en longen.

Welke beroepen hebben te maken met glas- en steenwol?
De beroepsgroepen die veel met glas- en steenwol werken, zijn onder andere:

- gevelisoleerders;
- leidekkers, pannenleggers en bitumineuze dakdekkers;
- (opperman)metselaars;
- slopers;
- timmermannen renovatie/onderhoud.

Wat zegt de wet?
Uw werkgever moet ervoor zorgen dat de blootstelling aan glaswol- of steenwolvezels onder een vastgestelde hoeveelheid blijft (2 vezels/cm3 (gemeten over een achturige werkdag)). In de wet zijn daarvoor grenzen vastgelegd, die Maximale Aanvaarde Concentraties of kortweg MAC-waarden worden genoemd.

Wat kunt u zelf doen?
U moet ervoor zorgen dat u zo min mogelijk wordt blootgesteld aan glas- en steenwol. Dat kunt u bereiken door de volgende maatregelen te nemen:

- Kies voor een andere werkmethode: trek het materiaal bijvoorbeeld niet onnodig uit elkaar maar snij het altijd met een scherp mes op een vaste ondergrond. Dit kan alleen bij materiaal tot 100 kg/m3;
- Gebruik bij het zagen van glas- en steenwol goede stofafzuiging en zorg voor een goede ventilatie van de werkplek. Zuig stof zo snel mogelijk op met een stofzuiger zodat het niet kan opstuiven en kan worden ingeademd;
- Probeer werkzaamheden met glas- en steenwol en zo veel mogelijk te scheiden van andere werkzaamheden (voer die werkzaamheden bijvoorbeeld in een andere ruimte uit);
- Draag de persoonlijke beschermingsmiddelen die uw werkgever uitreikt. Aangeraden worden:
- lederen handschoenen om huidcontact te vermijden;
- in kleine en/of slecht geventileerde ruimten: een fijnstofmasker (type P2);
- een veiligheidsbril (ruimzichtbril) bij werken boven het hoofd;
- een gladde overall zonder zakken en andere opstiksels.

Voor informatie over de beschermingsmiddelen kijkt u bij het gelijknamige onderdeel op deze website (PBM).

Houtstof
Hout is een veel gebruikt bouwmateriaal. Bij bepaalde bewerkingen van hout op de bouwplaats kan zo veel houtstof vrijkomen dat u kans loopt op schade aan uw gezondheid.

- Hoe wordt u blootgesteld aan houtstof?
- Wat zijn de gevolgen?
- Welke beroepen hebben te maken met houtstof?
- Wat zegt de wet?
- Wat kunt u zelf doen?

Hoe wordt u blootgesteld aan houtstof?
Het meeste houtstof ontstaat als u het hout machinaal bewerkt, zoals schuren, zagen, frezen, boren en schaven. De hoeveelheid stof die vrijkomt, hangt af van een aantal factoren:

- het materiaal dat u bewerkt (bij plaatmateriaal zoals MDF komt bijvoorbeeld meer stof vrij dan bij multiplex of massief hout);
- het gereedschap dat u gebruikt (een cirkelzaag produceert bijvoorbeeld meer stof dan een decoupeerzaag) en/of
- uw werkmethode (als u bijvoorbeeld zonder afzuiging werkt, komt er meer stof in de lucht dan wanneer u met afgezogen gereedschap werkt).

Wat zijn de gevolgen?
Het effect van de verschillende houtsoorten op de gezondheid kan heel verschillend zijn. Een aantal houtsoorten bevat bestanddelen die irriterende, allergene (je kunt er allergisch voor worden) en kankerverwekkende eigenschappen hebben. De mate hiervan is per houtsoort verschillend. Het effect op de gezondheid varieert door:

- De verschillende afmetingen en het gewicht van de houtstofdeeltjes, die soms sterk verschillen en afhankelijk zijn van de houtsoort en het type bewerking.
- Het verschil in giftige werking (toxiciteit).
- Het verschil in vochtgehalte.

De belangrijkste gezondheidsklachten die u kunt krijgen als u met houtstof te maken heeft, zijn:

- Huidaandoeningen: contact met houtstof kan irritatie en ontsteking van de huid tot gevolg hebben. Dit kan uiteindelijk overgaan in huideczeem dat nooit meer over gaat. Als u daarvoor gevoelig bent, kunt u ook een allergische huidreactie krijgen als gevolg van bepaalde stoffen in het hout. Hierdoor kan eczeem op uw handrug ontstaan, aan hals en hoofd. Andere huidklachten zijn huidverkleuringen en ontstekingen van haarwortels.
- Oogaandoeningen: het oogbindvlies kan ontstoken raken als gevolg van contact met houtstof. De verschijnselen hiervan zijn onder andere pijn, tranende ogen, ettervorming en lichtschuwheid (het niet kunnen verdragen van licht).
- Luchtwegaandoeningen: houtstof kan overgevoeligheidsreacties veroorzaken, zoals niezen, loopneus, bloedneus, hoesten, astma en astmatische bronchitis. Veel luchtwegaandoeningen zijn een allergische reactie op houtstof. Allergieën kunnen in de loop der jaren worden opgebouwd. U kunt dus jaren zonder problemen in een stoffige ruimte werken en plotseling klachten krijgen.
- Neuskanker: stof van verschillende houtsoorten kan kanker veroorzaken (bijvoorbeeld hout van een berk, esdoorn, (haag)beuk, populier, iroko en mahonie). Daarnaast kan het hout kankerverwekkende stoffen bevatten doordat het gelijmd is of behandeld is met houtverduurzamingsmiddelen.

Welke beroepen hebben te maken met houtstof?
In principe loopt iedere werknemer op een bouwplaats het risico houtstof in te ademen, aangezien stof zich gemakkelijk over de bouwplaats verspreidt. Het zijn vooral timmerlieden, interieurbouwers, schilders en glaszetters die met schadelijke hoeveelheden houtstof in aanraking komen.

Wat zegt de wet?
Uw werkgever moet ervoor zorgen dat de blootstelling aan schadelijk stof, zoals houtstof, onder een vastgestelde hoeveelheid blijft. In de wet zijn daarvoor grenswaarden vastgelegd, die Maximale Aanvaarde Concentraties of kortweg MAC-waarden worden genoemd.

Wat kunt u zelf doen?
U moet ervoor zorgen dat u zo min mogelijk wordt blootgesteld aan houtstof. Dat kunt u bereiken door de volgende maatregelen te nemen:

- Kies, indien mogelijk, een andere werkmethode (bijvoorbeeld vlakschuurmachines gebruiken in plaats van rotatie- of bandschuurmachines; een dun zaagblad; scherp gereedschap; een zaagblad met veel tanden, dit verspreidt minder stof).
- Vraag uw werkgever om het materiaal zoveel mogelijk op maat te laten aanleveren.
- Gebruik gereedschap met goede afzuiging. Het beste is afvoer via een slang naar een (mobiele) afzuig- en filterinstallatie of een industriële stofzuiger met stofopvang en stoffilter. Zorg daarnaast voor voldoende ventilatie.
- Maak de werkplek regelmatig en goed schoon.
- Voer stoffige werkzaamheden zo veel mogelijk gescheiden uit van stofarme/stofvrije werkzaamheden.
- Zorg voor goed onderhoud van het gereedschap.
- Draag de persoonlijke beschermingsmiddelen die uw werkgever u geeft. Aangeraden worden:
- bij stoffige werkzaamheden en opruim- en schoonmaakwerk een masker met P2-filter;
- bij zeer hoge stofconcentraties en/of langdurige werkzaamheden een halfgelaatsmasker
met P2-filter of een aangeblazen helm;
- handschoenen (katoentjes, Amerikaantjes).

Kwartsstof
Kwarts zit in zand en in de meeste natuurlijke gesteenten, dus in veel bouwmaterialen. Wij noemen materiaal kwartshoudend als het voor meer dan 1,5% uit kwarts bestaat. Het kwartsgehalte verschilt per soort (natuur)steen of samengesteld bouwmateriaal. Voorbeelden van materialen met een hoog kwartsgehalte zijn zandsteen (50-90%),
kalkzandsteen (30-83%), cellenbeton (12-44%) en betonsteen (23-40%).
Hoe hoger het kwartsgehalte van het materiaal, hoe meer kwartsstof er vrijkomt bij bewerking. Kwartsstof is heel fijn stof, dat niet of nauwelijks te zien is. Het bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terechtkomen.

Hoe wordt u blootgesteld aan kwartsstof?
U krijgt te maken met kwartsstof als u kwartshoudend materiaal bewerkt. Dat kan bijvoorbeeld zijn bij het zagen van beton, het frezen van sleuven in bouwblokken en het doorslijpen van stenen en tegels. Vooral bij het werken in slecht geventileerde binnenruimten kan de concentratie kwartsstof hoog oplopen. Daarnaast zijn de samenstelling en de aard van het materiaal van invloed op het vrijkomen van kwartsstof. Bij het mechanisch bewerken van harde materialen komt bijvoorbeeld meer stof vrij dan bij het bewerken van zachte materialen.

Wat zijn de gevolgen?
Als u kwartshoudend stof inademt, kan dat ernstige longaandoeningen veroorzaken:

- Diep in de longen kunnen de kwartsstofdeeltjes bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat kan betekenen dat u bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof u heeft ingeademd, hoe meer schade er ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat namelijk door ook al wordt u niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in uw longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen er in eerste instantie niet eens zoveel van merken, pas op latere leeftijd krijgt men er echt last van.
- Kwarts is inmiddels ook opgenomen op de lijst van kankerverwekkende stoffen, blootstelling eraan kan longkanker veroorzaken.

