Bouwtrefpunt.nl
home  |  adverteren  |  faq  |  links  |  sitemap  |  contact
  • Menu
    • Home
    • Bedrijvengids
    • Bouwproducten
    • Bouwvacatures
  • Extra
    • Begrippen
    • Hypotheken (tip)
    • Kennisbank
    • Leuke filmpjes
    • Vakbladen
  • Nieuws
    • Nieuwsbrief
    • Nieuwsarchief
    • Persberichten
    • RSS
  • Service
    • Adverteren
    • Contact
    • Favorieten
    • Startpagina
    • Tell-a-friend

CAO Houthandel

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN
EN WERKGELEGENHEID

BESLUIT VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN
WERKGELEGENHEID VAN 19 DECEMBER 2007 TOT
ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN BEPALINGEN
VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR DE
HOUTHANDEL

UAW Nr. 10726

Bijvoegsel Stcrt. d.d. 21-12-2007, nr. 248

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van de Vereniging van Nederlandse Houtondernemingen
mede namens de overige partijen bij bovengenoemde
collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring
van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partij(en) te ener zijde: Vereniging van Nederlandse Houtondernemingen;
Partij(en) te anderer zijde: FNV Bouw en CNV Hout en Bouw.

Naar aanleiding van dit verzoek zijn schriftelijke bedenkingen ingediend
door Nationale Nederlanden. Deze bedenkingen richten zich tegen algemeen
verbindendverklaring van artikel 12 lid 2.

Cao-partijen hebben nadien bij brief van 10 december 2007 verzocht het
avv-verzoek van genoemde bepaling in te trekken. Hierdoor komt de
grondslag voor de bedenkingen van Nationale Nederlanden te vervallen.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend
en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I
Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde
collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van
hetgeen in de dicta II, III, IV en V is bepaald:

AFDELING I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Werkingssfeer en duur

1. WERKINGSSFEER
Deze overeenkomst geldt voor het houtbedrijf, waaronder wordt verstaan:
alle in Nederland gevestigde ondernemingen, die uitsluitend of
in hoofdzaak – voor eigen rekening en risico en gericht op nietparticulieren
als afnemers – de groothandel uitoefenen in (Nederlands
en/of buitenlands, onbewerkt, dan wel bewerkt zonder dat
daardoor een eindproduct is ontstaan) hout-en plaatmateriaal en aanverwante
artikelen en/of die uitsluitend of in hoofdzaak de navolgende
werkzaamheden verrichten
– (loon)zagen, (-)schaven, (-)drogen en/of (-)verduurzamen van
hout
– ten behoeve van de handel, hout oogsten in bossen en andere
houtopstanden
– de vervaardiging van producten uit houtafval, niet zijnde eindproducten,
alsmede de handel in deze producten.
Artikel 2

Definities

Deze overeenkomst verstaat onder:
werkgever: Iedere werkgever in het houtbedrijf, als is omschreven in
artikel 1.

werknemer: Iedere werknemer, zowel vrouwelijk als mannelijk, met een
inkomen van minder dan € 33.396,– die in dienst is bij het bedrijf als is
omschreven in artikel 1. Werknemers die een met * gemerkte functie uit
de lijst met functiekarakteristieken uitoefenen (bijlage II) met een inko-
men van € 33.396,– of meer vallen eveneens onder de werkingssfeer van
de CAO. Bovengenoemde € 33.396,– wordt jaarlijks op 1 januari, voor
het eerst op 1 jannuari 2008 aangepast aan de loonindex. Onder loon-
index wordt verstaan de in het kalenderjaar voorafgaande aan de datum
van aanpassing overeengekomen cumulatieve loonsverhogingen uit de
CAO voor de houthandel.

stagiaire(s): Leerlingen met wie een stageovereenkomst is aangegaan die
werkzaamheden verrichten met als doel zich vaardigheden eigen te
maken, die men in de schoolsituatie niet kan leren. Deze CAO is op sta-
giaires niet van toepassing m.u.v. de artikelen 29 leden 6 t/m 10, 30 en
31 en bijlage VII.

 

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

salaris: het vast overeengekomen periodesalaris.

inkomen: het salaris verhoogd met eventuele toeslagen, met uitzondering
van overwerktoeslag.

normsalaris: het maximale salaris dat bij een voldoende/goed beoordeling
kan worden bereikt. Dit is het in de loontabel onderstreepte salaris.

Adviescommissie voor Dispensatie aangelegenheden in de Houthandel:
een door partijen ingestelde paritaire commissie, met een onafhankelijke
voorzitter, die tot taak heeft dispensaties af te geven. Zij wordt verder
genoemd de Adviescommissie. De Adviescommissie is gevestigd: Westeinde
6, Almere-Buiten.

Stichting SIVAG: Stichting Service Instituut Veiligheid, Arbeidsomstandigheden
en Gezondheid. De Stichting SIVAG is gevestigd: Westeinde
6, 1334 BK Almere-Buiten.

HOC: Hout Opleidings Centrum. HOC is gevestigd: Westeinde 8a, 1334
BK Almere-Buiten.

Geschillencommissie: Paritair samengestelde commissie die tussen werkgever
en werknemer of tussen werkgevers-en werknemersorganisatie(s)
bestaande geschillen als bedoeld in art. 5 van de CAO beslecht. De
Geschillencommissie is gevestigd: Westeinde 6, 1334 BK Almere-Buiten.

Artikel 3

Verplichtingen van de werknemers

1. De werknemer is verplicht de overeengekomen arbeid naar zijn beste
vermogen te verrichten. Voor zover de aard en de omvang van de te
verrichten arbeid niet bij overeenkomst of reglement zijn omschreven,
beslist daaromtrent het gebruik. De werknemer is verplicht zich
te houden aan de arbeidsinstructies en aan de voorschriften, die dienen
ter bevordering van de goede orde in de onderneming van de
werkgever, hem door of namens de werkgever binnen de perken van
wet of verordening van overeenkomst of reglement gegeven.
2. De werknemer moet, alvorens een verbintenis jegens de overheid aan
te gaan als bedoeld in artikel 7: 670 lid 3 BW, dan wel, indien deze
verbintenis vóór het aangaan der dienstbetrekking reeds bestaat, de
werkgever daarvan terstond mededeling doen.

3. De werknemer is verplicht, indien hij door de werkgever hiertoe
wordt aangewezen, tijdelijk (d.w.z. ten hoogste gedurende 2 maanden),
ook andere dan zijn gewone dagelijkse arbeid te verrichten,
voor zover althans deze arbeid verband houdt met het bedrijf van de
werkgever en de werknemer geacht kan worden daartoe in staat te
zijn. In dat geval zal het salaris van de werknemer niet worden verlaagd
en zal hem zijn oude inkomen, als omschreven in artikel 2,
worden gegarandeerd.
5. De werknemer kan nooit de verplichting worden opgelegd voor een
andere werkgever, dan bij wie hij werkzaam is arbeid te verrichten,
tenzij in een schriftelijke overeenkomst anders is bepaald.
Artikel 5

Geschillenregeling

1. De geschillenregeling is van toepassing op alle geschillen tussen hen
op wie deze CAO van toepassing is of wordt verklaard (inclusief de
contracterende organisaties). Voor zover deze betrekking hebben op:
a) de interpretatie van deze cao;
b) enig handelen of nalaten in strijd met enig artikel van deze CAO;
c) een tussen werkgever en werknemer bestaand(e) arbeidsovereenkomst
of reglement in de zin van artikel 7: 613 BW;
d) enige andere tussen werkgever en werknemer bestaande arbeidsvoorwaarden
in de ruimste zin;
f) de geschillenregeling is voor geschillen o.g.v. art. 10 lid 2 van
deze CAO tevens van toepassing op geschillen tussen werkgevers
en potentiële werknemers, voor zover deze laatste een beroep
doen op art. 10 lid 2.e.4.;

g) de indeling van werknemers in functies en de hierbij behorende
functie groep; een en ander met uitzondering van geschillen, die:

– rechtstreeks betrekking hebben op ontslagaangelegenheden
– betrekking hebben op vorderingen van meer dan 4 x het wettelijk
minimumloon per maand.
De Geschillenregeling is ook van toepassing op geschillen in de zin
van de aanbevelingen van de Stichting van de Arbeid.

3. Een uitspraak van de Geschillencommissie is nodig, alvorens voor de
in lid 1 genoemde gevallen de tussenkomst van de rechter kan worden
ingeroepen.
4. De wijze van samenstelling, de bevoegdheden en de werkwijze van
de Geschillencommissie, de wijze waarop geschillen ter behandeling
worden ingediend en in het algemeen al datgene, wat naar het oordeel
van de partijen nadere regeling behoeft, worden geregeld in een
afzonderlijk reglement, dat de goedkeuring behoeft van partijen. (zie
bijlage I)

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

5. Dit reglement zal tevens bepalingen kunnen bevatten met betrekking
tot de wijze, waarop gedurende de gelding van deze CAO wijzigingen
in het reglement kunnen worden aangebracht.
6. Wanneer deze CAO haar werking verliest, vervalt daarmee van
rechtswege het in lid 4 van dit artikel bedoelde reglement, behalve
voor aanhangige geschillen.
Artikel 9

Overleg

1. PERIODIEK OVERLEG
Er is een Paritair Beraad Houthandel. Dit Beraad houdt zich bezig
met alle ontwikkelingen op kortere en langere termijn en alle van
werkgevers-en werknemerskant naar voren gebrachte zaken die
invloed (kunnen) gaan uitoefenen op de werkgelegenheid in de
bedrijfstak, zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin.
Het Beraad komt tenminste tweemaal per jaar bijeen.
2. WERKGELEGENHEID IN DE ONDERNEMING
a. Ondernemingen met een Ondernemingsraad zijn verplicht om op
verzoek van de leden in de Ondernemingsraad in het kader van
de bespreking van de algemene gang van zaken in de onderneming
een duidelijk inzicht in de toekomstverwachtingen op kortere
en langere termijn ten aanzien van de werkgelegenheid,
zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin, te verschaffen.
Onder onderneming wordt in dit verband verstaan de onderneming
als gedefinieerd in de Wet op de Ondernemingsraden.
c. Indien de werknemersorganisaties het noodzakelijk achten, hebben
zij het recht aan de ondernemingen het verzoek te richten om
een gesprek te hebben over de werkgelegenheid.
d. Op geschillen voortvloeiende uit lid 2c is van toepassing artikel
5 van deze CAO.
Artikel 10

Sociaal beleid in de onderneming

1. SOCIAAL JAARVERSLAG
De werkgever is verplicht, daar waar de Wet op de Ondernemingsraden
geldt, uiterlijk 8 maanden na afloop van het boekjaar waarop
het jaarverslag betrekking heeft, schriftelijk de feitelijke gegevens te

verstrekken waaruit het gevoerde algemene beleid ten aanzien van
sociale (personeels-)zaken blijkt. Dit jaarverslag zal zoveel mogelijk
gebaseerd zijn op het in bijlage V van deze CAO aangegeven model
en zal aan ieder personeelslid ter beschikking worden gesteld.

2. WERVING EN SELECTIE VAN PERSONEEL
a. Bij het werven van personeel zal worden uitgegaan van de navolgende
principes:
– een ieder heeft gelijke kansen bij de toegang tot de onderneming,
ongeacht leeftijd, sekse, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid,
levens-of geloofsovertuiging, politieke keuze, ras,
etnische afkomst of nationaliteit;
– de geschiktheid voor de betreffende functie dient het criterium
te zijn voor de selectie. Bij gelijke geschiktheid zullen
vrouwen, gedeeltelijk arbeidsongeschikten en etnische groepen
de voorkeur genieten;
– deze geschiktheid moet worden bepaald op basis van zorgvuldige
afweging van relevante feiten en argumenten;
– aan de sollicitanten wordt alleen die informatie over hun per-
soon gevraagd, die nodig is voor de beoordeling van hun
geschiktheid voor de functie.
b. Van elke vacature die in een onderneming ontstaat, zal het reeds
in dienst zijnde personeel via een interne mededeling op de
hoogte worden gebracht.
e. Bij de werving en selectie dienen de volgende rechten van de sollicitant
te worden gerespecteerd.
1. Recht op informatie
Zowel bij werving, als bij de selectieprocedure dient aan de sollicitant
voldoende en relevante informatie te worden verstrekt om een verantwoorde
beslissing te kunnen nemen. Het gaat daarbij vooral om informatie
over:

– de arbeidsvoorwaarden;
– de onderneming, haar aard en doelstellingen;
– de functie en de wijze van uitoefenen daarvan;
– bijzondere onderdelen van de te volgen selectieprocedure;
– de gegevens die de onderneming via derden van de sollicitant verkrijgt;
– de termijnen die bij de sollicitatieprocedure in acht worden genomen;
– de reden van eventuele afwijzing.
2. Recht op privacy
De sollicitant heeft recht op bescherming van de persoonlijke levens-
sfeer.
Gegevens over hemzelf mogen niet ter beschikking komen van derden.
Het aantal personen dat door de onderneming bij de sollicitatieprocedure
wordt betrokken dient zo beperkt mogelijk te worden gehouden.

 

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

3. Recht op vertrouwelijke behandeling van persoonlijke gegevens
Alle over de sollicitanten verkregen gegevens dienen als vertrouwelijk
te worden behandeld. Deze gegevens mogen niet zonder toestemming
van de sollicitant worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor
ze zijn verkregen.
De gegevens van sollicitanten, die niet zijn aangenomen, dienen desgevraagd
te worden geretourneerd; indien zij bij de werkgever blijven
berusten, dienen zij uiterlijk 7 maanden na het sluiten van de sollicitatieperiode
te worden vernietigd.

4. Klachtrecht
Concrete klachten over schending van deze rechten worden voorgelegd
aan de Geschillencommissie (art. 5).

3. DEELTIJDWERK
Een verzoek tot deeltijdarbeid zal door de werkgever in beginsel
worden gehonoreerd, tenzij dit redelijkerwijs op grond van zwaarwegende
bedrijfsbelangen niet van de werkgever kan worden gevergd.
Bij afwijzing van het verzoek om in deeltijd te werken moet de
werkgever dit schriftelijk motiveren.
4. INTRODUCTIE
De werkgever zal nieuwe werknemers een goede introductie geven.
Deze introductie omvat onder andere de volgende punten:
1. Informatie over de aard en organisatie van het bedrijf.
2. Informatie over de door de werknemer te verrichten werkzaamheden.
3. Kennismaking met collega’s.
4. Mondelinge zowel als schriftelijke informatie over de op de
werknemer van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden.
5. Informatie over bedrijfsvoorzieningen onder andere op het gebied
van veiligheid, gezondheid en hygiëne.
6. Informatie aan werknemers over de opleidingsmogelijkheden,
zoals het leerlingstelsel.
7. Indien in de onderneming een Ondernemingsraad is ingesteld zal
informatie gegeven worden over de samenstelling van de Ondernemingsraad.
Tevens zal overhandigd worden een reglement van de Ondernemingsraad
en reglementen van eventuele commissies van de Ondernemingsraad.

6. UITZENDKRACHTEN
a. De werkgever dient uitzendkrachten die zes aaneengesloten maan

den bij het bedrijf werkzaamheden hebben verricht aansluitend
een vast of tijdelijk contract aan te bieden. De periode waarin er
als uitzendkracht gewerkt is, wordt afgetrokken van de toegestane
duur van het tijdelijk contract.

b. De inlenende werkgever dient zich ervan te verzekeren dat uitzendkrachten
die werkzaamheden verrichten ten behoeve van het
bedrijf als is omschreven in artikel 1 door het betreffende uitzendbureau
overeenkomstige arbeidsvoorwaarden toekent, als die
welke worden toegekend aan de werknemers in gelijke of gelijkwaardige
functies in dienst van het inlenende bedrijf. CAOpartijen
zullen deze bepaling ter kennis brengen van de Beloningscommissie
van de CAO voor Uitzendkrachten zoals dit op grond
van de CAO voor Uitzendkrachten vereist is.
7. WERKOVERLEG
Partijen bij de CAO achten het van belang dat er in de bedrijven
regelmatig en gestructureerd werkoverleg plaats vindt. In bijlage XII
bij deze CAO is aan het werkoverleg verder inhoud gegeven.
8. LOOPBAANGESPREKKEN
Werknemers die in het kader van hun loopbaan daar behoefte aan
hebben, kunnen eens in de drie jaar op kosten van HOC een
loopbaangesprek voeren met een extern loopbaanadviseur.
9. REINTEGRATIE
Een aanbod tot passende arbeid moet altijd schriftelijk worden gedaan,
waarbij vermeld moet worden dat de werknemer recht heeft op
een second opinion. Dit geldt niet indien dit recht al in een personeelsreglement
is geregeld.
10. FUNCTIONERINGSGESPREK
Werknemers kunnen jaarlijks verzoeken om een functioneringsgesprek.
Artikel 11

Vakbondsactiviteiten in de onderneming

De werknemersorganisatie(s) hebben recht op vakbondsactiviteiten in de
onderneming. Hierbij gelden de bepalingen van bijlage VI van deze
CAO.

Artikel 12

Ongevallenverzekering

1. VERZEKERING BIJ VERVOER VAN WERKNEMERS
a. Indien er in een onderneming een regeling is voor het vervoer

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

van werknemers (zowel voor woon-werkverkeer als voor karweiwerk
e.d.) dan dient voor elke daarbij betrokken auto een ongevallenverzekering
te zijn afgesloten voor alle inzittenden inclusief
de bestuurder.

b. Het maakt daarbij geen verschil of de auto eigendom is van de
werkgever of van een werknemer.
De verzekering zal minimaal een dekking geven voor de volgende
bedragen per inzittende:
– bij overlijden een uitkering van € 9.075,60;
– bij blijvende invaliditeit een uitkering van € 18.151,21.
c. Een werknemer is gerechtigd om, wanneer aan de verplichting
uit lid 1 van dit artikel niet is voldaan, of wanneer de wettelijke
WA-verzekering ontbreekt, het aangeboden vervoer te weigeren.
De werkgever is verplicht om vervangend vervoer te bieden.

Artikel 13

Specificatie inkomen en inhoudingen

1. De werkgever is verplicht om bij iedere loonbetaling aan de werknemer
de daarbij behorende loonstrook te verstrekken.
2. De werkgever is verplicht de werknemer jaarlijks een opgave te verstrekken
van het in het daaraan voorafgaande jaar verdiende inkomen
en van de inhoudingen daarop.
3. Bij een wijziging in de beloning zal bij de eerste loonbetaling een
overzicht worden verstrekt van de herleiding van het bruto-inkomen
naar het netto-inkomen. Een voorbeeld van een dergelijk overzicht is
gegeven op bijlage III bij deze CAO.
Artikel 14

Arbeidsomstandigheden en Arbozorg

1. ARBOZORG
De werkgever is verplicht om werknemers van 50 jaar en ouder eens
in de drie jaar in de gelegenheid te stellen een Periodiek Arbeidsgezondheidskundig
Onderzoek (PAGO) te ondergaan. Op verzoek
van de werknemer kan het PAGO worden uitgebreid met een hartfilmpje.
Indien uit de Risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E) blijkt dat een

hogere frequentie is vereist, dan is de werkgever verplicht de werknemer
een PAGO in de hogere frequentie aan te bieden.

2. HOUTSTOF
1. a. Er geldt een MAC-waarde houtstof van 2 mg/m3.
b. De werkgever streeft bij de aanschaf van nieuwe machines
naar een zo’n laag mogelijke uitstoot van houtstof, waarbij in
ieder geval gestreefd wordt naar een MAC-waarde van
1 mg/m3, mits technisch en bedrijfseconomisch haalbaar.
2. Werknemers dienen in de gelegenheid gesteld te worden dagelijks
binnen werktijd hun werkplek schoon te houden.
3. PREVENTIEMEDEWERKER
Iedere werkgever is verplicht een van zijn werknemers aan te wijzen
als preventiemedewerker. Bij bedrijven met 25 of minder werknemers
kan de werkgever zelf preventiemedewerker zijn.
Naast de wettelijke taken heeft de preventiemedewerker tot taak:
– het in kaart brengen van de arbeidsomstandigheden in het bedrijf.
Dit doet de preventiemedewerker via rondgangen, inspecties en
gesprekken met collega’s;
– het bespreken met de bedrijfsleiding van arbo-risico’s in het
bedrijf;
– het voorstellen van maatregelen om de arbo-risico’s terug te dringen;
– het maken van afspraken met de bedrijfsleiding over verbetering
van de arbeidsomstandigheden.
Over de aanwijzing zal de werkgever overleg hebben met de OR of
bij afwezigheid daarvan met de werknemers.
Van een ontslag van een preventiemedewerker dient de werkgever
melding te doen bij de Geschillencommissie.
De preventiemedewerker mag vanwege zijn werkzaamheden niet
benadeeld worden in zijn positie.

5. OTOPLASTIEKEN
Indien in een bedrijf het lawaainiveau meer bedraagt dan 80 decibel,
dient de werkgever otoplastieken te verstrekken. De werknemer is
verplicht deze otoplastieken te gebruiken.
6. CURSUS VEILIG EN GEZOND WERKEN
De werkgever is verplicht de werknemer die niet eerder in de houthandel
heeft gewerkt en voor onbepaalde tijd is aangenomen, zo
spoedig mogelijk na indiensttreding, doch na de proeftijd, de cursus
Veilig en Gezond Werken te laten volgen.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 16

Overleg met personeel

1. AUTOMATISERING
De werkgever zal de ondernemingsraad, de overlegcommissie c.q. de
betrokken groep van werknemers in de gelegenheid stellen advies uit
te brengen over een voorgenomen besluit tot aanschaf of vervanging
van automatiseringsapparatuur. Een en ander dient op een dusdanig
tijdstip te geschieden, dat het uitgebrachte advies nog van wezenlijke
invloed kan zijn op de besluitvorming. Indien voor één of meer
werknemers de arbeidsplaats vervalt, zal door de werkgever indien
mogelijk een bij voorkeur gelijkwaardige arbeidsplaats binnen de
werkorganisatie worden aangeboden. Indien de automatisering tot
gevolg heeft dat de werknemer bij-, her-of omscholing zal moeten
ondergaan om de nieuwe functie te kunnen vervullen, zal dit indien
mogelijk in werktijd geschieden. De kosten zullen voor rekening van
de werkgever komen.
2. PERSONEELSVERTEGENWOORDIGING
Indien een werkgever een arbeidsreglement, een arbo-regeling, een
regeling voor personeelsopleiding of een regeling voor werkoverleg
wil invoeren, dan is instemming van de personeelsvertegenwoordiging
nodig.
3. REGLEMENT PERSONEELSVERTEGENWOORDIGING
De personeelsvertegenwoordiging stelt een reglement op. Hierin
worden de bevoegdheden van de personeelsvertegenwoordiging geregeld.
Een voorbeeld van een reglement is als bijlage bij deze CAO
gevoegd.
4. SCHOLING PERSONEELSVERTEGENWOORDIGING
Leden van de personeelsvertegenwoordiging hebben in het kader van
hun functie als personeelsvertegenwoordiger recht op 2 scholingsdagen
per zittingsperiode van één jaar. In afwijking hiervan heeft een
nieuwe personeelsvertegenwoordiging in het eerste zittingsjaar recht
op 3 scholingsdagen per lid. Een nieuw lid van een bestaande
personeelsvertegenwoordiging heeft in het eerste zittingsjaar eveneens
recht op 3 scholingsdagen.
5. VERKIEZING LEDEN PERSONEELSVERTEGENWOORDIGING
Leden van de personeelsvertegenwoordiging worden via verkiezingen
gekozen. De vakbonden worden in de gelegenheid gesteld kan

didaten te stellen. De naam van de vakbond wordt achter de kandidaat
vermeld. Als de werkgever een personeelsvertegenwoordiging
wil oprichten, meldt hij dit schriftelijk aan de vakbonden. Kandidaatstelling
door de vakbonden moet binnen 6 weken na deze melding
geschieden.

6. ONTSLAGBESCHERMING
Leden van de personeelsvertegenwoordiging genieten ontslagbescherming.
Indien een lid van de personeelsvertegenwoordiging vermoedt
dat het ontslag verband houdt met het functioneren als lid van
de personeelsvertegenwoordiging, kan dit lid verzoeken om een preventieve
toets door de Geschillencommissie van de Bedrijfscommissie.
Initiatiefnemers van een personeelsvertegenwoordiging krijgen
gedurende de initiatiefperiode ontslagbescherming conform de ontslagbescherming
voor personeelsvertegenwoordigers. De initiatiefperiode
gedurende welke de ontslagbescherming geldt mag niet langer
dan 6 maanden duren.
7. OMZETTING PERSONEELSVERTEGENWOORDIGING
Bestaande Ondernemingsraden bij bedrijven tussen 35–50 werknemers
worden na afloop van de zittingsperiode omgezet in een
personeelsvertegenwoordiging met de rechten van de oude Wet op de
Ondernemingsraden op het gebied van adviesrecht, instemmingsrecht
en scholings-en vergaderrecht.
AFDELING II

WERKNEMERS IN VASTE DIENST

Onder werknemers in vaste dienst vallen:

a. werknemers, die als zodanig door de werkgever voor onbepaalde tijd
in dienst zijn genomen;
b. tijdelijke werknemers
– wier (opvolgende) dienstverband(en) de termijn(en), gesteld in
artikel 668a BW leden 1 en 2 overschrijd(en)t;
– met wie geen schriftelijke overeenkomst is aangegaan.
A. AANSTELLING EN ONTSLAG
Artikel 17

Aanvang en einde van de dienstbetrekking

1. ALGEMEEN
Ten aanzien van het aangaan en beëindigen van de arbeidsovereenkomst
zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek van toepassing

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

met inachtneming van hetgeen in de navolgende leden van dit artikel
is bepaald.

2. PROEFTIJD
De arbeidsovereenkomst wordt, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen,
aangegaan voor onbepaalde tijd. Indien partijen een proeftijd
overeenkomen, is deze voor beide partijen gelijk. De proeftijd
wordt schriftelijk overeengekomen. Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst
voor onbepaalde tijd kan een proeftijd worden overeengekomen
van ten hoogste twee maanden. Bij het aangaan van een
arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan een proeftijd worden
overeengekomen van ten hoogste:
a. één maand, indien de overeenkomst is aangegaan voor korter dan
twee jaren;
b. twee maanden, indien de overeenkomst is aangegaan voor twee
jaren of langer.
c. één maand, indien het einde van de overeenkomst niet op een
kalenderdatum is gesteld.
3. OPZEGGING
Opzegging geschiedt tegen het einde van de maand en dient schriftelijk
te geschieden met verzendbewijs.
4. OPZEGTERMIJN
De door de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging
bedraagt bij een arbeidsovereenkomst die op de dag van opzegging:
a. korter dan vijf jaar heeft geduurd: één maand;
b. vijf jaar of langer, maar korter dan tien jaar heeft geduurd: twee
maanden;
c. tien jaar of langer, maar korter dan vijftien jaar heeft geduurd:
drie maanden;
d. vijftien jaar of langer heeft geduurd: vier maanden;
De door de werknemer in acht te nemen termijn van opzegging
bedraagt één maand.
5. MINIMUM OPZEGTERMIJN VOOR 45+ers
In afwijking van lid 4 van dit artikel bedraagt de door werkgever in
acht te nemen opzegtermijn voor werknemers die op het moment van
de opzegging de leeftijd van 45 jaar hebben bereikt minimaal twee
maanden.
6. MINIMUM OPZEGTERMIJN VOOR 45+ers BIJ REORGANISATIE,
FAILLISSEMENT EN COLLECTIEF ONTSLAG

Voor werknemers die op het moment van de opzegging de leeftijd
van 45 jaar hebben bereikt en met wie de arbeidsovereenkomst wordt
beëindigd als gevolg van of samenhangend met reorganisatie, faillissement
of collectief ontslag geldt een opzegtermijn van een week
voor elk geheel jaar dienstverband met een minimum van 2 maanden
en een maximum van dertien weken. De termijn van opzegging
bedoeld in de vorige volzin wordt verlengd met een week voor elk
vol jaar gedurende hetwelk de werknemer na het bereiken van de
leeftijd van 45 jaar bij de werkgever in dienst is geweest. De duur
van deze verlenging bedraagt ten hoogste dertien weken. Indien de
opzegtermijn op grond van lid 4 van dit artikel langer is dan de
opzegtermijn volgens dit lid dan geldt de opzegtermijn van lid 4.

