Bouwtrefpunt.nl
home  |  adverteren  |  faq  |  links  |  sitemap  |  contact
  • Menu
    • Home
    • Bedrijvengids
    • Bouwproducten
    • Bouwvacatures
  • Extra
    • Begrippen
    • Hypotheken (tip)
    • Kennisbank
    • Leuke filmpjes
    • Vakbladen
  • Nieuws
    • Nieuwsbrief
    • Nieuwsarchief
    • Persberichten
    • RSS
  • Service
    • Adverteren
    • Contact
    • Favorieten
    • Startpagina
    • Tell-a-friend

CAO Bouwnijverheid

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN
EN WERKGELEGENHEID

BESLUIT VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN
WERKGELEGENHEID VAN 6 SEPTEMBER 2007 TOT
ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN BEPALINGEN
VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR DE
BOUWNIJVERHEID
UAW Nr. 10686

Bijvoegsel Stcrt. d.d. 10-09-2007, nr. 174

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van het Technisch Bureau Bouwnijverheid namens
partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende
tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve
arbeidsovereenkomst;

Naar aanleiding van dit verzoek zijn schriftelijke bedenkingen ingebracht
door Van Doorne Advocaten namens de Nederlandse Vereniging
van Uitzend-en Bemiddelingsbedrijven (NVUB);

Deze bedenkingen kunnen als volgt worden samengevat:

Ten aanzien van uitzendondernemingen die voor meer dan 50% van de
loonsom arbeidskrachten ter beschikking stellen aan werkgevers in de
zin van de cao voor de Bouwnijverheid (bouw-cao), met uitzondering
van uitzendondernemingen die lid zijn van de ABU of de NBBU, veroorzaken
de artikelen 89 lid 1B onderdeel a en 91 lid 1a een ongewenste
werkingssfeeroverlap met de NVUB-cao en is het niet bepaalbaar welke
cao op de leden van de NVUB van toepassing is.

Volledigheidshalve wijst bedenkinghebbende erop dat voor uitzendondernemingen,
die voor minder dan 50% van de loonsom arbeidskrachten
ter beschikking stellen aan werkgevers in de zin van de bouw-cao en
die niet lid zijn van de ABU of de NBBU, er geen regeling is getroffen.
Bedenkinghebbende gaat er vanuit dat de leden van de NVUB, die onder
deze categorie vallen, dus niet onder de werkingssfeerbepaling van artikel
91 lid 1b van de bouw-cao vallen.

Overwegende ten aanzien van de bedenkingen:

Vooropgesteld zij dat er geen sprake is van een werkingssfeeroverlap in
de zin van paragraaf 6.2.1 van het Toetsingskader AVV.

Verder is voldoende bepaalbaar welke cao-bepalingen de leden van de
NVUB moeten toepassen. Artikel 3 van de wet AVV bepaalt onder
andere dat elk beding tussen de (onder de werkingssfeer van de algemeen
verbindend verklaring vallende) werkgever en werknemer dat in
strijd is met de verbindend verklaarde bepalingen nietig is en dat daarvoor
in de plaats de verbindend verklaarde bepalingen gelden. Voor de
leden van de NVUB op wie het bepaalde van de artikelen 89 lid 1B
onderdeel a en 91 lid 1a van de onderhavige cao van toepassing is,
impliceert dit dat voor zover bepalingen in de NVUB-cao strijdig zijn
met de bij dit besluit verbindend verklaarde bepalingen, zij voor de duur
van dit besluit aan die strijdige cao-bepalingen geen toepassing mogen
geven en dat daarvoor in de plaats de verbindend verklaarde bepalingen
gelden.

Artikel 91 lid 1b richt zich enkel tot de werkgever in de zin van onderhavige
cao, namelijk de inlenende werkgever.

De ingebrachte bedenkingen treffen derhalve geen doel.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend
en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I
Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde
collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van
hetgeen in de dicta II, III, IV en V is bepaald:

HOOFDSTUK 4

INDIENSTTREDING EN ONTSLAG

Artikel 1

De arbeidsovereenkomst

1. Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde dan wel bepaalde tijd
dient schriftelijk te zijn aangegaan en ten minste de volgende gegevens
te bevatten:
• de datum van indiensttreding;
• de duur van het dienstverband;
• de eventuele proeftijd;

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

• de arbeidstijden;
• de functie-indeling;
• de standplaats (indien van toepassing);
• het vast overeengekomen loon dan wel de salariëring (bruto) per
betalingsperiode;
• de samenstelling van het vast overeengekomen loon;
• eventueel nader overeengekomen secundaire arbeidsvoorwaarden.
2. Een proeftijd is slechts geldig indien deze bij schriftelijk aangegane
overeenkomst tot stand is gekomen.
Afhankelijk van de overeengekomen duur van de arbeidsovereenkomst
met bouwplaatswerknemers dient de volgende maximale proeftijd
te worden aangehouden:
• bij een arbeidsovereenkomst korter dan een jaar: twee weken;
• bij een arbeidsovereenkomst van een jaar of langer, maar korter
dan 2 jaar: 1 maand;
• bij een arbeidsovereenkomst van 2 jaar of langer: 2 maanden.
Afhankelijk van de overeengekomen duur van de arbeidsovereenkomst
met UTA-werknemers dient de volgende maximale proeftijd
te worden aangehouden:
• bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd: twee maanden.
• bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
– korter dan twee jaar: ten hoogste een maand
– van twee jaar of langer: ten hoogste twee maanden
– waarbij het einde van de arbeidsovereenkomst niet op een
kalenderdatum is gesteld: ten hoogste een maand.
3. In afwijking van artikel 7:668a, lid 1 BW, geldt voor bouwplaatswerknemers
bij meerdere elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten
voor bepaalde tijd de laatste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
als aangegaan voor onbepaalde tijd indien:
• twee arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar hebben
opgevolgd met een tussenliggende periode van niet meer dan drie
maanden en een periode van twaalf maanden, deze tussenpozen
inbegrepen, is overschreden;
• meer dan twee voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten
elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan
drie maanden.
Voor de toepassing van dit artikellid worden kortdurende arbeidsovereenkomsten
voor bepaalde tijd welke uitsluitend worden aangegaan
ter bestrijding van de gladheid in de winterperiode niet meegeteld.