Welke beroepen hebben te maken met kwartsstof?
Bijna iedereen in de bouw heeft te maken met stof. Bij bouwwerkzaamheden komt nu eenmaal stof vrij. Niet alleen diegenen die zelf met kwartshoudend materiaal werken, maar ook werknemers en anderen in hun directe omgeving kunnen worden blootgesteld aan kwartsstof. Een aantal beroepsgroepen zoals asfaltfrezers, blokkenstellers ruwbouw, koppensnellers, slopers, terrazzowerkers, vloerenleggers en wand- en plafondmonteurs hebben dagelijks met kwartsstof te maken.

Wat zegt de wet?
Uw werkgever moet ervoor zorgen dat de blootstelling aan schadelijk stof zoals kwartsstof onder een vastgestelde hoeveelheid blijft. In de wet zijn daarvoor grenzen vastgelegd, die Maximale Aanvaarde Concentraties of kortweg MAC-waarden worden genoemd. De MAC-waarde voor kwartsstof is 0,075 mg/m3. Dat betekent dat een laagje van 0,5 cm in een plastic bekertje in de lucht mag zweven in een ruimte die 4 m hoog is en zo groot is als een voetbalveld.

Wat kunt u zelf doen?
Het kwartsstofprobleem is niet eenvoudig op te lossen, kwartshoudende materialen worden immers veel in de bouw gebruikt. Samen met uw werkgever kunt u wel een aantal maatregelen nemen om de blootstelling aan kwartsstof te beperken. Voorbeelden van maatregelen zijn:

- Kies een andere werkmethode: knip de blokken in plaats van ze te zagen, zodat er minder stof vrijkomt.
- Gebruik gereedschap met afzuiging en/of watertoevoer en zorg ervoor dat de afzuiging goed aansluit op het werkvlak.
- Zorg voor voldoende ventilatie en maak de werkruimte regelmatig en goed schoon.
- Voer werkzaamheden waarbij stof vrijkomt zo veel mogelijk in een aparte ruimte uit, zodat anderen er geen last van hebben.
- Draag de persoonlijke beschermingsmiddelen die uw werkgever u geeft:
- volgelaatsmasker met P3-filter voorzien van aangeblazen lucht;
- in combinatie met afzuiging of nat werken, is een P2-masker meestal goed genoeg.

Schadelijke producten
Nogal wat stoffen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid als je er teveel van binnen krijgt. Schadelijke stoffen kunnen in producten zitten, bijvoorbeeld in verf, lijm of ontkistingsmiddel. Of ze kunnen ontstaan in een proces of tijdens het werk, bijvoorbeeld dieselmotoremissies of lasrook.

Gevaarsymbolen
Schadelijke producten in een verpakking kunt u herkennen aan het etiket. Op het etiket staan gevaarsymbolen die het gevaar aanduiden. Een gevaarsymbool heeft altijd een oranje achtergrond.

Een compleet overzicht met uitleg van alle symbolen vindt u onder 'Zie ook' aan de rechterkant van deze pagina.

R-zinnen en S-zinnen
Naast een gevaarsymbool staan er R-zinnen (risico-zinnen) en S-zinnen (safety-zinnen) op een etiket. Een R-zin geeft aan wat het risico is van een stof. Bijvoorbeeld R14: reageert heftig met water. Een S-zin geeft aan hoe u het beste met een stof kunt omgaan. Bijvoorbeeld S7: in gesloten verpakking bewaren.
Een compleet overzicht van alle R- en S-zinnen vindt u onder 'Zie ook' aan de rechterkant van deze pagina.

Schadelijke producten en schadelijk stof
Op deze website wordt een onderscheid gemaakt tussen schadelijke producten en schadelijk stof. Stof dat ontstaat tijdens bewerking en ook echt 'stoffig' is, zoals houtstof en kwartsstof, bespreken we bij Schadelijk stof. Hier, bij het onderdeel Schadelijke producten, bespreken we de volgende specifieke (schadelijke) producten:

- Bitumen
- Cement
- Dieselmotoremissies
- Epoxy's
- Ontkistingsmiddelen
- Oplosmiddelen
- Polyurethaan (PUR)
- Zuren en logen

Wat zijn de gevolgen van werken met schadelijke producten?
De gevolgen verschillen per product. Van sommige producten krijgt u eczeem, van andere astma en van weer andere hoofdpijn. Langdurig met schadelijke producten werken, kan zelfs tot hele ernstige aandoeningen leiden.

Welke factoren zijn van invloed op de schadelijkheid?
Wat de gevolgen zijn van werken met een schadelijk product, hangt ook af van de mate waarin iemand wordt blootgesteld aan het product. Dit wordt weer door de volgende factoren bepaald:

1. Bewerkingsmethode
Het kan zijn dat een product op zichzelf geen risico voor de gezondheid vormt, maar zodra het bewerkt wordt wel. Bijvoorbeeld beton. Beton is niet schadelijk, maar wanneer u in beton gaat zagen of erin gaat slijpen, kan het schadelijke kwartsstof vrijkomen. Zie hiervoor het onderdeel 'Schadelijk stof' op deze website.

2. Verwerkingsmethode
Bij het aanbrengen van producten waaruit bijvoorbeeld damp vrijkomt, worden de risico's bepaald door de manier van verwerking en de hoeveelheid product die in een bepaalde tijd wordt aangebracht. Bijvoorbeeld bij verfspuiten leidt de verneveling tot hoge concentraties schadelijke stoffen. Bij schilderen veroorzaakt het gebruik van een roller weer hogere concentraties dan het gebruik van een kwast, doordat meer verf in een bepaalde tijd wordt opgebracht.

3. Werkomstandigheden
Een werkwijze die buiten geen problemen geeft, kan binnen tot ernstige gezondheidsklachten leiden. Dit komt doordat de concentratie stof in de lucht binnen veel hoger is dan buiten vanwege de ventilatie.

4. Specialisatie van de werknemer
Omdat specialisatie ertoe leidt dat er beroepsgroepen ontstaan die elke dag en gedurende een groot deel van de dag hetzelfde werk doen. Hierdoor kunnen ze langdurig aan hoge concentraties schadelijke stoffen worden blootgesteld.

Wat zegt de wet?
De wetgeving over het omgaan met schadelijke producten heeft vooral betrekking op de verplichtingen voor werkgevers. Hieronder staan de betreffende artikelen genoemd. Meer informatie vindt u bij de werkgeversingang van deze website, onderdeel Risico's: schadelijke producten algemeen.

In de volgende hoofdstukken van het Arbobesluit staat regelgeving over schadelijke stoffen en producten:

Hoofdstuk 4 Gevaarlijke stoffen en biologische agentia. Het grootste gedeelte van de beleidsregels uit dit hoofdstuk zijn van toepassing op de bouwnijverheid.
Hoofdstuk 6 Fysische factoren, artikel 6.1. Dit gaat over het binnen- en buitenklimaat.
Hoofdstuk 8 Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering.
Tot slot is de Wet Milieugevaarlijke stoffen van belang.

Voor de teksten van de hierboven beschreven artikelen, zie www.overheid.nl.

Wat kunt u doen?
Om uzelf te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van werken met schadelijke producten, doet u het volgende:

- weet wat de symbolen en R-zinnen en S-zinnen op het gevaaretiket betekenen;
- weet met welke producten u werkt en hoe u daar veilig mee kunt werken;
- volg de instructies van leidinggevenden over hoe te werken met de producten nauwgezet op;
- draag de benodigde pbm, onderhoud deze goed en berg deze goed op;
- was uw handen voor het eten en voor toiletbezoek;
- trek verontreinigde kleding uit voor het eten;
- rook niet met vieze handen.

Bitumen
Bitumen is een restproduct dat overblijft na destillatie van aardolie. Bij een normale omgevingstemperatuur is bitumen een vaste stof. Om te kunnen werken met bitumen moet het verwarmd worden. Het wordt dan vloeibaar. Door oplosmiddelen toe te voegen, is het mogelijk om bitumen bij lagere temperaturen te verwerken. Binnen de bouwnijverheid wordt bitumen gebruikt door wegenbouwers, bitumineuze dakdekkingsbedrijven en voor gietvloeren.

Hoe komt u in aanraking met bitumen?
Als bitumen warm wordt verwerkt, ontstaan rook en damp. U kunt de rook/dampen inademen. Bij het verwerken van warme producten is de hoeveelheid damp en/of rook sterk afhankelijk van de temperatuur. De dampvorming is bij een temperatuur van 200 °C ongeveer tien maal hoger dan bij een temperatuur van 160 °C.

Bitumendamp, asfaltrook of het condensaat van de rook kan neerslaan op machines en gereedschappen. Als u dat eraf veegt, kunnen de in het condensaat aanwezige PAK (polycyclisch aromatische koolwaterstoffen) inwerken op uw huid maar kunnen ook door de huid in het lichaam worden opgenomen. U kunt ook PAK inslikken als u met vieze handen gaat roken of eten.

Let op: verontreiniging met bitumen is door de zwarte kleur goed zichtbaar. Dat geldt niet voor verontreiniging met condensaat. Het condensaat is namelijk een kleurloze tot gele 'smeerolieachtige' substantie.

Wat zijn de gevolgen van blootstelling aan bitumen?
Als uw huid lang en vaak in contact is met bitumen, kunt u daar huidaandoeningen van krijgen zoals roodheid, prikkeling en ontstekingsverschijnselen. Door de hoge temperatuur van vloeibaar bitumen kunt u van spatten of morsen ernstige brandwonden krijgen. Van hoge concentraties bitumendamp- en/of rook kunt u ook bronchitis en irritatie van de luchtwegen krijgen.