7. OPZEGTERMIJN BIJ ONTSLAG VIA ARBEIDSBUREAU
Indien de toestemming bedoeld in artikel 6 van het Buitengewoon
Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 is verleend, wordt de door de
werkgever in acht te nemen termijn van opzegging verkort met één
maand, met dien verstande dat de resterende termijn van opzegging
ten minste één maand bedraagt.
8. DRINGENDE REDEN
Bij ontslag om een dringende, aan de wederpartij onverwijld medegedeelde
reden, zal de schriftelijke bevestiging van de ontslagreden
aangetekend geschieden binnen twee werkdagen na het tijdstip
waarop het dienstverband werd beëindigd.
9. VAKANTIE EN COLLECTIEVE SNIPPERDAGEN
Indien in de termijn van opzegging de aaneengesloten vakantiedagen
als bedoeld in artikel 31 lid 2, dan wel collectieve snipperdagen als
bedoeld in artikel 31 lid 7c vallen, wordt de termijn van opzegging
met deze dagen verlengd.
10. EINDE DIENSTVERBAND 65 JAAR EN OUDER
De dienstbetrekking eindigt automatisch als de werknemer de leeftijd
van 65 jaar bereikt. In deze situatie is geen termijn van opzegging
vereist. Indien de dienstbetrekking na het bereiken van de
65-jarige leeftijd voortduurt, geldt de wettelijke opzegtermijn.
11. GEEN OPZEGVERBOD BIJ ZIEKTE 65-PLUSSERS
Het bepaalde in artikel 7:670 lid 1 BW, is voor werknemers van 65
jaar en ouder niet van toepassing.
12. OVERGANGSBEPALING
Werknemers die op 1 januari 1999 de leeftijd van 45 jaar hebben
bereikt behouden zolang de opzegtermijn o.g.v. de leden 4 t/m 7 niet
gunstiger is recht op de opzegtermijn zoals die op 1 januari 1999
gold. Deze opzegtermijn wordt gefixeerd naar de stand per deze
datum en geld als minimum. De opzegbepalingen zoals die golden

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

direct voorafgaande aan 1 januari 1999 zijn als bijlage XIII bij deze
CAO gevoegd.

B. FUNCTIEGROEPEN EN SALARISSEN
Artikel 18

Indeling in functiegroepen en salaristabel

a. INDELING IN FUNCTIEGROEPEN
1. Een werknemer wordt door de werkgever ingedeeld in een van
de functiegroepen.
2. Hierbij wordt uitgegaan het indelingsschema dat als bijlage II bij
deze CAO is gevoegd.
3. a. Een werknemer die middels opleiding en/of ervaring aan het
functieprofiel voldoet, wordt ingedeeld in de bij de functie
behorende functiegroep.
b. Een werknemer die bij indiensttreding niet aan het functieprofiel
voldoet wordt een functiegroep lager ingedeeld. In dit
geval wordt bij indiensttreding een ervaringsperiode overeengekomen.
Deze wordt afgesloten met een evaluatie, waarin
wordt beoordeeld of inmiddels aan het functieprofiel wordt
voldaan.
c. In afwijking van het bepaalde onder b kan een werknemer die
bij indiensttreding de leeftijd van 30 jaar nog niet heeft
bereikt en wordt aangenomen voor een functie uit de functiegroepen
6 t/m 8, maar nog niet aan het functieprofiel voldoet,
2 groepen lager worden ingedeeld dan de functiegroep waarin
hij zou vallen als hij wel aan de eisen zou voldoen. Bij
indiensttreding dient er een schriftelijk vastgelegde opleidings-/
ervaringsperiode te worden overeengekomen die niet
langer dan 2 jaar kan duren. In het laatste jaar van die periode
dient de werknemer 1 groep lager te zijn ingedeeld. De totale
periode van de verlaagde functie-indeling is nooit langer dan
de overeengekomen opleidings-/ervaringsperiode.
d. Een jeugdige werknemer tot 22 jaar die bij indiensttreding
nog niet aan het functieprofiel voldoet, wordt ingedeeld in de
instroomschaal voor jeugdigen.
b. INDELING IN SALARISTABEL
1. Als de functiegroep is vastgesteld wordt in de salaristabel (art.
21) het bij de functiegroep behorende salaris gezocht. Hiervoor
gelden de volgende regels.

2. Voor volwassen werknemers:
a. Een werknemer van 22 jaar en ouder die niet eerder in de
houthandel heeft gewerkt wordt ingeschaald in de periodiek
voor toetreders. Na minimaal een half jaar wordt bij de eerste
ronde van periodieke verhogingen (in de regel op 1 januari)
het salaris van de startregel van kracht.
b. Een werknemer van 22 jaar en ouder die ervaring heeft in de
houthandel wordt minimaal ingeschaald op de startregel.
3. Voor jeugdige werknemers:
a. Een jeugdige werknemer tot 22 jaar die aan de functie-eisen
voldoet, wordt conform zijn leeftijd ingeschaald in de bij zijn
functiegroep behorende salaristabel.
b. Een jeugdige werknemer tot 22 jaar die niet aan de functieeisen
voldoet, wordt ingeschaald conform zijn leeftijd in de
instroomschaal voor jeugdigen.
c. Een jeugdige werknemer tot 22 jaar die een voor de bedrijfstak
relevante vakopleiding volgens een leerlingstelsel volgt of
deze met succes heeft afgerond, wordt één periodiek hoger
ingeschaald dan zijn leeftijd aangeeft.
d. De jeugdsalarissen worden voor elk jaar dienstverband voor
het eerst op 1 januari 2001 verhoogd met een toeslag van 5%
met een max. van 20% op het bij de leeftijd en functiegroep
behorende salaris. Het salaris inclusief toeslagen bedraagt
nooit meer dan het salaris van de toetredersregel. Deze toeslagen
zijn verwerkt in de tabellen van art. 21.
4. Combifuncties:
a. Er is sprake van een combifunctie wanneer een functionaris
blijvend meerdere functies tegelijk vervult. Deze functies
moeten wel als aparte functies omschreven staan in bijlage II.
Er is geen sprake van een combifunctie als de functie van de
werknemer wordt gecombineerd met een tijdelijke waarneming
van een andere functie.
b. Voor de indeling van combifuncties worden de volgende
richtlijnen gehanteerd. Er wordt daarbij gekeken naar de
functiegroepen van de verschillende functies waaruit de
combifunctie is opgebouwd. Voor combifuncties die in minder
dan 40 uur per week worden uitgevoerd gelden de percentages
die tussen haakjes staan.
1. Wanneer minder dan 8 uur per week (20%) in een andere
functiegroep wordt gewerkt, is er niet sprake van een
combifunctie.
2. Wanneer er 8 uur of meer per week (20%) in een andere
functie binnen dezelfde functiegroep wordt gewerkt dan
zal de functie binnen dezelfde functiegroep blijven.
3. Wanneer er 8 uur of meer per week (20%) in één hogere
functiegroep wordt gewerkt dan zal de functie in de hogere
functiegroep vallen.
4. Wanneer er tussen de 8 en 32 uur per week (20% en 80%)

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

in een hogere functiegroep wordt gewerkt en het verschil
tussen de functiegroepen is groter dan 1, dan wordt het
salaris vastgesteld uitgaande van:

a. de loonregel van het huidige salaris; dat levert voor
beide functiegroepen 2 bedragen op;
b. elk bedrag wordt vermenigvuldigd met het percentage
van de tijd waarin het betreffende deel van de combifunctie
wordt uitgeoefend;
c. beide nieuwe bedragen worden opgeteld;
d. in de tussenliggende salarisgroep wordt een naast hoger
bedrag gezocht. Dit bedrag geldt als de nieuwe
ondergrens. De werkgever en werknemer bepalen vervolgens
in onderling overleg het nieuwe salaris, de
nieuwe functiegroep en de loonregel voor de functie,
rekeninghoudend met de gewenste uitloop naar een
redelijk normsalaris.
Artikel 19

Salarisaanpassingen

PERIODIEKE VERHOGINGEN

Periodieke verhogingen worden gegeven na een beoordeling met het
Stoas Zuidema beoordelingssysteem (zie bijlage IV) dat voor alle werknemers
van toepassing is. Het formulier aan de hand waarvan beoordeeld
wordt (bijlage IV) wordt uiterlijk 2 weken voor de datum waarop
het beoordelingsgesprek plaatsvindt aan de werknemer uitgereikt. Beoordelingen
moeten worden gedaan door getrainde beoordelaars. Indien
beoordelingen zijn gedaan door niet getrainde beoordelaars zal dat in
een eventuele bezwaar-of beroepsprocedure als minpunt worden aangemerkt.
CAO-partijen zullen een lijst bijhouden van getrainde beoordelaars.

De werkgever kan het Paritair Beraad Houthandel verzoeken hem toe-
stemming te verlenen voor het hanteren van een ander beoordelingssysteem
dan het Stoas Zuidema-systeem. Bij de beoordeling wordt de volgende
indeling gebruikt:
onvoldoende: geen periodiek
matig: geen periodiek
voldoende/goed: een periodiek
zeer goed: twee periodieken of meer.
De toekenning van periodieken is geen automatisme. Alleen wanneer
geen gebruik gemaakt wordt van een beoordelingssysteem wordt auto

 

matisch elk jaar een periodiek gegeven tot het normsalaris is bereikt. Bij
onvoldoende of matig functioneren kan de werkgever een periodieke
verhoging onthouden mits deze beoordeling plaatsvindt op basis van het
voor alle medewerkers van toepassing zijnde beoordelingssysteem. De
uitloopperiodieken zijn uitsluitend van toepassing op werknemers die
zeer goed functioneren en als zodanig beoordeeld zijn. Werknemers die
op 1 januari van een jaar gedurende drie achtereenvolgende jaren een
goede beoordeling hebben gehad en/of niet beoordeeld zijn en gedurende
die tijd steeds op het normsalaris zijn gebleven krijgen één
uitloopperiodiek.

PROMOTIE

Bij promotie naar een andere functie in een hogere functiegroep wordt
het nieuwe salaris bepaald door in de salaristabel van de nieuwe functiegroep
bij het dichtstbijzijnde hogere salarisbedrag een periodiek op te
tellen. Dit geldt ook voor jeugdigen die na het behalen van een vakopleiding
worden ingedeeld van een lagere naar een hogere functiegroep.

Artikel 20

Beroepsgang functie-indeling/beoordeling

Wanneer een medewerker zich niet kan vinden in de toewijzing van de
functie(groep) of in de beoordelingsprocedure en/of de handelwijze van
de beoordelaar kan hij daartegen bezwaar maken. Bij bedrijven met 35
of meer werknemers wordt er een bezwaarcommissie gevormd. Zowel
de OR of personeelsvertegenwoordiging als de werkgever benoemt hierin
een lid. De beide leden wijzen samen een derde lid aan. Daar waar geen
OR of personeelsvertegenwoordiging is, benoemen de vakbonden een
lid. De bezwarencommissie brengt een zwaarwegend advies uit aan de
werkgever. De bezwaarcommissie tegen de toepassing van de functie(
groep) hoeft niet gelijk van samenstelling te zijn als de bezwaarcommissie
tegen de procedure en/of de handelwijze van de beoordelaar.
Bij bedrijven met minder dan 35 werknemers wordt er bij de werkgever
bezwaar gemaakt, die 2 maanden de tijd krijgt zijn beslissing te heroverwegen.
Tegen de beslissing van de bezwaarcommissie, resp. de werkgever
kan beroep aangetekend worden bij de Geschillencommissie.
De uitspraak in de bezwaar-/beroepsprocedure heeft terugwerkende
kracht tot aan het moment waarop (de wijziging van) de functie is ingegaan,
of de beoordeling consequenties zou hebben.
Specifiek met betrekking tot beoordeling geldt nog dat de werknemer
inzage heeft in zijn beoordelingsdossier. In geval de werknemer bezwaar
maakt tegen zijn beoordeling is de werkgever gehouden hem/haar een
afschrift te geven van het beoordelingsdossier.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 21

Salaristabel

1. a. Per 1 januari 2008 zullen de werkelijk betaalde lonen met 1,5%
worden verhoogd. Deze verhoging is reeds in onderstaande tabellen
verwerkt.

Functiegroep1 2 3 4 5 6 7 8

Startregel 1570 1653 1709 1783 1907 2105 2353 2427
1 1618 1685 1735 1805 1927 2129 2385 2496
2 1666 1716 1757 1828 1950 2153 2411 2565

3 1760 1783 1851 1970 2175 2440 2635

4 1821 1873 1994 2201 2468 2705

5 1860 1912 2016 2226 2497 2775

6 1898 1955 2059 2275 2565 2844

7 1978 2101 2326 2635 2927
8 2032 2143 2376 2705 3004
9 2185 2427 2774 3086
10 2230 2476 2844 3164
11 2524 2917 3242
12 2981 3322
13 3401

Tabel 1
Jeugdlonen zonder toeslag

Functiegroep1 2 3 4 5 6 7

Instroomschaal

16 jaar 675

17 jaar 760 786

18 jaar 927 960 1002 1071

19 jaar 1098 1134 1185 1265 1398

20 jaar 1267 1310 1364 1459 1614

21 jr. + 1520 1573 1639 1751 1957 2213

toetreder

Tabel 2
Lonen voor jeugdigen met een ervaringsjaar

Functiegroep1 2 3 4 5 6 7

Instroomschaal

17 jaar 797 823

18 jaar 974 1008 1052 1125

19 jaar 1153 1191 1241 1328 1467

20 jaar 1329 1374 1433 1532 1694

21 jr. + 1520 1573 1639 1751 1957 2213

toetreder

Tabel 3
Lonen voor jeugdigen met twee ervaringsjaren

Functiegroep1 2 3 4 5 6 7

Instroomschaal

18 jaar 1023 1059 1103 1180

19 jaar 1212 1249 1306 1396 1540

20 jaar 1397 1443 1503 1610 1779

21 jr. + 1520 1573 1639 1751 1957 2213

toetreder

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel 4
Lonen voor jeugdigen met drie ervaringsjaren

Functiegroep
19 jaar
20 jaar
21 jr. +
toetreder
1 2
Instroomschaal
1273
1467
1520
3
1313
1516
1573
4
1370
1580
1639
5
1466
1690
1751
6
1618
1869
1957
7
2213
Tabel 5
Lonen voor jeugdigen met vier ervaringsjaren
Functiegroep 1 2 3 4 5
Instroomschaal
20 jaar 1520 1573 1639 1751
21 jr. + 1520 1573 1639 1751
toetreder
6
1957
1957
7
2213

1. b. Per 1 januari 2009 zullen de werkelijk betaalde lonen met 3,0%
worden verhoogd. Deze verhoging is reeds in onderstaande tabellen
verwerkt.

Functiegroep1 2 3 4 5 6 7 8

Startregel 1617 1703 1760 1836 1964 2168 2424 2500
1 1667 1736 1787 1859 1985 2193 2457 2571
2 1716 1767 1810 1883 2009 2218 2483 2642

3 1813 1836 1907 2029 2240 2513 2714

4 1876 1929 2054 2267 2542 2786

5 1916 1969 2076 2293 2572 2858

6 1955 2014 2121 2343 2642 2929

7 2037 2164 2396 2714 3015
8 2093 2207 2447 2786 3094
9 2251 2500 2857 3179
10 2297 2550 2929 3259
11 2600 3005 3339
12 3070 3422
13 3503

* Normsalarissen zijn de onderstreepte bedragen. Zie ook definitie op pagina 4.

Tabel 1
Jeugdlonen zonder toeslag

Functiegroep1 2 3 4 5 6 7

Instroomschaal

16 jaar 695

17 jaar 783 810

18 jaar 955 989 1032 1103

19 jaar 1131 1168 1221 1303 1440

20 jaar 1305 1349 1405 1503 1662

21 jr. + 1566 1620 1688 1804 2016 2279

toetreder

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel 2
Lonen voor jeugdigen met een ervaringsjaar

Functiegroep1 2 3 4 5 6 7

Instroomschaal

17 jaar 821 848

18 jaar 1003 1038 1084 1159

19 jaar 1188 1227 1278 1368 1511

20 jaar 1369 1415 1476 1578 1745

21 jr. + 1566 1620 1688 1804 2016 2279

toetreder

Tabel 3
Lonen voor jeugdigen met twee ervaringsjaren

Functiegroep1 2 3 4 5 6 7

Instroomschaal

18 jaar 1054 1091 1136 1215

19 jaar 1248 1286 1345 1438 1586

20 jaar 1439 1486 1548 1658 1832

21 jr. + 1566 1620 1688 1804 2016 2279

toetreder

Tabel 4
Lonen voor jeugdigen met drie ervaringsjaren

Functiegroep1 2 3 4 5 6 7

Instroomschaal
19 jaar 1311 1352 1411 1510 1667
20 jaar 1511 1561 1627 1741 1925
21 jr. + 1566 1620 1688 1804 2016 2279
toetreder

Tabel 5
Lonen voor jeugdigen met vier ervaringsjaren

Functiegroep 1 2 3 4 5 6 7
20 jaar
21 jr. +
toetreder
Instroomschaal
1566
1566
1620
1620
1688
1688
1804
1804
2016
2016 2279

2. OMREKENING MAANDSALARISSEN
Omrekening van dit maandsalaris naar een afwijkende periode gebeurt
met de volgende factor:
– naar uurloon: delen 173,92
– naar weekloon: delen door 4,348
– naar 4-wekensalaris: delen door 1,087.
3. SPAARLOON
Indien werknemers geen gebruik maken van de levensloopregeling
is de werkgever verplicht aan zijn werknemers een spaarloonregeling
als bedoeld in art. 32, lid 1 van de Wet op de loonbelasting 1964,
aan te bieden.
5. CONTRIBUTIEBETALING
De werknemer is gerechtigd om de kosten van de vakbondscontributie
vanuit het brutoloon te voldoen. Tegen overlegging van de betreffende
betalingsbewijzen door de werknemer verstrekt de werkgever
op verzoek van de werknemer eenmaal per jaar een vergoeding in de
kosten van diens contributie aan een werknemersvereniging waarbij
de werkgever tegelijkertijd gerechtigd is het bedrag van deze vergoeding
in mindering te brengen op het brutoloon van de werknemer.
Dit lid geldt zolang de fiscale aftrekbaarheid bestaat.
Artikel 21a

Z – functie

1. In afwijking van de CAO-functiestructuur (art. 18) geldt voor werknemers
die direct voorafgaande aan de indiensttreding tenminste een
jaar werkloos zijn geweest een zgn. Z-functie. Dit geldt ook voor
werknemers die bij indiensttreding jonger zijn dan 21 jaar en niet
over een startkwalificatie beschikken, voor herintreders en voor gedeeltelijk
arbeidsongeschikten.
2. Indeling in de Z-functie is mogelijk als onderstaande werkzaamheden
worden verricht.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Administratief

1. Kopiëren van stukken.
2. Verwijderen (niet sorteren!) van voor vernietiging in aanmerking
komende archiefstukken.
3. Verwijderen en aanbrengen van ordnerruggen.
4. Opbergen van orderbonnen etc..
5. Opruimen en schoonmaken kantoor.
6. Serveren van eten en drinken.
Technisch

1. Opruimen en vegen van magazijn en werf (corveewerk).
2. Verwijderen van nietjes, bindmiddel en verpakkingsmateriaal
(uitpakken).
3. Op lengte leggen van hout.
4. Leggen van strijken onder planken.
5. Op-en aflatten van hout.
6. Assisteren bij de aan-en afvoer van materialen naar en bij de
machines.
7. Afvoeren van afval hout.
8. Verven van koppen.
9. Inschuiven en stapelen van gesorteerd hout.
10. Meehelpen met het bundelen etc. van hout (inpakken).
11. Tellen van voorraden.
12. Assisteren van chauffeur (bijrijder).
13. Assisteren bij het laden en lossen van vrachtwagens.
14. Assisteren bij de bosbouwexploitatie en de houtoogst.
Voor technische functies geldt de beperking dat max. 3 van de opgenoemde
werkzaamheden mogen worden verricht.

3. Voor de Z-functie geldt, in afwijking van art. 19 t/m 21, een
minimumloonschaal. Voor toepassing van de minimumloonschaal
geldt het volgende:
a) Werknemers jonger dan 22 jaar
Het eerste halfjaar van de dienstbetrekking ontvangt de werknemer
het wettelijk minimumloon conform zijn leeftijd verhoogd
met 15%. Na dat eerste halve jaar zijn de artikelen 18 t/m 21 van
toepassing.
b) Werknemers van 22 jaar en ouder
Het eerste halfjaar van de dienstbetrekking ontvangt de werknemer
het wettelijk minimumloon. Na dit halve jaar vindt er een
beoordelingsgesprek plaats. Werknemers die daarna een opleiding
gaan volgen voor een functie uit de functiestructuur van

deze CAO ontvangen gedurende maximaal een jaar het salaris
van de toetredersschaal van de functiegroep 1 en 2. Daarna ontvangt
de werknemer het salaris van de startregel van de functie
waarvoor hij wordt opgeleid. Vanaf dat moment zijn de artikelen
18 t/m 21 van toepassing.
Werknemers die geen opleiding gaan volgen ontvangen na het
eerste halve jaar gedurende een jaar een salaris gelijk aan de toetredersregel
minus 10%. (Per 1 januari 2008 € 1.368,– per maand
en per 1 januari 2009 € 1.409,–) Vervolgens ontvangt de werknemer
als eindsalaris het salaris van de toetrederschaal van de
functiegroep 1 en 2. Dit salaris wordt slechts aangepast met de
algemene CAO-loonsverhogingen.

Artikel 22

Bijzondere toeslagen

Verduurzamingstoeslag

De werkgever kan aan de werknemers, die belast zijn met de houtverduurzaming
een vuilwerktoeslag verstrekken, uitgedrukt in een percentage
op het voor de werknemer geldende salaris per vuil gewerkt uur.

Akkoordwerk (bosarbeid)

Bij werken in akkoord zal het stukloon zodanig worden gesteld, dat
boven het salaris in normale omstandigheden over een heel jaar genomen
een premie kan worden verdiend over maximaal 25%.

Voormantoeslag

Degene die als meewerkend voorman van een ploeg bosarbeiders optreedt
ontvangt een voormantoeslag van minimaal 5% en maximaal 10%
boven het geldende salaris.

Bedrijfshulpverlenertoeslag

Werknemers die als bedrijfshulpverlener zijn aangesteld ontvangen een
toeslag van € 17,70 (per 1 januari 2008: € 17,97 en per 1 januari 2009:
€ 18,51) bruto per maand gedurende de periode dat zij bedrijfshulpverlener
zijn. Indien dit voor het functioneren als bedrijfshulpverlener
noodzakelijk is volgt de werknemer de cursus bedrijfshulpverlener. Indien
de werknemer dit weigert dan kan de toeslag worden ingetrokken.
De bedrijfshulpverlenertoeslag wordt verhoogd conform de CAOloonontwikkeling.
In de hierboven genoemde bedragen is de loonontwikkeling
reeds verwerkt.
Voor iedere bedrijfshulpverlener dient er een plaatsvervanger te zijn. De
plaatsvervanger krijgt slechts de bedrijfshulpverlenertoeslag als hij/zij de
functie daadwerkelijk uitoefent.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Leermeestertoeslag

Werknemers die de leermeestercursus hebben gevolgd en daadwerkelijk
een leerling begeleiden komen in aanmerking voor een toeslag van
€ 9,53 (per 1 januari 2008: € 9,67 en per 1 januari 2009: € 9,96) per
week bruto.
De leermeestertoeslag wordt verhoogd conform de CAO-loonontwikkeling.
In de hierboven genoemde bedragen is de loonontwikkeling
reeds verwerkt.

Scholingspromotortoeslag

Werknemers die de scholingspromotorcursus hebben gevolgd hebben
recht op een toeslag van € 285,71 (per 1 januari 2008: € 290,– en per
1 januari 2009: € 298,70) bruto per jaar zolang de functie van scholingspromotor
wordt uitgevoerd.
De scholingspromotortoeslag wordt verhoogd conform de CAO-loonontwikkeling.
In de hierboven genoemde bedragen is de loonontwikkeling
reeds verwerkt.

Combitoeslag

Indien de functie scholingspromotor wordt gecombineerd met de functie
leermeester dan heeft de werknemer recht op een toeslag van € 476,16
(per 1 januari 2008: € 483,30 en per 1 januari 2009: € 497,80) bruto per
jaar.
De combitoeslag wordt verhoogd conform de CAO-loonontwikkeling.
In de hierboven genoemde bedragen is de loonontwikkeling reeds verwerkt.

Artikel 23

Dispensatieregeling

Verzoeken voor dispensatie van een of meer bepalingen van deze CAO
zullen worden beoordeeld door de Adviescommissie voor Dispensatieaangelegenheden.

Artikel 24

Kostenvergoedingen

1. KLEDING EN SCHOEISEL
De werkgever is verplicht aan zijn werknemers de voor zijn werk
noodzakelijke werkkleding en -schoeisel (in de zin van de fiscale
vrijstellingsregels) ter beschikking te stellen. Het werkschoeisel dient

aan een van de volgende kenmerken te voldoen:

DIN norm Toepassingsgebied

Veiligheidsschoenen S1 DIN 4843 Waar vochtige werkomstandigheden niet te
verwachten zijn.
S2 DIN 4843 Waar vochtige werkomstandigheden
kunnen voorkomen
S3 DIN 4843 Waar naast vochtige werkomstandigheden
het gevaar bestaat dat men in scherpe
voorwerpen trapt.
Veiligheidslaarzen van S5 DIN 4843 Zeer vochtige werkomstandigheden en/of
kunststof of nitrilrubber werken met agressieve stoffen al of niet in
combinatie met het gevaar dat men in
scherpe voorwerpen trapt.

Werknemers zijn verplicht de werkkleding en -schoenen te dragen.

2. REISKOSTEN
a. De werknemer ontvangt een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer
op basis van de kosten openbaarvervoer 2e klasse met
een maximum van 30 kilometer enkele reisafstand, indien hij 10
kilometer of meer van de arbeidsplaats woont. De reiskostenvergoeding
zal nooit meer bedragen dan conform de fiscale vrijstellingsregeling
is toegestaan.
b. Het vorige lid is niet van toepassing indien de werknemer op
eigen initiatief verhuist naar een woonplaats verder gelegen van
de arbeidsplaats.
c. Werknemers die op verzoek van de werkgever gebruik maken
van hun eigen auto voor zakelijke ritten hebben recht op een vergoeding
van € 0,31 bruto, maar tenminste 0,19 netto per zakelijk
gereden kilometer, mits de privé-auto in alle opzichten voldoet
aan de wettelijke vereisten.
d. Aan werknemers die bosarbeid verrichten op wisselende plaatsen
buiten het werkterrein (met uitzondering van de chauffeurs en
bijrijders) zal, wanneer de per dag af te leggen afstand meer is
dan 20 km (dus 10 km heen en 10 km terug), over het meerdere
een reiskostenvergoeding worden betaald, of op basis van de kosten
van het openbaar vervoer of de volgende bedragen per km:
per fiets € 0,14
per bromfiets € 0,20
per motorfiets € 0,20
per scooter € 0,20
per auto € 0,31 bruto
Mits de vervoermiddelen eigendom zijn van de werknemer.
Duurt het verblijf in deze gevallen langer dan 1 week achtereen,
dan wordt eenmaal per week een vergoeding betaald voor de reiskosten
van de werkplaats naar de woonplaats en terug, volgens

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

de bedragen hierboven genoemd, of volgens de werkelijke kosten
van openbaar vervoer.

3. VERBLIJFKOSTEN
a. Werknemers, die minstens 12 uur achtereen van huis zijn om
arbeid te verrichten buiten de plaats waar het bedrijf is gevestigd,
ontvangen per dag € 3,26 koffiegeld.
b. Aan werknemers, die werken buiten de gemeente waar de arbeid
gewoonlijk wordt verricht, zal een vergoeding van de noodzakelijk
gemaakte verblijfkosten worden gegeven. Ditzelfde geldt
voor chauffeurs en bijrijders.
Hierbij gelden voor binnenlands verblijf de volgende maxima:
warme maaltijd € 11,35
broodmaaltijd € 7,78
tenzij door de werkgever in overleg met de werknemer een
andere regeling is getroffen.
Van noodzakelijk gemaakte kosten is sprake, wanneer de werknemer
redelijkerwijs niet geacht kan worden in staat te zijn
geweest, in verband met zijn arbeid, thuis de maaltijd te gebruiken
of thuis te overnachten, of brood mee te nemen en wanneer
niet op andere wijze hierin is voorzien.
4. VERGOEDING KOSTEN VAN VERPLICHTE CHAUFFEURSOPLEIDING
De werkgever zal aan de bij hem in dienst zijnde chauffeur, die wettelijk
verplicht wordt het chauffeursdiploma te behalen, de kosten
van de daarvoor benodigde opleiding vergoeden.
5. GEREEDSCHAP
Het voor een goede uitoefening van de functie benodigde gereedschap
dient door of vanwege de werkgever te worden verstrekt. De
werknemer dient bij het gebruik van het door of vanwege de werkgever
verstrekte gereedschap de benodigde voorzichtigheid en zorgvuldigheid
te betrachten.
6. VERGOEDING BEDRIJFSHULPVERLENERCURSUS
Indien de werknemer op verzoek van de werkgever een Bedrijfshulpverlener-
of andere arbocursussen volgt, worden de kosten hiervan
door de werkgever vergoed.
7. VERGOEDING REISKOSTEN VOOR BEZOEK ARBODIENST
De werknemer heeft recht op vergoeding van reiskosten voor bezoek
aan een Arbodienst in het kader van ziektecontrole indien dat bezoek

plaatsvindt op aanwijzing van de werkgever of de Arbodienst en de
afstand gerekend vanaf de woonplaats van de werknemer naar de
plaats waar de controle plaats vindt, meer bedraagt dan 10 km.