 

Artikel 3

Intredekeuring

1. Een verplichte intredekeuring geldt ten aanzien van functies die
zware lichamelijke arbeid met zich meebrengen en/of waarbij de veiligheid
van derden in het geding is, zowel op de bouwplaats als in
de werkplaats, indien:
a. een werknemer voor het eerst in dienst treedt bij een werkgever
in de zin van deze CAO;
b. een werknemer, na een eerder dienstverband bij een werkgever
in de zin van deze CAO, gedurende een periode van drie jaar
geen dienstverband heeft gehad bij een werkgever in de zin van
deze CAO;
De betreffende functies zijn met een asterisk (*) gemerkt in de
functielijst bouwplaatswerknemers (bijlagen 2a-1 en 2a-2) en/of de
functiematrix UTA-werknemers (bijlage 2b).

2. Het is de werkgever die een kandidaat-werknemer wil aannemen
voor een functie als bedoeld in lid 1 niet toegestaan een arbeidsovereenkomst
aan te gaan, indien niet gelijktijdig de uitslag van intredekeuring
uitwijst dat de werknemer geschikt is voor de beoogde functie.
De geschiktheidsverklaring moet worden verwerkt in de
arbeidsovereenkomst.
3. De in lid 1 bedoelde intredekeuring is niet vereist voor een arbeidsovereenkomst
met een werknemer die onder begeleiding staat van de
uitvoeringsinstelling en/of arbodienst en waarvoor afspraken terzake
met de werkgever schriftelijk zijn vastgelegd.
4. De in lid 1 bedoelde intredekeuring dient te worden uitgevoerd door
een gecertificeerde arbodienst die voldoet aan de door de Stichting
Arbouw te stellen kwaliteitseisen. De uitslag van de keuring luidt:
geschikt, geschikt onder voorwaarden of ongeschikt. Deze uitslag
dient aan de werknemer en de werkgever bekend gemaakt te worden,
met inachtneming van de wettelijke bepalingen ten aanzien van
de privacy.
5. Indien sprake is van geschiktheid onder voorwaarden en de werkgever
tot aanstelling besluit, zal de arbeidsovereenkomst slechts tot
stand komen indien over de aanstelling in een bepaalde functie met
de uitvoeringsinstelling en arbodienst schriftelijk vastgelegde afspraken
zijn gemaakt over hoe de voorwaarden zullen worden vervuld.
6. Indien de werknemer het op gefundeerde gronden niet eens is met de
keuringsuitslag, kan hij de Stichting Arbouw verzoeken om een herkeuring
te laten uitvoeren.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 4

Introductie

1. De werkgever zal bij het in dienst nemen van een werknemer zorgdragen
voor een goede introductie. De introductie zal onder andere
de volgende punten omvatten:
a. informatie over aard en organisatie van het bedrijf;
b. informatie over de aard en duur van het object en de door de
werknemer te verrichten werkzaamheden;
c. kennismaking op het werk;
d. zowel mondelinge als schriftelijke informatie over de op de
werknemer van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden;
e. informatie over voorzieningen op het gebied van veiligheid,
gezondheid en hygiëne ;
f. informatie over de opleidingsmogelijkheden;
g. indien in de onderneming een ondernemingsraad is ingesteld zal
informatie gegeven worden over de samenstelling van de ondernemingsraad.
Tevens zal overhandigd worden een reglement van
de ondernemingsraad en reglementen van eventuele commissies
van de ondernemingsraad.
Artikel 5a

Beëindiging dienstverband bouwplaatswerknemers

1. Ten aanzien van de beëindiging van de arbeidsverhouding zijn de
bepalingen van het BW van toepassing met inachtneming van hetgeen
in de navolgende leden van dit artikel is bepaald.
2. In afwijking van artikel 7:672, lid 2 en lid 3 BW, wordt de door de
werkgever en werknemer in acht te nemen opzegtermijn bepaald aan
de hand van de tabellen opgenomen in bijlage 3.
3. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:672, lid 4 BW kan de door
de werkgever in acht te nemen opzegtermijn met een maand worden
bekort indien de werkgever beschikt over een ontslagvergunning
afgegeven door het CWI. In dat geval kan de opzegtermijn nooit
minder dan één maand bedragen.
4. De opzegging door de werkgever of de werknemer dient schriftelijk
te geschieden. Met inachtneming van de opzegtermijn kan de feitelijke
beëindiging van het dienstverband uitsluitend na afloop van de
laatste dag van een loonweek plaatsvinden.