Welke beroepen hebben te maken met bitumen?
In de wegenbouw worden werknemers blootgesteld aan bitumendampen, asfaltrook en/of condensaat bij het mengen en tijdens het verwerken van warme bitumineuze producten. De verwerkingstemperatuur ligt tussen de 130 °C - 180 °C en is meestal 160 °C. De hoogste blootstelling doet zich voor bij werknemers op een spreidmachine en bij werknemers die het warme bitumen sproeien.

Bitumenwerkers (minerale gietvloeren) hebben bij het aanbrengen van gietvloeren te maken met veel hogere temperaturen, ca. 230 °C. Hierdoor en doordat het werk binnen plaatsvindt, is de blootstelling ook veel hoger.

Dakdekkers worden blootgesteld aan dampen die vrijkomen uit de ketel en tijdens het gieten van bitumen. Ook tijdens het verwarmen van bitumineuze producten met een brander is blootstelling aan rook mogelijk.

Wat zegt de wet?
In de Arbowet staan geen specifieke regels voor het werken met bitumen. Wel staat er in hoofdstuk 4 van het Arbobesluit regelgeving over gevaarlijke stoffen. Daarnaast is de Wet Milieugevaarlijke stoffen van toepassing.

In de CAO voor de Bouwnijverheid (art. 70a) is opgenomen dat het niet is toegestaan teer te verwerken, tenzij na advies van Stichting Arbouw partijen daarvoor dispensatie verlenen. Bitumen is een alternatief voor teer.

Wat kunt u doen?
U kunt de volgende maatregelen nemen om zo min mogelijk met bitumen in aanraking te komen:

Houd de temperatuur van bitumen en asfaltmengsel zo laag mogelijk en voorkom oververhitting. Gebruik een ketelthermostaat.
Wegenbouwers: vraag uw werkgever om speciale asfaltmengsels voor lage temperatuur.
Dakdekkers: gebruik branders op een lange steel.
Werk van de wind af.
Voorkom huidcontact met door condensaat verontreinigde onderdelen door:
- te voorkomen dat apparatuur/gereedschappen verontreinigd raken;
- de temperatuur zo laag mogelijk te houden. Lage temperatuur = weinig condensaat;
- beschermende kleding en handschoenen te dragen. Zorg er voor dat deze kleding
regelmatig wordt gereinigd en vervang uw handschoenen ook regelmatig (bijvoorbeeld
aan het einde van iedere werkdag, afhankelijk van de vervuiling).
Draag ademhalingsbescherming (masker/helm met A/P2 aanblaasfilter) wanneer u wordt blootgesteld aan hoge concentraties bitumenrook.

Cement
Cement wordt in de bouw toegepast als bindmiddel. De meeste cementsoorten zijn samengesteld op basis van zogenoemd portlandcement. Dit wordt gemaakt uit de grondstoffen kalk, klei, leem, leisteen en mergelaarde. Bepaalde stoffen die irritatie kunnen veroorzaken (chroom/kobalt) zijn van nature aanwezig in de gebruikte grondstoffen. Deze stoffen worden in een bepaalde verhouding gemengd, gebrand en gemalen.

Cement wordt in de bouw samen met zand, water en soms kalk verwerkt tot specie. Soms worden hulpstoffen toegevoegd zoals vertragers, plastificeerders en luchtbelvormers om de specie langer verwerkbaar te maken. Vaak wordt een deel van het cement vervangen door poederkoolvliegas.

Hoe wordt u blootgesteld aan cement?
U kunt cementstof inademen. Bijvoorbeeld bij het leegstorten van zakken of tijdens het uitstrooien (aanbranden voor het leggen van een cementvloer). U kunt ook cement(deeltjes) inademen bij spuiten. Dit is alleen niet zo waarschijnlijk omdat het vrij grote druppels zijn. Dit kan wel bij spackspuiten. Het zijn voornamelijk betonspuiters en stukadoors die daar last van hebben.

Bij het werken met cement is de inwerking op de huid het grootste probleem. Als u vaak met blote handen werkt, is het huidcontact intensief. Cement heeft een irriterende en ontvettende werking op de huid. Verder zijn er verbindingen (chromaat en kobalt) aanwezig die kunnen bijdragen aan het ontstaan van allergieën en/of cementeczeem.

Wat zijn de gevolgen van blootstelling aan cement?
Het inademen van cementstof kan leiden tot longaandoeningen.
Van huidcontact met cement kunt u cementeczeem krijgen. Dit komt door een combinatie van factoren, namelijk door irritatie van de huid (door de irriterende en ontvettende werking van cement) gecombineerd met kleine huidbeschadigingen (door zandkorrels) en contactgevoeligheid (door het chroom en het kobalt).
Bij heel intensief huidcontact zijn zelfs brandwonden mogelijk. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer u geknield heeft zitten werken in nat cement waardoor uw kleding doorweekt is geraakt.

Welke beroepen hebben te maken met cement?
Een groot aantal beroepsgroepen in de bouw heeft te maken met cement. Dit zijn o.a. metselaars, cementvloerenleggers, stukadoors, betonreparateurs, bekistingstimmerlieden, betonstortploegen, tegelzetters en opperlieden.

Wat zegt de wet?
Algemene regelgeving over gevaarlijke stoffen, Arbobesluit hoofdstuk 4.
Maximum gehalte aan oplosbaar C2(VI) in cement mag 0,0002% zijn (geldt alleen voor zakgoed).

Wat kunt u doen?
Om uzelf te beschermen, kunt u het volgende doen:

- Voorkom zoveel mogelijk dat uw huid beschadigd raakt. Cement dringt diep in de beschadigde huid en veroorzaakt pijnlijke huidzweren.
- Draag tijdens het werk geen ringen, hieronder kunnen zich resten cement en zand ophopen.
- Draag werkhandschoenen (zonder gaten).
- Werk niet met open kraag bij werk boven uw hoofd.
- Trek vieze kleding meteen na het werk uit.
- Was uw handen meteen na het werk met een zo mild mogelijk reinigingsmiddel (bijvoorbeeld Dreumex speciaal).
- Droog uw handen na het wassen goed af met een schone, droge handdoek en smeer ze in met een verzorgende crème (vaseline-lanettecrème).

Dieselmotoremissies
Dieselmotoremissies bestaan uit:

- vaste deeltjes (roet)
- gassen

De kankerverwekkende stoffen, de zogenaamde Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) in uitlaatgassen zitten in de vaste deeltjes (roet). Het roet en dus de PAK ontstaan door onvolledige verbranding van de brandstof en motorolie. Het gevaar van dieselmotoremissies zit in de roetdeeltjes die zelfs meer kankerverwekkend zijn dan sigarettenrook.

Dieselmotoren worden veel gebruikt in de bouw vanwege hun grote vermogen, de duurzaamheid, de bedrijfszekerheid en het hoge rendement. Veel gebruikte toepassingen in de bouw zijn:

- hei-installaties;
- torenkranen en ander hijsmaterieel;
- grondverzetmachines;
- compressoren en aggregaten;
- bobcats;
- shovels;
- heftrucks;
- vrachtwagens;
- wegenbouwmaterieel.

Hoe wordt u blootgesteld aan dieselmotoremissies?
U heeft te maken met dieselmotoremissies als u in de buurt van draaiende dieselmotoren moet werken. In de wegenbouw komt dit veel vaker voor dan in de burgerlijke- en utiliteitsbouw. In besloten ruimten zijn dieselmotoremissies helemaal een probleem omdat ze niet of moeilijk kunnen worden afgevoerd.

Wat zijn de gevolgen van blootstelling aan dieselmotoremissies?
Uit onderzoek is gebleken dat beroepsgroepen die veel aan dieselmotoremissies worden blootgesteld een hogere kans hebben op het krijgen van longkanker. Dieselmotoremissies staan inmiddels op de lijst van kankerverwekkende stoffen en processen.

Van dieselmotoremissies kunnen ook uw slijmvliezen, ogen en luchtwegen geïrriteerd raken en kunt u hoofdpijn krijgen. Deze klachten verdwijnen weer als u schone lucht heeft ingeademd.

Welke beroepen hebben te maken met dieselmotoremissies.
Wegmarkeerders, asfalteerders, stratenmakers, kabel- en buizenleggers, heiers, spoorleggers, slopers, machinisten en bronbemalers.

Wat zegt de wet?
In het Arbobesluit staan voorschriften voor het werken met kankerverwekkende stoffen en processen. Daar vallen dieselmotoremissies onder.

Arbobesluit hoofdstuk 4, afdeling 2 'Aanvullende voorschriften kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen'. Hierin staat o.a.

4.13 Nadere voorschriften voor de risico-inventarisatie (welke informatie over
kankerverwekkende stoffen uw werkgever moet opnemen).

4.15 Lijst van werknemers (uw werkgever moet een lijst bijhouden van werknemers die
werkzaamheden verrichten die gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid).

4.16 Grenswaarden (uw werkgever dient zich te houden aan de door de overheid gestelde
grenswaarden. In het geval van dieselmotoremissies is geen grenswaarde vastgesteld.
Dit houdt in principe in dat iedere blootstelling moet worden voorkomen).

4.17 Voorkomen van blootstelling: vervangen (voor zover mogelijk vervangt uw werkgever
kankerverwekkende stoffen door andere stoffen).

4.18 Voorkomen of beperken van blootstelling (uw werkgever moet blootstelling voorkomen
of blootstelling met bronmaatregelen terugbrengen tot een niveau waarop geen schade
aan gezondheid kan optreden. Als dat niet mogelijk is, moet hij afzuiging en/of ventilatie
toepassen. Als dat niet mogelijk is, dan moet hij zijn werknemers scheiden van de bron.
Als ook dat niet mogelijk is, moet uw werkgever zijn werknemers van persoonlijke
beschermingsmiddelen voorzien. Het werken met persoonlijke beschermingsmiddelen
moet tot een minimum worden beperkt).