8. INDEXERING
De in dit artikel genoemde vergoedingen worden jaarlijks per 1 januari
verhoogd met het percentage waarmee het geschoonde
prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie (CPI alle huishoudens
afgeleid) in de periode van oktober tot oktober daaraan voorafgaande
is gestegen.
Deze verhoging blijft achterwege indien de grens van hetgeen fiscaal
vrijgesteld vergoed mag worden, wordt overschreden.
Artikel 25

Reistijdvergoeding

a. Aan werknemers, die werken buiten de gemeente waar de arbeid
gewoonlijk wordt verricht – maar met uitzondering van chauffeurs
en bijrijders – zal de tijd voor het gaan naar en terugkeren van het
werk in salaris worden betaald, zonder de overwerktoeslag bedoeld
in artikel 27.
b. Aan werknemers die bosarbeid verrichten op wisselende plaatsen
buiten het werkterrein (met uitzondering van de chauffeurs en bijrijders)
zal, wanneer de reistijd per dag meer bedraagt dan 1 uur (dus
een half uur heen en een half uur terug), over deze meerdere reistijd
het salaris worden betaald
c. Duurt het verblijf in het geval onder b. genoemd langer dan 1 week
achtereen, dan wordt eenmaal in de week het salaris betaald over de
reisuren van het werkobject naar de woonplaats en terug.
Artikel 26

Regenverlet en gereedschapvergoeding bosarbeid

In aanvulling van het bepaalde in artikel 24 en 25 gelden voor werknemers
die bosarbeid verrichten de volgende vergoedingen.

1. REGENVERLET
Bij werken in akkoord zal aan werknemers die bosarbeid verrichten
voor regenverlet een toeslag van 3% op het salaris worden verleend.
2. GEREEDSCHAPVERGOEDING
a. Als vergoeding voor het gebruik van eigen gereedschap zal in
voorkomende gevallen aan de bosarbeiders een toeslag worden
verleend van 1% op het inkomen.
b. Maken de werknemers gebruik van een eigen motorkettingzaag,

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

dan zal de tegemoetkoming berekend worden op basis van de
werkelijke kosten.

Artikel 27

Overwerk

1. De bepalingen met betrekking tot overwerk zijn uitsluitend van toe-
passing op werknemers die een met * gemerkte functie uit de lijst
met functiekarakteristieken (bijlage II) uitoefenen.
2. Onder overwerk wordt verstaan het verrichten van arbeid buiten de
grenzen van de normale arbeidsduur van 40 uur per week.
Wanneer er gewerkt wordt volgens een vast werkrooster van minder
dan 40 uur per week, dan wordt onder overwerk verstaan het verrichten
van arbeid buiten de grenzen van het vast weekrooster.
3. Overwerk zal in zeer bijzondere omstandigheden door de werkgever
kunnen worden verlangd.
4. Indien de werkgever meent dat overwerk verricht dient te worden,
zal hij – onverlet het bepaalde krachtens de Wet op de Ondernemingsraden
– niet daartoe besluiten alvorens zo spoedig mogelijk
overleg gepleegd te hebben met de betrokken werknemers, rekeninghoudend
met de voorschriften bij of krachtens de Arbeidstijdenwet
en het belang van het bedrijf.
5. Een werknemer kan niet verplicht worden tot overwerk op zonen
feestdagen.
6. Een werknemer van 50 jaar of ouder kan niet verplicht worden overwerk
te verrichten.
7. Een werknemer die jonger is dan 18 jaar mag geen overwerk verrichten.
8. Indien met inachtneming van het in de voorgaande leden gestelde,
overwerk wordt verricht, dan zal dat overwerk zoveel mogelijk worden
verricht in de uren die onmiddellijk voorafgaan aan de aanvang
of onmiddellijk aansluiten aan het einde van de gewone werktijd.
9. De in overwerk verrichte uren worden vergoed met een gelijk aantal

uren vrije tijd alsmede met een toeslag als geregeld in lid 12 van dit
artikel.
Voor het opnemen van die vrije tijd geldt dezelfde regeling als voor
de snipperdagen (artikel 31, lid 7e).

10. In bijzondere gevallen kunnen werkgever en werknemer overeenkomen
dat de overwerkuren in geld in plaats van in vrije tijd worden
uitbetaald.
11. Indien overwerk verricht wordt tot na 19.00 uur, dan is de werkgever
verplicht een warme maaltijd te verstrekken.
12. De overwerktoeslag bedraagt (in % van het salaris):
25% voor overuren op de normale werkdagen,
50% voor overuren tussen 22.00 uur en 6.00 uur,
75% voor overuren op zaterdag,
100% voor zondagsarbeid; dat is arbeid tussen zaterdagnacht 20.00
uur en zondagnacht 24.00 uur en voor arbeid tussen deze uren op de
dag, dat Koninginnedag wordt gevierd,
125% voor arbeid op de in artikel 30 lid 1 genoemde erkende feestdagen.
Deze toeslag wordt na overleg tussen de werkgever en werknemer
uitbetaald in geld of in vrije tijd.
13. In een week waarin is overgewerkt, zal het aantal uren, dat een werknemer
door te laat komen of ongeoorloofd verzuim minder heeft
gewerkt, in mindering worden gebracht op het aantal overuren.
14. Werknemers, met wie een vaste werktijd van meer dan 40 uur per
week is overeengekomen, ontvangen een vast salaris. Dit vaste salaris
dient tenminste te omvatten het uurloon op basis van 40 uur per
week, alsmede 11/4 x het uurloon over de meerdere uren.
15. De normale arbeidsduur voor deeltijdwerkers bedraagt het aantal
uren zoals dat met de deeltijdwerker is overeengekomen.
De deeltijdwerker heeft recht op 15% toeslag over de meeruren
gelijk vanaf het moment dat hij/zij meeruren maakt, totdat de grens
als bedoeld in lid 2 van dit artikel is bereikt.
Artikel 28

Werken in ploegen

1. Er is sprake van ploegendienst indien een werknemer roulerend in
twee of meer ploegen werkt.
2. Indien het naar het oordeel van de werkgever noodzakelijk is, dat de

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

werknemers arbeid verrichten in ploegendienst, zullen zij de volgende
toeslag ontvangen:

a. in de tweeploegendienst met een morgen-en een middagploeg,
vallende tussen 5 uur en 23 uur (op zaterdag tussen 5 en 18 uur)
zowel voor de morgen-als middagploeg 15% op het salaris als
bedoeld in artikel 21 over de gewerkte tijd;
b. in de tweeploegendienst, waarin behalve met een ploeg in de nor-
male dagdienst, tevens met een avondploeg moet worden gewerkt,
alleen voor de avondploeg 25% op het salaris als bedoeld
in artikel 21 over de gewerkte tijd;
c. in de tweeploegendienst, waarin behalve met een ploeg in de nor-
male dagdienst, tevens met een ochtendploeg moet worden gewerkt,
alleen voor de ochtendploeg 25% op het salaris als bedoeld
in artikel 21 over de gewerkte tijd;
d. in de drieploegendienst voor morgen-en middagploeg 15% en
voor de avondploeg 25% op het salaris als bedoeld in artikel 21
over de gewerkte tijd;
e. voor de ploeg, die na 23 uur opkomt, 30% op het salaris als
bedoeld in artikel 21 over de gewerkte tijd.
3. Geen toeslag is verschuldigd bij roosters met een werkverdeling over
de dagen van de week, waarbij normaliter de werknemer op minder
dan 5 dagen per week in dagdienst werkt (dus één ploeg per dag).
4. Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden in
ploegendienst te werken, tenzij hiervoor een vergunning is verkregen
van de Adviescommissie voor Dispensatieaangelegenheden.
C. ARBEIDSDUUR
Artikel 29

Arbeidsduur

1. JAARLIJKSE ARBEIDSDUUR
De normale arbeidsduur per jaar bedraagt:
– bij een jaar met 260 werkdagen 2080 uur
– bij een jaar met 261 werkdagen 2088 uur
– bij een jaar met 262 werkdagen 2096 uur.
Na aftrek van de in artikel 31 lid 1 genoemde feestdagen (behalve
als reeds op andere gronden niet wordt gewerkt), alsmede na aftrek
van de in artikel 32 lid 2 genoemde vakantie-en snipperdagen, resteert
een standaardarbeidsduur. Deze bedraagt in 2007 1840 uur,

2008 1848 en in 2009 1856 uur. Daarvan zal in totaal in het kalenderjaar
2007, 2008 en 2009 184 uur vrijaf worden gegeven met doorbetaling
van het loon. Voor deze roostervrije tijd gelden de in lid 2
t/m 12 van dit artikel genoemde bepalingen.

2. OPBOUW ROOSTERVRIJE TIJD
Op roostervrije tijd behoeft niet te worden gewerkt, doch het overeengekomen
loon wordt wel doorbetaald. In tegenstelling tot
vakantie-en snipperdagen behoeft roostervrije tijd niet te worden
opgebouwd of verdiend door de werknemer, noch naar evenredigheid
bij vertrek te worden afgerekend door de werkgever.
Het recht op roostervrije tijd mag nimmer worden vervangen door
een uitbetaling in geld met uitzondering van het hieronder onder sub
a., b. en c. genoemde.
a. Overeenkomstig artikel 37 kan de werknemer een regeling treffen
waarbij maximaal 4 roostervrije dagen mogen worden aangewend
voor extra aanspraken op pensioen, een fietsregeling dan
wel als bijdrage aan de auto van de werkgever.
b. 3 roostervrije dagen mogen vanaf 1 januari 2008 voor werknemers
die reeds in loondienst zijn en indien werkgever en werknemer
het gezamenlijk overeenkomen, bij een 40-urige werkweek
worden afgekocht tegen het geldende uurloon.
c. Voor personeel aangenomen op of na 1 augustus 2007 staat het
de werkgever vrij de roostervrije tijd geheel of gedeeltelijk af te
kopen tegen het geldende uurloon. Dit kan alleen in hele uren.
Uitgaande van 40 uur loonbetaling geldt het volgende:
36 uur werken geen afkoop
37 uur werken afkoop 46 uur tegen uurloon op jaarbasis
38 uur werken afkoop 92 uur tegen uurloon op jaarbasis
39 uur werken afkoop 138 uur tegen uurloon op jaarbasis
40 uur werken afkoop 184 uur tegen uurloon op jaarbasis

3. INVULLING ROOSTERVRIJE TIJD
Jaarlijks vóór 1 januari wordt in overleg tussen werkgever en werknemer
de roostervrije tijd voor het daaropvolgende kalenderjaar
ingevuld. In onderling overleg kan gedurende het kalenderjaar reeds
ingevulde roostervrije tijd op een ander moment in hetzelfde kalenderjaar
worden ingevuld. Voor invulling van roostervrije tijd komen
niet in aanmerking:
– feestdagen als genoemd in artikel 30, lid 1 van de CAO;
– vakantie-of snipperdagen ingevolge artikel 31 van de CAO;
– dagen waarop verkort wordt gewerkt met ontheffing ingevolge
artikel 8 BBA.
Indien reeds ingevulde roostervrije tijd valt in een dergelijke periode
van shorttime of onwerkbaar weer, dient andere roostervrije tijd te
worden ingevuld.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

4. DOORGESCHOVEN ROOSTERVRIJE TIJD IN NIEUWE KALENDERJAAR
Indien op grond van het in lid 3, laatste zin, bepaalde, andere roostervrije
tijd moet worden ingevuld, doch dat niet meer binnen het kalenderjaar
kan, zal deze andere roostervrije tijd in de eerste twee maanden
van het volgende kalenderjaar moeten worden ingevuld.
5. ARBEIDSDUUR PER WEEK
De gemiddelde arbeidsduur na aftrek van roostervrije tijd is 36 uur
per week. De normale arbeidsduur per week voor een werknemer
met een volledig dienstverband bedraagt tussen de 36 en 40 uur,
afhankelijk van de gekozen invulling van roostervrije tijd.
6. ARBEIDSDUUR PER DAG
De maximale arbeidsduur bedraagt 9 uur per dag. Gedurende een
periode van maximaal 13 weken per kalenderjaar kan er in afwijking
van het bepaalde in lid 5 van dit artikel wekelijks 5 dagen van 9 uur
gewerkt worden.
7. STANDAARDREGELING VAN DE ARBEIDSTIJDENWET
Tenzij er in deze CAO een andere regeling van toepassing is geldt
dat de werknemer ten hoogste 9 uren per dag, 45 uren per week en
in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld 40 uren
per week arbeid verricht.
8. WERKTIJDEN
a. De reguliere werktijden in de onderneming vangen aan tussen
7.00 uur en 9.00 uur en eindigen tussen 15.00 uur en 18.00 uur,
tenzij i.v.m. maatregelen ter regeling van de stroomvoorziening
of overheidsmaatregelen van andere aard de werktijd tijdelijk
moet worden verschoven. De werknemer is gerechtigd i.v.m.
aantoonbare verplichtingen in de zorgsfeer of andere persoonlijke
omstandigheden, in redelijk overleg met de werkgever, binnen
deze tijdstippen nadere afspraken te maken over zijn/haar individuele
werktijden. Bij dat overleg zullen de aard en het belang van
de functie van de werknemer voor de werkorganisatie van de
werkgever in de beoordeling worden meegenomen. De werknemer
kan de kwestie ter bemiddeling voorleggen aan de OR of de
PVT indien werknemer en werkgever niet tot overeenstemming
komen. Indien ook het overleg van werkgever met OR of PVT
niet leidt tot een oplossing of afspraak kan de kwestie, wederzijds
beargumenteerd worden voorgelegd aan een door partijen te
benoemen paritaire commissie ad hoc.

b. De pauzes van één kwartier of meer zullen in verband met de
eisen van het bedrijf door de werkgever worden geregeld, maar
zullen nooit worden beschouwd als werktijd.
c. Alvorens de werkgever wijzigingen aanbrengt in de onder a. en
b. van dit lid geregelde werk-en schafttijden, zal hij zo spoedig
mogelijk overleg plegen met de werknemers in het bedrijf. Geschillen
voortvloeiend uit dit overleg zullen ter beslissing worden
voorgelegd aan een door partijen te benoemen paritaire commissie
ad hoc.
9. AFWIJKINGEN VAN DE NORMALE ARBEIDSDUUR PER
WEEK EN PER DAG
Het bepaalde in de leden 5 en 6 van dit artikel geldt niet:
a. Voor hen, die door de aard van het werk aan een andere werktijdregeling
zijn gebonden. Op hen is artikel 27, lid 14 van toepassing;
b. Indien de indeling in twee of meer ploegen een andere regeling
vereist;
c. Voor zover de partiële leerplicht zich daartegen verzet;
d. Indien het bedrijfsbelang werktijdverschuiving noodzakelijk
maakt; deze werktijdverschuiving is alleen toegestaan na voorafgaand
overleg met de Adviescommissie als bedoeld in artikel 2
en na verkregen vergunning van deze commissie;
e. Voor die werknemers, behorend tot het verkopend, administratief,
technisch of uitsluitend toezichthoudend personeel, voor wie
in 1977 een normale werktijd van minder dan 40 uur gold, zal de
normale arbeidstijd gelijk blijven aan het aantal uren per week
en per dag dat in 1977 als normale arbeidstijd gold;
f. Voor werknemers in deeltijdarbeid.
10. ZATERDAGWERK
In beginsel wordt op zaterdag niet gewerkt.
De zaterdag kan als gewone werkdag ingeroosterd worden voor
functies die direct of indirect verband houden met verkoop.
Indien de werkgever voor andersoortig personeel de zaterdag als
werkdag wenst in te roosteren kan hij hiervoor dispensatie vragen
aan het Paritair Beraad Houthandel.
Bedrijven die op 1 juni 1996 al op zaterdag werkten (niet ten
behoeve van verkoop) worden automatisch gedispenseerd.
11. VIERDAAGSE WERKWEEK 55+ERS
Werknemers van 55 jaar of ouder kunnen op vrijwillige basis in een
vierdaagse werkweek van 32 uur werken onder inlevering van verlofdagen
(roostervrije dagen en snipperdagen) of het kopen van
dagen. (Vervroegd) ouderdomspensioen en opbouw van vakantierechten
(vakantietoeslag endagen) blijven gebaseerd op een volledige
werkweek.
Een verzoek van een werknemer om hiervan gebruik te maken kan

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

alleen worden afgewezen indien dit redelijkerwijs op grond van
zwaarwegende bedrijfsbelangen niet van de werkgever kan worden
gevergd. Bij afwijzing van het verzoek moet de werkgever dit schriftelijk
motiveren.

12. ADV-TABEL
Indien de werkgever met zijn werknemers daartoe hebben besloten kan
voor de invulling van de in lid 1 bedoelde roostervrije tijd het volgende
schema aangehouden worden:
36 uur per week 0 Roostervrije uren
37 uur per week 46 Roostervrije uren
37,5 uur per week 69 Roostervrije uren
38 uur per week 92 Roostervrije uren
39 uur per week 138 Roostervrije uren
40 uur per week 184 Roostervrije uren

De omvang van de roostervrije tijd in bovengenoemd schema komt in
de plaats van de omvang van de roostervrije tijd bedoeld in lid 1 van dit
artikel.
De overige leden van dit artikel zijn overeenkomstig van toepassing.

D. VAKANTIE, KORT VERZUIM, VAKOPLEIDING, ZIEKTE
Artikel 30

Feestdagen

1. Op Nieuwjaarsdag, paasmaandag, hemelvaartsdag, pinkstermaandag,
de beide kerstdagen de dag die door de overheid als Koninginnedag
wordt aangewezen alsmede 5 mei in lustrum jaren, wordt, bijzondere
omstandigheden daargelaten, niet gewerkt. Voorzover deze dagen
niet op zondag vallen, wordt het inkomen over de verzuimde werktijd
op deze dagen doorbetaald.
2. De werkgever heeft het recht om op Goede Vrijdag zijn onderneming
te sluiten. Maakt de werkgever van dit recht gebruik, dan is hij verplicht
inkomen uit te betalen, maar hij mag de verzuimde werktijd
laten inhalen door overwerk, mits daarvoor de bij artikel 27 gestelde
toeslag voor overwerk wordt betaald. Deze dag kan echter, na over-
leg tussen werkgever en werknemers, ook als snipperdag als bedoeld
in artikel 31, lid 7c, worden beschouwd of als roostervrije tijd als
bedoeld in artikel 29.

3. De werkgever zal zo veel mogelijk tegemoetkomen aan verzoeken
van individuele werknemers om op een voor hen bijzondere feestdag,
te weten:
a. niet-christelijke religieuze feestdagen;
b. 1 mei-viering,
een snipperdag op te mogen nemen.
Artikel 31

Vakantie

1. VAKANTIEJAAR
Het vakantiejaar loopt van 1 juli van een kalenderjaar tot en met
30 juni van het daarop volgende kalenderjaar.
2. AANTAL VAKANTIEDAGEN EN SNIPPERDAGEN
Indien in een model, zoals hiervoor onder artikel 29 lid 12 genoemd,
13 roostervrije dagen of meer resteren, mogen er geen collectieve
snipperdagen door de werkgever worden vastgesteld.
Iedere werknemer verdient per vakantiejaar 192 uren vakantie met
behoud van inkomen. Daar waar in deze CAO gesproken wordt over
vakantiedagen/snipperdagen kunnen zij ook in uren worden uitgedrukt.
Het aantal uren voor een dag is voor elke werknemer gelijk
aan het aantal uren van een werkdag. Dat aantal hangt af van het
werkmodel in het bedrijf of afdeling.
Voor het begin van het vakantiejaar wordt in overleg tussen werkgever
en werknemer besloten, welk van beide onderstaande verdelingen
van vakantie-en snipperdagen voor het bedrijf zullen gelden.
a. 11 dagen aaneengesloten vakantie. Van de 13 snipperdagen, kan
de werkgever er 7 aanwijzen als collectieve snipperdagen. (Individueel
kan de werknemer, die voldoet aan de in lid 6e gestelde
voorwaarden, ook dan een aaneengesloten vakantie van 15 dagen
opnemen.)
b. 15 dagen aaneengesloten vakantie. Van de 9 snipperdagen kan de
werkgever er 4 aanwijzen als collectieve snipperdagen.
Indien geen overleg heeft plaatsgevonden, geldt de regeling als onder

a. genoemd.
3. AFWIJKEND AANTAL VAKANTIEDAGEN
a. De niet meer leerplichtige jeugdige werknemer – waaronder
wordt verstaan de werknemer, die op 1 juli de 19-jarige leeftijd
nog niet heeft bereikt – heeft per vakantiejaar recht op 25 vakantiedagen,
indien hij op de eerste werkdag van het betreffende
vakantiejaar al in dienst was. Van deze 25 vakantiedagen moeten
tenminste 15 werkdagen aaneengesloten worden opgenomen. De
overige dagen zijn snipperdagen. Indien zijn dienstbetrekking in
de loop van het vakantiejaar begint en/of eindigt, bouwt de jeugdige
werknemer 2 1/12 vakantiedag per maand dienstverband op.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

b. Een werknemer heeft recht op 3 extra vakantiedagen per jaar
vanaf de datum dat hij 25 jaar in dienst is bij dezelfde werkgever.
c. Een werknemer heeft recht op 4 extra vakantiedagen per jaar
vanaf de datum dat hij 40 jaar in dienst is bij dezelfde werkgever.
d. Een werknemer heeft recht op:
1 dag extra vakantie per jaar vanaf zijn 56e verjaardag
2 dagen extra vakantie per jaar vanaf zijn 57e verjaardag
3 dagen extra vakantie per jaar vanaf zijn 58e verjaardag
4 dagen extra vakantie per jaar vanaf zijn 59e verjaardag
6 dagen extra vakantie per jaar vanaf zijn 60e verjaardag
4. VERBOD UITBETALING VAKANTIERECHTEN
Het recht op vakantie mag, behalve bij het einde van de dienstbetrekking
nimmer worden vervangen door een uitbetaling in geld tenzij
er overeenkomstig artikel 37 een regeling is getroffen waarbij
maximaal 3 vakantiedagen mogen worden aangewend voor extra
aanspraken op (vervroegd)ouderdomspensioen, een fietsregeling dan
wel een bijdrage aan de auto van de werkgever.
5. AANTAL VAKANTIEDAGEN BIJ BEGIN EN/OF EINDE VAN
HET DIENSTVERBAND TIJDENS HET VAKANTIEJAAR
a. De werknemer, die na 1 juli van het lopende vakantiejaar in
dienst is getreden, heeft, in afwijking van het in lid 2 bepaalde,
voor elke maand dienstverband recht op 2 vakantiedagen.
b. De werknemer, die voor 30 juni van het lopende vakantiejaar uit
dienst is getreden, heeft, in afwijking van het in lid 2 bepaalde,
voor elke maand dienstverband in het lopende vakantiejaar recht
op 2 vakantiedagen.
c. Bij indiensttreding van de werknemer voor of op de 15e van een
maand of, bij beëindiging van het dienstverband na de 15e van
de maand, tellen deze gedeeltes van maanden bij de berekening
van de vakantierechten als volle maanden. Dit geldt niet als begin
en einde van het dienstverband in dezelfde maand vallen.
d. Bij indiensttreding van de werknemer na de 15e van een maand,
of, bij beëindiging van het dienstverband voor of op de 15e van
een maand, tellen deze gedeeltes van maanden niet mee bij de
berekening van de vakantie rechten.
6. AANEENGESLOTEN VAKANTIE
a. De aaneengesloten vakantiedagen worden gegeven in de maanden
juli tot en met oktober, volgend op het vakantiejaar, waarin

zij zijn verdiend. De werknemer kan de aaneengesloten vakantiedagen
in mei of juni opnemen, maar dan gelden die aaneengesloten
vakantiedagen, die in mei of juni hadden moeten worden
opgebouwd, als voorschot. Voor leerplichtige werknemers zal
rekening worden gehouden met de data van de schoolvakanties.

b. Bij bedrijfsvakantie, die door de werkgever wordt vastgesteld,
heeft de werknemer, die nog onvoldoende vakantiedagen heeft
verdiend, recht op doorbetaling van het inkomen over de ontbrekende
dagen. Dit geldt niet voor zover hij op grond van dienstverband
bij andere werkgevers reeds vakantierechten heeft meegekregen.
Voor de vaststelling van het tijdstip van de
bedrijfsvakantie heeft de werkgever voor 1 januari van een jaar
overleg met het personeel. Na dat overleg stelt de werkgever de
collectieve vakantiesluiting vast en maakt dit 6 maanden van
tevoren bekend.
c. De vakantiedagen van een werknemer verjaren door verloop van
5 jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak
is ontstaan.
d. Indien de aaneengesloten vakantie samenvalt met een collectieve
snipperdag, als bedoeld in lid 7c van dit artikel of met een feestdag
als bedoeld in artikel 30 lid 1, zal de werkgever na overleg
met de werknemer vaststellen wanneer deze dag alsnog zal worden
opgenomen.
e. Het is de werknemer – onverminderd bovenstaande – toegestaan
om 15 werkdagen aaneengesloten vakantie op te nemen, onder
voorbehoud dat aan de onderstaande vier voorwaarden gezamenlijk
is voldaan:
– de werknemer dient nog over vier snipperdagen te beschikken;
– de werknemer moet de wens daartoe drie maanden vóór het
begin van de vakantie aan de werkgever te kennen geven;
– 10 van de 15 dagen dienen met de bedrijfsvakantie – zo daarvan
sprake is – samen te vallen;
– de werknemer moet mede rekening houden met het bedrijfsbelang,
in die zin dat hem de aaneengesloten vakantie van 15
dagen kan worden geweigerd indien tengevolge van zijn vertrek
het bedrijf zodanig onderbezet zal worden, dat van een
normale bedrijfsuitoefening geen sprake meer kan zijn.
f. Een buitenlandse werknemer, wiens gezin niet in Nederland
woont, en die afkomstig is uit een land waarmee geen vrij verkeer
van werknemers bestaat, mag in aansluiting op zijn aaneengesloten
vakantie 10 werkdagen verlof op eigen rekening nemen.
7. SNIPPERDAGEN
a. De snipperdagen moeten zoveel mogelijk worden opgenomen in
het vakantiejaar, waarin zij zijn verdiend.
b. Onder de snipperdagen zijn begrepen alle bijzondere vrije dagen
met uitzondering van de in artikel 33 genoemde bijzondere ver

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

zuimdagen, de in artikel 30 lid 1 genoemde feestdagen en de in
artikel 30 lid 2 vermelde Goede Vrijdag, als deze vrije dag wordt
ingehaald door overwerk.

c. Aan het begin van het vakantiejaar wordt in het overleg, als
genoemd in lid 2, vastgesteld, welke van de in dat jaar te geven
snipperdagen als collectieve snipperdagen zullen gelden en voor
welke dagen deze collectieve snipperdagen zullen worden gebruikt.
Bij verschil van mening kan de tussenkomst van de in artikel 29
lid 8c genoemde paritaire commissie worden ingeroepen.
De overblijvende snipperdagen kunnen de werknemers voor persoonlijke
doeleinden opnemen.
d. Lid 6b van dit artikel is ook van toepassing op collectieve snipperdagen.
e. Het opnemen van snipperdagen moet door de werknemer 2 werkdagen
van te voren worden aangevraagd.
f. De snipperdagen van een werknemer verjaren door verloop van
5 jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak
is ontstaan.
8. VAKANTIE BIJ ONDERBREKING VAN DE WERKZAAMHEDEN
a. Elke maand, dat de werknemer zijn werkzaamheden niet verricht,
verdient hij geen vakantierechten.
b. Het onder a. bepaalde geldt niet bij onderbreking van de werkzaamheden
door ziekte of door onvrijwillige werkloosheid waarbij
het dienstverband doorloopt.
c. Evenmin geldt het onder a bepaalde bij onderbreking door verlof
als bedoeld in artikel 7: 635 lid 1, 2 en 3 en artikel 7: 641 lid 3
BW.
d. Bij onderbreking van de werkzaamheden in geval van ziekte, kan
de werknemer maximaal over een periode van 1/2 jaar voorafgaande
aan de beëindiging van de dienstbetrekking of de datum
van herstel vakantierechten verdienen.
e. De werknemer die zijn werkzaamheden niet verricht wegens
ziekte of die een uitkering krachtens de WAO c.q. Wet Werk en
Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) geniet, behoudt zijn aanspraak
op vakantierechten, ook wanneer hij zelf het dienstverband
beëindigt, alvorens het werk is hervat; zulks in afwijking
van artikel 7:635 lid 4 BW.
f. Ten aanzien van het tijdstip van begin en einde van de in dit lid
bedoelde onderbrekingen is het bepaalde in lid 5c en 5d van dit
artikel van toepassing.