5. Indien in de opzegtermijn vakantiedagen van de aaneengesloten
zomervakantie vallen, wordt de opzegtermijn met deze dagen verlengd.
6. Het bepaalde in de leden 2 en 4 geldt niet voor chauffeurs, als
bedoeld in de functielijst bouwplaatswerknemers (bijlage 2a-1), nummers
22, 62 en 89. Voor hen gelden de wettelijke bepalingen van de
opzegtermijnen.
7. a. Indien bij de beëindiging van een dienstverband na 1 januari 2006
niet opgenomen, door te betalen vakantiedagen resteren, zal de werkgever
die dagen uitbetalen, of de werknemer de gelegenheid bieden
die dagen alsnog op te nemen vóór de beëindiging van het dienstverband.
b. Indien bij de beëindiging van een dienstverband na 1 januari 2006
meer doorbetaalde vakantiedagen zijn opgenomen dan de werknemer
had opgebouwd, kan de werkgever deze meerdere dagen met de
werknemer verrekenen.
8. a. Indien blijkt dat de werknemer op het tijdstip van beëindiging
van het dienstverband recht heeft op een groter aantal dan de feitelijk
opgenomen, door te betalen roostervrije dag(en), dient deze
dag respectievelijk dienen deze dagen, alsnog na overleg met de
werkgever vóór de beëindiging van het dienstverband te worden
opgenomen.
b. Alleen wanneer het dienstverband op verzoek van de werknemer
wordt beëindigd dan wel bij beëindiging van het dienstverband
om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 BW, kan in
geval bij de beëindiging van het dienstverband de werknemer
meer roostervrije dagen blijkt te hebben opgenomen dan waarop
hij op de datum van beëindiging recht had, de werkgever deze
meerdere dagen met de werknemer verrekenen.
c. Indien de werknemer op het tijdstip van een faillissement van de
werkgever recht heeft op een groter aantal roostervrije dagen dan
feitelijk opgenomen, worden deze dagen geacht niet te zijn opgenomen
tijdens de opzegtermijn, tenzij ze aantoonbaar vooraf
reeds tijdens die periode waren ingeroosterd.
9. Bij tussentijdse beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt een
eventueel saldo aan overuren uitbetaald, conform het bepaalde in
artikel 35a inzake de overwerktoeslag.
10. Bij tussentijdse beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdens een
kalenderjaar vindt geen verrekening plaats van de door de werkgever
aan de werknemer betaalde bijdrage aan de levensloopregeling,
als bedoeld in artikel 83.
12. In afwijking van artikel 7:670 lid 1 BW, kan de werkgever de

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

dienstbetrekking wel opzeggen, met inachtneming van de krachtens
dit artikel geldende opzegtermijnen, als een werknemer met een
arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd arbeidsongeschikt is en er
tijdens de arbeidsongeschiktheid geen werk voor betreffende werknemer
meer voorhanden is. Het betreft hier werk op het object waar
de werknemer vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid werkzaamheden
heeft verricht. De dienstbetrekking eindigt in dat geval
echter niet direct na verstrijken van de opzegtermijn, maar pas op het
moment dat de werknemer weer arbeidsgeschikt is. Indien toestemming
van CWI is verkregen, kan het dienstverband in elk geval worden
beëindigd, wanneer de arbeidsongeschiktheid twee jaar heeft
geduurd.

14. Bij arbeidsverhindering door vorst of een daarmee in het reglement
van de Stichting Risicofonds voor de Bouwnijverheid, genoemd in
artikel 55 van deze CAO, gelijkgestelde omstandigheid, kan een
werknemer geen ontslag worden aangezegd. Een vóór deze arbeidsverhindering
aangezegd ontslag, dan wel een ontslag dat voortvloeit
uit het verstrijken van de termijn waarvoor de arbeidsovereenkomst
is aangegaan, wordt hierdoor echter niet opgeschort. Evenmin verzet
deze arbeidsverhindering zich tegen ontslag op staande voet, wegens
een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW.
15. Voor werknemers in de industriële steigerbouw geldt een ontslagverbod
in de periode van 1 november tot en met 1 april. Bovengenoemd
verbod is geregistreerd op naam, tenzij het bedrijf de voorkeur
te kennen geeft om het totale personeelsbestand onder de
ontslagbescherming te brengen. Dit ontslagverbod is voor de werkgever
niet van toepassing indien er een dringende reden aanwezig is
als bedoeld in artikel 7:678 BW.
Artikel 5b

Beëindiging dienstverband UTA-werknemers

1. De opzegging door de werkgever of de werknemer dient schriftelijk
te geschieden. Met inachtneming van de opzegtermijn kan de feitelijke
beëindiging van het dienstverband uitsluitend na afloop van de
laatste dag van een loonbetalingsperiode plaatsvinden. Bij schriftelijke
overeenkomst of door het gebruik kan een andere dag daarvoor
worden aangewezen.
2. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:672, lid 2 BW bedraagt de

door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn bij een arbeidsovereenkomst
die op de dag van opzegging:

• korter dan vijf jaar heeft geduurd: één maand;
• vijf jaar of langer maar korter dan tien jaar heeft geduurd: twee
maanden;
• tien jaar of langer maar korter dan vijftien jaar: drie maanden;
• vijftien jaar of langer heeft geduurd: vier maanden.
3. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:672, lid 4 BW kan de door
de werkgever in acht te nemen opzegtermijn met een maand worden
bekort indien de werkgever beschikt over een ontslagvergunning
afgegeven door het CWI. In dat geval kan de opzegtermijn nooit
minder dan één maand bedragen.
4. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:672, lid 3 BW bedraagt de
door de werknemer in acht te nemen opzegtermijn één maand.
5. a. Indien bij de beëindiging van een dienstverband niet opgenomen,
door te betalen vakantiedagen resteren, zal de werkgever die
dagen uitbetalen, of de werknemer de gelegenheid bieden die
dagen alsnog op te nemen vóór de beëindiging van het dienstverband.
b. Indien bij de beëindiging van een dienstverband na 1 januari
2006 meer doorbetaalde vakantiedagen zijn opgenomen dan de
werknemer had opgebouwd, kan de werkgever deze meerdere
dagen met de werknemer verrekenen.
6. a. Indien blijkt dat de werknemer op het tijdstip van beëindiging
van het dienstverband recht heeft op een groter aantal dan de feitelijk
opgenomen, door te betalen roostervrije dag(en), dient deze
dag respectievelijk dienen deze dagen, alsnog na overleg met de
werkgever vóór de beëindiging van het dienstverband te worden
opgenomen.
b. Alleen wanneer het dienstverband op verzoek van de werknemer
wordt beëindigd dan wel bij beëindiging van het dienstverband
om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 BW, kan in
geval bij de beëindiging van het dienstverband de werknemer
meer roostervrije dagen blijkt te hebben opgenomen dan waarop
hij op de datum van beëindiging recht had, de werkgever deze
meerdere dagen met de werknemer verrekenen.
c. Indien de werknemer op het tijdstip van een faillissement van de
werkgever recht heeft op een groter aantal roostervrije dagen dan
feitelijk opgenomen, worden deze dagen geacht niet te zijn opgenomen
tijdens de opzegtermijn, tenzij ze aantoonbaar vooraf
reeds tijdens die periode waren ingeroosterd.
7. Bij tussentijdse beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdens een
kalenderjaar vindt geen verrekening plaats van de door de werkge

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

ver aan de werknemer betaalde bijdrage aan de levensloopregeling,
als bedoeld in artikel 83.

8. Een voor onbepaalde tijd aangegane dienstbetrekking eindigt in elk
geval met het einde van de betalingsperiode waarin de werknemer
65 jaar wordt, tenzij anders wordt overeengekomen.
HOOFDSTUK 5

VERPLICHTINGEN TEN AANZIEN VAN DE
ARBEIDSVERHOUDING

Artikel 6

Functie-uitoefening

1. a. De bouwplaatswerknemer is verplicht:
• de werkzaamheden die hem door of vanwege de werkgever
worden opgedragen, zijn beroep in aanmerking genomen,
naar diens voorschriften op de best mogelijke wijze te verrichten;
• andere, in verband met zijn beroep passende arbeid te verrichten
voor zover en zolang hij de werkzaamheden waarvoor
hij is aangenomen niet kan verrichten;
• zich voor zijn doen en laten te richten naar het gedrag van de
goede en plichtsgetrouwe werknemer.
b. De UTA-werknemer is gehouden de aan hem door of vanwege
de werkgever opgedragen werkzaamheden die samenhangen met
de uitoefening van zijn functie op de door of vanwege de werkgever
in redelijkheid te bepalen plaats op de best mogelijke wijze
uit te voeren. Bovendien kunnen de werknemer na redelijk over-
leg andere werkzaamheden worden opgedragen, wanneer bijzondere
omstandigheden daartoe aanleiding geven.
2. Bij functiewijziging ten gevolge van technologische vernieuwingen
is de werkgever gehouden de bij hem in dienst zijnde UTAwerknemers
bij voorkeur voorrang te geven boven externe kandidaten.
3. De UTA-werknemer is gehouden, tenzij er gegronde bezwaren zijn,
arbeid te verrichten in een andere onderneming dan die van de werkgever
in wiens dienst hij is in de volgende gevallen:
a. indien het werk betreft bij een werkmaatschappij of een dochter

onderneming, dan wel bij de moedermaatschappij van de werkgever
c.q. bij een combinatie waarbij de werkgever direct of door
middel van een werkmaatschappij of een dochteronderneming
dan wel door zijn moedermaatschappij betrokken is;

b. in bijzondere gevallen waaronder begrepen tijdelijke hulpverlening
van de ene werkgever aan de andere.
In de onder a. en b. genoemde gevallen zal de arbeid worden verricht,
onder handhaving van de arbeidsverhouding met zijn oorspronkelijke
werkgever en onder ten minste dezelfde voorwaarden, tenzij
schriftelijk tussen betrokken werkgever en werknemer anders is
overeengekomen. De extra reis-en verblijfkosten, welke in verband
met deze tewerkstelling moeten worden gemaakt, zijn voor rekening
van de werkgever, volgens een daartoe vast te stellen regeling.