4.19 Beperken van de blootstelling (regels over de kennis die werknemers moeten hebben van
de stoffen waarmee ze werken en regels voor gevarenzones en de opslag).

4.20 Hygiënische beschermingsmaatregelen (hier staan regels voor zones waar zonder gevaar
kan worden gegeten, regels voor werkkleding, opslag van kleding, wasgelegenheden en
opslag en controle van pbm).

Zie voor de volledige teksten www.overheid.nl.

De Arbouw-aanbeveling voor een grenswaarde voor PAK staat in Arbouwrapport 04-51. Het voorstel is 300 ng/m3 benzo(a)pyreen als gidsstof voor PAK.

Wat kunt u doen?
U moet ervoor zorgen dat u zo min mogelijk kankerverwekkende stoffen inademt. Uw werkgever kan op dit punt meer doen dan u, omdat hij ervoor kan zorgen dat er bijvoorbeeld afzuiging wordt geplaatst, dieselmotoren worden vervangen door LPG-motoren enzovoorts. U kunt zelf het volgende doen:

- Zorg dat u zoveel mogelijk uit de buurt blijft van dieselmotoren.
- Zet aggregaten etc. uit als u er niet mee werkt.
- Draag ademhalingsbescherming (volgelaatsmasker met P3-filter) als andere maatregelen niet mogelijk zijn.

Epoxy’s
Epoxy's zijn kunstharsen. Toepassingen zijn: lijmen (constructielijm, tegellijm), voegmiddel, coatings, primers, vloerafwerking (gietvloer, troffelvloer, grindvloer), reparatiemiddelen (beton, hout) en rioolreparatie.

Meestal worden epoxy's geleverd als twee-componenten product, namelijk een hars (A) en een harder (B). Soms is er een derde component, meestal een vulstof (bijvoorbeeld zand of grind).
Om epoxy's te kunnen verwerken, bevatten ze een oplosmiddel. Soms is dat water soms een organisch oplosmiddel. Er zijn oplosmiddelen die niet verdwijnen door verdamping, maar doordat ze in het eindproduct worden opgenomen. Zo komen ze niet in het milieu terecht. Dergelijke oplosmiddelen worden reactieve verdunners genoemd.

Hoe wordt u blootgesteld aan epoxy’s?
Blootstelling aan epoxy's kan via de huid en door inademing. Het contact met epoxy's kan plaatsvinden bij:

- transport van de grondstoffen;
- opslag van de grondstoffen;
- voorbereidingen (o.a. mengen);
- uitvoering van de werkzaamheden;
- schoonmaak en reparaties van gereedschap en apparatuur;
- opslag en afvoer van het afval.

Wat zijn de gevolgen van werken met epoxy’s?
De grootste problemen ontstaan als epoxyproducten op de huid terechtkomen. In eerste instantie leidt aanraking van de huid met epoxyharsen, verharders ef reactieve verdunner tot roodheid, jeuk en pijn. Langer durend contact leidt tot irritatie-eczeem. De huid is dan beschadigd. Ongeveer 1 op de 5 epoxyverwerkers ontwikkelt daarnaast een allergie. Ook een allergie uit zich in eczeem, meestal het eerst op de handen en de onderarmen. Soms ontstaat ook roodheid en zwelling in het gezicht.
Allergische reacties treden na elke volgend contact met epoxyhars en -harder in steeds sterkere mate op. De enige oplossing is om absoluut geen contact meer met deze stoffen te hebben.
Door het inademen van dampen van epoxygebonden reparatiemiddelen kunnen de slijmvliezen van ogen en luchtwegen geprikkeld raken en kan een allergie van de luchtwegen ontstaan, maar dit komt veel minder vaak voor dan een huidallergie.

Welke beroepen hebben te maken met epoxy’s?
Schilders, betonwerkers, timmerlieden, vloerenleggers, tegelzetters en, kabel- en buizenleggers.

Wat zegt de wet?
Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) van VROM (volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu) PGS 15 - Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen: Richtlijn voor brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid.

In deze richtlijn zijn de regels opgenomen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd.
De tekst van de richtlijn kunt u vinden op de website van VROM.

Wat kunt u doen?
Om uzelf te beschermen tegen de schadelijke effecten van epoxy's, kunt u het volgende doen:

- Meng met een laag toerental.
- Sla chemische betonreparatiemiddelen in een ruimte apart van de werkplek op in lekbakken van voldoende inhoud. Sla hier ook de containers met epoxy-afval op.
- Markeer afvalcontainers met dezelfde symbolen en waarschuwingszinnen als op de verpakking van de middelen.
- Als u grote hoeveelheden met een menger op een boortol moeten mengen, sluit het mengvat dan af met plexiglas (na gebruik plexiglas weggooien).
- Vul het mengvat nooit verder dan tot 20 cm onder de rand.
- Gebruik hulpmiddelen (borstel, troffel, schuurbord, spaan) op een steel. Beplak de handvatten met tape. Na het werk kunt u het vuil met de tape eenvoudig verwijderen.
- Draag bij het injecteren nitrilrubber handschoenen, gebruik het juiste gereedschap en maak het gereedschap direct na gebruik schoon.
- Ruim de werkplek na het werk de werkplek zorgvuldig op, zodat niemand zonder het te weten in aanraking kan komen met (onuitgeharde) betonreparatiemiddelen.
- Draag ademhalingsbescherming (luchtkap met koolfilter) bij het mengen en gebruiken van reparatiemiddelen.
- Draag een gelaatsscherm wanneer u boven uw hoofd werkzaamheden moet uitvoeren.
- Draag werkkleding en handschoenen van nitrilrubber, neopreen of een combinatie van meerdere kunststoffen. Handschoenen moeten een goede pasvorm en een lange schacht hebben en in diverse maten voorhanden zijn. Let op: epoxyars kan door vinyl en natuurrubber heen dringen. Bovendien kan men voor natuurrubber overgevoelig worden. Deze materialen zijn dus NIET geschikt. Ook katoenen handschoenen en kleding zijn NIET geschikt. De hars kan gemakkelijk door het katoen dringen. Vuile handschoenen of kledingstukken blijven zo voortdurend op de huid inwerken.
- Draag alleen kleding met katoenen binnenkleding of draag katoenen kleding en handschoenen onder de beschermende kleding, zweet wordt hierdoor opgenomen.
- Draag alleen handschoenen die van binnen droog en schoon zijn. Trek ze over schone handen aan, anders wordt het middel erger dan de kwaal.
- Draag handschoenen niet langer dan de tijd die door de leverancier wordt aangegeven, dit zal meestal niet langer dan vier uur zijn.
- Draag beschermende kleding niet langer dan één dag.
- Vervang door hars of harder verontreinigde kleding, zo nodig vaker dan één keer per dag door schone kleding.
- Was handen alleen als ze in contact zijn gekomen met chemische betonreparatiemiddelen, was ze dan zo snel mogelijk en met een milde zeep.
- Eet, drink of rook NOOIT tijdens het werk.
- Ga met huidklachten direct naar de (bedrijfs)arts.

Ontkistingsmiddelen
Ontkistingsmiddelen zijn olieachtige stoffen die voorkómen dat beton aan de bekisting hecht. Zij kunnen worden ingedeeld in de volgende zes categorieën:

- Minerale oliën (met en zonder toevoegingen) in oplosmiddelen.
- Minerale oliën (met of zonder toevoegingen) zonder oplosmiddelen.
- Speciale oliën of synthetische esters met toevoegstoffen in water.
- Geconcentreerde ontkistingsolie, verdunbaar met water of oplosmiddel.
- Bekistingswas.
- Bekistingslak.

Voor welk ontkistingsmiddel wordt gekozen, hangt af van de eisen die aan het uiterlijk van het beton worden gesteld en van welk materiaal de bekisting is gemaakt (staal of hout). De Stichting Betonlosmiddel Fabrikanten (BLF) heeft in samenwerking met Arbouw ontkistingsmiddelen ingedeeld in klassen (BLF-klasse 1 t/m 5). De criteria hiervoor zijn zo opgesteld dat de middelen die in klasse 1 vallen 'vriendelijk' zijn voor de gezondheid en het milieu. Ze leveren een mooi gesloten oppervlak, geven geen huidklachten, zijn beter voor milieu maar de applicateur moet wel een andere spuittechniek leren en zijn iets duurder. De middelen uit klasse 5 zijn minder vriendelijk voor gezondheid en milieu.

Hoe wordt u blootgesteld aan ontkistingsmiddelen?
Wanneer u ontkistingsmiddel aan het vernevelen bent, kunt u de spuitnevel inademen. Verder kan er ontkistingsmiddel op uw huid komen door direct contact met de nevel, of doordat u verontreinigde bekistingelementen, gereedschappen en ander materiaal zoals steigerelementen aanraakt. Ook kan er olie op de huid komen als uw kleding of handschoenen doordrenkt raken. Tot slot kan het gebeuren dat er ontkistingsmiddel in uw maagdarmkanaal terechtkomt doordat u heeft gegeten met vieze handen of doordat u deeltjes die in de neus-keelholte zijn neergeslagen, heeft ingeslikt.

Wat zijn de gevolgen van blootstelling aan ontkistingsmiddelen?
Als uw huid in contact komt met ontkistingsmiddel kan hij beschadigd raken. De huid raakt geïrriteerd en wondjes zullen minder goed genezen. Op den duur kunnen er ontstekingen ontstaan. Als er met ontkistingsmiddelen wordt gewerkt, wordt er ook met cement gewerkt. Nat cement werkt irriterend en kan tot cementeczeem leiden. De kans op huidaandoeningen door ontkistingsmiddelen wordt daardoor nog groter, omdat de huid beschadigd wordt door het cement waardoor chemische stoffen makkelijker op de huid kunnen inwerken.