9. VAKANTIE BIJ ZIEKTE EN ONGEVAL
a. Indien de werknemer voor het begin van de aaneengesloten
vakantie of voor het begin van een vastgestelde collectieve snipperdag
verhinderd is te werken door ziekte, zodat hij van de desbetreffende
vakantie of vaste collectieve snipperdag geen gebruik
kan maken, kan hij deze vakantie of snipperdag op een ander
tijdstip opnemen.
b. Indien de werknemer tijdens de aaneengesloten vakantie arbeidsongeschikt
wordt, zodat hij van zijn aaneengesloten vakantie
gedeeltelijk geen gebruik heeft kunnen maken, zal hij het resterende
gedeelte van zijn aaneengesloten vakantie op een ander
tijdstip kunnen opnemen, mits de arbeidsongeschiktheid door
middel van een medische verklaring kan worden aangetoond.
c. De werkgever stelt na overleg met de werknemer vast op welk
tijdstip de aan de werknemer, volgens het onder a. en b. bepaalde,
nog toekomende vakantie-of snipperdag(en) alsnog zullen
worden opgenomen. Daarbij is volledig van toepassing lid 6c
en 7f van dit artikel.
10. VERREKENING VAN DE VAKANTIE BIJ ONTSLAG
a. Bij het beëindigen van de dienstbetrekking zal de werknemer, als
hij dat wil, zoveel mogelijk in de gelegenheid worden gesteld de
hem nog toekomende vakantiedagen op te nemen. Deze vakantiedagen
mogen niet in de opzegtermijn zijn begrepen, tenzij met
wederzijdse instemming.
b. Indien de werknemer de hem krachtens dit artikel toekomende
vakantiedagen niet heeft opgenomen, zal hem voor elke vakantiedag
een vergoeding gelijk aan het inkomen van 1 dag, worden
uitbetaald. De werkgever is verplicht bij het einde van de dienstbetrekking
aan de werknemer een verklaring uit te reiken, waaruit
blijkt, hoeveel vakantie-en snipperdagen en hoeveel verlof,
als bedoeld in artikel 7: 641 BW, de werknemer meekrijgt.
c. Alleen indien de dienstbetrekking wordt beëindigd op eigen verzoek
van de werknemer, heeft de werkgever het recht de in het
lopende dan wel daaraan voorafgaande vakantiejaar te veel opgenomen
snipperdagen te verrekenen met het loon.
Artikel 32

Vakantietoeslag

1. Elk jaar op 30 juni heeft de werknemer recht op een vakantietoeslag
van 8% van het gedurende het betreffende vakantiejaar verdiende
inkomen, vermeerderd met overwerk-en ploegenverdiensten (uitkeringen
tijdens ziekte, voor zover zij betrekking hebben op de eerste
twee jaar van de arbeidsongeschiktheid inbegrepen) de vakantietoeslag
worden verstrekt.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

2. Indien de werknemer zulks verzoekt, zal hem in mei een voorschot
op de vakantietoeslag worden verstrekt.
Dit voorschot zal de door hem dan reeds verdiende netto vakantietoeslag
niet te bovengaan.
Artikel 33

Kort verzuim

1. KORT VERZUIM MET BEHOUD VAN INKOMEN
Bij verzuim i.v.m. de hierna te noemen bijzondere omstandigheden,
onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 4 lid 1 van de Wet Arbeid
en Zorg, wordt het inkomen doorbetaald gedurende de daarbij vermelde
tijd. Samenwonenden worden met gehuwden gelijkgesteld.
Onder kinderen wordt verstaan natuurlijke kinderen, wettige kinderen
en gewettigde kinderen. Partnerregistratie is gelijk aan huwelijk.
a. bij ondertrouw van de werknemer 1 dag;
b. bij huwelijk van de werknemer 2 dagen;
c. bij huwelijk van een der kinderen (pleeg-en stiefkinderen inbegrepen),
kleinkinderen, broers en zusters, schoonzusters, zwagers,
ouders of schoonouders, indien de plechtigheid wordt bijgewoond
1 dag;
d. bij 25-en 40-jarig huwelijk van de werknemer 1 dag;
e. bij 25-, 40-, 50-en 60-jarig huwelijksfeest van de ouders of
schoonouders 1 dag indien het feest wordt bijgewoond;
f. bij bevalling van de echtgenote 2 dagen;
g. bij overlijden van de echtgenote, echtgenoot, kinderen (pleeg-en
stiefkinderen inbegrepen), ouders of schoonouders van de dag
van het overlijden tot en met de dag van de uitvaart;
h. bij uitvaart van een der broers, zusters, zwagers, schoonzusters,
grootouders, behuwd-grootouders of kleinkinderen, indien de
plechtigheid wordt bijgewoond, 1 dag;
i. bij militaire inspectie of bij vervulling van andere militaire verplichtingen,
indien daarvoor door de overheid geen vergoeding
wordt verleend, gedurende de daarvoor onvermijdelijk benodigde
tijd met een maximum van 4 1/2 uur;
j. bij uitoefening van kiesbevoegdheid of bij het vervullen van
andere burgerlijke verplichtingen, indien daarvoor door de overheid
geen vergoeding wordt verleend, gedurende de daarvoor
onvermijdelijk benodigde tijd, echter voor het uitoefenen van de
kiesbevoegdheid tot een maximum van 2 uur;
k. bij ontslag van de werknemer wegens bedrijfsslapte, indien hij
minstens 3 achtereenvolgende maanden bij dezelfde werkgever

werkzaam is: 1 dag voor het zoeken van een andere werkgever
tijdens het dienstverband en na aanzegging tot ontslag;

l. bij deelneming door werknemers aan wetgevende bondsvergaderingen
van de werknemersbonden maximaal 2 dagen per
jaar;
m. bij verhuizing van de werknemer maximaal 1 dag per jaar, de dag
te bepalen in overleg met de werkgever;
n. voor het volgen van een prepensioneringscursus 1 x 5 dagen na
het 62ste jaar van de werknemer;
o. bij acute opname in het ziekenhuis van de partner of de inwonende
kinderen, de dag van die opname.
2. DOKTERSBEZOEK/BEZOEK ARBODIENST
Per onderneming moet een regeling voor tandarts-en doktersbezoek
worden overeengekomen tussen werkgever en werknemers. Onder
dokter wordt mede verstaan de fysiotherapeut.
Bij een bezoek aan de Arbodienst wordt het inkomen doorbetaald,
mits er voorafgaande goedkeuring is van de werkgever.
3. KORT VERZUIM ZONDER BEHOUD VAN INKOMEN
Recht op vrijaf zonder behoud van inkomen bestaat voor:
1. de werknemer; die als lid van zijn vakbond een statutaire vergadering
van deze bond moet bijwonen;
2. de werknemer; die een scholings-of vormingscursus van zijn
bond volgt.
Indien het vrijaf geven in de situatie onder 1 en 2 op moeilijkheden
in het bedrijf stuit, zal in goed overleg tussen de werkgever
en de vakbond een oplossing worden gezocht.
5. STERVENSBEGELEIDING (PALLIATIEF VERLOF) IN HET KADER
VAN KORTDUREND ZORGVERLOF.
In het kader van de Wet Arbeid en Zorg heeft een fulltime werknemer
per jaar recht op maximaal tien dagen kortdurend zorgverlof.
Gedurende dit kortdurend zorgverlof. betaalt de werkgever 70% van
het inkomen. Indien de werknemer o.g.v. de Wet Arbeid en Zorg
zorgverlof opneemt in het kader van stervensbegeleiding van kinderen,
ouders of partner dan vult de werkgever het inkomen van 70%
aan tot 100%.
6. WET ARBEID EN ZORG
De Wet Arbeid en Zorg is onverkort van toepassing. Er mag niet ten
nadele van de werknemer van worden afgeweken, ook niet indien
werkgever en medezeggenschapsorgaan hiertoe afspraken maken.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 34

Opleidingen

1. De werknemer heeft recht op doorbetaling van max. 8 uur loon per
week voor het volgen van vakopleiding volgens een erkend leerlingstelsel.
2. Jeugdigen, die gedeeltelijk leerplichtig zijn en geen vakopleiding
volgens Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL) volgen, ontvangen
een inkomen en een aantal vakantiedagen evenredig aan het aantal
gewerkte dagen in verhouding tot het normale aantal werkdagen op
grond van artikel 29.
3. In het kader van betere kansen op de arbeidsmarkt van werknemers,
is de werkgever verplicht zijn werknemers in staat te stellen een
beroepstraining te volgen ten behoeve van functies in de gehele meubelen
houtsector, tenzij dit redelijkerwijs op grond van zwaarwegende
bedrijfsbelangen niet mogelijk is. De werkgever dient dit
schriftelijk te motiveren.
4. Een individueel scholingsverzoek uit het scholingsaanbod van het
scholingsplan of de scholingsgids van Stichting HOC wordt in beginsel
gehonoreerd, tenzij dit redelijkerwijs op grond van zwaarwegende
bedrijfsbelangen niet mogelijk is.
De werkgever dient de afwijzing schriftelijk te motiveren.
Indien de werkgever 2 jaar achtereen het scholingsverzoek heeft
afgewezen, kan hij zich in een derde jaar hierop niet meer beroepen.
6. De bedrijfstak zal de kosten van de training van leermeesters aan de
werkgever volledig vergoeden (loonverlet, cursuskosten, reiskosten).
Doel van de cursus is het vergroten van de begeleidende vaardigheden
van de leermeester.
De leermeester wordt in staat gesteld de leerling voldoende te begeleiden
binnen werktijd.
Artikel 35

Uitkering bij arbeidsongeschiktheid, overlijden, verkort werken en
onwerkbaar weer

1. a. De werkgever zal bij arbeidsongeschiktheid het individueel overeengekomen
inkomen conform onderstaande staffel doorbetalen.

1ste half jaar 100% van het individueel overeengekomen inko-
men;
2de half jaar 85% van het individueel overeengekomen inkomen;
3de half jaar 80% van het individueel overeengekomen inkomen;
4de half jaar 75% van het individueel overeengekomen inkomen;

b. In afwijking van hetgeen in lid 1.a. van dit artikel is gesteld geldt
voor werknemers die voor 1 januari 2006 ziek zijn geworden, dat
de werkgever 70% van het individueel overeengekomen inkomen
gedurende het 2e jaar van ziekte zal doorbetalen.
c. Met uitsluiting van het bepaalde in artikel 7: 629 lid 1 en 2 BW,
zal bij ziekte 1 werkwachtdag gelden, die vervalt indien de
arbeidsongeschiktheid door ziekte 2 werkdagen of langer duurt.
2. De verplichting tot doorbetaling geldt niet indien er een sanctie
wegens overtreding van de controlevoorschriften die de werknemer
bij ziekte in acht moet nemen, is opgelegd. Deze controlevoorschriften
en sancties zijn als bijlage XI bij deze CAO gevoegd.
3. De hoogte van de ploegentoeslag wordt voor de doorbetaling bij
ziekte als volgt bepaald:
A= B
C
waarbij
A = totaal bedrag aan ploegentoeslag over de periode in de 13 weken
direct voorafgaande aan de ziekte
B = totaal aantal volledige werkdagen waarop de ploegentoeslag
werd toegepast in de 13 weken direct voorafgaand aan de ziekte
C = totaal aantal gewerkte dagen (inclusief ATV)

De aldus gevonden uitkomst is het bedrag aan ploegentoeslag dat bij
ziekte doorbetaald moet worden.

4. Indien de werkgever zich zonder deugdelijke grond onvoldoende
heeft ingespannen om de zieke werknemer te reïntegreren en het
UWV daardoor de loondoorbetalingsplicht van de werkgever heeft
verlengd tot na 104 weken dan is de werkgever verplicht ook gedurende
deze verlengde periode het individueel overeengekomen inkomen
volledig door te betalen. Deze volledige doorbetalingsverplichting
geldt slechts als de Geschillencommissie heeft
vastgesteld dat er causaal verband bestaat tussen de onvoldoende
inspanning door de werkgever en het niet kunnen reïntegreren door
de werknemer.
5. Werknemers die actief bezig zijn met terugkeer in hun eigen of een
andere functie bij het eigen bedrijf of elders en in die functie gedurende
2 maanden volledig werkzaam zijn geweest krijgen 100% van
het loon betaald over de periode waarin er actief gewerkt is aan reïntegratie.
De aanvulling tot 100% wordt achteraf met terugwerkende

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

kracht tot het moment waarop de reïntegratie is aangevangen als
bonus uitgekeerd.

6. Bij overlijden van de werknemer is de werkgever verplicht aan de
nagelaten betrekkingen het inkomen door te betalen vanaf de dag na
overlijden tot en met de laatste dag van de tweede maand na die,
waarin het overlijden plaatsvond. Onder nagelaten betrekkingen
wordt hier verstaan de echtgenote of echtgenoot waarvan de werknemer
niet duurzaam gescheiden leefde en bij gebreke daarvan de
minderjarige wettige of erkend natuurlijke kinderen en bij gebreke
daarvan aan degene met wie hij in gezinsverband samenleefde en
wiens kostwinner hij was.
7. Met uitsluiting van art. 7:628 BW is, indien naar het oordeel van de
werkgever de weersgesteldheid de gewone dagelijkse arbeid belet,
de werkgever verplicht om het inkomen door te betalen gedurende
de eerste aaneengesloten periode van 14 kalenderdagen, dat niet
wordt gewerkt. Indien in dezelfde winter, waarin de werkgever al
eenmaal een aaneengesloten periode van 14 dagen heeft doorbetaald
en nadat het werk is hervat, opnieuw de weersgesteldheid de gewone
dagelijkse arbeid belet dan is de werkgever slechts gehouden tot
doorbetaling gedurende de eerste aaneengesloten periode van 7 dagen
dat niet wordt gewerkt.
8. In afwijking van het bepaalde in lid 6 geldt voor bosarbeid een doorbetalingsverplichting
gedurende de eerste 2 dagen, dat niet wordt
gewerkt. Deze doorbetalingsverplichting geldt niet als de werkonderbreking
plaats vindt binnen 4 weken na de laatste werkhervatting.
Artikel 36

Veiligheidsuitrusting en -kleding

1. De werknemer, die bosarbeid verricht, is verplicht om tijdens zijn
arbeid goede en veilige kleding en andere uitrusting te dragen. Die-
gene, die vellingswerk verricht, is verplicht om de in lid 2 omschreven
veiligheidsuitrusting te dragen.
2. Veiligheidsuitrusting vellingswerk:
Veiligheidshelm: bij voorkeur de Zweedse veiligheidshelm met
klitbandaansluiting van de binnenhelm.
Veiligheidsover all: met lange nylon beenbeschermers tot boven de
knie.

Werkhandschoenen: van soepel, dun leder.
Werkschoenen: of rubber laarzen met stalen neuzen.
Veiligheidsbril: deze is noodzakelijk bij het uitsnoeien en korten van
hout met de motorzaag met blad.
Gehoorbeschermingsmiddelen: Zoals oorkappen of glaswol, oorwatten;
de oorkappen moeten voorzien zijn van een nekbeugel, daar
de kap gelijktijdig met de helm gedragen moet kunnen worden. De
oorkappen moeten de oren goed omsluiten. De oorwatten moeten
goed in de gehoorgang aansluiten.

Kleding: Loshangende kledingstukken, zoals shawls, leveren een bijzonder
gevaar op.

Artikel 37

CAO á la Carte

1. In afwijking van de artikelen 29 en 31 van deze CAO is de werkgever,
na overleg met de werknemer en met wederzijdse instemming,
bevoegd een regeling te treffen m.b.t. uitruil van arbeidsvoorwaarden.
De regeling dient te voldoen aan het in de leden 2 en 3 gestelde.
2. De beschikbare gelden, afkomstig uit de verkoop van de bronnen,
zoals genoemd in lid 3, worden aangewend voor:
– extra aanspraken binnen de in de onderneming geldende (vervroegd)
ouderdomspensioenregeling;
– fietsregeling;
– bijdragen auto van de werkgever.
3. De regeling zoals bedoeld in de leden 1 en 2 heeft ter financiering
de volgende bronnen:
a. vakantiedagen: er mogen maximaal 3 vakantiedagen als bron
worden aangewend, waarbij de ruilwaarde van een dag 0,43%
van het bruto jaarloon bedraagt;
b. roostervrije tijd: er mogen maximaal 4 roostervrije dagen als loon
worden aangewend, waarbij de ruilwaarde van een dag 0,43%
van het bruto jaarloon bedraagt.
AFDELING III

WERKNEMERS IN TIJDELIJKE DIENST

Onder werknemers in tijdelijke dienst vallen:

a. werknemers voor een bepaalde tijdsduur in dienst;
b. werknemers in dienst voor het verrichten van een bepaalde taak.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 38

Verwijzing naar afdeling I en II

Voor tijdelijke werknemers gelden dezelfde bepalingen als voor werknemers
in vaste dienst, behoudens het bepaalde in de hierna volgende artikelen
van deze afdeling en met inachtneming van de in artikel 2 genoemde
definitie van ,,werknemer’’.

Artikel 39

Individuele arbeidsovereenkomst

De tijdelijke aard van de dienstbetrekking dient te blijken uit een schriftelijke
individuele arbeidsovereenkomst.

Artikel 40

Opzegging tijdens ziekte en militaire dienst

Het bepaalde in artikel 7: 670 lid 1 en 3 BW is niet van toepassing op
werknemers in tijdelijke dienst.

BIJLAGE I

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE

Reglement van de Geschillencommissie als bedoeld in artikel 5 van de
CAO voor de Houthandel vastgesteld op

Artikel 1

1. De commissie wordt als volgt samengesteld:
a) zowel de contracterende werkgeversorganisatie als de contracterende
werknemersorganisaties gezamenlijk, wijzen ieder één lid
en twee plaatsvervangende leden van de Geschillencommissie
aan.

b) deze twee leden en de vier plaatsvervangende leden benoemen in
onderling overleg de voorzitter en één plaatsvervangende voorzitter
van de Geschillencommissie, die bij voorkeur jurist met
praktijkervaring moeten zijn.

2. De Geschillencommissie benoemt een secretaris.
Leden van de Geschillencommissie kunnen niet gelijktijdig als secretaris
optreden.
Artikel 2

1. De leden en de plaatsvervangende leden van de Geschillencommissie
hebben zitting voor de gehele duur van de CAO. Indien een vacature
ontstaat, moet daarin zo spoedig mogelijk worden voorzien op
de wijze, als is omschreven in artikel 1 lid 1. Geschillen, die al door
de commissie in behandeling werden genomen, zullen na het verstrijken
van de geldigheidsduur van de CAO worden afgedaan door de
leden van de commissie, die met de behandeling waren begonnen.
2. Leden en plaatsvervangende leden van de Geschillencommissie, aangewezen
ingevolge artikel 1 lid 1a, die ophouden lid te zijn van de
werkgevers-, dan wel werknemersorganisaties, door wie zij als lid of
plaatsvervangend lid van de commissie waren benoemd, verliezen
daardoor van rechtswege het lidmaatschap van de commissie.
Indien het in de eerste alinea van dit lid gestelde geval zich voordoet
tijdens de behandeling van een geschil, zullen partijen, betrokken bij
het tot stand komen van de CAO, beoordelen of het wenselijk is, dat
het desbetreffende lid, dan wel plaatsvervangend lid, aan de verdere
behandeling van dit geschil zal deelnemen.
3. De leden, de plaatsvervangende leden en de secretaris van de Geschillencommissie
zijn verplicht, zowel tijdens als na beëindiging
van hun functie, strikte geheimhouding te bewaren van alle feiten en

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

omstandigheden, die hen bij de uitoefening van hun taak bekend zijn
geworden.

Artikel 3

1. De Geschillencommissie kan in haar beslissing veroordelen tot nakoming
van een vordering, of tot het betalen van vervangende schadevergoeding
aan één of meer partijen bij het geschil of aan een derde.
2. De nakoming van enige, door de Geschillencommissie genomen
beslissing, kan langs gerechtelijke weg worden afgedwongen door de
bij deze beslissing rechtstreeks betrokken en belanghebbende partij.
Artikel 4

1. De Geschillencommissie houdt haar zittingen en vergaderingen als
regel in Almere, maar kan ook elders vergaderen.
2. De zittingen en vergaderingen worden namens de voorzitter, dan wel
zijn plaatsvervanger, door de secretaris uitgeschreven. Een termijn
van oproeping hoeft niet in acht te worden genomen. In spoedeisende
gevallen, kan de oproeping telefonisch of telegrafisch plaatsvinden.
3. Een lid, dat verhinderd is de zitting of vergadering bij te wonen,
moet daarvan zo spoedig mogelijk mededeling doen aan de secretaris
van de Geschillencommissie, die als dan zo mogelijk nog in de
vervanging van dat lid voorziet door oproeping van een plaatsvervanger.
Artikel 5

1. Een verzoek om een uitspraak van de Geschillencommissie, moet
schriftelijk in 5-voud, met redenen omkleed en met een duidelijk
omschreven vordering worden gedaan aan de secretaris van de Geschillencommissie
CAO Houthandel, Postbus 1380, 1300 BJ Almere.
2. Degene die dit verzoek aan de Geschillencommissie heeft gericht,
ontvangt een bevestiging van de secretaris. Van dit verzoek ontvangt
gedaagde partij, tegelijk met de leden van de Geschillencommissie,
een afschrift, met het verzoek binnen 14 dagen schriftelijk mededeling
te doen van haar verweer, van welk verweer de secretaris een
afschrift aan de verzoekende partij zal toezenden. Zo spoedig moge

lijk, doch binnen drie maanden, nadat het verzoek om een uitspraak
door de secretaris is ontvangen, wordt dit door de Geschillencommissie
behandeld.

3. Alle geschillen moeten, op straffe, van niet-ontvankelijkheid, uiterlijk
binnen 4 weken, nadat zij zijn ontstaan, bij de Geschillencommissie
ter behandeling zijn ingediend.
4. De Geschillencommissie kan, indien zij daartoe redenen aanwezig
acht, toch geschillen in behandeling nemen, die later bij haar zijn
ingediend dan in dit artikel is vermeld.
Artikel 6

1. De Geschillencommissie moet bij de behandeling van aan haar oordeel
onderworpen geschillen het volgende in acht nemen:
a. zij zal geen beslissing mogen nemen dan nadat de rechtstreeks
bij het geschil betrokken partijen zijn gehoord, althans tot het
verhoor behoorlijk zijn opgeroepen;
b. een (plaatsvervangend) lid van de Geschillencommissie, wiens
organisatie als zodanig bij het geschil als partij is betrokken, mag
aan de behandeling en beslissing geen deel nemen;
c. de leden van de Geschillencommissie, die aan de behandeling
hebben deelgenomen – steeds drie in getal – dienen ook de
beslissing te nemen;
d. de beslissing wordt genomen met gewone meerderheid van stem-
men;
e. de beslissing moet gemotiveerd zijn en wordt aan de bij het
geschil rechtstreeks betrokken partijen schriftelijk toegezonden;
f. aan geen der partijen zullen voor de behandeling van het geschil
kosten in rekening mogen worden gebracht;
g. de Geschillencommissie zal uiterlijk 1 maand na de laatste zitting
uitspraak doen over het geschil.
3. Overigens is de Geschillencommissie geheel vrij om de wijzen van
behandeling en beslissing van de aan haar oordeel onderworpen
geschillen zelf te bepalen. Zij kan haar werkwijze verder regelen bij
huishoudelijk reglement, dat geen bepalingen mag bevatten in strijd
met de CAO of met dit reglement.
Artikel 7

1. Werkgevers en werknemers, die als partij of als getuige worden
opgeroepen om door de Geschillencommissie te worden gehoord,
zijn verplicht aan deze oproeping gevolg te geven, alle verlangde
inlichtingen naar waarheid te verstrekken en alle gevraagde bescheiden
over te leggen.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

2. De werkgever is verplicht de werknemer, die een oproep van de
Geschillencommissie ontvangt, voldoende vrijaf met behoud van
loon te geven om aan deze oproep te voldoen.
3. De Geschillencommissie is bevoegd een of meer van haar leden of
plaatsvervangende leden op te dragen om al dan niet tezamen met de
secretaris, een voorlopig onderzoek in te stellen en getuigen en/of
deskundigen te horen. Zonodig kan de Geschillencommissie het
instellen van een dergelijk onderzoek opdragen aan een derde, die
daar op grond van deskundigheid en/of bijzondere capaciteiten voor
in aanmerking komt.
4. Partijen zijn verplicht een door of in opdracht van de Geschillencommissie
in te stellen onderzoek toe te laten.
5. Aan gehoorde getuigen en deskundigen kan door de Geschillencommissie
voor haar rekening een vergoeding worden toegekend.
Deze vergoeding mag hoogstens omvatten:
a. de noodzakelijke reiskosten;
b. een door de Geschillencommissie vast te stellen redelijk bedrag
voor verblijfkosten;
c. voor werknemers bovendien het inkomen over de werkelijk verzuimde
arbeidstijd, voorzover de werkgever niet verplicht is het
loon door te betalen.
Artikel 8

1. De kosten, die voortvloeien uit of verbonden zijn aan de werkzaamheden
van de Geschillencommissie, worden voor de helft gedragen
door de contracterende werkgeversorganisatie en voor de helft door
de contracterende werknemersorganisaties, telkens in verhouding als
door de laatste organisaties in onderling overleg te bepalen.
2. De contracterende organisaties zorgen, dat de Geschillencommissie
steeds over de nodige geldmiddelen beschikt.
Artikel 9

De Geschillencommissie bepaalt in welke mate en op welke wijze haar
beslissingen zullen worden gepubliceerd.

Artikel 10

1. Indien minstens 2 (plaatsvervangende) leden en de (plaatsvervangend)
voorzitter daartoe aanleiding zien, kan tot de contracterende
werkgeversen werknemersorganisatie(s) een verzoek worden gericht
om een of meer artikelen van dit reglement gedurende de werking
van de CAO te wijzigen.
2. Een dergelijke wijziging heeft de goedkeuring nodig van de contracterende
organisaties.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE II

INDELINGSSCHEMA CAO-FUNCTIES

 

Functiestructuur per 1 januari 2005

FUNCTIE-1. Administratie 2, Facilitaire3, Productie 4, Commercie 5, Logistiek
FAMILIES ondersteuning

Alle activiteiten gerichtAlle activiteiten gerichtHet toevoegen vanAlle activiteiten gerichtAlle goederenbewegingenop de registratie enop de ondersteuning vanwaarde door middel vanop het genereren vanwelke nodig zijn vanafverwerking vanfinan-bedrijfsprocessen verzagen, schaven enomzet met eenontvangst tot afleveringciële en overigeveredelen van hout enmaximaal rendement. bij de klant.
bedrijfsgegevens. plaatmateriaal

WERK-a. Financielea. Secretariëlea. Leidinggeven a. Inkoop a. Leidinggeven
PROCES-Administratie ondersteuningSEN

Werkzaamheden dieWerkzaamheden dieWerkzaamheden dieWerkzaamheden dieWerkzaamheden dieverband houden met deverband houden met deverband houden met hetverband houden methetverband houden met hetverwerking van eensecretariële ondersteu-leidinggeven aaninkopen van productenleidinggeven aan logisrapportage
overfinan-ning innen de organi-productieafdelingen.en diensten.tieke afdelingen.
cieel-economischesatie.» Zie 3a bij FUNCTIES » Zie 3a bij FUNCTIES » Zie 3a bij FUNCTIES
gegevens.» Zie 2a bij FUNCTIES
» Zie 1a bij FUNCTIES

b. Administratieveb. Personele onder-b. Kappen en vellen b. Verkoop buiten-b. Bestekzoeken
onderst. steuning dienst
Werkzaamheden dieWerkzaamheden dieWerkzaamheden dieWerkzaamheden dieWerkzaamheden dieverband houden met deverband houden met deverband houden met hetverband houden met hetverband houden met hetadministratieveondersteuning van hetkappen en vellen vanverkopen van productensorteren van hout enverwerking vanmanagemet bij debomen.en diensten.plaatmaterieel ten behoevebedrijsgegevens.uitvoering van het» Zie 3b bij FUNCTIES » Zie 4b bij FUNCTIES van de productie en
» Zie 1b bij FUNCTIES personeelsbeleid.expeditie.