4. De bouwplaatswerknemer is gehouden – tenzij hij daartegen gegronde
bezwaren heeft – arbeid te verrichten in een andere onderneming
dan die van de werkgever in wiens dienst hij is in de volgende
gevallen:
a. incidenteel voor een korte tijdsduur;
b. in geval van tijdelijke hulpverlening van de ene werkgever aan
de andere.
In de onder a. en b. genoemde gevallen zal de arbeid worden verricht
onder ten minste dezelfde voorwaarden als wanneer hij in de
onderneming van zijn werkgever arbeid verricht.

5. Het is de werkgever geoorloofd de bouwplaatswerknemer arbeid te
doen verrichten voor een dochter-of andere aan de zijne verwante
onderneming, mits onder ten minste dezelfde voorwaarden als die
welke voor diens arbeid in de onderneming van de werkgever gel-
den. De arbeidsverhouding met de uitlenende werkgever wordt dan
gehandhaafd, tenzij het tegendeel met de werknemer schriftelijk is
overeengekomen. Een eventuele nieuwe arbeidsovereenkomst met
de dochter-of verwante onderneming dient schriftelijk, onder dezelfde
voorwaarden, te worden aangegaan. De werkgever is verplicht
aan Cordares opgave te doen van de werknemer die hij heeft uitgeleend.
Artikel 7

Beroepsarbeid voor derden

2. Onverminderd de bevoegdheid tot ontslag op staande voet wegens de
aanwezigheid van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677
BW, is de werkgever gerechtigd bij ernstige afwijking van het
bepaalde in artikel 6 lid 1 – als hoedanig onder meer gelden: het herhaaldelijk
te laat komen op of het moedwillig verzuimen van het
werk – een schorsing toe te passen van maximaal een week.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

HOOFDSTUK 6

ARBEIDSDUUR, VERZUIM EN VERLOF

Artikel 8

De normale arbeidsduur en arbeidstijden

1. De normale arbeidsduur bedraagt veertig uur per werkweek en acht
uur per dag. De werkweek loopt van maandag tot en met vrijdag. De
zaterdag en zondag worden niet als normale werkdagen beschouwd.
2. De dagelijkse arbeidstijd en rusttijden zullen door de werkgever in
redelijk overleg met de werknemer in zijn onderneming c.q. op de
bouwplaats worden vastgesteld.
3. De arbeid voor bouwplaatswerknemers wordt verricht tussen 07.00
uur en 18.00 uur.
4. Voor bouwplaatswerknemers geldt voorts dat, indien de arbeidstijd,
de in de Normregeling Arbeidstijden voorgeschreven pauze, zoals
opgenomen in bijlage 4 van deze CAO, en de reistijd tezamen meer
bedragen dan 11,5 uur per dag, de arbeidstijd in zoverre zal worden
ingekort. De in de normale arbeidstijd vallende reisuren zullen als
arbeidsuren betaald worden.
5. Voor partieel leerplichtigen die niet deelnemen aan het leerlingstelsel
bedraagt de arbeidsduur 24 uur per week voor hen die twee dagen
per week partieel leerplichtig zijn en 32 uur per week voor hen die
één dag per week partieel leerplichtig zijn. Voor de definitie van partiële
leerplicht wordt verwezen naar bijlage 8.
6. Op verzoek van de werknemer kunnen werkgever en werknemer in
onderling overleg de dagelijkse en wekelijkse arbeidstijden vastleggen,
met inachtneming van de CAO. De werkgever zal daarbij rekening
houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer
en zorgdragen voor een bestendig en regelmatig arbeidstijdpatroon.
Werkgever en werknemer dragen er zorg voor dat het arbeidspatroon
per kwartaal ten minste 28 dagen voor aanvang van dat kwartaal is
vastgesteld. Van deze termijn kan worden afgeweken met instemming
van de betrokken werknemer.
7. Het werken op zaterdagen en zondagen kan niet worden verplicht.

8. Een werknemer die ernstige gewetensbezwaren heeft tegen het werken
op zon-en erkende christelijke feestdagen kan hiertoe niet verplicht
worden, indien de werknemer dit tijdig voor de aanvang van
de werkzaamheden aan de werkgever kenbaar maakt.
9. Bouwplaatswerknemers jonger dan 18 jaar mogen geen overwerk
verrichten.
10. In een onderneming met een ondernemingsraad kan een afwijkende
arbeidstijdenregeling van toepassing zijn indien en voorzover deze
regeling de normale arbeidsduur van 40 uur per week niet overschrijdt
en mits de werkgever en de ondernemingsraad hierover overeenstemming
hebben bereikt. De bepalingen van artikel 73 van deze
CAO zijn van toepassing. De volgende randvoorwaarden dienen in
acht genomen te worden:
• voor de afwijkende werktijden gelden de normen van de Normregeling
Arbeidstijden, zoals opgenomen in bijlage 4 van deze
CAO, als uiterste grens;
• de zaterdag en zondag kunnen niet als normale werkdagen beschouwd
worden;
• in geval van zondagsarbeid in de B&U-sector heeft de werknemer
aanspraak op minimaal 8 vrije zondagen per 13 weken;
• in geval van een afwijkende arbeidstijdenregeling waarbij gedurende
een bepaalde periode meer dan 8 uur (maximaal 9 uur) per
dag en in een andere periode minder dan 8 uur per dag (gemiddeld
40 uur per week over een periode van 13 weken) wordt
gewerkt, bedraagt de duur van het dienstverband ten minste
anderhalf maal de duur van de afwijkende arbeidstijdenregeling;
• bij een arbeidstijdpatroon van minder dan vijf werkdagen per
week, dient de beloning en de opbouw van rechten ten behoeve
van de in artikel 55 genoemde fondsen vergelijkbaar te zijn met
die bij een vijfdaagse werkweek;
• werknemers van 55 jaar of ouder behouden de mogelijkheid te
komen tot een vierdaagse werkweek bij een normale arbeidsduur
van 8 uur per dag, zoals bepaald in artikel 11a en 11b;
• de ondernemingsraad moet van de overeengekomen afwijkende
werktijdenregeling melding doen bij het secretariaat van CAOpartijen.
Artikel 9