Daarnaast kunnen ontkistingsmiddelen de luchtwegen irriteren. De druppelgrootte van de nevel is hierbij belangrijk. Grote druppels kunnen niet worden ingeademd. Kleinere druppels zullen vooral in de neus en in de bovenste longen terechtkomen. Hele kleine druppeltjes kunnen diep in de longen komen en daar chemische longontsteking veroorzaken.

Welke beroepen hebben te maken met ontkistingsmiddelen?
De bekistingstimmerman en de betonstorter hebben te maken met ontkistingsmiddelen.

Wat zegt de wet?
Algemene regelgeving over gevaarlijke stoffen hoofdstuk 4 van het Arbobesluit.
Daarnaast is de Wet Milieugevaarlijke stoffen van toepassing.

Voor de wetteksten verwijzen wij u naar www.overheid.nl.

Wat kunt u doen?
Om uzelf te beschermen tegen de schadelijke effecten van ontkistingsmiddel, kunt u de volgende maatregelen nemen:

- Zorg bij het vullen van de cilinder dat u geen ontkistingsmiddel morst.
- Olie de binnenkant van een tunnelbekisting bij voorkeur niet. Gebruik voor het smeren van de bewegende delen een eenvoudig kannetje smeerolie en voorkom met regelmatig onderhoud dat er cementwater in de bekisting komt. Als de binnenkant toch moet worden geolied, gebruik dan een middel met zo weinig mogelijk gezondheidsbezwaren en zorg voor voldoende ventilatie.
- Breng geen ontkistingsmiddel aan als u al huidaandoeningen of wondjes heeft aan uw handen en/of onderarmen.
- Werk van boven naar beneden en van de wind af.
- Laat geen gereedschap en poetsdoeken slingeren waar ontkistingsmiddel aan zit.
- Laat geen open vaten en emmers met ontkistingsmiddel op de bouwplaats achter.
- Draag handschoenen van nitrilrubber, neopreen of een combinatie van meerdere kunststoffen.
- Stop geen vervuilde poetsdoeken in de zakken van werkkleding.
- Draag bij het verspuiten van bekistingsmiddel ademhalingsbescherming. Bij voorkeur een helm voorzien van aangeblazen lucht. Het filtertype hangt af van het te gebruiken bekistingsmiddel. Zie hiervoor PISA (Productgroep Informatie Systeem Arbouw).
- Vervang het filtermasker regelmatig. Het masker kan snel bedekt raken met neveldruppeltjes die door het inhaleren verdampen en zo toch nog worden ingeademd.
- Draag bij vernevelen beschermende kleding (schorten) en handschoenen. Het type handschoen hangt af van het soort middel (zie PISA). Draag daarbij een veiligheidsbril of een gelaatscherm.
- Rook, eet of drink nooit tijdens het aanbrengen van ontkistingsolie.
- Was, bij elke onderbreking van het werk de handen en onderarmen met water en milde zeep.

Oplosmiddelen
Oplosmiddelen zijn vluchtige (=makkelijk verdampende) stoffen waarin andere stoffen oplossen. Oplosmiddelen zitten in erg veel producten die in de bouw worden gebruikt. Niet alleen in verfproducten, maar ook in lijmen, kitten en schoonmaakmiddelen.

Hoe wordt u blootgesteld aan oplosmiddelen?
Blootstelling aan oplosmiddelen kan op verschillende manieren gebeuren:

- Door inademing van vluchtige stoffen.
- Door de huid door direct contact met het oplosmiddelhoudend product.
- Via de mond door met verontreinigde handen te eten of te roken.

Wat zijn de gevolgen van werken met oplosmiddelen?
Door het inademen van oplosmiddelen kunnen de slijmvliezen geïrriteerd raken. Ook kunnen door inademing oplosmiddelen in het bloed worden opgenomen. Via het bloed worden de oplosmiddelen verder getransporteerd. Als eerste gaan deze stoffen naar organen met een goede doorbloeding en een hoog vetgehalte: het zenuwstelsel.

Het acute effect van oplosmiddelen op het zenuwstelsel is vergelijkbaar met dat van alcohol: praatneigingen, gebrek aan eetlust, ongecontroleerde bewegingen, slaperigheid enz. Dit acute effect kan optreden bij hele hoge blootstellingen, bijvoorbeeld bij het werken met oplosmiddelen in kleine ruimtes zoals toiletten en douchecellen (tegelzetters en schilders).

Als u vaak aan hoge concentraties oplosmiddelen wordt blootgesteld, kan dat leiden tot onherstelbare beschadiging van de hersenen. Dit uit zich in effecten als vergeetachtigheid, prikkelbaarheid, moeheid, nervositeit, depressiviteit en (in zeer ernstige gevallen) vervroegde dementering. Dit ziektebeeld heet OPS: Organisch Psycho Syndroom. Om dit te voorkomen is sinds 2000 de Vervangingsplicht van kracht (zie 'Wat zegt de wet').

Oplosmiddelen hebben daarbij een ontvettende werking op de huid. U kunt er huidklachten van krijgen: roodheid, kloven en eczeem, dus voorkom huidcontact.

Welke beroepen hebben te maken met oplosmiddelen?
Mensen met onder andere de volgende beroepen hebben te maken het oplosmiddelen:

- schilders;
- kunststofvloerenleggers;
- betonreparateurs.

Wat zegt de wet?
Voor binnenwerk is sinds 1 januari 2000 de zogenaamde Vervangingsplicht van kracht (Arboregeling 4.32a, paragraaf 4.8a). Dit betekent dat uw werkgever voor binnenwerk producten moet aanschaffen die weinig of geen oplosmiddelen bevatten. Het komt er op neer dat er voor binnenschilderwerk alleen watergedragen verfproducten gebruikt mogen worden. De toegestane hoeveelheid oplosmiddel voor binnenschilderwerk is als volgt:

- voor muurverf: maximaal 60 gram vluchtige organische stoffen (VOS) per liter.
- voor lak, vernis of vulmiddel geldt een maximum van 100 gram VOS per liter product.

De Vervangingsplicht geldt voor alle binnenwerkzaamheden, dus voor het aanbrengen van verf, lak, beits, vernis of vulmiddel maar ook voor het doen van voorbewerkingen (verwijderen, afbijten van oude verflagen). Ook voor het voorstrijken van vloeren en wanden en het plamuren van wanden en andere oppervlakken geldt de Vervangingsplicht.

Zie voor de tekst van Arboregeling 4.32a, paragraaf 4.8a www.overheid.nl.

Wat kunt u doen?
Om uzelf te beschermen tegen de schadelijke effecten van oplosmiddelen, kunt u het volgende doen:

- Ventileer wanneer u met oplosmiddelen werkt, let hier vooral op bij werken achter afscherming.
- Werk met rollers op lange steel en lange spuitlansen om de afstand tussen uitdampend oppervlak en de ademzone te vergroten.
- Stop met oplosmiddel doordrenkte doeken niet in uw broekzak.
- Niet eten, drinken en roken op de werkplek.
- Bescherm uw huid goed door gemorste producten direct af te vegen met een schone, droge doek en altijd handschoenen te dragen.
- Reinig uw huid goed, was uw handen alleen als het nodig is en gebruik dan geen oplosmiddel maar een milde zeep.
- Verzorg uw handen goed; smeer uw handen in met koelzalf AZG of vaseline-lanette crème.

Polyurethaan (PUR)
Polyurethaan, afgekort PUR, wordt gevormd door een reactie tussen twee componenten (Polyol en Isocyanaat). Om het gewenste eindproduct te krijgen, worden bepaalde stoffen toegevoegd zoals blaasmiddelen (schuim), katalysatoren, stabilisatoren en brandvertragers. PUR-schuim wordt fabrieksmatig verwerkt tot hardschuimplaten, prefab dakelementen, sandwichconstructies en dergelijke.

In de bouw wordt PUR-schuim gebruikt bij montagewerkzaamheden en als vulmiddel: montageschuim, snelschuim en vulschuim. Dit zijn meestal eencomponentschuimen, waarbij de reactie op gang wordt gebracht door waterdamp in de lucht. Soms worden tweecomponenten producten gebruikt, dan is de ene component een polyol en de andere een isocyanaat.

Hoe wordt u blootgesteld aan PUR?
Een purder gebruikt een schuimlans waardoor de afstand tussen hem en het schuim ongeveer 1,5 meter is. Hierdoor is de kans op inademing van PUR-dampen klein. Als u maar af en toe met PUR werkt, is de kans op blootstelling groter omdat u minder ervaren bent en eerder morst.

Wat zijn de gevolgen van blootstelling aan PUR?
Van de componenten waaruit PUR bestaat, zijn vooral de isocyanaten schadelijk. Effecten hiervan kunnen zijn irritatie van ogen en luchtwegen, beroepsastma of contacteczeem.
Als u meer dan één schuimbus gebruikt in een kleine ruimte, kan er een tekort aan zuurstof ontstaan. Hierdoor kunt u bewusteloos raken.

Welke beroepen hebben te maken met PUR?
Vooral purders, maar ook timmerlieden en plaatsers van gevelelementen werken regelmatig met PUR. In de renovatie gebruikt bijna iedereen wel eens PUR.

Wat zegt de wet?
In hoofdstuk 4 van het Arbobesluit staat algemene regelgeving over gevaarlijke stoffen. Daarnaast is de Wet Milieugevaarlijke stoffen van toepassing.

Voor de volledige tekst van de genoemde artikelen verwijzen wij u naar www.overheid.nl.