» Zie 2b bij FUNCTIES » Zie 5b bij FUNCTIES

FUNCTIE-1. Administratie 2, Facilitaire3, Productie 4, Commercie 5, Logistiek
FAMILIES ondersteuning

c. Kantoorautomatisering
Werkzaamheden dieverband houden met hetimplementeren, instandhouden
en gebruik vancomputerapparatuur.
» Zie 2c bij FUNCTIES

d. Technischeondersteuning
Werkzaamheden dieverband houden met hetonderhoud van apparatuur,
machines, rijdendmaterieel, gebouwen enterreinen.
» Zie 2d bij FUNCTIES

e. Slijpen
Werkzaamheden dieverband houden met hetslijpen van verspanendgereedschap.
» Zie 2e bij FUNCTIES

c. Machinale houtbewerking
Werkzaamheden dieverband houden met hetzagen en schaven vanhout en plaatmateriaal
» Zie 3c bij FUNCTIES

d. Houtveredeling
Werkzaamheden dieverband houden met deverdeling van hout,
zoals het drogen, verduurzamen
en schilderen
» Zie 3d bij FUNCTIES

c. Verkoop binnendienst
Werkzaamheden dieverband houden met hetverkopen van productenen diensten.
» Zie 4c bij FUNCTIES

d. Werkvoorbereiding
Werkzaamheden dieverband houden met deplanning van het productieproces.
» Zie 4d bij FUNCTIES

c. Intern transport enopslag
Werkzaamheden dieverband houden met hettransport en opslag van degoederen op hetbedrijfsterrein
» Zie 5c bij FUNCTIES

d. Expeditie
Werkzaamheden dieverband houden met hettransport van de goederennaar de klanten.
» Zie 5d bij FUNCTIES

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

58

FUNCTIE-1. Administratie 2, Facilitaire3, Productie 4, Commercie 5, Logistiek
FAMILIES ondersteuning

f. Algemene ondersteuning
Werkzaamhedendie verband houden methet in stand houden entotstand brengen vancommunicatieverbindingen
(telefoon, fax,
internet), met kantinebeheer
en met hetschoonhouden vanwerk-en verblijfruimtes.
» Zie 2f bij FUNCTIES

FUNCTIE-1. Administratie 2, Facilitaire3, Productie 4, Commercie 5, Logistiek
FAMILIES ondersteuning

FUNCTIES
1a: Medewerkerfinanciële
administratie

* (boekhouder, debiteurenbewaker,
medew.
adm., medew. loonadm.,
facturist A/B, medew.
cred. adm., medew. deb.
adm., adm. assist.
inkoop, assist. adm.
kassier)
1b: Administratieveondersteuning
* (facturist A, adm.
assist. inkoop, assist.
adm.)
2a: Medewerkersecretariaat

* (afd. secretaresse,
directie secretaresse,
typist/assist. adm.)
2b: Medewerker personeelszaken2c:
Medewerker automatisering
* (adm.automatis.medew.,
systeembeheerder/
administratieve medew.)
2d: Medewerker technische
dienst
* (chef onderhoudsdienst,
monteur transportmiddelen,
onderhoudsmonteur)
2e: Slijper
* (chef slijperij, slijperA/B/C)
2f: Medewerker algemene
dienst
* (telefonist/receptionistnationaal/internationaal,
medew. postkamer,
medew. huishoudelijkedienst/schoonmaker)
3a: Bedrijfsleider/chef

* (bedrijfsleider B, chefmachinale houtbewerking)
3b: Veller/korter
* (uitmeter/voorman,
chauffeur trekker methydraulische kraan,
veller/korter)
3c: Medewerkermachinale houtbewerking
* (Schaver 4-zijdigebank A/B, allroundmachinale houtbewerker,
bomenbandzager(bestekzager trop.
hardh.), machinalehoutbewerker,
bestekzaker bandherzaag,
bandherzagerhardhout/naaldhout,
afkortzager, zagerkantrechtbank, assist.
houtbewerkingsmachines)
3d: Houtveredelaar
* (machinist houtverduurzaming,
operatorhoutverduurzaming,
droger A/B, houtverduurzamer)
4a: Medewerker inkoop

* (medewerkerinkoop/bureau-inkoper,
inkoper deelpakket)
4b: Vertegenwoordiger
* (vertegenwoordigerA/B)
4c: Verkoper
* (projektleider, beheerder
kleine vestiging,
keuken-of showroomverkoper,
verkoper binnendienst,
verkoperbouwmarkt)
4d: Werkvoorbereider
* (Order-indeler)
5a: Hoofd/chef

* (bedrijfsleider B, chefexpeditie, werfbaas, baasmagazijn plaatmateriaal)
5b: Bestekzoeker
* (eerste/tweede bestekzoeker
hardhout, eerste/
tweede bestekzoekernaaldhout, balkenbestekzoeker
hardhout, verkoper/
haalklantenhelper)
5c: Medewerker interntransport
* (kraandrijver, magazijnbeheerder
plaatmateriaal,
bestekzoeker-autolader,
heftruckchauffeurA/B, eerste/tweede vermeter
hardhout, magazijnassist.
plaatmateriaal,
werfassist.)
5d: Chauffeur
* (Chauffeur buitendienstA/B)
* oude functiebenamingen

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

INDELINGSPROCEDURE CAO-MEDEWERKERS HOUTHANDEL

1. Inleiding
In deze handleiding wordt stap voor de stap de functie-indelingsprocedure
weergegeven.
De opbouw van de functiestructuur is:

A. Functiefamilies, de hoofdactiviteiten die bij de ondernemingen voorkomen.
B. Werkprocessen, de werkzaamheden die per functiefamilie worden
uitgevoerd.
C. Functies, per werkproces wordt aangegeven welke functie op welk
salarisgroepniveau uitgevoerd wordt.
Waar mogelijk is per werkproces een functieserie gemaakt. Enerzijds
een aanduiding van een mogelijk carrièrepatroon en anderzijds een hulpmiddel
bij de indeling van de medewerkers in een bepaalde functie. Zie
ook het indelingsschema.
De in artikel 18 van deze Cao vastgestelde indelingsregels blijven van
kracht.

2. Indelingsprocedure
Stap 1:

INVENTARISEER DE IN TE DELEN CAO-FUNCTIES BINNEN DE
ONDERNEMING EN VERZAMEL RELEVANTE INFORMATIE
OVER DE FUNCTIES

Het gaat hierbij om de functies, die binnen de Cao vallen (zie artikel 2
van deze Cao).
Zorg voor een scherp beeld van iedere functie: wat zijn de voornaamste
taken en verantwoordelijkheden, wordt er leiding gegeven, wat is het
benodigde opleidings-/ervaringsniveau?
Het gaat om de inhoud van de functie, niet om hoe die functie door een
bepaald persoon wordt uitgevoerd. Neem geen functiekarakteristieken
over uit de Cao, maar beschrijf de eigen situatie.

Stap 2:

KIES PER FUNCTIE DE FUNCTIEFAMILIE(S) WAARTOE DE
FUNCTIE BEHOORT.

De functiefamilies zijn:
Administratie – Facilitaire ondersteuning – Productie – Commercie
Logistiek

Stap 3:

ZOEK BINNEN DE GEKOZEN FUNCTIEFAMILIE HET WERKPROCES
WAARONDER DE FUNCTIE VALT.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Praktisch alle in de branche voorkomende werkprocessen binnen het
Cao-niveau zijn weergegeven.

Stap 4:

ZOEK BINNEN HET GEKOZEN WERKPROCES EEN VRIJWEL
IDENTIEKE OF VERGELIJKBARE FUNCTIETYPERING OP.

Zoek naar de overeenkomsten van de beschrijving en de inventarisatie
uit stap 1. Kijk daarbij ook naar de naast hogere en de naast lagere
beschrijving. Er kunnen zich onder meer de volgende situaties voordoen:

4a. Directe indeling; (vrijwel) identieke functie

Indien de functie van een medewerker vrijwel identiek is aan één
functietypering dan kan direct de functiegroep afgelezen worden.

4b. Indirecte indeling

De functie van de medewerker is niet terug te vinden bij de functietyperingen,
maar wel een zwaardere en/of lichtere functietypering. Op basis
van deze referentiefuncties kan zelf de bijbehorende functiegroep gekozen
worden.

4c. Combinatiefunctie

Als de medewerker meerdere functies vervult dan is er sprake van een
combinatiefunctie. In het Cao-artikel 18 B 4. is beschreven hoe dan te
handelen.

Stap 5:

GA NA OF DE INDELING LOGISCH OVERKOMT. LEG DE OVERWEGINGEN
VAST OP BASIS WAARVAN TOT EEN INDELING IS
GEKOMEN.

Wanneer er meerdere functies ingedeeld worden, maak dan een lijst
gesorteerd op functiegroep en functie, ga na of de of de rangorde logisch
overkomt. Werk voor ,,afwijkende’’ functies de voorgaande procedure
nog eens af.
Leg de indelingsoverwegingen vast; wanneer er vragen zijn over de
indeling, dan heeft u de motivatie bij de hand.

Stap 6:

DEEL DE FUNCTIE-INDELING, IN IEDER GEVAL SCHRIFTELIJK,
MEDE AAN DE MEDEWERKER.

Bij de indeling van de functies kunnen zich de volgende situaties voordoen:

6a. De functiegroep blijft gelijk

6b. De functiegroep wordt hoger

Wanneer de medewerker op grond van de nieuwe indeling recht heeft op
een hogere functiegroep, dan wordt de medewerker in de hogere groep
ingeschaald op de periodiek die naast hoger is aan het huidige salaris.

6c. De functiegroep wordt lager

De medewerker blijft ingeschaald in de huidige functiegroep. Medewerkers
die in dienst treden na 1 januari 2004 worden in de lagere functiegroep
ingeschaald.

3. Opmerkingen
De functienamen op zich zijn, in een aantal gevallen, onvoldoende om
een functie verantwoord in te delen. Een vergelijking tussen de werkzaamheden
die de medewerker uitvoert en de tekst van de functietypering
is een must.

4. Beroepsprocedure
De formele beroepsprocedure staat in artikel 20 van deze Cao. Het kan
voorkomen, dat na de schriftelijke mededeling van de nieuwe salarisgroep,
een medewerker het hier niet mee eens is. Voordat overgegaan
wordt tot een formele beroepsprocedure vindt praktisch altijd eerst informeel
overleg plaats.
Tijdens de informele overlegfase maakt de medewerker zijn onvrede
over de indeling aan de chef kenbaar. Vervolgens zal er overleg plaats
kunnen vinden met degene die verantwoordelijk is geweest voor de
indeling. Zeker bij functies waarover soms discussie kan ontstaan, bijvoorbeeld
combinatiefuncties, is het gemakkelijk om de overwegingen,
genoemd bij stap 5, bij de hand te hebben; zo nodig kan ook nog gebruik
gemaakt worden van het functiehandboek waarin de complete functiebeschrijvingen
zijn opgenomen. De functie-indeling wordt na dit over-
leg wel of niet gewijzigd. Als de medewerker bezwaar blijft houden dan
kan de formele beroepsprocedure gestart worden.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functiefamilie: ADMINISTRATIE

Werkproces: Financiële Administratie
Functienaam: Medewerker Financiële Administratie

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

8 Administrateur
Verzorgt binnen een middelgrote onderneming de administratie of bij een
grote onderneming een deeladministratie. Geeft operationeel leiding aan 3
tot 6 medewerkers, controleert de door hen uitgevoerde werkzaamheden.
Verricht administratieve werkzaamheden, verzorgt de verslaglegging en
maakt periodiek overzichten m.b.t. de gevoerde (deel)administratie.
Begeleidt de automatiseringsactiviteiten binnen de afdeling.
Functie-eisen: MBO-niveau met ruime ervaring.

7 Administratief medewerker A

Verzorgt bij een kleine onderneming de administratie

Functie-eisen: HAVO/MBO-niveau met enige ervaring.

6 Administratief medewerker B
Verzorgt een deel van de bedrijfsadministratie binnen een kleine tot
middelgrote onderneming, bijvoorbeeld: de facturering, de debiteuren-of
crediteurenadministratie, de salarisadministratie, of de goederenadministratie.
Werkt onder de supervisie van de administrateur. Geeft operationeel
leiding aan maximaal 1 administratief medewerker. Verwerkt gegevens en
verzorgt voor-en nacalculaties, vergelijkt perioden. Controleert betalingen,
leveringen, ontvangsten e.d. signaleert achterstanden en verstuurt, na
overleg, aanmaningen. Verzorgt de verslaglegging en maakt periodiek
overzichten m.b.t. de gevoerde deeladministratie. Heeft m.b.t. geschillen
contact met klanten en leveranciers en rapporteert hierover.
Functie-eisen: HAVO/MBO-niveau.

5 Administratief medewerker C
Verzorgt zelfstandig een deel van een deeladministratie, bijvoorbeeld een
deel van de facturering, een deel van de crediteurenadministratie, een deel
van de debiteurenadministratie, een deel van de salarisadministratie of een
deel van de productieadministratie. Verwerkt, zo mogelijk zelfstandig, de
gegevens, zoals deze gereed zijn voor de opstelling van balans, resultatenrekening,
e.d. Controleert werkzaamheden van andere adinistratieve
medewerkers.
Functie-eisen: HAVO-niveau met enige ervaring.

4 Administratief medewerker D
Verzorgt, onder leiding, een deel van een deeladministratie, bijvoorbeeld
een deel van de crediteurenadministratie, een deel van de debiteurenadministratie,
een deel van de salarisadministratie of een deel van de productieadministratie.
Verwerkt in opdracht, gegevens voor balans, resultatenrekening
of salaris-, productie-of voorraadoverzichten. De werkzaamheden zijn
enigszins routinematig en worden steekproefsgewijs door anderen
gecontroleerd.
Functie-eisen: HAVO-niveau.

3 Administratief medewerker D
Voert onder leiding en in opdracht eenvoudige, veelal routinematige
administratieve werkzaamheden uit, zoals het verzamelen, verwerken en
ordenen van gegevens. Archiveert en codeert volgens van te voren
vastgestelde richtlijnen. Maakt periodiek onder leiding standaardoverzichten.
Functie-eisen: MBO-niveau.

2 Administratief medewerker F
Voert, volledig onder leiding, zeer eenvoudige, veelal routinematige,
administratieve werkzaamheden uit, zoals het verzamelen en ordenen van
gegevens. Rekent aankopen van de klanten af. Controleert artikelen en
prijzen. Controleert de betaalmiddelen op echtheid en draagt zorg voor de
dagelijkse afrekening van de kassa met de bedrijfsleiding. De werkzaamheden
worden volledig door anderen gecontroleerd.
Functie-eisen: BAVO-niveau.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functiefamilie: ADMINISTRATIE

Werkproces: Administratieve ondersteuning
Functienaam: Medewerker administratieve ondersteuning

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

5 Medewerker administratieve ondersteuning A
Verzorgt de aanmaak en verzending van bijvoorbeeld offertes, orderbevestigingen
en verkoopfacturen, verricht de daarmee samenhangende administratieve
werkzaamheden. Zorgt voor de verzending van documentatie,
monsters, e.d.. Verzorgt en beheert de correspondentie van de betreffende
afdeling. Signaleert eventuele onvolkomenheden in de procedures; doet
voorstellen voor aanpassingen. Functie-eisen:
HAVO-niveau met ruime ervaring.

4 Medewerker administratieve ondersteuning B
Verzorgt de aanmaak en verzending van bijvoorbeeld verkoopfacturen,
verricht de daarmee samenhangende administratieve werkzaamheden.
Signaleert eventuele onvolkomenheden in de procedures; doet voorstellen
voor aanpassingen.
Functie-eisen: VMBO/HAVO-niveau met enige ervaring.

3 Medewerker administratieve ondersteuning C
Registreert bij een afdeling de inkomende, de geproduceerde en afgeleverde
hoeveelheden. Verzorgt de administratieve begeleiding van
contracten, transporten, e.d..
Functie-eisen: VMBO-niveau

2 Medewerker administratieve ondersteuning D

Verzorgt eenvoudige administratieve handelingen. Verricht kopieerwerk.

Functie-eisen: BAVO-niveau.

Functiefamilie: FACILITAIRE ONDERSTEUNING

Werkproces: Secretariële ondersteuning
Functienaam: Medewerker secretariaat

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

6 Medewerker secretariaat A
Verricht ondersteunende werkzaamheden voor de (adjunct-)directeur.
Verzorgt de correspondentie van de (adjunct-)directeur aan de hand van
concepten. Beantwoordt, na overleg, brieven en de e-mail van algemene
aard. Selecteert de post, e-mail, e.d. neemt telefoongesprekken aan voor de
(adjunct-)directeur. Beslist volgens richtlijnen of doorverbinding nodig is.
Houdt de agenda van de (adjunct-)directeur bij en maakt, na overleg,
afspraken. Bereidt voor en notuleert stafvergaderingen. Beheert het archief
van de (adjunct-)directeur. Maakt hotel-en reisreserveringen.
Functie-eisen: HAVO-niveau met ruime ervaring.

5 Medewerker secretariaat B
Verricht, volgens voorschriften en instructies, ondersteunende werkzaamheden
t.b.v. van een afdelingshoofd en de afdeling. Houdt de agenda van het
afdelingshoofd bij en regelt afspraken, vergaderingen en dienstreizen.
Neemt telefoongesprekken aan. Handelt aanvragen inzake informatieverstrekking
zo mogelijk zelf af. Stelt aan de hand van korte notities
conceptteksten op. Typt correspondentie en andere stukken. Verzamelt en
ordent documenten, houdt archieven bij. Selecteert post, e-mail, e.d.,
handelt routinematige kwesties af.
Functie-eisen: HAVO-niveau met enige ervaring.

4 Medewerker secretariaat C
Verzorgt tekstverwerking en verricht eenvoudige secretariële werkzaamheden.
Maakt teksten aan de hand van concepten. Maakt de lay-out volgens
de huisstijl. Geeft grafische concepten (grafieken, kolommen, tabellen en
dergelijke) overzichtelijk weer. Verzendt e-mail, bedient de fax. Verricht
eenvoudige secretariële werkzaamheden zoals archiveren en verdelen van
de externe post.
Functie-eisen: VMBO-niveau met enige ervaring.

3 Medewerker secretariaat D
Voert tekstverwerkingsactiviteiten uit. Produceert teksten aan de hand van
concepten met behulp van een pc, volgens de voorgeschreven lay-out.
Verzendt e-mail, bedient de fax. Verricht eventueel eenvoudige secretariële
werkzaamheden. Werkt binnen nauwkeurige voorschriften en instructies.
Functie-eisen: VMBO-niveau.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functiefamilie: FACILITAIRE ONDERSTEUNING

Werkproces : Personele ondersteuning
Functienaam : Medewerker personeelszaken

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

8 Medewerker personeelszaken A
Assisteert de personeelchef bij de dagelijkse uitvoering van de werkzaamheden.
Onderhoudt contacten met de ARBO-dienst. Staat personeel, met
vragen over arbeidsvoorwaarden e.d. te woord. Verzorgt introductieprogramma’s.
Houdt jubilea bij en coördineert de organisatie daarvan. Verzorgt
de werving en voorselectie van nieuw personeel. Werft en selecteert
tijdelijk personeel, onderhoudt hiervoor contacten met uitzendbureaus.
Functie-eisen: MBO-niveau met ruime ervaring.

7 Medewerker personeelszaken B
Maakt o.a. personeelsdossiers, registreert ziekmeldingen en geeft deze door.
Voert mutaties door in het personeelsinformatiesysteem. Onderhoudt
contacten met de ARBO-dienst. Staat personeel, met vragen over arbeidsvoorwaarden
e.d. te woord. Assisteert bij introductieprogramma’s. Houdt
jubilea bij en coördineert de organisatie daarvan. Werft en selecteert
tijdelijk personeel, onderhoudt hiervoor contacten met uitzendbureaus.
Verzorgt correspondentie voor het hoofd P&O. Houdt de agenda bij en
maakt afspraken. Selecteert de post en archiveert interne en externe
stukken.
Functie-eisen: HAVO/MBO-niveau met ruime ervaring.

6 Medewerker personeelszaken C
Verricht administratieve werkzaamheden ten behoeve van het personeelswerk.
Maakt b.v. personeelsdossiers, registreert ziekmeldingen en geeft
deze door. Voert mutaties in het personeelsinformatiesysteem door. Verzorgt
een deel van de correspondentie. Maakt diverse overzichten en statistieken.
Trekt op verzoek uitzendkrachten aan. Staat personeel, met vragen over
arbeidsvoorwaarden e.d. te woord.
Functie-eisen: HAVO-niveau met enige ervaring.

5 Medewerker personeelzaken D
Verricht administratieve werkzaamheden ten behoeve van het personeelswerk.
Maakt b.v. personeelsdossiers, registreert ziekmeldingen en geeft
deze door. Voert mutaties in het personeelsinformatiesysteem door.
Assisteert bij het maken van overzichten en statistieken. Geeft mutaties en
andere gegevens door aan de salarisadministratie
Functie-eisen: HAVO-niveau.

Functiefamilie: FACILITAIRE ONDERSTEUNING

Werkproces: Kantoorautomatisering
Functienaam: Medewerker automatisering

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

8 Medewerker automatisering A
Ontwikkelt en onderhoudt de computersystemen en verzorgt het systeembeheer
op administratief gebied. Neemt maatregelen bij storingen, fouten
en calamiteiten. Verzorgt het web-en emailbeheer. Draagt zorg voor
adequate beveiligingsprocedures. Wordt betrokken bij de aanschaf van
systemen en apparatuur. Geeft operationeel leiding aan 1–2 medewerkers
automatisering C. Instrueert en begeleidt gebruikers van het computersysteem.
Functie-eisen: MBO/HBO-niveau.

7 Medewerker automatisering B
Ontwikkelt en onderhoudt de computersystemen en verzorgt het systeembeheer
op administratief gebied. Neemt maatregelen bij storingen, fouten
en calamiteiten. Verricht daarnaast administratieve werkzaamheden. Geeft
operationeel leiding aan 1–2 medewerkers automatisering C. Instrueert en
begeleidt gebruikers van het computersysteem.
Functie-eisen: MBO-niveau met ruime ervaring.

6 Medewerker automatisering CVerzorgt bij een kleine onderneming het
systeembeheer. Treedt op als helpdesk, geeft bedieningsinstructies aan
gebruikers. Verricht daarnaast administratieve werkzaamheden.
Functie-eisen: MBO-niveau met enige ervaring.

5 Medewerker automatisering D
Verricht ondersteunende werkzaamheden op automatiserings-en administratief
gebied. Verzorgt kleine aanpassingen aan het systeem en bewaakt
de procedures met betrekking tot het systeemgebruik. Verricht daarnaast
administratieve werkzaamheden.
Functie-eisen: HAVO-niveau.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functiefamilie: FACILITAIRE ONDERSTEUNING

Werkproces: Technische ondersteuning
Functienaam: Medewerker technische dienst

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

Chef technische dienst

Draagt zorg voor onderhoud en reparaties van het wagen-en machinepark,
gebouwen en terreinen. Zorgt voor de directe bewaking van de veiligheidsvoorschriften
en de brandpreventie. Besteedt grotere reparaties uit aan
derden. Adviseert bij aanschaf van technische zaken. Geeft hiërarchisch
leiding aan tenminste twee medewerkers technische dienst.

Functie-eisen: MBO-niveau met ruime ervaring.

7* Medewerker technische dienst A
Het mechanisch/technisch verzorgen van het wagen-en machinepark,
gebouwen en terreinen van een middelgroot tot groot bedrijf. Verricht alle
voorkomende reparaties, onderhoudswerkzaamheden, revisies en wijzigingswerkzaamheden.
Maakt voorstellen voor aanpassingen/investeringen.
Stelt zo nodig technische schetsen en kostenbegrotingen op. Geeft operationeel
leiding aan 2-4 medewerkers technische dienst. Houdt de voorgeschreven
logboeken bij.
Functie-eisen: MBO-niveau met enige ervaring.

6* Medewerker technische dienst B
Het mechanisch/technisch verzorgen van het wagen-en machinepark,
gebouwen en terreinen van een middelgroot tot groot bedrijf. Verricht alle
voorkomende reparaties, onderhoudswerkzaamheden, revisies en wijzigingswerkzaamheden.
Ziet toe op de werkzaamheden, die door externe
monteurs worden uitgevoerd. Houdt de voorgeschreven logboeken bij.
Functie-eisen: VMBO-niveau met ruime ervaring.

5* Medewerker technische dienst C
Het mechanisch/technisch verzorgen van het wagen-en machinepark,
gebouwen en terreinen van een klein tot middelgroot bedrijf. Verricht alle
voorkomende reparaties, onderhoudswerkzaamheden, revisies en wijzigingswerkzaamheden.
Houdt de voorgeschreven logboeken bij.
Functie-eisen: VMBO-niveau met ruime ervaring.

4* Medewerker technische dienst D
Het assisteren van medewerkers technische dienst A of B bij het mechanisch/
technisch verzorgen van het wagen-en machinepark, gebouwen en
terreinen. Voert zelfstandig eenvoudige technische werkzaamheden uit.
Functie-eisen: VMBO-niveau met enige ervaring.

Functiefamilie: FACILITAIRE ONDERSTEUNING

Werkproces: Slijpen
Functienaam: Slijper

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

Chef slijperij

Draagt zorg voor de juiste kwaliteit van het snij-en verspaningsgereedschap.
Houdt toezicht op de juiste behandeling van zagen, beitels, e.d. en
de uitvoering van preventief onderhoud in de machinale afdeling. Adviseert
de bedrijfsleiding ten aanzien van slijpgereedschappen en -apparatuur.
Bedient slijpmachines. Geeft hiërarchisch leiding aan 1–2 slijpers.

Functie-eisen: VMBO-niveau, slijptechnische opleidingen en ruime
ervaring.

6* Slijper A
Maakt band-, cirkel-en kettingzagen gereed voor hernieuwd gebruik. Zet,
slijpt, stuikt en egaliseert tanden, last syntermaterialen op en slijpt deze.
Strekt en spant band en cirkelzagen. Zorgt voor tijdige vervanging van
slijpgereedschappen.
Functie-eisen: VMBO-niveau, aangevuld met slijptechnische opleidingen.

5* Slijper B
Maakt beitels, frezen, band-, cirkel-en kettingzagen gereed voor hernieuwd
gebruik. Slijpt frezen en rechte beitels op automatische machines. Slijpt
profielbeitels volgens een zelf gemaakte uitslag. Weegt beitels af, monteert
en balanceert deze. Strekt en spant banden cirkelzagen.
Functie-eisen: VMBO-niveau met enige ervaring.

4* Slijper C
Maakt beitels, frezen, band-, cirkel-en kettingzagen gereed voor hernieuwd
gebruik. Slijpt frezen en rechte beitels op automatische machines. Slijpt
profielbeitels volgens een verstrekte uitslag. Weegt beitels af en monteert
deze. Zet en stuikt tanden. Strekt en spant bandzagen op de strekband.
Functie-eisen: VMBO-niveau.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functiefamilie: FACILITAIRE ONDERSTEUNING

Werkproces: Algemene ondersteuning
Functienaam: Medewerker algemene dienst

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

4 Medewerker algemene dienst A
Bedient de telefooncentrale (met sterk internationaal verkeer) en ontvangt
en verwijst binnen-en buitenlandse bezoekers door. Houdt een bezoekerslijst
bij. Kent twee moderne talen en weet wie binnen de organisatie waarvoor
verantwoordelijk is. Verricht zo nodig eenvoudige ondersteunende
werkzaamheden.
of
Realiseert de dagelijkse kantinevoorzieningen. Plant de werkzaamheden en
zorgt in overleg voor extra tijdelijke krachten. Bestelt levensmiddelen,
dranken en dergelijke en zorgt voor een optimale voorraad. Controleert en
ziet toe op de naleving van de hygiëne. Rekent af en beheert de kas.
Draagt zorg voor de restauratieve verzorging bij recepties en dergelijke,
regelt daarbij de inbreng van (externe) restauratieve leveranciers (b.v.
party-service).
Functie-eisen: VMBO/HAVO-niveau met enige ervaring.

3 Medewerker algemene dienst B
Bedient de telefooncentrale en ontvangt en verwijst bezoekers door. Houdt
een bezoekerslijst bij. Weet wie binnen de organisatie waarvoor verantwoordelijk
is. Verricht zo nodig eenvoudige ondersteunende werkzaamheden.
of
Serveert koffie en dranken, voert buffetwerk uit en rekent af. Serveert
lunches op aanvraag. Wast af en maakt dienbladen en dergelijke schoon.
Houdt de kantine en de keuken, inclusief apparatuur schoon, daarbij
rekening houdend met de regels voor hygiëne.
Functie-eisen: VMBO-niveau.

2 Medewerker algemene dienst C
Het uitvoeren van reproductie-en inbindwerkzaamheden en het verzorgen
van de inkomende en uitgaande post. Ontvangt, sorteert en distribueert
inkomende poststukken en maakt uitgaande post verzendgereed. Bedient de
apparatuur, zorgt voor juist gebruik en dagelijks onderhoud. of Zorgt voor
het schoonhouden van kantoorruimten, showroom, kantine en dergelijke.
Werkt daarbij volgens een vastgesteld schema. Maakt daarbij gebruik van
huishoudelijke apparatuur (zoals stofzuiger) en schoonmaakmiddelen.
Verzorgt de koffievoorziening.
Functie-eisen: BAVO-niveau met enige ervaring.

Medewerker algemene dienst D

Houdt onder toezicht kantoren schoon. Werkt binnen nauwkeurige
voorschriften en instructies.

Functie-eisen: BAVO-niveau.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functiefamilie: PRODUCTIE

Werkproces: Leidinggeven
Functienaam: Bedrijfsleider/chef

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

8 Bedrijfsleider
Draagt zorg voor de dagelijkse planning en organisatie van de werkzaamheden
op de productieafdelingen. Geeft hiërarchisch leiding aan 20–30
medewerkers op verschillende afdelingen zoals: machinale houtbewerking
en houtveredeling.
Functie-eisen: MBO-niveau met ruime ervaring; ervaring in het
leidinggeven.

7 Chef productie A
Draagt zorg voor de juiste kwaliteit van de producten. Zorgt voor de goede
voortgang van de dagelijkse werkzaamheden. Geeft hiërarchisch leiding
aan 3–8 medewerkers. Adviseert de bedrijfsleiding inzake het afdelingsbeleid.
Draagt zorg voor onderhoud eigen machinepark. Doet zo nodig
voorstellen voor vervanging van machines.
Functie-eisen: MBO-niveau; enige ervaring in het leidinggeven.

6 Chef productie B
Houdt toezicht op de uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden waarbij
2–4 medewerkers betrokken zijn. Verzorgt de benodigde administratie.
Werkt zo nodig mee. Ziet toe op de toepassing van de veiligheidsvoorschriften.
Functie-eisen: MBO-niveau.

Functiefamilie: PRODUCTIE

Werkproces: Kappen en vellen
Functienaam: Veller/korter

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

5 * Veller/korter A
Meet boomstammen uit, daarbij lettend op gebruiksdoel en fouten. Houdt
toezicht op 2-5 veller/korters B of C. Bedient zo nodig de trekker,
laadkraan en/of de kettingzaag.
Functie-eisen: VMBO-niveau, aangevuld met vaktechnische opleidingen.

3 * Veller/korter B
Sleept met behulp van een kraan stammen uit het bos. Werkt zowel in
ploegen als alleen. Bedient een trekker of vrachtwagen met een kraaninstallatie.
Functie-eisen: BAVO-niveau; met enige ervaring.