Normregeling Arbeidstijden

Indien en voorzover in deze CAO niets is bepaald inzake een onderdeel
van de arbeidstijden zijn de normen van de Normregeling Arbeidstijden,
zoals opgenomen in bijlage 4 van deze CAO, van toepassing, met dien
verstande dat in geval van zondagsarbeid in de B&U-sector de werknemer
aanspraak heeft op minimaal acht vrije zondagen per dertien weken.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 10

Deeltijdwerk

1. Een verzoek van de werknemer om zijn arbeidsduur aan te passen
wordt gehonoreerd tenzij redelijkerwijze bedrijfsbelangen zich hiertegen
verzetten. Indien het verzoek wordt gehonoreerd, stelt de
werkgever na overleg met de werknemer de werktijden vast. Bij
afwijzing van het verzoek zal de werkgever de werknemer informeren
welke inhoudelijke argumenten tot het besluit hebben geleid. De
werkgever zal binnen vier weken na het indienen van het verzoek
zijn standpunt aan de werknemer bekend maken.
2. Indien sprake is van deeltijdarbeid voor bouwplaatswerknemers zullen
de volgende bepalingen van deze CAO naar rato van de omvang
van de arbeidsduur, zoals gedefinieerd in artikel 8, worden toegepast:
de bepalingen uit de artikelen 19a (roostervrije dagen), 21 lid 2 (kort
verzuim), 23a (vakantiedagen), 27, 28 en 30a (garantielonen, loonsverhogingen
en eenmalige uitkeringen), 39 (toeslag steenszetters) en
44 (premie schadevrij rijden).
3. Wanneer de omvang van het dienstverband wijzigt geldt dat het aantal
individuele roostervrije dagen wordt bepaald door het totaal aantal
roostervrije dagen naar rato van de omvang van de nieuwe
arbeidsduur onder aftrek van het aantal reeds genoten roostervrije
dagen.
4. Ten aanzien van de artikelen 41a en 42 (reiskosten en reisuren
bouwplaatswerknemers) geldt dat deze in geval van deeltijdarbeid in
afwijking van bovenstaande artikelen naar rato van het aantal gewerkte
dagen per week worden toegepast.
5. Indien sprake is van deeltijdarbeid voor UTA-werknemers zullen de
bepalingen van deze CAO naar rato van de omvang van de arbeidstijd
worden toegepast. Dit naar rato-principe geldt echter niet voor
toepassing van de artikelen 17 en 35b (overwerkregeling) en 41b
(reis-en verhuiskostenregeling).
Artikel 11a

Vierdaagse werkweek voor bouwplaatswerknemers van 55 jaar en
ouder

1. Een werknemer van 55 jaar of ouder kan de werkgever verzoeken

zijn werkweek aan te passen tot vier dagen (32 uur). Artikel 10 lid 1
is van overeenkomstige toepassing.
Een vierdaagse werkweek kan ingaan vanaf het moment dat de werknemer
de 55-jarige leeftijd heeft bereikt en een vierdaagse werkweek
met inachtneming van lid 2 over de rest van het kalenderjaar mogelijk
is.

2. Om per kalenderjaar te komen tot een vierdaagse werkweek gebruikt
de werknemer van 55 jaar of ouder de feestdagen, zijn verlofdagen,
zijn roostervrije dagen (inclusief scholingsdagen) en zijn seniorendagen,
met dien verstande dat vijftien verlofdagen worden aangewend
voor de zomervakantie conform artikel 23a. Het resterende
aantal benodigde dagen wordt door de werknemer ,,gekocht’’, met
dien verstande dat een werknemer, die in geval van een collectieve
bedrijfssluiting binnen een kalenderjaar dagen tekort komt (rekening
houdend met het recht op drie weken aaneengesloten zomervakantie)
recht heeft op maximaal vijf extra roostervrije dagen. In afwijking
van artikel 19a lid 4 van deze CAO geschiedt de vaststelling
van de in de onderneming vast te stellen roostervrije dagen in goed
overleg tussen werkgever en de desbetreffende werknemer. De opbouw
van roostervrije dagen vindt plaats op basis van een volledige
werkweek van vijf dagen. Bijlage 5 bevat voorbeeldroosters voor de
jaren 2007, 2008 en 2009.
3. In onderling overleg tussen de werknemer en de werkgever worden
de verschillende soorten vrije dagen gelijkelijk over het jaar gespreid
en schriftelijk vastgelegd minimaal één maand voorafgaande aan de
invoeringsdatum dan wel voorafgaande aan het volgende kalenderjaar.
In weken waarin een feest-of in de onderneming vastgestelde
roostervrije dag valt, geldt deze feestof in de onderneming vastgestelde
roostervrije dag als de vrije dag van die week. De genoemde
spreiding vindt zodanig plaats dat de eventueel resterende vrije
dagen verlofdagen zijn als bedoeld in artikel 23a.
4. De waarde van het aantal te ,,kopen’’ dagen wordt ingehouden met
behulp van een aankooppercentage. Dit aankooppercentage wordt in
2007 en 2009 als volgt berekend:
aantal koopdagen X 1,08
261