Wat kunt u doen?
Om te voorkomen dat u zelf wordt blootgesteld aan schadelijke effecten van PUR, kunt u de volgende maatregelen nemen:

- Vraag uw werkgever om PUR-schuim met zo min mogelijk schadelijke bestanddelen.
- Goed ventileren (vooral als u meer dan één bus PUR in een kleine ruimte verspuit).
- Als goed ventileren niet kan, draag dan ademhalingsbescherming (verse-luchtkap).
- Draag bovendien een veiligheidsbril, handschoenen (neopreen, nitrilrubber of latex) en een goed sluitende overall.

Zuren en logen
Zuren en logen (basen) worden vanwege hun bijtende werking in de bouw gebruikt om vervuilde oppervlakken te reinigen. Zuren kunnen metalen aantasten en zelfs oplossen, kleding wordt erdoor weggevreten. Logen hebben dezelfde of nog ergere bijtende werking.

Of een stof een zuur of een base (loog) is, wordt bepaald door de pH van een stof:
pH 0 = zuur (zwavelzuur, azijnzuur, zoutzuur);
pH 7 = neutraal (water);
pH 14 = basisch (natronloog, soda).

Hoe wordt u blootgesteld aan zuren en logen?
Bij het verdunnen van zuren en logen kunt u morsen waardoor er spetters op uw huid en in uw ogen kunnen komen. De dampen van geconcentreerde zuren kunt u inademen. Bij verneveling kan er nevel op uw huid en in uw ogen komen en kunt u de nevel inademen. Bij het opbrengen met een borstel of roller kunnen spetters op uw huid en in uw ogen komen.

Bij het gebruik van pasta's met zuren en logen is de kans op contact met de huid en ogen veel kleiner en kunt u ook geen nevel inademen. Wanneer u de ingedroogde pasta afspoelt met water, kunt u via het spoelwater wel in contact komen met het zuur of loog.

Wat zijn de gevolgen van blootstelling aan zuren en logen?
Zuren werken onmiddellijk bijtend, bij contact met logen zijn de gevolgen niet altijd direct merkbaar. Geconcentreerde zuren en logen kunnen de huid ernstig beschadigen. De huid wordt rood, zwelt op en doet pijn. Ook kunnen brandwonden ontstaan. Spetters in het oog kunnen het oog beschadigen waardoor iemand (tijdelijk) slecht ziet. Als u grote hoeveelheden in het oog krijgt of als een sterke straal uw oog raakt, kunt u hier blijvend blind van worden.

Van het inademen van de dampen of nevel van geconcentreerd zuur of loog kunnen uw keel en longen ernstig geïrriteerd raken. Met als gevolg ademnood en flink hoesten. Het longweefsel kan beschadigd raken. Na een herstelperiode zullen er geen permanente gevolgen voor de gezondheid zijn. Bij verdunde zuren en logen treden ongeveer dezelfde effecten op, alleen iets minder erg.

Fluorwaterstofzuur en Oxaalzuur zijn levensgevaarlijk.
Fluorwaterstofzuur is een uiterst agressief, bijtend zuur dat ernstige brandwonden kan veroorzaken. De verschijnselen op de huid ziet u pas na een tijd. De verwondingen doen veel pijn en genezen moeilijk. Het zuur kan ook door de huid worden opgenomen. Als fluorwaterstofzuur in uw oog komt, kunt u hier blind van worden en inademing kan de vorming van longoedeem (vocht in de longen) veroorzaken met kans op een dodelijke afloop.
Oxaalzuur kan huidverkleuring veroorzaken, dit is ook pijnlijk. Als dit in ernstige mate gebeurt, kan dat leiden tot afsterving van de huid. Het inademen en inslikken van nevel en stofdeeltjes kan een shock veroorzaken en het kan de lever en de nieren beschadigen.

Welke beroepen hebben te maken met zuren en logen?
Vooral gevelreinigers, metselaars, voegers en tegelzetters komen in aanraking met zuren en logen. Schilders gebruiken soms ammonia, een loog.

Wat zegt de wet?
In hoofdstuk 4 van het Arbobesluit staat algemene regelgeving over gevaarlijke stoffen.

Voor de volledige tekst verwijzen wij u naar www.overheid.nl.

Wat kunt u doen?
Om uzelf zoveel mogelijk te beschermen tegen de schadelijke effecten van zuren en logen, kunt u het volgende doen:

Leg de opening tussen gevel en steiger zoveel mogelijk dicht om morsen van cement tegen de gevel te voorkomen.
Gebruik geen fluorwaterstof om cementsluier te verwijderen, maar spoel de gevel direct schoon met water.
Gebruik geen ammonia om verfwerk te reinigen, maar een product als St. Marc of Universol.
Als het gebruik van zuren en logen onvermijdelijk is, vraag uw werkgever dan om het minst agressieve reinigingsmiddel, bijvoorbeeld zoutzuur in plaats van fluorwaterstof.
Vraag uw werkgever om reinigingsmiddelen in de vorm van pasta.
Scherm de werkplek waar zuren en logen worden gebruikt goed af:
- leg een zeil rond en onder de steiger om verspreiding van reinigingsmiddelen te
voorkomen;
- voorzie steigerpijpen van stoppen zodat steigerbouwers bij de afbraak niet voor
verrassingen komen te staan;
- vang het spoelwater op in lekbakken;
- zorg voor zorgvuldige afvoer van het spoelwater in overleg met een chemisch
afvalverwerker.

Trillingen
Iedereen die werkt met machines, voertuigen of gereedschap krijgt te maken met trillingen. Onder trilling wordt verstaan het (snel) heen en weer gaan van een mechanisch onderdeel. Dat kan het handvat van een slijptol zijn, een vrachtwagenstoel of de vloer in de omgeving van een trillende machine.

Wat zijn de risico's?
Trillingen kunnen schadelijk zijn voor wie eraan wordt blootgesteld. Ze vormen een risico voor de lage rug en de wervelkolom, vaat- en zenuwstelsel en botten, gewrichten en spieren.

Welke soorten trillingen zijn er?
Er wordt onderscheid gemaakt in:

- Hand-armtrillingen
- Lichaamstrillingen

De namen spreken eigenlijk voor zich. Bij lichaamstrillingen is het hele lichaam in trilling, de trillingen komen binnen via voeten of zitvlak. Bij hand-armtrillingen komen de trillingen binnen via handen, en worden doorgegeven aan polsen, armen en schouders.

Hand-armtrillingen
Ongeveer 25.000 werknemers in de bouwnijverheid hebben te maken met hand-armtrillingen. De trillingen komen binnen via de handen en worden doorgegeven aan polsen, armen en schouders. Als de blootstelling langere tijd duurt, neemt de kans op gezondheidsschade toe. Dat is ook het geval als het aantal trillingen toeneemt.

Hoe wordt u blootgesteld aan hand-armtrillingen?
U heeft vooral te maken met hand-armtrillingen als u stotend handgereedschap bedient, zoals sloophamers en trilstampers. Ook bij gebruik van ander trillend handgereedschap (bijvoorbeeld boor-, schuur-, slijp- en polijstgereedschap) krijgt u te maken met hand-armtrillingen.

De kans op klachten neemt toe door:

- Hoge trillingsniveaus.
- Lange werktijden.
- Koude en vochtige omgeving.
- Lawaai.
- Hard moeten knijpen in trillend handgereedschap.
- Roken.

Wat zijn de gevolgen?
Van hand-armtrillingen kunt u witte en/of dode vingers krijgen en gewrichtsklachten in uw handen en armen. Al deze klachten samen worden het hand-armvibratiesyndroom genoemd. De klachten en symptomen hoeven overigens niet tegelijk voor te komen.

Witte vingers kunt u herkennen aan het aanvalsgewijs wit worden van de vingerkootjes. Dit komt doordat er minder bloed naar de vingers wordt toegevoerd. Als gevolg daarvan wordt de huid bleek en gaan de vingers pijn doen. 'Dode' vingers beginnen meestal met tintelingen en een 'doof' gevoel in de vingers. Dit kan in ernstigere gevallen overgaan in gevoelloosheid en verlies van handvaardigheid. Hierdoor is het moeilijker om gereedschap vast te houden. Zwaarder slag- en stootgereedschap kan zorgen voor vervroegde slijtage van het pols-, elleboog- en schoudergewricht.

Daarnaast zijn er gezondheidsklachten als:

- Vermoeidheid.
- Prikkelbaarheid.
- Slaapstoornissen.

Welke beroepen hebben te maken met hand-armtrillingen?
Blootstelling aan hand-armtrillingen komt vooral voor bij:

- slopers, koppensnellers;
- straatmakers, spoor-, kabel- en buizenleggers;
- betontimmerlieden, vloerenleggers;
- voegers, natuursteenbewerkers, terrazzowerkers, timmermannen.

Wat zegt de wet?
In de wet zijn grenzen vastgelegd voor de mate waarin u als werknemer mag worden blootgesteld aan hand-armtrillingen (de zogenoemde wettelijke actie- en grenswaarde). Informatie daarover moet u van uw werkgever krijgen. Uw werkgever moet:

- Aangeven hoe het met de huidige werksituatie is gesteld.
- Aangeven welke gezondheidsschade bepaalde arbeidsmiddelen kunnen veroorzaken en welke maatregelen zijn getroffen om de trillingsniveaus te verlagen.
- Instructie geven over veilige werkmethoden waarmee u de risico's van blootstelling aan trillingen tot een minimum kunt beperken.