2 * Veller/korter C
Velt en kort bomen in een aangewezen perceel bos, werkt daarbij
veelvuldig met een kettingzaag. Werkt in een ploeg onder leiding van een
veller/korter A.
Functie-eisen: BAVO-niveau;

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functiefamilie: PRODUCTIE

Werkproces: Machinale houtbewerking
Functienaam: Medewerker machinale houtbewerking

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

5 * Machinale houtbewerker A
Bewerkt met behulp van alle in de houthandel gebruikelijke houtbewerkingsmachines
hout en plaatmateriaal. Verricht slijpwerk.
of
Verzaagt stammen van diverse soorten tropisch hardhout. Houdt toezicht op
een assistent .Wijzigt zaagspecificaties indien een groter rendement kan
worden verkregen. Zaagt gebreken zo goed mogelijk uit waarbij na overleg
met de chef een ander zaagschema wordt opgesteld.
Functie-eisen: VMBO-niveau, aangevuld met machinegerichte opleidingen
tot allround vakman.

4 * Machinale houtbewerker B
Voert houtbewerkingen uit op de 4-zijdige schaafbank en andere complexe
machines. Monteert beitelblokken en freeskoppen, controleert balancering,
stelt de juiste maat in en bepaalt de aanvoersnelheid. Controleert de
afwerking. of Verzaagt stammen van Europees (loof-)hout. Verwisselt de
zaag. Stelt de machine in en regelt de aanvoersnelheid. Zaagt gebreken zo
goed mogelijk uit waarbij na overleg met de chef een ander zaagschema
wordt opgesteld.
Functie-eisen: VMBO-niveau, aangevuld met machinegerichte opleidingen.

3 * Machinale houtbewerker C
Voert houtbewerkingen uit op o.a. de kortbank, cirkelzaag, lattenbank,
vlak-en vandiktebank, bandherzaag. Weet op alle machines het gereedschap
te verwisselen en de maat in te stellen. Controleert de afwerking.
Functie-eisen: VMBO-niveau met enige ervaring.

2 * Machinale houtbewerker D
Herzaagt platen en delen, kort pakketten hout af en bewerkt ongekant
rechthout. Werkt in hoofdzaak op één machine. Monteert de benodigde
zaag en stelt de machines in. Controleert de afwerking.
Functie-eisen: BAVO/VMBO-niveau.

1 * Machinale houtbewerker E
Assisteert bij de machinale houtbewerking. Verricht algemeen ondersteunende
werkzaamheden bij machinale houtbewerkingsmachines (insteken en
wegleggen van hout).
Functie-eisen: BAVO-niveau.

Functiefamilie: PRODUCTIE

Werkproces: Houtveredeling
Functienaam: Houtveredelaar

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

5 * Houtveredelaar A
Impregneert hout met een (geautomatiseerde) houtverduurzamingsinstallatie.
Is verantwoordelijk voor het gehele verduurzamingsproces. Zorgt
voor het dagelijks onderhoud aan de installatie. Verzorgt de voorgeschreven
registraties. Werkt met diverse soorten naaldhout.
Functie-eisen: VMBO-niveau met ruime ervaring.

4 * Houtveredelaar B
Leidt het droogproces in de klimaatkamer. Werkt met een beperkt aantal
houtsoorten.
Functie-eisen: VMBO-niveau, met enige ervaring.

3 * Houtveredelaar C
Assisteert bij het impregneren van hout met een (geautomatiseerde) houtverduurzamingsinstallatie.
Zorgt mede voor het dagelijks onderhoud aan de
installatie. Zorgt voor een tijdige aan-en afvoer van de partijen. Verzorgt
de voorgeschreven registraties. Werkt met een beperkt aantal houtsoorten.
Functie-eisen: BAVO/VMBO-niveau.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functiefamilie: COMMERCIE

Werkproces: Inkoop
Functienaam: Medewerker Inkoop

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

Medewerker inkoop

Verzorgt de inkoop van een deel van het assortiment en/of doet bestellingen
bij bekende leveranciers en verzorgt de administratieve verwerking
daarvan. Onderhandelt over prijzen en leveringscondities met leveranciers.
Behandelt aanvragen van de verkoopafdeling. Maakt kostprijscalculaties.
Bewaakt de voorraden.

Functie-eisen: MBO-niveau met enige ervaring.

Functiefamilie: COMMERCIE

Werkproces: Verkoop (buitendienst)
Functienaam: Vertegenwoordiger

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

8 Vertegenwoordiger A
Verkoopt hout, bouw-en plaatmateriaal. Bezoekt op verzoek en eigen
initiatief (potentiële) klanten. Geeft complexe toepassingsadviezen en leest
bouwtekeningen. Heeft ruime onderhandelingsvrijheid m.b.t. de prijzen en
leveringsvoorwaarden. Bewerkt beïnvloeders c.q. trendsetters. Zorgt, na
overleg met de verkoopleider, voor de afhandeling van claims. Signaleert
en rapporteert over nieuwe trends in producten/diensten.
Functie-eisen: MBO-niveau met enige jaren ervaring.

7 Vertegenwoordiger B
Verkoopt hout, bouw-en plaatmateriaal. Bezoekt (potentiële) klanten
volgens bezoeklijst. Geeft eenvoudige toepassingsadviezen en leest bouwtekeningen;
schakelt zo nodig een meer ervaren collega in. Heeft een
beperkte onderhandelingsvrijheid m.b.t. de prijzen en leveringsvoorwaarden.
Doet voorstellen voor afhandeling van claims. Signaleert nieuwe
trends in producten/diensten.
Functie-eisen: MBO-niveau.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functiefamilie: COMMERCIE

Werkproces: Verkoop (binnendienst)
Functienaam: Verkoper

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

8 Projectleider
Verkoopt bouwsystemen. Werkt aanvragen uit middels calculaties en
offertes. Bespreekt en volgt de offertes. Begeleidt de uitvoering van de
verkregen opdrachten. Draagt zorg voor de aankoop van de benodigde
materialen. Stelt nacalculaties op.
Functie-eisen: MBO-niveau met ruime ervaring.

8 Vestigingsmanager
Voert in een kleine vestiging het door de onderneming bepaalde verkoopbeleid
uit. Draagt zorg voor de benodigde registraties. Bewaakt de voorraadpositie.
Geeft hiërarchisch leiding aan 5–10 medewerkers.
Functie-eisen: MBO-niveau met ruime ervaring.

7 Verkoper binnendienst A
Staat (telefonisch) klanten te woord. Adviseert de klant bij de aanschaf van
keukens en andere producten. Maakt prijs-en leveringsafspraken, calculaties
en offertes. Bezoekt incidenteel klanten voor het opnemen van maten,
maakt schetsplannen en perspectieftekeningen.
Functie-eisen: MBO-niveau met ruime ervaring.

6 Verkoper binnendienst B
Staat (telefonisch) klanten te woord. Adviseert de klant over de producten
en de diensten, doet voorstellen voor alternatieve artikelen bij voorraadtekort.
Legt de orders vast en verricht de daaruit voortvloeiende werkzaamheden.
Maakt eenvoudige calculaties en offertes.
Functie-eisen: MBO-niveau met enige ervaring.

5 Verkoper bouwmarkt/afhaalcentrum A
Staat klanten te woord. Geeft adviezen over de toepassingsmogelijkheden
en zorgt voor de verkoop van het gehele assortiment producten en diensten.
Draagt zorg voor tijdige bevoorrading. Signaleert eventuele voorraadtekorten.
Handelt beperkte klachten en retourgoederen af. Verzorgt de nodige
registraties, inclusief het afrekenen.
Functie-eisen: VMBO/HAVO-niveau met ruime ervaring.

4 Verkoper bouwmarkt/afhaalcentrum B
Staat klanten te woord. Verzorgt beperkte voorlichting over en de verkoop
van het gehele assortiment producten en diensten. Zorgt voor tijdige
bevoorrading. Regelt zo nodig transport naar de klant. Handelt retourgoederen
af. Verzorgt de nodige registraties, inclusief het afrekenen.
Functie-eisen: VMBO-niveau met enige ervaring.

Functiefamilie: COMMERCIE

Werkproces: Werkvoorbereiding
Functienaam: Werkvoorbereider

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

Werkvoorbereider

Zorgt voor de planning van de werkplaats-en leveringsopdrachten. Deelt
orders zodanig in, dat rekening houdend met de specifieke klantwensen,
een maximaal productieresultaat wordt bereikt.

Functie-eisen: VMBO-niveau, met ruime ervaring.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functiefamilie: LOGISTIEK

Werkproces: Leidinggeven
Functienaam: Hoofd/chef

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

8 Hoofd Logistiek
Draagt zorg voor de dagelijkse planning en organisatie van de werkzaamheden
op logistiek gebied. Geeft hiërarchisch leiding aan 20–30 medewerkers
op verschillende afdelingen zoals: expeditie, werf en magazijnen.
Functie-eisen: MBO-niveau met ruime ervaring.

7 Chef logistiek A
Zorgt voor de distributie van hout, bouw-en plaatmaterialen aan afnemers.
Controleert de uitvoering van het rijtijdenbesluit en het onderhoud en de
inzet van de vrachtwagens. Geeft hiërarchisch leiding aan 2–4 medewerkers
van de expeditieafdeling. of Zorgt voor de planning en uitvoering van
de dagelijkse werkzaamheden, zoals ontvangst en afgifte, op de houtwerf.
Geeft hiërarchisch leiding aan 4–8 medewerkers op de werf. Zorgt voor
een juiste opslag van de goederen en controleert de aantallen en de
kwaliteit. Verzorgt de nodige registraties.
Functie-eisen: VMBO-niveau met ruime ervaring.

6 Chef logistiek B
Zorgt voor de ontvangst, opslag en afgifte van plaatmateriaal. Verzorgt de
administratie voor het magazijn. Houdt toezicht op 2–5 medewerkers belast
met het interne transport. Werkt zo nodig zelf mee.
Functie-eisen: VMBO-niveau met ruime ervaring.

Functiefamilie: LOGISTIEK

Werkproces: Bestekzoeken
Functienaam: Bestekzoeker

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

5 * Bestekzoeker A
Zoekt, op basis van orders, alle soorten hardhout, inclusief massaposten en
onbekant rechthout, en (soms) plaatmateriaal bijeen. Deelt de gevraagde
maten zelf in, zorgt zo nodig voor het verzagen. Let op structuur, tekening
en kwaliteit met het oog op het gebruiksdoel en de eisen van de klant.
Overweegt bij het indelen van hardhout de eventuele bewerkingskosten en
de verliezen. Helpt zo nodig haalklanten.
Functie-eisen: VMBO-niveau met ruime ervaring.

4 * Bestekzoeker B
Zoekt, op basis van orders, de meest voorkomende soorten hardhout of
naaldhout en (soms) plaatmateriaal bijeen. Deelt de gevraagde maten zelf
in, zorgt zo nodig voor het verzagen. Let op structuur, tekening en kwaliteit
met het oog op het gebruiksdoel en de eisen van de klant. Overweegt
bij het indelen van naaldhout de eventuele bewerkingskosten en de
verliezen. Helpt zo nodig haalklanten.
of
Zoekt, op basis van een order, passende stammen/balken in de rondhoutopslag,
zorgt voor het verzagen. Geeft op de stammen aan of en hoe ze
gekloofd moeten worden en hoe ze voor de zaag moeten komen. Let op
zichtbare gebreken. Overweegt bij het indelen de eventuele bewerkingskosten
en de verliezen. Laat de stammen naar de zagerij transporteren.
Functie-eisen: VMBO-niveau met enige ervaring.

3 * Bestekzoeker C
Zoekt, op basis van een order, naaldhout en (soms) plaatmateriaal bijeen.
Deelt de gevraagde maten zelf in, zorgt zo nodig voor het verzagen. Let op
de kwaliteit. Helpt haalklanten. Verzorgt de benodigde registraties.
Functie-eisen: BAVO/VMBO-niveau.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functiefamilie: LOGISTIEK

Werkproces: Intern transport en opslag
Functienaam: Medewerker intern transport

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

5 * Medewerker intern transport A
Verplaatst hout, met behulp van een hijskraan, torenkraan, walkraan,
mobiele kraan, portaalkraan of een kraanwagen, op de werf en/of lost
schepen of auto’s. Taxeert het te verplaatsen gewicht. Wordt meestal
geassisteerd door één of twee medewerkers intern transport D of E. Zorgt
voor een juiste bediening en energievoorziening van de kranen. Voert
kleine reparaties en onderhoudswerkzaamheden uit aan de kranen, controleert
regelmatig de draden. of Zorgt voor een systematische ontvangst,
opslag en uitlevering van partijen plaatmateriaal. Controleert de voorraad
op kwaliteit en kwantiteit, signaleert manco’s. Verzorgt de voorgeschreven
registraties. Bedient zo nodig zelf de vorkheftruck en/of platenzaag. Helpt
veelvuldig klanten.
Functie-eisen: VMBO-niveau met ruime ervaring.

4 * Medewerker intern transport B
Verzamelt orders en/of verplaatst lasten hout, bouw-en plaatmateriaal over
werf en loodsen met een vorkheftruck/zijlader. Laadt en lost auto’s.
Verzorgt tijdige aan-en afvoer bij verschillende bewerkingsplaatsen. Voert
kleine reparaties en onderhoudswerkzaamheden uit aan de vorkheftruck.
Functie-eisen: VMBO-niveau met enige ervaring.

3 * Medewerker intern transport C
Verplaatst lasten hout, bouw-en plaatmateriaal over werf en loodsen met
een vorkheftruck/zijlader. Zorgt voor een juiste bediening en energievoorziening
van de vorkheftruck. Voert kleine reparaties en onderhoudswerkzaamheden
uit aan de vorkheftruck. of Meet, controleert, sorteert en
registreert aangevoerd hout. Controleert dikte en aantallen. Sorteert het
hout eventueel op breedte en/of lengte. Helpt met lossen en stapelen.
Houdt een eenvoudige administratie bij.
Functie-eisen: VMBO-niveau met enige ervaring.

2 * Medewerker intern transport D
Verricht eenvoudige magazijnwerkzaamheden, die direct verband houden
met het transport en stapelen van plaatmateriaal. Maakt hierbij soms
gebruik van de vorkheftruck en/of een eenvoudige platenzaag.
Functie-eisen: BAVO-niveau.

1 * Medewerker intern transport E

Verricht eenvoudige werfwerkzaamheden, die direct verband houden met
de opslag en het transport van hout.

Functie-eisen: BAVO-niveau.

Functiefamilie: LOGISTIEK

Werkproces: Expeditie
Functienaam: Chauffeur

FUNCTIE-FUNCTIEPROFIEL
GROEP

4 * Chauffeur A
Levert in volgorde van belading bestellingen af bij afnemers met een truck
met oplegger of ander groot materiaal. Ziet toe op een juiste belading,
technisch en overeenkomstig de afleveringsbonnen. Zorgt voor het op de
juiste wijze lossen bij de afnemer, helpt zo nodig zelf mee. Verricht de
voorgeschreven administratieve handelingen. Vangt klachten klantgericht op
en geeft ze door. Verricht zo nodig kleine noodreparaties.
Functie-eisen: VMBO-niveau met ruime ervaring.

3 * Chauffeur B
Levert in volgorde van belading bestellingen af bij afnemers met een
vrachtwagen of een bestelauto. Zorgt voor een juiste belading, technisch en
overeenkomstig de afleveringsbonnen. Zorgt voor het lossen bij de afnemer.
Verricht de voorgeschreven administratieve handelingen. Verricht zo
nodig kleine noodreparaties.
Functie-eisen: VMBO-niveau met enige ervaring.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE III

MODEL SPECIFICATIE BRUTO-NETTO LOONBEREKENING

Salaris per maand €
overwerktoeslag* % over uur x salaris per uur = €
overwerktoeslag* % over uur x salaris per uur= €
Ploegentoeslag % over salaris per maand = € +

€
Af: Premie bedrijfstakpensioenfonds: €
Basis €
Optrek 60-€
Garantieregeling € –

Brutoloon voor sociale verzekeringen (svw-loon) €

Af: WW % (over svw-loon) € –

Loon waarover ZVW-bijdrage wordt berekend –
Werkgeversvergoeding ZVW € +
Loon voor loonbelasting/premie volksverzekeringen €

Loonbelasting/premie volksverzekeringen €
Af: Inhouding inkomensafhankelijke bijdrage ZVW € –
UITBETALEN €

* Indien overwerk in geld wordt uitbetaald en niet in tijd.

MODEL SPECIFICATIE BRUTO-NETTO LOONBEREKENING (Per
1 januari 2008)

Salaris per maand €
overwerktoeslag* % over uur x salaris per uur = €
overwerktoeslag* % over uur x salaris per uur= €
Ploegentoeslag % over salaris per maand = € +

€

Af: Premie bedrijfstak pensioenfonds:
Basis €
Optrek 60-€ –
Brutoloon voor sociale verzekeringen (svw-loon) €

Af: WW % (over svw-loon) € –

Loon waarover ZVW-bijdrage wordt berekend –
Werkgeversvergoeding ZVW € +
Loon voor loonbelasting/premie volksverzekeringen €

Loonbelasting/premie volksverzekeringen €
Af: Inhouding inkomensafhankelijke bijdrage ZVW € –
Netto loon
Af: WGA-premie
UITBETALEN €

* Indien overwerk in geld wordt uitbetaald en niet in tijd.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE IV

HANDLEIDING BIJ HET BEOORDELINGSFORMULIER

TOELICHTING OP HET BEOORDELINGS-/FUNCTIONERINGSFORMULIER

BIJ BEOORDELINGSSITUATIES

Hieronder treft u een nadere uiteenzetting aan van de beoordelingspunten
hoe u deze dient toe te passen/te interpreteren bij de diverse functies
in de houthandel.

De aandachtsgebieden zijn uitsluitend bedoeld als mogelijke invalshoeken
om bij het genoemde beoordelingspunt de argumentatie te ondersteunen.
Aan de hand ervan kan bij de voorbereiding van de beoordeling
en het gesprek zelf, wellicht nog meer inhoud worden gegeven.
Het eerste aandachtstreepje bij de verschillende beoordelingspunten om-
vat een invalshoek die doorgaans bij alle functies centraal in de beoordeling
staat. De overige aandachtspunten echter, kunnen aan de orde
komen maar dat hoeft beslist niet het geval te zijn. Tussen functies kunnen
bepaalde aandachtsgebieden, voor wat betreft hun aanwezigheid,
sterk verschillen. Op het eerste aandachtspunt wordt in ieder geval, bij
alle functies, beoordeeld. Het laatste aandachtspunt behelst beoordelingspunten
die door de beoordelaar na overleg met de werknemer zijn vastgesteld.
Op de overige aandachtspunten (punt 2 en verder behalve het
laatste punt) kan beoordeeld worden indien de beoordelaar vooraf aan
de werknemer kenbaar heeft gemaakt op welk van deze punten de beoordelaar
wil beoordelen. De werknemer kan hiertegen binnen één maand
bezwaar aantekenen. Het bezwaar gehoord hebbende kan de beoordelaar
hetzij daaraan gehoor geven hetzij bij zijn standpunt blijven. Komt de
beoordelaar niet tegemoet aan de bezwaren van de werknemer dan kan
dat in een (eventuele) bezwaarprocedure tegen de beoordeling een rol
spelen.
Vóór het begin van de beoordelingsperiode (meestal een kalenderjaar)
moet aan de werknemer bekend zijn op welke punten er beoordeeld
wordt.

Voorbeeld:

Bij commerciële functies wordt op een andere manier aangekeken tegen
de verschillende aandachtsgebieden bij het beoordelingspunt Samenwerking/
Contact dan bij productiefuncties.
Voor beide functies geldt: ,,In welke mate (–) de medewerker in staat is
de interne en externe contacten die voor de functie nodig zijn te verzor

 

gen’’. Wel is het zo dat bijvoorbeeld in de functie van vertegenwoordiger
normaliter meer aandacht wordt besteed aan ,,overtuigingskracht’’
tijdens de werkzaamheden. Hij/zij dient namelijk regelmatig bij klanten
hun producten te ,,verkopen’’ en dat vergt specifiekere vaardigheden die
onderwerp van gesprek kunnen zijn tussen de manager en de medewerker.

BIJ FUNCTIONERINGSGESPREKKEN

Bij het ontwerp van het formulier is gelet op het gegeven dat er ook
functioneringsgesprekken mee kunnen worden gevoerd. Belangrijk hierbij
is te vermelden dat in het gesprek tussen de leidinggevende en de
medewerker niet zozeer gesproken wordt over hoe de verrichtte werkzaamheden
worden gewaardeerd (want dan zou het een beoordelingsgesprek
betreffen) als wel hoe in de toekomst het functioneren positief
kan plaatsvinden. Het gesprek kan dan aan de hand van de genoemde
aandachtsgebieden plaatsvinden waarbij, identiek aan het beoordelingsgesprek,
afspraken die worden gemaakt zowel door de medewerker als
de manager, dienen te worden vastgelegd.
Tevens is er ruimte op het formulier gelaten om de loopbaan van de
medewerker te bespreken. Ook hiervoor geldt dat de gemaakte afspraken
op het formulier kunnen worden genoteerd zodat er later geen
onduidelijkheid meer kan zijn wát er besproken is en wat er afgesproken
is.

Met werknemers van 45 jaar en ouder wordt bij het functioneringsgesprek
meegenomen de inzetbaarheid van de werknemer. Elementen van
het gesprek dienen te zijn:

1. Welke maatregelen kunnen er getroffen worden om het werk in
fysieke zin te kunnen blijven doen? Denk dan aan eventuele hulpmiddelen
om achteruitgang in bijvoorbeeld kracht of visuele aspecten
bij de werknemer te compenseren.
2. Zijn er voldoende ontziemaatregelen afgesproken? Zoals het beperken
van overwerk en ploegendiensten. Wil de werknemer gebruik
maken van de 4-daagse werkweek voor 55-jarigen?
3. Loopbaangesprek, zijn er wensen in scholing of loopbaan? Dit gesprek
bij voorkeur met loopbaanadviseurs laten plaatsvinden, in verband
met professionele ondersteuning en kennis van eventuele
vervolgtrajecten.
4. Het optimaal benutten van de kwaliteiten en bedrijfskennis van de
oudere werknemer. Het kan bijvoorbeeld zeer nuttig zijn om oudere
werknemers veel aan taakroulatie, mentorschappen en functieverbreding
te laten doen. De specifieke kwaliteiten, ervaring en vakkennis
maken dat het voor de onderneming zeer wenselijk kan zijn
om oudere werknemers op deze manieren te benutten.
Werkgever en werknemer leggen gezamenlijk vast wat de uitkomst van
het gesprek geweest is. Als de werkgever en werknemer tot de conclusie
komen dat er activiteiten gewenst zijn om de inzetbaarheid van de

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

werknemer te behouden wordt dit op papier vastgelegd en voorzien van
concrete afspraken en doelstellingen. Zowel de werkgever als de werknemer
leggen zich toe op het uitvoeren van de afspraken die zij hebben
vastgelegd. Het gesprek kan geen negatieve arbeidsvoorwaardelijke consequenties
hebben.
Het verdient aanbeveling om samen met de medewerker ruim van tevoren
(bijv. één week) een agenda te maken. De medewerker is hierbij dus
vrij om punten eraan toe te voegen. Door het op deze manier voor te
bereiden kan de inhoud van het gesprek effectiever en efficiënter worden
besproken.

Na afloop van het gesprek krijgt de medewerker een kopie van het ingevulde
formulier.

BEROEPSGANG BEOORDELING

Wanneer een medewerker zich niet kan vinden in de beoordelingsprocedure
en/of de handelwijze van de beoordelaar, kan hij daartegen
bezwaar maken. Bij bedrijven met 35 of meer werknemers wordt er een
bezwaarcommissie gevormd. Zowel de OR of personeelsvertegenwoordiging
als de werkgever benoemt hierin een lid. De beide leden wijzen
samen een derde lid aan. Daar waar geen OR of personeelsvertegenwoordiging
is, benoemen de vakbonden een lid. De bezwaarcommissie
brengt een zwaarwegend advies uit aan de werkgever.
Bij bedrijven met minder dan 35 werknemers wordt er bij de werkgever
bezwaar gemaakt, die 2 maanden de tijd krijgt zijn beslissing te heroverwegen.

Tegen de beslissing van de bezwaarcommissie, resp. de werkgever kan
beroep aangetekend worden bij de Geschillencommissie.

In geval de werknemer bezwaar maakt tegen zijn beoordeling is de
werkgever gehouden hem/haar een afschrift te geven van het
beoordelingsdossier.

BEOORDELINGSFORMULIER
NAAM MEDEWERKER (BEOORDEELDE):
FUNCTIENAAM:
NAAM DIREKTE CHEF (BEOORDELAAR):
BEOORDELINGSPERIODE: VAN TOT 20..
DATUM BEOORDELINGSGESPREK:
BEOORDELINGSMOGELIJKE
AANDACHTSPUNTEN TOELICHTINGSPUNT
AFSPRAKEN

1. Kwalificaties* • Kan alle voorkomende taken van de functie
naar behoren uitvoeren.
• Heeft een goed werktempo.
• Overige door de beoordelaar na overleg met de
werknemer vastgestelde beoordelingspunten bij
deze rubriek.
Score 1–2–3–4

2. KWALITEIT • Geleverd werk voldoet aan de gestelde
WERK (kwaliteits-)eisen.
• Organiseert en structureert de werkzaamheden
overzichtelijk en planmatig.
• Stelt goede prioriteiten.
• Behaalt de afgesproken resultaten binnen de
gestelde (administratieve, commerciële en
operationele) randvoorwaarden.
• Overige door de beoordelaar na overleg met de
werknemer vastgestelde beoordelingspunten bij
deze rubriek.
Score 1–2–3–4

3. INZET • Houdt eindresultaat bij functioneren centraal.
• Tracht het eindresultaat continu te verbeteren.
• Komt met nieuwe, bruikbare ideeën.
• Toont initiatief om functie beter en efficiënter
te maken.
• Blijft doorzetten ook in moeilijke situaties.
• Overige door de beoordelaar na overleg met de
werknemer vastgestelde beoordelingspunten bij
deze rubriek.
Score 1–2–3–4

4. ZELFSTAN-• Heeft weinig bijsturing in de dagelijkse
DIGHEID werkzaamheden nodig.
• Lost problemen op een zelfstandige wijze op.
• Weet hoofd-van bijzaken te onderscheiden.
• Stelt goede prioriteiten ten aanzien van te
verrichten werkzaamheden.
• Overige door de beoordelaar na overleg met de
werknemer vastgestelde beoordelingspunten bij
deze rubriek.
Score 1–2–3–4

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BEOORDELINGS-MOGELIJKE AANDACHTSPUNTEN TOELICHTINGSPUNT
AFSPRAKEN

5. SAMENWER-• In welke mate is de medewerker in staat de
KING/CONTACT interne en externe contacten die voor de functie
nodig zijn te verzorgen.

• Drukt zich mondeling/schriftelijk helder en
duidelijk uit.
• Houdt rekening met (persoonlijke) gevoeligheden
bij het uitwisselen van informatie.
• Reageert op opbouwende wijze, ook indien het
kritische opmerkingen betreft.
• Draagt een standpunt op overtuigende wijze uit
en onderbouwt dit op basis van argumenten.
• Overige door de beoordelaar na overleg met de
werknemer vastgestelde beoordelingspunten bij
deze rubriek.
Score 1–2–3–4

6. LEIDING-• Stelt concrete doelstellingen en controleert de
GEVEN voortgang.
• Delegeert verantwoordelijkheden en maakt
optimaal gebruik van ieders capaciteiten.
• Maakt duidelijk afspraken met medewerkers en
volgt deze op.
• Motiveert door kwalitatief goede communicatie
en overleg.
• Creëert goede teamsfeer; inspireert medewerkers.
• Draagt zorg voor de (lokale) werkomstandigheden.
• Bewaakt en kwalitatief goed afdelingspersoneelsmanagement.
• Slaagt erin een ieder te verenigen en te sturen
naar dezelfde doelstelling.
• Geeft goede en constructieve feedback.
• Overige door de beoordelaar na overleg met de
werknemer vastgestelde beoordelingspunten bij
deze rubriek.
Score 1–2–3–4
Totaal beoordelingspunten 1 t/m 5/6: .............................................................................
* Kwaliteit 1 = onvoldoende 2 = matig 3= normaal/goed 4 = zeer goed
OVERZICHT SCORE
zonder leidinggeven: onvoldoende:
matig:
voldoende/goed:
zeer goed:
5–7 punten
8–12 punten
13–17 punten
18–20 punten
met leidinggeven: onvoldoende:
matig:
voldoende/goed:
6–8 punten
9–14 punten
15–20 punten
91

zeer goed: 21–24 punten

Onvoldoende: De medewerker vertoont op de meest essentiële aspecten
onaanvaardbare tekortkomingen.
Verbetering van functioneren zal moeten optreden om handhaving in de
functie mogelijk te maken.
Matig: De medewerker vertoont op een aantal essentiële aspecten tekortkomingen,
echter niet in die mate dat de functie-uitoefening in gevaar
komt. Verbetering van functioneren heeft aandacht nodig.
normaal/goed: De medewerker voldoet op bevredigende wijze aan de
essentiële aspecten van de functie-eisen.
Zeer goed: De medewerker voldoet dusdanig dat meer dan eens het
functioneren en het resultaat daarvan boven de functie-eisen uitstijgt.
Men is in positieve zin de functie ,,ontgroeid’’ en/of er is niets meer te
leren/verbeteren in het functioneren.