Het aankooppercentage is in 2008:

aantal koopdagen X 1,08
262

5. Met betrekking tot de premies en afdrachten over koopdagen geldt
het volgende. De pensioenpremies worden berekend over de

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

pensioengrondslag en de premie Invaliditeitspensioen over het premieloon
vóór aftrek van het aankoopbedrag. De waarde van de te
,,kopen’’ dagen kan niet in mindering worden gebracht op de grondslag
voor de bedrijfstakeigen regelingen of de vakantietoeslag. Dat
deel van de premie O&O-fonds dat betrekking heeft op het Scholingsfonds
behoeft de werkgever niet af te dragen. De werknemer kan
twee dagen per jaar scholing in de zin van artikel 61a volgen op een
vrije dag van de week. De cursusen reiskosten kunnen gedeclareerd
worden bij het Scholingsfonds volgens de gebruikelijke systematiek.
De vakantietoeslag wordt op de gebruikelijke wijze berekend over
het salaris (vóór aftrek van het aankoopbedrag).

6. a. Bij arbeidsongeschiktheid wordt 100% van het vast overeengekomen
loon doorbetaald gedurende maximaal 52 weken en vervolgens
gedurende maximaal de volgende 52 weken 70%, zoals bepaald in
artikel 50 lid 2.
b. Het aankoopbedrag bij arbeidsongeschiktheid wordt volgens de
gebruikelijke systematiek ingehouden.
c. Bij arbeidsongeschiktheid op een vakantiedag of seniorendag
behoudt de werknemer het recht deze dag op een ander moment
op te nemen.
d. Het recht op een vervangende roostervrije of gekochte vrije dag
vervalt bij arbeidsongeschiktheid.
7. De werknemer kan zijn werkgever verzoeken op enig moment de
extra vrije dagen weer in te ruilen voor loon en over te gaan tot een
volledige werkweek van vijf dagen. Artikel 10 lid 3 is van toepassing.
8. Bij beëindiging van het dienstverband wordt berekend op hoeveel
extra vrije dagen de betrokken werknemer nog recht heeft. Indien
blijkt dat de werknemer op het tijdstip van beëindiging van het
dienstverband recht heeft op een groter aantal extra vrije dagen dan
feitelijk is opgenomen, zullen deze dagen worden uitbetaald. Indien
blijkt dat de werknemer op het tijdstip van beëindiging van het
dienstverband een groter aantal extra vrije dagen heeft opgenomen
dan waarop hij recht heeft, zullen deze dagen worden verrekend.
Artikel 11b

Vierdaagse werkweek voor UTA-werknemers van 55 jaar en ouder

1. Een werknemer van 55 jaar of ouder kan de werkgever verzoeken
zijn werkweek aan te passen tot vier dagen (32 uur), met inachtne

ming van de leden 2 tot en met 9 van dit artikel. Artikel 10 lid 1 is
van overeenkomstige toepassing tenzij uit het hiernavolgende anders
blijkt. Een vierdaagse werkweek kan ingaan vanaf het moment dat
de werknemer de 55-jarige leeftijd heeft bereikt.

2. Om per kalenderjaar te komen tot een vierdaagse werkweek gebruikt
de werknemer van 55 jaar of ouder de feestdagen, zijn verlofdagen,
zijn roostervrije dagen en zijn seniorendagen , met dien verstande dat
ten minste vijftien verlofdagen kunnen worden aangewend voor de
zomervakantie conform artikel 23b lid 8. De opbouw van roostervrije
dagen vindt plaats op basis van een volledige werkweek van
vijf dagen.
3. De werknemer van 55 jaar of ouder die ingedeeld is in functieladder
1 (uitvoering) van deze CAO, hoeft geen dagen in te kopen. De
werkgever betaalt de dagen die deze werknemer tekort komt door.
Echter, in het geval voor deze werknemer sprake is van een collectieve
wintersluiting waardoor hij verlofdagen tekort komt om een
vierdaagse werkweek te realiseren, zal de werknemer ter compensatie
een aantal weken vijf dagen werken.
4. De werknemer van 55 jaar of ouder die is ingedeeld in functieladder
2, 3, 4 of 5 en die gebruik maakt van de vierdaagse werkweek voor
55-plussers als bedoeld in dit artikel krijgt recht op maximaal vijf
extra verlofdagen met behoud van salaris voor zover hij deze dagen
tekort zou komen ten gevolge van een collectieve wintersluiting en
ervan uitgaande dat deze werknemer drie weken aaneengesloten
zomervakantie geniet.
5. De werknemer die niet valt onder lid 3 van dit artikel kan het resterende
aantal benodigde dagen kopen, met dien verstande dat de
werknemer in de gelegenheid gesteld kan worden om gespreid over
het jaar een aantal weken toch vijf dagen te werken.
6. In onderling overleg tussen de werknemer en de werkgever worden
de verschillende soorten vrije dagen gelijkelijk over het jaar gespreid
en schriftelijk vastgelegd minimaal één maand voorafgaande aan de
invoeringsdatum dan wel aan het volgende kalenderjaar. In weken
waarin een feestdag valt, geldt deze feestdag als de vrije dag van die
week. De genoemde spreiding vindt zodanig plaats dat de eventueel
resterende vrije dagen verlofdagen zijn als bedoeld in artikel 23b.
7. Het maximale aantal te ,,kopen’’ dagen voor een werknemer van 55
jaar of ouder bedraagt 22 per kalenderjaar. Het maximale aantal te
,,kopen’’ dagen voor een werknemer van 60 jaar of ouder bedraagt
twintig per kalenderjaar. De waarde van het aantal dagen dat een
werknemer ,,koopt’’ wordt ingehouden op zijn salaris met behulp van