Wat kunt u doen?
Samen met uw werkgever kunt u de kans op klachten verkleinen door het nemen van een aantal maatregelen, zoals:

- Zorg dat u warm bent aangekleed en draag handschoenen (kou vergroot de kans op klachten).
- Probeer zoveel mogelijk een ontspannen werkhouding aan te nemen. Als u harder moet knijpen om het gereedschap te bedienen, is de trillingsoverdracht op handen en armen groter.
- Gebruik gereedschap alleen voor de werkzaamheden waarvoor ze daadwerkelijk gemaakt zijn. Een verkeerd gekozen werktuig of gereedschap in slechte staat kan leiden tot een extra belasting bij het bedienen en een onnodig hoog trillingsniveau.
- Let op goed onderhoud van het gereedschap, bijvoorbeeld het scherp houden van beitels van snij-, hak- of bikgereedschap en het goed balanceren van roterende delen.
- Werk bij voorkeur met trillend gereedschap niet in lawaai, hierdoor kunnen gewrichtsklachten namelijk erger worden. Als dat niet mogelijk is, probeer dan uw werkzaamheden zoveel mogelijk af te wisselen met andere werkzaamheden.
- Rook niet tijdens het gebruik van trillend gereedschap. Roken werkt vaatvernauwend (de bloedtoevoer naar de vingers neemt af); in combinatie met trillend gereedschap vergroot het de kans op klachten.
- Maak gebruik van uw recht op een PAGO.

Lichaamstrillingen
Ruim 12.000 werknemers in de bouwnijverheid hebben te maken met lichaamstrillingen. De trillingen en schokken komen binnen via de voeten of het zitvlak. Naarmate u langere tijd en aan intensievere trillingen en schokken wordt blootgesteld, neemt de kans op gezondheidsschade toe.

Hoe wordt u blootgesteld aan lichaamstrillingen?
U heeft vooral te maken met trillingen en schokken als u op een machine rijdt, bijvoorbeeld een grondverzetmachine, vorkheftruck of een kraan.

De kans op klachten neemt toe door:

- Te snel rijden over een slechte ondergrond.
- Een bestuurdersstoel in slechte staat of verkeerd ingesteld.
- Een slechte zithouding tijdens het rijden.
- Een slecht zicht, waardoor u als bestuurder moet draaien en strekken.
- Andere activiteiten die zwaar zijn voor uw rug, zoals het tillen of dragen van zware lasten.
- Een slechte lichamelijke conditie.

Wat zijn de gevolgen?
Van lichaamstrillingen en -schokken:

- Kunt u lage rugklachten en rugaandoeningen (zoals een hernia) krijgen.
- Kunt u vermoeid raken.
- Kunt u maagklachten krijgen.
- Kan uw prestatievermogen afnemen.
- Kan het gebeuren dat u op het moment van blootstelling minder ziet en dat uw coördinatie slechter is.

In ernstige gevallen kunt u zelfs arbeidsongeschikt raken voor werk waarbij blootstelling aan trillingen en schokken plaatsvindt of voor werk met matige of zware rugbelasting.

Welke beroepen hebben te maken met lichaamstrillingen?
Blootstelling aan lichaamstrillingen komt vooral voor bij:

- Grondverzetmachinisten.
- Chauffeurs van kippers, dumpers en betonmolens.
- Baggeraars.
- Machinisten van mobiele kranen.
- Bedieners van asfalteermachines.

Wat zegt de wet?
In de wet zijn grenzen vastgelegd voor de mate waarin u als werknemer mag worden blootgesteld aan lichaamstrillingen (de zogenoemde wettelijke actie- en grenswaarde). Informatie daarover moet u van uw werkgever krijgen.

Uw werkgever moet:

- Aangeven hoe het met de huidige werksituatie is gesteld.
- Aangeven welke gezondheidsschade bepaalde arbeidsmiddelen kunnen veroorzaken en welke maatregelen zijn getroffen om de trillingsniveaus te verlagen.
- Instructie geven over veilige werkmethoden waarmee u de risico's van blootstelling aan trillingen tot een minimum kunt beperken.

Wat kunt u doen?
Samen met uw werkgever kunt u de kans op rugklachten verkleinen door het nemen van een aantal maatregelen:

- Verlaag uw rijsnelheid en rij rustig en ontspannen.
- Zorg dat uw stoel goed staat ingesteld: let erop dat u uw voeten zonder moeite kunt verplaatsen van de ene naar de andere pedaal; stel de rugleuning van uw stoel in terwijl u op de stoel zit; stel een mechanisch afgeveerde stoel in op uw lichaamsgewicht.
- Let op uw zithouding: zorg ervoor dat uw rug tegen de achterleuning van de stoel wordt gedrukt en dat uw schouders ontspannen naar beneden hangen; zit niet te lang in dezelfde houding; probeer af en toe wat strekoefeningen te doen en las voldoende pauzes in.
- Zorg dat u altijd goed zicht hebt. Als dat niet het geval is, geef dat dan door aan uw werkgever zodat u samen met hem het probleem kunt oplossen.
- Zorg dat u zware lasten altijd op de juiste manier draagt en tilt: houd de last zo dicht mogelijk bij het lichaam. Til nooit meer dan 25 kilo in uw eentje; als een last zwaarder is, gebruik dan hulpmiddelen of vraag een collega om u te helpen.
- Zorg voor een goede lichamelijke conditie, daarmee loopt u minder risico op het krijgen van rugklachten.
- Maak gebruik van uw recht op een PAGO.

Valgevaar
Valgevaar ontstaat wanneer u moet werken bij een hoogteverschil. Dit kan dus op een gebouw of een brug of iets dergelijks zijn, maar ook boven een put.

Wat zijn de risico's van valgevaar?
De gevolgen van een valpartij kunnen heel ernstig zijn, ook als het hoogteverschil niet zo groot is. Als het hoogteverschil groter is dan 2,5 meter of als de kans bestaat dat u zich (ernstig) kan verwonden bij een val, moet uw werkgever valbeveiliging (laten) aanbrengen.

Welke beroepen hebben te maken met valgevaar?
Bijna iedereen in de bouwnijverheid werkt af en toe op hoogte. Mensen met de volgende beroepen zijn vaker op hoogte te vinden dan op de grond.

- Steigerbouwer
- Dakdekker
- Timmerman
- Metselaar
- Schilder

Wat zegt de wet?
Arbobesluit: hoofdstuk 3.16, 7.22, 7.3, 7.4 en 7.5
Het Arbobesluit eist dat uw werkgever maatregelen neemt om valgevaar te voorkomen. Dit kan door middel van het aanbrengen van een veilige steiger, stelling of werkvloer of het aanbrengen van hekwerken en leuningen. Als dit niet kan omdat bijvoorbeeld het aanbrengen ervan te grote risico's met zich meebrengt, mogen vangnetten of harnasgordels met lijnen worden gebruikt.

Beleidsregels: hoofdstuk 3.16, 7.4-4 en 7.4-5
Volgens de beleidsregels moet valgevaar worden voorkomen, ofwel uw werkgever moet de werkplek beveiligen:

- Als u moet werken op 2,5 meter hoogte of meer.
- Bij ieder valgevaar als u moet werken op arbeidsplaatsen die in beweging zijn of kunnen komen.
- Als het hoogteverschil kleiner is dan 2,5 meter en er sprake is van risicoverhogende omstandigheden waardoor de gevolgen van een val erger worden (bijvoorbeeld bij werken boven water of boven stekeinden en bij de aanwezigheid van verkeer).

Wat kunt u doen?
Om het valgevaar te beperken, kunt u zelf het volgende doen:

- Probeer zoveel mogelijk vanaf een veilige werkplek te werken, zoals een steiger, bordes of werkvloer.
- Zorg dat en wand- en vloeropeningen beveiligd zijn en houd deze beveiligingen in tact.
- Denk goed na bij wat u doet als u op hoogte werkt en neem geen onnodige risico's.
- Houd uw werkplek opgeruimd zodat er minder kans is op struikelen over rommel, uitglijden of verstappen.
- Als uw werkgever niet in staat is u een veilige werkplek te geven, draag dan een harnasgordel.
- Volg de instructie van uw werkgever op en ga zorgvuldig met de valbeveiliging om.

Werkdruk
Het woord werkdruk wordt in de bouw vaak gebruikt in de betekenis van het onder tijdsdruk een hoge productie moeten halen. Het wordt ook gebruikt om aan te geven dat iemand last heeft van werkstress of dat hij psychisch zwaar belast is. Als iemand klaagt over een hoge werkdruk, zegt dit vooral iets over hoe iemand zijn of haar situatie ervaart of beleeft. Namelijk, het werk vreet energie en het is belastend.

Wat zijn de gevolgen van werkdruk?
Een (te) hoge werkdruk kan leiden tot spanningen en stress. Dit kan weer leiden tot verschillende klachten: lichamelijke klachten, gedragsmatige klachten en/of psychologische klachten en daardoor tot verzuim.

Gedragsmatige klachten
- Slaapproblemen
- Verminderde eetlust
- Toename medicijngebruik
- Meer gaan roken en gaan drinken
- Rusteloosheid
- Vermijden van bepaalde situaties

Psychologische klachten
- Zich opgejaagd en gespannen voelen
- Angstig en onzeker worden
- Problemen met concentratie
- Moeite hebben met beslissingen nemen
- Depressiviteit

Lichamelijke klachten
- Vermoeidheid
- Misselijkheid en duizeligheid
- Pijn op de borst of in de maagstreek
- Hoofdpijn
- Pijnlijke spieren, met name de schouder- en nekspieren en (lage) rugpijn

Welke beroepen hebben te maken met werkdruk?
Bij veel beroepen in de bouw is de ervaren werkdruk hoog. 50% van al het bouwplaatspersoneel klaagt over te hoge werkdruk. Bouwtijden worden steeds korter, planningen krapper en er worden hogere kwaliteitseisen gesteld aan arbeid en product. Bekend is dat vooral uitvoerders de werkdruk als hoog ervaren. Bij die groep zijn klachten over spanning als gevolg van werkdruk één van de belangrijkste oorzaken van ziekte en verzuim.