Waren er bijzondere
omstandigheden die het
functioneren hebben
beïnvloed?

Wenselijkheid van training,
opleiding, verandering
takenpakket cq.
functie.

Eventuele afspraken ten
aanzien van vervolgstappen
in de loopbaan cq.
het vorige punt (training,
opleiding, verandering
takenpakket of functie).

Hoe ziet de beoordeelde
zijn haar eigen
functioneren?

Datum:

Handtekening Voor
gezien

LEIDRAAD BIJ FUNCTIONERINGSGESPREK

Aan de orde kunnen komen o.a. onderwerpen als de wijze
van leidinggeven, functioneren van werkoverleg, de werkverdeling,
de werkbelasting en de organisatie van het werk.

OPMERKINGEN EN ONTWIKKELINGSAFSPRAKEN

.....................................................................................................

.....................................................................................................

.....................................................................................................

.....................................................................................................

.....................................................................................................
.....................................................................................................
.....................................................................................................
.....................................................................................................

.....................................................................................................
.....................................................................................................
.....................................................................................................
.....................................................................................................

.....................................................................................................
.....................................................................................................
.....................................................................................................
.....................................................................................................

.....................................................................................................

Medewerker: Eerste beoordelaar: Tweede beoordelaar:
............................... ............................... ...............................

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE V

MODEL SOCIAAL JAARVERSLAG

Richtlijn bij artikel 10 van de CAO voor de Houthandel

A. Stand van zaken in de onderneming
Een beknopt en begrijpelijk overzicht van de stand van zaken in de
onderneming.
Een terugblik en een prognose. Vermeld kunnen worden: de (index)cijfers
van de ontwikkeling van de omzet, van de rentabiliteit, van de
loonsom. Eventueel wijzigingen in de organisatie van de onderneming.

B. Personeelsbestand
Cijfers van de personeelsbezetting, wijzigingen daarin. Promoties, vacatures,
ziekteverzuim.

C. Beloning personeel
CAO-wijzigingen, veranderingen in de beloningssystematiek, prestatiebeloning.

D. Communicatie
Voor zover van toepassing: relaas van personeelsoverleg, OR-of kernraadsvergaderingen,
contacten met vakbondsvertegenwoordigers.

E. Resterende gegevens
Pensioen-en spaarregelingen, sociaal fonds, woningregelingen, reis-en
onkostenvoorzieningen.
Het sociaal jaarverslag wordt niet eerder gepubliceerd dan het verslag
aan de aandeelhouders.
Overnemen van de gehele of gedeeltelijke inhoud van het sociaal jaarverslag
in publiciteitsmedia kan alleen met toestemming van de directie
van de onderneming.

BIJLAGE VI

VAKBONDSACTIVITEITEN IN DE ONDERNEMING

Richtlijnen behorende bij artikel 11 van de CAO voor de
Houthandel

1. De werknemersorganisaties kunnen elk uit de kring van hun leden
binnen elke onderneming een contactman aanwijzen. Aanwijzing kan
alleen geschieden indien de werknemersorganisatie vijf of meer
leden in de betrokken onderneming heeft.
7. De werkgever draagt er zorg voor dat de contactman niet vanwege
zijn werkzaamheden in het kader van de vakbondsactiviteiten in de
onderneming wordt benadeeld in zijn positie in de onderneming, bijvoorbeeld
ten aanzien van promotie of beloning.
8. De ondernemer kan de dienstbetrekking van een werknemer die de
functie bekleedt van contactman zoals bedoeld in punt 1, dan wel
korter dan twee jaar geleden deze functie bekleed heeft, niet doen
beëindigen dan indien de beëindiging ook zou zijn geschied wanneer
hij genoemde functie niet zou hebben bekleed.
9. De ondernemer kan de in de voorgaande leden van dit artikel genoemde
faciliteiten ten behoeve van de vakbondactiviteiten in zijn
onderneming intrekken, indien zich een geschil ontwikkelt tussen de
werknemers organisatie(s) en zijn onderneming.
10. De werknemersorganisaties mogen hun medewerking aan het functioneren
in de Ondernemingsraad niet afhankelijk maken van het verkrijgen
van faciliteiten ten behoeve van vakbondsactiviteiten.
11. Het van kracht worden van wettelijke regelingen welke bepalingen
bevatten op het gebied van vakbondsactiviteiten in de onderneming,
zal met zich meebrengen dat tot dat moment gerealiseerde afspraken
met betrekking tot vakbondsactiviteiten in de onderneming hun gelding
verliezen.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE VII

STAGEREGELING

Onder een stage wordt verstaan een werkvorm die leerlingen helpt zich
vaardigheden eigen te maken, die men in de schoolsituatie niet kan
leren.
Om deze werkvorm voldoende tot zijn recht te laten komen zijn concrete
afspraken tussen werkgever en werknemer nodig. Hieronder worden
onderwerpen opgesomd waar aandacht aan besteed zou moeten worden.

Stagevergoeding

Voor stagiaires die onder deze regeling vallen wordt een stagebeloning
verstrekt van € 249,58 per maand. De reiskosten zullen volledig worden
vergoed op basis van de kosten van het openbaar vervoer, 2e klas. Noodzakelijke
pensionkosten zullen vergoed worden met een max. van
€ 181,51 per maand.

Sociale verzekeringen

Volgens de bepalingen van de thans geldende sociale verzekeringswetten
is de stagiair(e) verzekerd ingevolge de Algemene Ouderdomswet
(AOW), de Algemene NabestaandenWet (ANW).
Bovendien is tijdens de duur van de stage de stagiair verzekerd ingevolge
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Zorgverzekeringswet
(ZVW).
Gezien de hoogte van de vergoeding zal niet voor alle verzekeringen
premie ingehouden behoeven worden.
De stagiair(e) is niet verzekerd ingevolge de Werkloosheidswet (WW)
en is hiervoor dus geen premie verschuldigd.

Ongevallenverzekering

Voor iedere stagiair(e) zal een zogenaamde stage ongevallen-en WAverzekering
afgesloten worden. De meeste onderwijsinstellingen hebben
hiervoor een collectieve regeling.
Deze kan zowel voor binnen-als buitenland gelden. Mocht de onderwijsinstelling
een dergelijk contract niet kennen, dan dient een individuele
verzekering te worden afgesloten.

Vrijaf – Verlof

Met behoud van de stagebeloning heeft de stagiair(e) vrijaf over de
dagen genoemd in de CAO voor de Houthandel m.u.v. de roostervrije

tijd. Alsmede de zogenoemde terugkomdagen van school, alsmede de
door de school georganiseerde excursies.
Alle andere dagen welke in de CAO voor de Houthandel als vrijaf zijn
opgenomen wordt geen stagebeloning gegeven.

STAGE OVEREENKOMST VOOR DE HOUTHANDEL

De ondergetekenden,

a) ............................ gevestigd te .........................

hierna te noemen de stagebiedende organisatie,

b) ............................ gevestigd te .........................,

vertegenwoordigd door ......................, hierna te noemen de onderwijsinstelling
en

c) ...................... wettelijk vertegenwoordigd door ................

hierna te noemen stagiair(e), komen overeen dat stagiair(e), die de opleiding
volgt tot ......................... aan de onderwijsinstelling, een stage loopt
bij de stagebiedende organisatie van ....... tot .......... gedurende .......
dagen per week onder de volgende voorwaarden.

Artikel 1

De genoemde stage maakt deel uit van het ...... leerjaar van het leerplan
van de opleiding aan de onderwijsinstelling en heeft een
.......................................... karakter.

Artikel 2

De werkzaamheden van de stagiair(e) in de stagebiedende organisatie
hebben een onderwijsfunctie.

Artikel 3

De werkzaamheden van de stagiair(e) in de stagebiedende organisatie
zullen in overleg tussen partijen aan het begin van de stage doch uiterlijk
2 weken na aanvang vastgesteld worden. De omschrijving van de
werkzaamheden zal deel uitmaken en deze overeenkomst. De stagiair(e)
zal buiten de in deze omschrijving genoemde werkzaamheden geen
andere arbeid verrichten.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 4

De stagiair(e) ontvangt tijdens de stageperiode van de stagebiedende
organisatie een vergoeding voor de gemaakte onkosten conform de
stageregeling voor de houthandel.

Artikel 5

De stagebiedende organisatie meldt de stagiair(e) aan bij de Belastingdienst.

Artikel 6

De onderwijsinstelling (of: de stagebiedende organisatie) verzekert de
stagiair(e) voor het risico van ongevallen met lichamelijk letsel welke
plaatsvinden tijdens de stage zowel gedurende de ,,werkuren’’ als gedurende
de tijd die nodig is om van huis naar de stagebiedende organisatie
of omgekeerd te gaan. Ook verzekert de onderwijsinstelling (of: de
stagebiedende organisatie) de deelnemer tegen het financiële risico van
diens aansprakelijkheid voor letsel of schade die de stagiair(e) toebrengt
aan personen of goederen op het stageadres of daarbuiten, indien daar in
het kader van de stage activiteiten worden verricht, dit alles met uitsluiting
van opzet van de zijde van de stagiair(e). De stagebiedende organisatie
verzekert zich tegen het financiële risico van wettelijke aansprakelijkheid
voor schade door hem of door zijn ondergeschikten toegebracht
aan de stagiair(e). Aanbevolen wordt de stagiair(e) een intredekeuring te
laten ondergaan. Hiertoe kan contact worden opgenomen met de regionale
Arbodienst.

Artikel 7

De stagiair(e) is verplicht de binnen de stagebiedende organisatie, in het
belang van de orde, veiligheid, gezondheid en vertrouwelijkheid, gegeven
regels, voorschriften en aanwijzingen in acht te nemen.
Deze zijn aan de stagiair(e) bij het sluiten van deze overeenkomst
bekend gemaakt.

Artikel 8

Voor de stagiair(e) gelden de in de stagebiedende organisatie gebruikelijke
regels voor vakantiedagen, werktijden en ziekmeldingen. Deze zijn
de stagiair(e) eveneens bij het sluiten van deze overeenkomst bekend
gemaakt.

De stagiair(e) stelt bovendien de stagedocent in kennis van ziekte en van
terugkomst na ziekte.

Artikel 9

De stagebiedende organisatie wijst ...................................... (1) aan als
praktijkbegeleider, belast met de begeleiding van de stagiair(e) op de
werkplek.
Deze heeft daarvoor .......... uur per week ter beschikking. De stagiair(e)
volgt op de stageplaats de aanwijzingen van de praktijkbegeleider op.
De stagiair(e) en de praktijkbegeleider bespreken aan het einde van elke
week, gedurende de eerste vier weken, en daarna minstens één keer per
maand de voortgang van de stagewerkzaamheden en zoveel vaker als
wenselijk is.

Artikel 10

De stagiair(e) krijgt ........ uur per week de gelegenheid om te voldoen
aan rapportageverplichtingen van de onderwijsinstelling en ...... dagen
per 4 weken voor bezoeken aan de onderwijsinstelling, een en ander binnen
de werktijden en buiten de vakantiedagen.

Artikel 11

De stagebiedende organisatie zal, buiten de stagewerkzaamheden om, de
stagiair(e) zoveel als mogelijk is betrekken bij en informeren over de
dagelijkse gang van zaken binnen de afdelingen en binnen de organisatie
als geheel.

Artikel 12

De onderwijsinstelling wijst ......................................... (2) aan als stage-
docent, belast met het begeleiden van de stagiair(e).
Deze heeft daarvoor .... uur per week ter beschikking.
De stagedocent zal de stagiair(e) minimaal één keer per maand gedu-
rende de stage bezoeken, behoudens uitzonderingssituaties en buiten het
beoordelingsgesprek om.

Artikel 13

De onderwijsinstelling heeft de stagiair(e) van tevoren voorbereid op het
doel van de stage, op de positie van een stagiair(e) in een organisatie en
op de afspraken zoals in deze overeenkomst opgenomen.

Artikel 14

De overeenkomst eindigt

a. aan het eind van de afgesproken periode;

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

b. indien de leerling de onderwijsinstelling verlaat;
c. bij overlijden van de stagiair(e), of door faillissement of ontbinding
of verlies van rechtspersoonlijkheid van de stagebiedende organisatie;
d. indien beide partijen dat wensen.
Aldus overeengekomen en in drievoud opgemaakt, te ....... op ....... 20..
a. namens de stagebiedende organisatie: ................................................
b. namens de onderwijsinstelling: ...........................................................
c. de stagiair(e): .......................................................................................
d. zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger: ..............................................

BIJLAGE IX

AANDACHTSPUNTEN VOOR EEN SOCIAAL PLAN

A. Aandachtspunten van algemene aard
1. Instellen begeleidingscommissie bestaande uit werknemers-en
werkgeversvertegenwoordigers. De begeleidingscommissie kan betrokken
worden bij de totstandkoming van het sociaal plan en de uitleg
daarover.
2. Voor welke organisatiewijziging in het bedrijf geldt het sociaal plan.
3. Op welke werknemerscategorie heeft het sociaal plan betrekking.
4. Wanneer gaat het sociaal plan in en wanneer eindigt het.
5. Definieer duidelijk de in het sociaal plan gebruikte begrippen zoals
salaris of dienstjaar.
6. Neem een hardheidsclausule op voor het geval het sociaal plan in
zijn uitwerking onredelijk blijkt te zijn.
7. Instellen beroepscommissie.
B. Aandachtspunten voor speciale regelingen
1. Financiële inkomenscompensatie
Behalve de financiële regeling zelf kan hier ook vastgelegd worden
wie verantwoordelijk is voor wettelijke inhoudingen op de financiële
compensatie. Regel hier ook de eventuele samenloop van de financiële
compensatie met andere uitkeringen.
Denk verder aan een loonaanvulling als elders lager betaald werk
wordt aanvaard.
2. Andere financiële aandachtspunten
Tref een regeling voor de overige arbeidsvoorwaarden met lopende
of toekomstige financiële gevolgen voor een werknemer. Denk aan:
bedrijfsauto, studiekosten, jubileumuitkering, verzekeringen, geldlening.
3. Verrekening vrije dagen
Hier kan men aangeven hoe openstaande vakantie-en snipperdagen
opgenomen of verrekend worden.
4. Arbeidsbemiddeling
Welke afspraken kunnen worden gemaakt om de werknemer passend
werk bij andere bedrijven aan te bieden? Bij omvangrijkere afvloeiingen
kan het Centrum voor werk en Inkomen (CWI) om uitdrukkelijke
betrokkenheid worden gevraagd.
Het is ook mogelijk om ontslagen werknemers een bepaalde periode
toegang te geven tot interne vacatures.
CAO-partijen streven er naar ontslagen werknemers zoveel mogelijk
voor de bedrijfstak te behouden. De Stichting WESP werkt aan

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

mogelijkheden om de betrokken werkgever en werknemers behulpzaam
te zijn.

5. Faciliteiten voor ander werk
Het sollicitatieverlof op grond van de CAO (artikel 33 lid 1k) kan
uitgebreid worden. In bepaalde gevallen helpt steun bij omscholing.
Soms is een tegemoetkoming in verhuiskosten een geëigend middel.
Bij de Stichting HOC kunt u informatie inwinnen over opleidingsmogelijkheden
in de bedrijfstak en mogelijke subsidies hiervoor.
6. Non-activiteit
Is het nodig een richtlijn te maken voor de gevallen dat het niet zinvol
is de werknemer zijn bestaande functie uit te laten dienen,
ondanks dat de functie feitelijk al vervallen is?

BIJLAGE X

VOORBEELDREGLEMENT VOOR DE PERSONEELS-
VERTEGENWOORDIGING

Artikel 1

Begripsomschrijving

Dit reglement verstaat onder:

a. Onderneming:
...............................................................................................................
b. Ondernemer:
...............................................................................................................
c. Bestuurder(s):
de directie van bovengenoemde onderneming;
d. Werknemers:
personen in de onderneming werkzaam, uit hoofde van een met de
betrokken ondernemer gesloten arbeidsovereenkomst, met uitzondering
van de bestuurder(s)
e. Vereniging van Werknemers:
de in artikel 9, lid 2 sub a van de wet bedoelde vereniging van werknemers
f. Personeelsvertegenwoordiging:
de krachtens dit reglement ingestelde personeelsvertegenwoordiging
van de hierboven genoemde onderneming.
g. Wet
de Wet op de ondernemingsraden (Staatsblad 1998, no. 107).
h. Bedrijfscommissie:
de Bedrijfscommissie voor de Houtindustrie en de Industriële Groothandel
in Hout en Bosbouw.
Artikel 2

De functie van de personeelsvertegenwoordiging

De personeelsvertegenwoordiging is een orgaan ten behoeve van het
overleg met en de vertegenwoordiging van de in de onderneming werkzame
personen. Eén en ander in het belang van het goed functioneren
van de onderneming in al haar doelstellingen.

Artikel 3

Samenstelling

De personeelsvertegenwoordiging bestaat uit tenminste 3 leden (oneven
aantal), die door de werknemers in de onderneming rechtstreeks uit hun

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

midden worden gekozen. De personeelsvertegenwoordiging is zodanig
samengesteld dat deze een redelijke afspiegeling van het personeelsbestand
van de onderneming is.

Artikel 4

Zittingsduur en aftreden

1. De leden van de personeelsvertegenwoordiging treden om de drie
jaar tegelijk af. Zij zijn terstond herkiesbaar.
2. Een lid dat optreedt ter vervulling van een tussentijds opengevallen
plaats treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij komt
had moeten aftreden.
Artikel 5

Kiesrecht

1. De leden van de personeelsvertegenwoordiging worden door de kiesgerechtigde
werknemers rechtstreeks gekozen uit de verkiesbare
werknemers in de onderneming.
2. Kiesgerechtigd zijn de werknemers die tenminste gedurende 6 maanden
voor de datum van de verkiezingen in de onderneming werkzaam
zijn.
3. Verkiesbaar zijn werknemers die gedurende 1 jaar voor de datum van
de verkiezingen in de onderneming.
Artikel 6

Regeling van de verkiezingen

1. De regeling van en het toezicht op de verkiezingen berust bij de
personeelsvertegenwoordiging.
2. De personeelsvertegenwoordiging bepaalt in overleg met de ondernemer
de plaats(en), de datum en de uren waarop nieuwe leden gekozen
kunnen worden en maakt een en ander bekend aan de ondernemer,
aan de werknemers in de onderneming en aan de verenigingen
van werknemers. De datum der verkiezingen ligt tenminste twee

weken voor de datum van aftreden van de personeelsvertegenwoordiging.

3. Door de personeelsvertegenwoordiging wordt in de onderneming een
lijst van alle op de datum der verkiezingen kiesgerechtigde en verkiesbare
werknemers bekendgemaakt.
Om de verenigingen van werknemers in de gelegenheid te stellen
hun leden aan te moedigen zich kandidaat te stellen wordt deze lijst
tevens aan hen toegezonden.
4. Het voornemen de lijst als bedoeld in lid 3 van dit artikel, waarop
vermeld staan de naam, voorletters en postcodes van de werknemers,
aan de verenigingen van werknemers te verzenden, wordt aan iedere
werknemer middels een schrijven bekend gemaakt. In dit schrijven
wordt duidelijk aangegeven dat werknemers, die niet op de aan verenigingen
van werknemers te verzenden lijst vermeld willen staan,
daartegen binnen twee weken schriftelijk bezwaar kunnen maken.
Artikel 7

Kandidaatstelling

1. Kandidaatstelling geschiedt door het indienen van kandidaten bij de
personeelsvertegenwoordiging. De verenigingen van werknemers
kunnen kandidaten stellen. Achter de naam van de kandidaat van de
werknemersvereniging wordt de naam van de vereniging vermeld.
2. Kandidaten dienen de personeelsvertegenwoordiging een schriftelijke
verklaring te overleggen, inhoudende dat zij de kandidatuur
aanvaarden en dat zij voldoen aan de eisen die dit reglement stelt met
betrekking tot hun kandidatuur.
Artikel 8

Toetsing door de personeelsvertegenwoordiging

1. De personeelsvertegenwoordiging gaat van iedere gestelde kandidaat
na of deze voldoet aan de vereisten, gesteld in artikel 5 van dit reglement.
Artikel 9

Verkiezingen in het algemeen

1. De door de personeelsvertegenwoordiging overeenkomstig het vorige
artikel goedgekeurde kandidatenlijst wordt uiterlijk twee weken
voor de verkiezingsdatum aan de ondernemer en de werknemers in
de onderneming bekendgemaakt.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

2. Indien er niet meer kandidaten zijn gesteld dan er zetels te bezetten
zijn, vindt geen stemming plaats en worden de gestelde kandidaten
zonder meer verkozen verklaard.
3. De verkiezing vindt plaats bij geheime schriftelijke stemming.
4. Door de personeelsvertegenwoordiging wordt op de verkiezingsdatum
aan ieder kiesgerechtigd persoon een stembiljet uitgereikt. Hierop
staan vermeld de te kiezen kandidaten, alsmede het aantal uit te brengen
stemmen. De stembiljetten dienen na invulling in de daartoe
bestemde bus te worden gedeponeerd.
5. Ieder kiesgerechtigd persoon kan voor ten hoogste twee andere kiesgerechtigde
personen een stembiljet invult, mits hij door deze personen
schriftelijk daartoe is gemachtigd.
Artikel 10

Verkiezing

1. Verkiezing geschiedt aan de hand van een kandidatenlijst waar achter
de naam van de kandidaat de werknemersvereniging wordt vermeld.
2. Iedere kiesgerechtigde werknemer brengt zoveel stemmen uit als er
zetels zijn.
3. Het uitbrengen van stemmen geschiedt door het invullen van de
daartoe voor de namen der kandidaten aangebrachte hokjes.
Artikel 11

Toewijzing der zetels

1. De kandidaten die achtereenvolgens het hoogste aantal geldig uitgebrachte
stemmen op zich hebben verenigd, zijn verkozen. Indien
voor de laatste te bezetten zetel(s) verscheidene kandidaten zijn, die
een gelijk aantal stemmen op zich hebben verenigd, beslist tussen
hen het lot.
2. De personeelsvertegenwoordiging beslist over de geldigheid van de
stemmen. Ongeldig zijn stemmen, die niet op het door of namens de
personeelsvertegenwoordiging gewaarmerkte stembiljet zijn uitge

bracht, of waaruit niet duidelijk de keuze van de kiesgerechtigde
blijkt of waarbij niet het vereiste aantal stemmen is uitgebracht.

Artikel 12

Bekendmaking verkiezingsuitslag

1. De uitslag van de verkiezingen wordt door de personeelsvertegenwoordiging
binnen vijf dagen na de verkiezingen bekendgemaakt
aan de ondernemer, aan de werknemers in de onderneming, alsmede
aan de verenigingen van werknemers.
2. Daarbij wordt vermeld het aantal op ieder der kandidaten uitgebrachte
geldige stemmen, alsmede het aantal ongeldige stemmen.
3. De gebruikte stembiljetten worden in één of meer gesloten envelop-
pen ten minste 2 maanden bewaard.
4. De personeelsvertegenwoordiging draagt er zorg voor dat de namen
en functies van de leden van de personeelsvertegenwoordiging in
overleg met de ondernemer blijvend worden vermeld op een voor
alle werknemers vrij toegankelijke plaats in de onderneming, zodat
daarvan gemakkelijk kennis kan worden genomen.
Artikel 13

Tussentijdse vacatures

1. In geval van een tussentijdse vacature in de personeelsvertegenwoordiging
wijst deze tot opvolger van het betrokken lid aan de
kandidaat die bij de laatst gehouden verkiezing voor een volgende
zetel als eerste in aanmerking zou zijn gekomen.
2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid dient te geschieden binnen
een maand na het ontstaan van de vacature. Artikel 12 is hierbij
van overeenkomstige toepassing.
3. Is er geen opvolger, als bedoeld in lid 1, dan wordt door een tussentijdse
verkiezing in de vacature voorzien, tenzij binnen zes maanden
de zittingsduur van de personeelsvertegenwoordiging afloopt.
4. Indien niet in de vervulling van een vacature kan worden voorzien,
blijft de stoel van het betrokken lid in de personeelsvertegenwoordiging
vacant.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 14

Beëindiging lidmaatschap personeelsvertegenwoordiging

1. Leden van de personeelsvertegenwoordiging kunnen te allen tijde als
zodanig ontslag nemen. Zij geven daarvan schriftelijk kennis aan de
voorzitter en aan de ondernemer.
2. Wanneer van een lid van de personeelsvertegenwoordiging de arbeidsovereenkomst
met de ondernemer eindigt, vervalt van rechtswege
zijn lidmaatschap.
3. Het lidmaatschap van de personeelsvertegenwoordiging eindigt overigens
bij het einde van de zittingsperiode, als bedoeld in artikel 4
lid 1.
Artikel 15

Uitsluiting van de werkzaamheden

1. De Rechtbank sector Kanton kan op verzoek van de personeelsvertegenwoordiging
of de ondernemer een lid van die vertegenwoordiging
voor een door hem te bepalen termijn van deelname aan de
werkzaamheden van de personeelsvertegenwoordiging uitsluiten.
2. Het verzoek kan door de personeelsvertegenwoordiging uitsluitend
worden gedaan op grond van het feit dat het betrokken personeelsvertegenwoordiginglid
de werkzaamheden van de personeelsvertegenwoordiging
ernstig belemmert en door de ondernemer op grond
van het feit dat het betrokken personeelsvertegenwoordiginglid het
overleg van de ondernemingsraad met de ondernemer ernstig belemmert.
3. De betrokkene wordt door de verzoeker vooraf in de gelegenheid
gesteld van zijn oordeel over het verzoek te doen blijken.
4. De ondernemer en de personeelsvertegenwoordiging stellen elkaar in
kennis van een overeenkomstig het eerste lid ingediend verzoek.
5. De Rechtbank sector Kanton kan bepalen dat de betrokkene zich,
hangende de beslissing van de Rechtbank sector Kanton, van deelname
aan alle of bepaalde werkzaamheden van de personeelsvertegenwoordiging
moet onthouden.

Artikel 16

Voorzitter

1. De personeelsvertegenwoordiging kiest uit zijn midden een voorzitter
en een plaatsvervangend voorzitter.
2. De voorzitter of bij diens verhindering de plaatsvervangend voorzitter,
vertegenwoordigt de personeelsvertegenwoordiging in rechte.
Artikel 17

Bijeenroepen van de personeelsvertegenwoordiging

1. De personeelsvertegenwoordiging komt ten behoeve van de uitoefening
van zijn taak tenminste twee maal per jaar bijeen of indien de
voorzitter of andere leden daarom verzoeken onder opgave van de
onderwerpen welke zij behandeld willen zien.
2. Een vergadering wordt gehouden binnen twee weken nadat daarom
is verzocht.
Artikel 18

Besluitvorming

1. Tenzij dit reglement anders bepaalt, worden besluiten door de
personeelsvertegenwoordiging genomen bij gewone meerderheid van
stemmen.
2. Voor berekening van het aantal uitgebrachte stemmen tellen blanco
en ongeldige stemmen niet mee.
3. Indien de stemmen staken over een door de personeelsvertegenwoordiging
te nemen besluit wordt het voorstel op de eerstvolgende
vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Indien dan wederom
de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
Artikel 19

Verslaggeving

1. Van iedere vergadering van de personeelsvertegenwoordiging wordt
een verslag gemaakt.
2. Het verslag als bedoeld in het eerste lid wordt in de eerstvolgende
vergadering aan de personeelsvertegenwoordiging ter goedkeuring
en vaststelling voorgelegd.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

3. Het verslag wordt na vaststelling door de personeelsvertegenwoordiging
bekendgemaakt aan de ondernemer en de werknemers in
de onderneming.
Artikel 20

Geheimhouding

1. De leden van de personeelsvertegenwoordiging alsmede de overeenkomstig
artikel 21 lid 7 van dit reglement geraadpleegde deskundigen
zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken-en bedrijfsgeheimen
die zij in hun hoedanigheid vernemen, alsmede van alle
aangelegenheden ten aanzien waarvan de ondernemer dan wel de
personeelsvertegenwoordiging hun geheimhouding heeft opgelegd of
waarvan zij, in verband met opgelegde geheimhouding, het vertrouwelijk
karakter moeten begrijpen. Het voornemen om geheimhouding
op te leggen wordt zoveel mogelijk vóór de behandeling van de
betrokken aangelegenheden meegedeeld. Degene die de geheimhouding
oplegt, deelt daarbij tevens mee, welke schriftelijke of mondelinge
verstrekte gegevens onder de geheimhouding vallen en hoe
lang deze dient te duren, alsmede of er personen zijn ten aanzien van
wie de geheimhouding niet in acht behoeft te worden genomen.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet tegenover hen
die ingevolge een rechterlijke opdracht zijn belast met een onderzoek
naar de gang van zaken in de onderneming.
3. De plicht tot geheimhouding vervalt niet door de beëindiging van het
lidmaatschap van de personeelsvertegenwoordiging, noch door beëindiging
van de werkzaamheden van de betrokkene in de onderneming.
Artikel 21

Faciliteiten

1. De personeelsvertegenwoordiging heeft het recht gebruik te maken
van de voorzieningen waarover de ondernemer als zodanig kan
beschikken, en die de personeelsvertegenwoordiging nodig heeft
voor de vervulling van zijn taak. Hierbij vallen onder andere: gebruik
telefoon, telefax, typemachines of pc’s, briefpapier, kopieerapparatuur,
frankeermachine, kantoorruimte, administratieve ondersteuning.