Wat zegt de wet?
Werkdruk valt onder het begrip 'psychosociale belasting' in de Arbowet (artikel 3, tweede lid). Er is een negatieve kant (de werknemer mag niet overspannen raken van het werk) en een positieve kant (de werknemer moet van en door het werk kunnen leren). De werkgever is verantwoordelijk voor beide aspecten.
De werkgever moet voorlichting geven over de risico's van (te) hoge werkdruk en over manieren om daarmee om te gaan. Bij het voorkómen van werkdruk op de bouwplaats zijn de volgende punten erg belangrijk:

- Een goede voorbereiding en planning;
- Het voorkómen van storingen;
- Duidelijke taken en opdrachten.

Een andere belangrijke wet is de Arbeidstijdenwet. In deze wet staat beschreven hoe lang (hoeveel uur, hoeveel dagen) er achter elkaar mag worden gewerkt en hoe lang er in de verschillende situaties gepauzeerd moet worden.

Voor de volledige wetteksten verwijzen wij u naar www.overheid.nl.

Wat kunt u doen?
- Bespreek werkdruk met uw leidinggevende. Samen kunt u op zoek gaan naar oplossingen.
- Organiseer uw werk goed zodat u niet onnodig in tijdnood komt.
- Neem voldoende rust.

Uw werkgever moet maatregelen nemen om de werkdruk te verminderen. Het doel hiervan moet zijn afstemming tussen de eisen die het werk stelt en de mogelijkheden die u zelf heeft (waar bent u toe in staat) om aan die eisen te voldoen. Om werkdruk te voorkomen, zijn de volgende punten belangrijk:

- Duidelijkheid en herkenbaarheid van taken
U moet als werknemer op de hoogte zijn van de taken die van u verwacht worden, het doel en de inhoud van het werk. Onduidelijkheid geeft onrust.
- Samenwerking en ondersteuning
U moet in staat worden gesteld met collega's samen te werken en u moet daarbij ondersteuning kunnen vragen en krijgen.
- Regelmogelijkheden
U moet in de gelegenheid worden gesteld om zelfstandig problemen op te kunnen lossen zonder daarbij voortdurend afhankelijk te zijn van anderen.
- Terugkoppeling
U moet worden geïnformeerd over de kwaliteit van het werk en de manier waarop u uw werkzaamheden heeft uitgevoerd. Door deze terugkoppeling krijgt u inzicht in uw werk: wat er goed en fout gaat.

Werken in besloten ruimten
Een besloten ruimte is een moeilijk te betreden werkplek, ook voor hulpverleners, en is slecht te ventileren. Het is er krap, vaak donker en er zijn weinig vluchtmogelijkheden. Vaak is er onvoldoende zuurstof of er zijn gevaarlijke stoffen aanwezig die bij werkzaamheden zijn vrijgekomen.

Voorbeelden van besloten ruimten zijn:

- Kelders
- Installatieruimten
- Kruipruimten onder vloeren
- Ketels en opslagreservoirs
- Rioolstelsels
- Putten en sleuven
- Pijpleidingen

Voorbeelden van werkzaamheden die in deze ruimten worden uitgevoerd zijn onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden, reparaties en inspecties.

Wat zijn de risico's van werken in besloten ruimten?
Vooral de slechte toegankelijkheid voor hulpverlening en de slechte ventilatie maken het werken in besloten ruimten gevaarlijk. Gevaren die kunnen optreden bij het werk zijn:

- Gevaar voor verstikking.
- Gevaar voor brand- en explosie.
- Gevaar voor bedwelming of vergiftiging.
- Gevaar voor elektrocutie.
- Gevaar voor beknelling.
- Gevaar voor verwonding door vallen, vallende voorwerpen of bewegende machinedelen.

Omstandigheden waardoor de gevaren kunnen toenemen, zijn bijvoorbeeld:

- Vuile en gladde trappen die de kans op vallen en gewond raken, verhogen.
- Niet opgeruimde gereedschappen en materialen die de kans op struikelen, verhogen.
- Een hoge temperatuur waardoor gevaarlijke stoffen sneller verdampen en zo de kans op brand of explosie toeneemt.
- Het ontbreken van goede verlichting.

Wat voor werkzaamheden worden uitgevoerd in besloten ruimten?
Werkzaamheden die in besloten ruimten worden uitgevoerd, zijn bijvoorbeeld:

- Het aanbrengen van isolatievloeren en leidingen.
- Het uitvoeren van reparaties of veranderingen aan leidingen en/of installaties.
- Het uitvoeren van controles van leidingen en installaties.

Wat zegt de wet?
Voordat u in een besloten ruimte gaat werken, moet u voorlichting en instructie krijgen van uw direct-leidinggevende over de gevaren, de maatregelen die moeten worden genomen en de te volgen procedures.

Wat kunt u doen?
Om veilig in een besloten ruimte te kunnen werken, moet u een aantal maatregelen nemen, zoals:

Voorbereidingsfase

Ga pas werken in een besloten ruimte nadat is vastgesteld dat de ruimte veilig is (bijvoorbeeld vrij van gassen en dampen; leidingschachten voorzien van "doorvalbeveiligingen" ter hoogte van de vloeren).
Sluit alle leidingen die op de besloten ruimte uitkomen af voordat het werk begint.
Zorg voor een vrije toegang naar de werkplek. Toegangswegen en omgeving moeten worden vrijgehouden van materialen, gereedschappen en materieel.
Zorg dat de besloten ruimte vóór en tijdens de werkzaamheden wordt geventileerd.
Voorkom of beperk de tijd die u in een besloten ruimte moet doorbrengen. Monteer constructies bijvoorbeeld zoveel mogelijk buiten de besloten ruimte.
Plaats apparatuur en machines, zoals elektrische motoren, dieselmotoren en compressoren zo ver mogelijk van de besloten ruimte. Zo wordt voorkomen dat vloeistoffen, gassen, dampen of vonken in de besloten ruimte terechtkomen.
Zorg dat u weet welke afspraken uw werkgever heeft gemaakt over de hulpverlening. Vraag uw werkgever ernaar of maak zelf afspraken met uw werkgever.

Tijdens het werk

Zorg dat u weet wie uw werkgever heeft aangesteld als toezichthouder/veiligheidswacht. Die persoon moet in geval van nood hulp verlenen en bewaakt dat de toegang tot de besloten ruimte open blijft.
Plaats tijdens de werkzaamheden afzettingen en markeringen bij de besloten ruimte en zet het waarschuwingsbord 'Gevaar, niet betreden, besloten ruimte' bij de toegang tot de ruimte.
Gebruik alleen explosievrije elektrische apparatuur en verlichting. Alle apparatuur moet van veilige spanning zijn voorzien (50 V wisselspanning of maximaal 120 gelijkspanning). Accugereedschap is natuurlijk ook veilig.
Lassen en branden verbruikt zuurstof, zorg dus voor voldoende luchttoevoer en bescherm brandbare materialen/bouwdelen (zoals isolatie van de vloer).
Draag persoonlijke beschermingsmiddelen:
- harnasgordel, het dragen hiervan is verplicht. Denk erom dat u een hand aan de lijn houdt
(bijvoorbeeld via een polsbandje);
- ademhalingsbescherming als er gevaar is voor verstikking, bedwelming of vergiftiging.
Welke ademhalingsbescherming moet worden gedragen is afhankelijk van welke
stoffen of gassen er in de ruimte aanwezig zijn. Vraag uw werkgever wat het resultaat is
van de meting die hij hiernaar moet (laten) uitvoeren. Let op: vanwege mogelijk
zuurstoftekort mogen filtermaskers niet worden gebruikt in een besloten ruimte!;
- beschermende kleding;
- handschoenen;
- veiligheidsschoenen of -laarzen;
- veiligheidshelm;
- oogbeschermingsmiddelen;
- gehoorbescherming.

Bij explosiegevaar moeten uw kleding en schoenen antistatisch zijn. Daarnaast moet uw overall een lichte, opvallende kleur hebben zodat u goed zichtbaar bent voor degene die buiten toezicht houdt.

Advertentie


Buzz Bouwbuzz
Bouwbuzz is de plek voor informatie over kalkzandsteen. Filmpjes, foto's, interviews, tips.
E-nergie.nl E-nergie.nl
Vergelijk alle energie leveranciers en bespaar honderden euro's door gratis over te stappen.
Hypotheken vergelijken Bizzeker.nl
Bizzeker.nl verstrekt informatie op het gebied van hypotheken, lenen, verzekeren, sparen, pensioen en beleggen.
Wilt u ook hierboven staan?

Bouwnieuws

Geen posts gevonden.
rss

Poll

Ik zie het jaar 2010 vol vertrouwen tegemoet.

Zeer mee eens
Mee eens
Neutraal
Mee oneens
Zeer mee oneens

Nieuwsbrief

Wilt u onze gratis nieuwsbrief ontvangen?
Nieuwsbrief Vul hier uw e-mail adres in:


Laatst toegevoegde bedrijven

De Interieurstudio
TimmermanVacature.nl
GawaloVacature.nl
LaserNed.nl
Baksteencentrum Limburg BV

Bedrijf van de week

Bussman Verhuur B.V.
Categorie: Materieel & Verhuur
Mortelweg 10, 6551 AE
Weurt (Gelderland)

Partners

BouwVacatures op BouwPlanet

Copyright RealLogic © 2003-2008 | Alle rechten voorbehouden | rss
Bouwtrefpunt.nl