2. De personeelsvertegenwoordiging vergadert zoveel mogelijk tijdens
de normale arbeidstijd.
3. De leden van de personeelsvertegenwoordiging behouden voor de
tijd gedurende welke zij ten gevolge van het bijwonen van een vergadering
van de personeelsvertegenwoordiging niet de bedongen
arbeid hebben verricht, hun aanspraak op loon.
Voor de berekening daarvan is artikel 629 van Boek 7 titel 10 NBW
van overeenkomstige toepassing.
4. De leden van de personeelsvertegenwoordiging zijn voorts gerechtigd
hun arbeid gedurende ..... werkdagen per jaar te onderbreken
voor het ontvangen van scholing en vorming welke zij in verband
met de vervulling van hun taak nodig oordelen.
5. De ondernemer is verplicht de leden van de personeelsvertegenwoordiging
gedurende 30 uren per jaar, in werktijd en met behoud
van loon, de gelegenheid te bieden voor onderling beraad en
overleg met andere personen over aangelegenheden waarbij zij in de
uitoefening van hun taak zijn betrokken, alsmede voor kennisneming
van de arbeidsomstandigheden in de onderneming.
6. De kosten die redelijkerwijze noodzakelijk zijn voor de vervulling
van de taak van de personeelsvertegenwoordiging komen ten laste
van de ondernemer, mits de ondernemer vooraf van de kosten in kennis
is gesteld.
7. De kosten van het raadplegen van deskundigen komen slechts ten
laste van de ondernemer, indien hij van de te maken kosten vooraf
in kennis is gesteld.
Artikel 22

Bevoegdheden van de personeelsvertegenwoordiging

1. Met de personeelsvertegenwoordiging moet de ondernemer tenminste
tweemaal per jaar alle aangelegenheden die de onderneming
betreffen bespreken. Tenminste eenmaal per jaar moet de ondernemer
de algemene gang van zaken bespreken.
2. De ondernemer is verplicht desgevraagd aan de personeelsvertegenwoordiging
tijdig alle inlichtingen te verstrekken die deze nodig
heeft voor de vervulling van zijn taak. De inlichtingen en gegevens
worden desgevraagd schriftelijk verstrekt.
3. De personeelsvertegenwoordiging moet door de ondernemer in de
gelegenheid gesteld worden advies uit te brengen over elk door hem
voorgenomen besluit dat kan leiden tot verlies van de arbeidsplaats

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

of tot een belangrijke verandering van de arbeid, de arbeidsvoorwaarden
of de arbeidsomstandigheden van tenminste een vierde van
de in de onderneming werkzame personen. Het advies wordt op een
zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op
het te nemen besluit. De in de eerste volzin bedoelde verplichting
geldt niet, indien en voor zover de betrokken aangelegenheden voor
de onderneming reeds inhoudelijk geregeld is in een collectieve
arbeidsovereenkomst of in een regeling, vastgesteld door een publiekrechtelijk
orgaan.

4. De ondernemer legt het te nemen besluit schriftelijk aan de personeelsvertegenwoordiging
voor. Hij verstrekt daarbij een overzicht van
de beweegredenen voor het besluit, alsmede van de gevolgen die het
besluit naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame
personen zal hebben. De personeelsvertegenwoordiging beslist niet
dan nadat over de betrokken aangelegenheid tenminste éénmaal
overleg met de ondernemer is gepleegd. Na de beslissing van de
personeelsvertegenwoordiging deelt de ondernemer zo spoedig mogelijk
schriftelijk aan de personeelsvertegenwoordiging mee welk
besluit hij heeft genomen en met ingang van welke datum hij dat
besluit zal uitvoeren.
5. De ondernemer behoeft de instemming van de personeelsvertegenwoordiging
voor elk door hem voorgenomen besluit tot
vaststelling, wijziging of intrekking van :
a. een werktijdregeling en/of rusttijdregeling;
b. een regeling op het gebied van de veiligheid, de gezondheid of
het welzijn in verband met de arbeid;
c. ziekteverzuimbeleid.
een en ander voorzover betrekking hebbende op alle of een groep
van in de onderneming werkzame personen.

6. De in het vijfde lid bedoelde instemming is niet vereist, voor zover
de betrokken aangelegenheid voor de onderneming reeds inhoudelijk
is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling
van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan.
7. Heeft de ondernemer voor het voorgenomen besluit geen instemming
van de personeelsvertegenwoordiging verkregen, dan kan hij de
Rechtbank sector Kanton toestemming vragen om het besluit te
nemen. De Rechtbank sector Kanton geeft slechts toestemming,

indien de beslissing van de personeelsvertegenwoordiging om geen
instemming te geven onredelijk is, of het voorgenomen besluit van
de ondernemer gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische,
bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen.

8. Een besluit als bedoeld in het vijfde lid, genomen zonder de instemming
van de personeelsvertegenwoordiging of de toestemming van
de Rechtbank sector Kanton, is nietig, indien de personeelsvertegenwoordiging
tegenover de ondernemer schriftelijk een beroep op
de nietigheid heeft gedaan. De personeelsvertegenwoordiging kan
slechts een beroep op de nietigheid doen binnen een maand nadat
hetzij de ondernemer hem zijn besluit overeenkomstig de laatste volzin
van het vierde lid heeft meegedeeld, hetzij – bij gebreke van deze
mededeling – de personeelsvertegenwoordiging is gebleken dat de
ondernemer uitvoering of toepassing geeft aan zijn besluit.
9. De personeelsvertegenwoordiging kan de Rechtbank sector Kanton
verzoeken de ondernemer te verplichten zich te onthouden van handelingen
die strekken tot uitvoering of toepassing van een nietig
besluit als bedoeld in het achtste lid. De ondernemer kan de Rechtbank
sector Kanton verzoeken te verklaren dat de personeelsvertegenwoordiging
ten onrechte een beroep heeft gedaan op nietigheid
als bedoeld in het achtste lid.
Artikel 23

Rechtsbescherming

1. De ondernemer draagt er zorg voor dat de werknemers in de onderneming
die staan of gestaan hebben op een kandidatenlijst als bedoeld
in artikel 7, alsmede de leden en de gewezen leden van de
personeelsvertegenwoordiging niet uit hoofde van hun kandidaatstelling
of van hun lidmaatschap van de personeelsvertegenwoordiging
worden benadeeld in hun positie in de onderneming. Indien de
ondernemer aan de personeelsvertegenwoordiging een secretaris heeft
toegevoegd is het voorgaande op die secretaris van overeenkomstige
toepassing. Op degene die het initiatief neemt of heeft genomen tot
het instellen van een personeelsvertegenwoordiging is de eerste volzin
van overeenkomstige toepassing.
2. Het is de ondernemer niet toegestaan de dienstbetrekking van een
werknemer in de onderneming die lid is van de personeelsvertegenwoordiging
te beëindigen, behalve wanneer de betrokkene schriftelijk
in de beëindiging toestemt of wanneer deze geschiedt wegens
een dringende aan de werknemer onverwijld meegedeelde reden of
wegens beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of
van het onderdeel van de onderneming waarin de betrokkene werkzaam
is. Indien de ondernemer aan de personeelsvertegenwoordiging

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

een secretaris heeft toegevoegd is het voorgaande op die secretaris
van overeenkomstige toepassing. Een beëindiging in strijd met het in
dit lid bepaalde is nietig.

3. Het is de ondernemer niet toegestaan de dienstbetrekking van een
werknemer in de onderneming die geplaatst is op een kandidatenlijst
als bedoeld in artikel 7, die korter dan twee jaar geleden lid is
geweest van de personeelsvertegenwoordiging, te beëindigen zonder
voorafgaande toestemming van de Rechtbank sector Kanton. De toe-
stemming wordt gevraagd bij verzoekschrift. De Rechtbank sector
Kanton verleent de toestemming slechts, indien het hem aannemelijk
voorkomt dat de beëindiging geen verband houdt met de plaatsing
van de betrokkene op de kandidatenlijst of met het lidmaatschap van
de betrokkene van de personeelsvertegenwoordiging. De betrokkene
wordt in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Een beëindiging
in strijd met het in dit lid bepaalde is nietig.
4. De in het vorige lid bedoelde toestemming is niet vereist, wanneer
de betrokkene schriftelijk in de beëindiging toestemt of wanneer
deze geschiedt wegens een dringende aan de werknemer onverwijld
meegedeelde reden of wegens beëindiging van de werkzaamheden
van de onderneming of van het onderdeel van de onderneming
waarin de betrokkene werkzaam is.
5. Het in de voorgaande leden bepaalde laat onverlet de bevoegdheid
van de ondernemer om zich wegens gewichtige redenen tot de
Rechtbank sector Kanton te wenden met het schriftelijke verzoek de
arbeidsovereenkomst ontbonden te verklaren.
Artikel 24

Wijziging van het reglement

1. Dit reglement kan worden gewijzigd of aangevuld bij besluit van de
personeelsvertegenwoordiging met dien verstande dat ....... leden van
de personeelsvertegenwoordiging zich voor wijziging hebben verklaard.
2. Wijzigingen en aanvullingen van dit reglement worden aan de ondernemer
voorgelegd. Nadat deze zijn standpunt ten aanzien van het
reglement kenbaar heeft gemaakt stelt de personeelsvertegenwoordiging
het reglement vast.

3. De personeelsvertegenwoordiging stuurt een exemplaar van het vastgestelde
reglement aan de ondernemer en een exemplaar aan de
Bedrijfscommissie.
4. Iedere belanghebbende kan bij de Rechtbank sector Kanton bezwaar
maken tegen reglementsbepalingen die naar zijn/haar mening in
strijd zijn met de wet of met een goede toepassing van de wet.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE XI

CONTROLE VOORSCHRIFTEN

1. Ziekmelden
Bij arbeidsongeschiktheid moet de werknemer op de eerste ziektedag
zo vroeg mogelijk maar bij voorkeur voor de normale werktijd
de werkgever hiervan op de hoogte stellen. Benodigde informatie bij
de ziekmelding:
De reden van ziekmelding (werknemer is niet verplicht om te vertellen
welke ziekte hij/zij heeft);
De te verwachten verzuimduur: kort of problematisch/lang;
Eventuele relaties van het verzuim met het werk of de werkomgeving;
Eventuele ziekenhuisopname;
Verpleegadres en telefoonnummer;
Of huisarts is/wordt ingeschakeld;
Gewenste acties door werkgever of Arbodienst.
2. Begeleiding door werkgever
De werkgever geeft de ziekmelding van de werknemer op de eerste
dag door aan de Arbodienst. De werkgever zal wekelijks contact
opnemen en informeren naar de voortgang. De werknemer wordt dan
tevens op de hoogte gebracht van eventuele belangrijke zaken die in
het bedrijf spelen. Dit kan zowel telefonisch als door middel van een
huisbezoek geschieden.
3. Thuisblijven
De werknemer dient thuis te blijven tot het eerste bezoek van/
telefonisch contact (binnen 5 dagen) met de Arbodienstfunctionaris
of tot het eerste spreekuur op de Arbodienst, tenzij de werknemer
toestemming van de werkgever heeft buitenshuis te gaan.
Na het eerste contact met de Arbodienst mag de werknemer – als de
behandelend arts daartegen geen bezwaar heeft – buitenshuis gaan
maar de werknemer dient de eerste drie weken wel thuis te zijn:
– ’s morgens tot 10.00 uur;
– ’s middags van 12.00 uur tot 14.30 uur.
Tot het eerste contact en tijdens bovengenoemde uren mag de werknemer
alleen van huis gaan voor een bezoek aan de behandelend arts
of aan de bedrijfsarts van de Arbodienst of om het werk te hervatten.

Indien de arbeidsongeschiktheid van de werknemer onverhoopt lan

 

ger dan 3 weken zou duren, vervalt de plicht om tijdens de hierboven
genoemde uren thuis te zijn, tenzij de bedrijfsarts van de Arbodienst
anders bepaalt.

4. Begeleiding Arbodienst
De Arbodienst zal in principe rond de 5de dag telefonisch contact
met de werknemer opnemen. Tijdens dit contact worden er in over-
leg met de werknemer nadere afspraken gemaakt over het te volgen
beleid (vervolgspreekuur, mate van werkhervatting). Deze afspraken
zullen door de Arbodienst kort en bondig teruggekoppeld worden.
Indien de werknemer na 3 weken nog niet het werk heeft hervat, zal
de werknemer opgeroepen worden op het spreekuur.
Op basis van dit spreekuur zal de Arbodienst een probleemanalyse
opstellen welke in de zesde week aan de werknemer en de werkgever
verzonden zal worden.
De begeleiding van de Arbodienst zal verder geschieden op basis van
de inzichten op dat moment en de fase van reïntegratie.
Rond de 83-85ste week zal de Arbodienst de probleemanalyse aanpassen
aan de huidige stand van zaken. De bevindingen zullen naar
de werknemer gestuurd worden.
5. Activiteiten door de werknemer
Er wordt van de werknemer verwacht dat hij actief meewerkt aan
reïntegratie.
Volgt de adviezen over zijn gezondheid van zijn huisarts of specialist
op.
Volgt de adviezen van de Arbodienst of KRC Hout en UWV op.
Denkt zelf actief mee over mogelijke reïntegratie-activiteiten met de
Arbodienst of KRC Hout en zijn werkgever. Maakt samen met zijn
werkgever afspraken over activiteiten.
Voert de activiteiten uit die hij met zijn werkgever heeft afgesproken
in het Plan van Aanpak.
Verandert zijn situatie, geeft dat door aan de Arbodienst of KRC
Hout en werkgever.
Komt er niet uit met zijn werkgever? Overlegt dan met de Arbodienst
of KRC Hout. Komt hij er dan nog steeds niet uit, vraagt dan
een deskundigenoordeel van de UWV aan.
Komt het tot een WIA-aanvraag? Zorgt dat het Reïntegratieverslag
volledig is. Vult ook zijn eigen evaluatie in.
Stuurt het Reïntegratieverslag en de WIA-aanvraag op tijd in, binnen
87 weken na zijn eerste ziektedag.
6. Juiste adres/Maak bezoek mogelijk
Indien de werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid verhuist of tijdelijk
elders verblijft of van verpleegadres verandert (bijvoorbeeld
opname in of ontslag uit een ziekenhuis) behoort hij dit binnen 24
uur aan zijn werkgever en aan de Arbodienst door te geven.
De werkgever en de functionaris van de Arbodienst moeten de werk

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

nemer kunnen bereiken. Daartoe is het nodig dat hij hen in de gelegenheid
stelt om hem in zijn woning of op het verpleegadres te
bezoeken. De werknemer dient er voor te zorgen, dat als de functionaris
van de Arbodienst hem niet thuis treft, deze op het adres van
de werknemer kan vernemen waar deze is. Mocht de werknemer,
zonder aantoonbare reden, niet thuis zijn op de voorgeschreven tijden,
kunnen de kosten van het huisbezoek aan de werknemer worden
doorberekend.

7. Tijdelijk ander werk
De mogelijkheid blijft open om werknemers die niet in staat zijn hun
eigen werk uit te voeren, tijdelijk ander ,,passend’’ werk te laten
doen. Dit gaat in overleg tussen de werkgever, werknemer en eventueel
de Arbodienst en is niet vrijblijvend.
8. Genezing niet belemmeren
De werknemer dient mee te werken aan een zo spoedig mogelijk herstel
en zich te onthouden van activiteiten die de genezing belemmeren.
Daarnaast dient de werknemer mee te werken aan de reïntegratieactiviteiten.
Indien duidelijk is dat de werknemer zich hier niet aan houdt en/of
dat hij niet meewerkt, is de werkgever (en de UWV) uiteindelijk
bevoegd het ziektegeld in te houden en/of ontslag voor de werknemer
aan te vragen.
9. Vakantie en verblijf in het buitenland
Tijdens arbeidsongeschiktheid dient de werknemer voor een meerdaagse
vakantie of voor een meerdaags verblijf in het buitenland toe-
stemming te hebben van de werkgever welke hierover overleg pleegt
met de Arbodienst. Zonodig raadpleegt de Arbodienst de UWV.
10. Op het spreekuur komen
Aan een oproep om te verschijnen op een spreekuur van de Arbodienst
dient de werknemer gevolg te geven. Ook indien de werknemer
van plan zou zijn op de dag na die, waarop dat spreekuur moet
plaatsvinden, of op een latere dag het werk te hervatten. Deze oproep
voor een spreekuur kan door zijn werkgever worden aangevraagd.
De werknemer kan zelf ook een spreekuur op de Arbodienst aanvragen.
Indien de werknemer een geldige reden tot verhindering heeft
(bijvoorbeeld bedlegerigheid), dan behoort hij dit terstond aan de
Arbodienst, die de oproep heeft gedaan, mede te delen. De werknemer
behoeft niet op het spreekuur te verschijnen, indien hij inmid

dels zijn werkzaamheden heeft hervat, tenzij hem is meegedeeld dat
in overleg tussen de werkgever en de Arbodienst anders is besloten.

11. Raadpleeg uw huisarts
Bij arbeidsongeschiktheid dient de werknemer zich in zijn eigen
belang binnen redelijke termijn onder behandeling van zijn huisarts
te stellen en de voorschriften van deze arts op te volgen.
12. Het verrichten van werkzaamheden
De werknemer dient tijdens zijn arbeidsongeschiktheid geen arbeid
te verrichten behalve voor zover het werkzaamheden betreft, welke
de werknemer voor het herstel van zijn gezondheid zijn voorgeschreven,
dan wel waarvoor de werknemer toestemming heeft ontvangen
van de Arbodienst.
13. Zelf hervatten bij herstel
Zodra de werknemer weer in staat is aan het werk te gaan, dient hij
niet een speciale opdracht daartoe van de bedrijfsarts of behandelend
arts af te wachten. Wel behoort de werknemer aan zijn werkgever de
datum van de gehele of gedeeltelijke werkhervatting mee te delen
(bij voorkeur een dag van tevoren in verband met de planning).
14. Bezwaren tegen al dan niet hersteld verklaard zijn
Heeft de bedrijfsarts verklaard dat de werknemer wel of niet in staat
is zijn werk geheel of gedeeltelijk te hervatten, maar is de werknemer
het daarmee niet eens, dan moet hij zijn bezwaren terstond aan
de bedrijfsarts en UWV meedelen. Zowel de werkgever als werknemer
kan in beroep gaan tegen de beslissing van de bedrijfsarts en
UWV. De werknemer kan dan een deskundigenoordeel aanvragen bij
de UWV. De uitspraak van de verzekeringsgeneeskundige van de
UWV is bindend en alleen bij de rechtbank kan hiertegen beroep
aangetekend worden.
15. Verplichting naleving verzuimreglement
De werknemer is verplicht zich aan het verzuimreglement te houden.
Indien de werknemer zich niet aan het verzuimreglement houdt, is
de werkgever in redelijkheid gerechtigd sancties op te leggen.
16. Reiskosten
Reiskosten voor zover gemaakt in verband met de arbeidsongeschiktheid,
bijvoorbeeld voor een bezoek aan de Arbodienst, zijn
voor rekening van de werkgever/-nemer.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

SANCTIES

Algemene opmerking t.a.v. het opleggen van sancties:

Indien de werknemer geen verwijt kan worden gemaakt bij de naleving
van de controle voorschriften zal geen sanctie worden opgelegd door de
werkgever.

Te late melding:

0 tot 4 uur te laat, 1e maal waarschuwing 0 tot 4 uur te laat bij recidive
en vanaf 4 uur: loonbetaling vanaf melding.

Geen controle mogelijk gemaakt (onjuist verpleegadres, niet thuis
op voorgeschreven tijden):

Geen loonbetaling tenzij uit een verklaring van een arts de arbeidsongeschiktheid
blijkt.

Belemmering genezing:

Indien de werknemer zich zodanig gedraagt dat daardoor naar het oordeel
van de arbo-arts de genezing wordt belemmerd: Loonbetaling staken.

Niet verschijnen op het spreekuur:

Indien de werknemer geen gehoor geeft aan een oproep om te verschijnen
op het spreekuur van de arbo-arts of de op indicatie van de arbo-arts
aangewezen specialist: Loonbetaling staken tenzij de werknemer een
deugdelijke verklaring geeft.

Weigeren passende arbeid te verrichten:

Indien de werknemer andere passende arbeid weigert: Loonbetaling staken,
tenzij uit een verklaring van een arts blijkt dat die arbeid om
gezondheidsredenen niet kan worden verricht.

Verblijf in het buitenland zonder toestemming:

Indien de werknemer bij arbeidsongeschiktheid zonder toestemming van
de werkgever in het buitenland verblijft: Loonbetaling staken.

Werkhervatting na herstel:

Indien de arbo-arts de werknemer arbeidsgeschikt acht en de werknemer
desondanks geen werkzaamheden verricht: Loonbetaling staken, tenzij
ziekte uit verklaring van een andere arts blijkt.

Cessie:

Indien de werknemer weigert verhaal op een aansprakelijke derde te
cederen aan de werkgever:
Loonbetaling beperken tot 70% echter tenminste wettelijk minimum-
loon.

Machtiging Arbodienst:

Indien de werknemer weigert de Arbodienst te machtigen inlichtingen in
te winnen bij de behandelend arts:
Loonbetaling beperken tot 70% echter tenminste wettelijk minimum-
loon.
Indien het verzuim wordt veroorzaakt door een ziekte die bij de sollicitatie
al aan de werknemer bekend was en hij daarvan na er door de werkgever
om gevraagd te zijn geen melding heeft gemaakt: Geen loonbetaling.
Op bovenstaande sancties is de geschillenregeling van toepassing zoals
verwoord in artikel 5 van de CAO Houthandel.

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE XII

WERKOVERLEG

Wat is werkoverleg?

Werkoverleg is het geregelde, gestructureerde overleg van chef en directe
medewerkers over alle aangelegenheden die het werk en de werksituatie
betreffen met een tweezijdig karakter.

Wat bereik je met werkoverleg?

• Betere informatie over het werk.
• Een grotere betrokkenheid bij het werk.
• Coördinatie en afstemming van werkzaamheden.
• Betere onderlinge verhoudingen op het werk.
• Mogelijkheid voor meepraten en meebeslissen over werk en arbeidsomstandigheden.
Waar moet werkoverleg aan voldoen?

• Werkoverleg moet geregeld plaatsvinden.
• Werkoverleg moet gestructureerd zijn:
– er moet een vergaderorde zijn;
– er moet van te voren nagedacht zijn over de onderwerpen;
– het moet bekend zijn wat er met de besluiten van het overleg
gedaan wordt;
– de werknemers moeten vooraf aan het overleg een agenda ontvangen;
– er moet een verslag worden gemaakt, waarin de besluiten staan
en aangegeven is wie daarop actie moet ondernemen.
• De leidinggevende/chef moet besluiten/knelpunten doorgeven aan
een hoger niveau in de organisatie. In een volgend werkoverleg kan
dan gerapporteerd worden wat er aan deze knelpunten is gedaan.
• Werkoverleg gaat over alle aangelegenheden die het werk en werksituatie
betreffen. Denk aan: arbeidsomstandigheden, arbeidsproductiviteit,
organisatie van het werk, arbeidsinhoud, arbeidsvoorwaarden.
Ondernemingsraad

• OR kan volgens art. 28.2 van de WOR het werkoverleg bevorderen.
• De ondernemer behoeft de instemming van de OR voor elk voorgenomen
besluit tot vaststelling, wijziging, intrekking van een regeling
op het gebied van werkoverleg volgens art. 27.1 van de WOR.

BIJLAGE XIII

ARTIKEL 20 LID 13; OPZEGBEPALINGEN VÓÓR 1 JANUARI
1999

1. OPZEGGING
Het opzeggen van een dienstverband dient zodanig te geschieden dat
het einde van het dienstverband steeds samenvalt met het einde van
de loonbetalingsperiode. De opzegging van een dienstverband dient
steeds schriftelijk te geschieden met verzendbewijs.
2. OPZEGTERMIJN
De termijn van opzegging is voor zowel de werkgever als voor de
werknemer tenminste gelijk aan de tijd die gewoonlijk tussen twee
opeenvolgende uitbetalingen van het in geld vastgestelde salaris verstrijkt,
doch niet langer dan zes weken. De beperking geldt niet voor
zover een langere duur van de termijn van opzegging uit het bepaalde
in de leden 3, 5 en 6 voortspruit.
3. VERLENGDE OPZEGTERMIJN OP GROND VAN DIENSTVERBAND
Onverminderd het bepaalde in lid 4 en in afwijking van artikel 7: 672
BW, worden de termijnen van opzegging als volgt vastgesteld:
– voor de werknemer bedraagt de termijn van opzegging een week
voor elke twee jaren dienstverband met een minimum van een
week en een maximum van zes weken;
– voor de werkgever bedraagt de termijn van opzegging een week
voor elk geheel jaar dienstverband met een minimum van een
week en een maximum van dertien weken.
4. VERLENGDE OPZEGTERMIJN OP GROND VAN LEEFTIJD
De termijn van opzegging die krachtens het vorige lid voor de werkgever
geldt, wordt verlengd met een week voor elk vol jaar, gedurende
hetwelk de werknemer na het bereiken van de leeftijd van 45
jaar bij hem in dienst is geweest, de duur van verlenging bedraagt
evenwel ten hoogste dertien weken.
5. MINIMUM OPZEGTERMIJN VOOR 45-PLUSSERS
De termijn van opzegging voor de werkgever bedraagt tenminste
vier weken ten aanzien van een werknemer die op de dag van opzegging
de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt.
6. OPZEGTERMIJN BIJ ONTSLAG VIA ARBEIDSBUREAU
Wanneer de dienstbetrekking wordt beëindigd na verkregen vergunning
van de directeur van het bevoegde Arbeidsbureau en de
behandelingstermijn daarbij meer dan vier weken heeft geduurd,
mag deze meerdere duur worden afgetrokken van de opzegtermijn,

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

met dien verstande, dat steeds een opzegtermijn van minstens een
loonbetalingsperiode in acht moet worden genomen.

BIJLAGE XVIII

BELANGRIJKE ADRESSEN

CNV Hout en Bouw:
Oude Haven 1, 3984 KT Odijk
Postbus 38, 3984 ZG Odijk
Tel: 030-6597711, Fax: 030-6571101

FNV Bouw:
Houttuinlaan 3, 3447 GM Woerden
Postbus 520, 3440 AM Woerden
Tel: 0348-575575, Fax: 0348-423610

Vereniging Van Nederlandse Houtondernemingen (VVNH):
Westeinde 6, 1334 BK Almere-Buiten
Postbus 1380, 1300 BJ Almere
Tel: 036-5321020, Fax: 036-5321029

Stichting SIVAG (Service Instituut Veiligheid, Arbeidsomstandigheden
en Gezondheid):
Westeinde 6, 1334 BK Almere-Buiten
Postbus 1380, 1300 BJ Almere
Tel: 036-5321020, Fax: 036-5321029

Stichting Fonds voor Onderzoek, Opleiding en Arbeidsverhoudingen in
de Houthandel (O.O.& A.):
Westeinde 6, 1334 BK Almere-Buiten
Postbus 1380, 1300 BJ Almere
Tel: 036-5321020, Fax: 036-5321029

CAO Geschillencommissie
Westeinde 6, 1334 BK Almere-Buiten
Postbus 1380, 1300 BJ Almere
Tel: 036-5321020, Fax: 036-5321029

Houthandel 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Dictum II
De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend ver-
klaard tot en met 31 juli 2009.

Dictum III
Voorzover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of
krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.

Dictum IV
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag-
tekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met
ingang van 1 augustus 2009 en heeft geen terugwerkende kracht.

Dictum V
Dit besluit zal in een bijvoegsel bij de Staatscourant worden geplaatst.
Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

’s-Gravenhage, 19 december 2007

De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

Namens deze,

De directeur Uitvoeringstaken
Arbeidsvoorwaardenwetgeving,

Mr. M. H. M. van der Goes.

Advertentie


Buzz Bouwbuzz
Bouwbuzz is de plek voor informatie over kalkzandsteen. Filmpjes, foto's, interviews, tips.
E-nergie.nl E-nergie.nl
Vergelijk alle energie leveranciers en bespaar honderden euro's door gratis over te stappen.
Hypotheken vergelijken Bizzeker.nl
Bizzeker.nl verstrekt informatie op het gebied van hypotheken, lenen, verzekeren, sparen, pensioen en beleggen.
Wilt u ook hierboven staan?

Bouwnieuws

Geen posts gevonden.
rss

Poll

Ik zie het jaar 2010 vol vertrouwen tegemoet.

Zeer mee eens
Mee eens
Neutraal
Mee oneens
Zeer mee oneens

Nieuwsbrief

Wilt u onze gratis nieuwsbrief ontvangen?
Nieuwsbrief Vul hier uw e-mail adres in:


Laatst toegevoegde bedrijven

De Interieurstudio
TimmermanVacature.nl
GawaloVacature.nl
LaserNed.nl
Baksteencentrum Limburg BV

Bedrijf van de week

Bussman Verhuur B.V.
Categorie: Materieel & Verhuur
Mortelweg 10, 6551 AE
Weurt (Gelderland)

Partners

BouwVacatures op BouwPlanet

Copyright RealLogic © 2003-2008 | Alle rechten voorbehouden | rss
Bouwtrefpunt.nl