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

een aankooppercentage. Dit aankooppercentage wordt in 2007 en
2009 als volgt berekend:

aantal koopdagen X 1,08
261

Het aankooppercentage is in 2008:

aantal koopdagen X 1,08
262

8. Met betrekking tot de premies en afdrachten geldt het volgende. De
pensioenpremies worden berekend over de pensioengrondslag, de
premie Invaliditeitspensioen over het premieloon vóór aftrek van het
aankoopbedrag. De waarde van de te ,,kopen’’ dagen kan niet in mindering
worden gebracht op de grondslag voor de bedrijfstakeigen
regelingen of de vakantietoeslag.
9. a. Bij arbeidsongeschiktheid wordt 100% van het salaris doorbetaald
gedurende maximaal 52 weken, en vervolgens 70% gedurende
maximaal de volgende 52 weken, zoals bepaald in artikel
50 lid 2.
b. Het aankoopbedrag zoals genoemd in lid 7 wordt volgens de
gebruikelijke systematiek ingehouden.
c. Bij arbeidsongeschiktheid op een vakantiedag of seniorendag
behoudt de werknemer het recht deze dag op een ander moment
op te nemen.
d. Het recht op een vervangende roostervrije of gekochte vrije dag
vervalt bij arbeidsongeschiktheid.
10. De werknemer kan zijn werkgever verzoeken de onderhavige regeling
te beëindigen, de extra vrije dagen weer in te ruilen voor salaris
en over te gaan tot een volledige werkweek van vijf dagen. Artikel
10 lid 3 is van toepassing tenzij uit dit artikel anders blijkt.
11. Bij beëindiging van het dienstverband wordt, met inachtneming van
het reeds ingehouden aankoopbedrag, berekend op hoeveel extra
vrije dagen de betrokken werknemer nog recht heeft. Indien blijkt
dat de werknemer op het tijdstip van beëindiging van het dienstverband
recht heeft op een groter aantal extra vrije dagen dan feitelijk
is opgenomen, zullen deze dagen worden uitbetaald. Indien blijkt dat
de werknemer op het tijdstip van beëindiging van het dienstverband
een groter aantal extra vrije dagen heeft opgenomen dan waarop hij
recht heeft, zullen deze dagen worden verrekend.

Artikel 12

Ploegendienst

Bij ploegendienst volgens dienstrooster kan worden afgeweken van de
in artikel 8 lid 1 genoemde arbeidsduur met dien verstande dat de nor-
male arbeidsduur moet liggen tussen maandagochtend 0.00 uur en
vrijdagavond 24.00 uur en per twee weken niet meer mag bedragen dan
80 uur.

Artikel 13

Kust-en Oeverwerken

In afwijking van het bepaalde in artikel 8 lid 3 valt de arbeidstijd voor
Kust-en Oeverwerken tussen 06.00 uur en 18.00 uur.

Artikel 14

Verschoven uren Infra

1. Indien zulks door de opdrachtgever in besteksbepalingen wordt geëist
kan de arbeidstijd bij vernieuwing, onderhoud en reparatie van infrastructurele
werken worden verschoven, met inachtneming van de
vaststelling van het arbeidstijdpatroon door de werkgever in redelijk
overleg met de werknemers van zijn onderneming, zoals bepaald in
artikel 8 lid 6. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
a. Een werknemer kan niet verplicht worden tot arbeid buiten de
grenzen van artikel 8 lid 3 of artikel 13, tenzij schriftelijk overeengekomen
bij aanvang van het dienstverband.
b. Verschoven arbeidstijden dienen tot het hoogst noodzakelijke
beperkt te worden. In beginsel zal een werknemer van 55 jaar of
ouder per jaar niet meer dan dertig weken per kalenderjaar in verschoven
arbeidstijden werken.
c. Onvoorziene omstandigheden daargelaten dient de werkgever
verschoven arbeidstijden ten minste veertien dagen voor aanvang
aan de werknemer bekend te maken.
d. Indien in het kader van verschoven arbeidstijden de feitelijk
gewerkte uren minder bedragen dan veertig uur per kalenderweek,
wordt de arbeidsduur geacht veertig uur te zijn geweest.
e. Indien de arbeidstijd na 20.00 uur aanvangt heeft de bestuurder
van een auto met inzittenden recht op een half uur rusttijd, direct
voorafgaande aan de reistijd.
f. Indien een werknemer tijdens de werkweek overgaat van normale
naar verschoven arbeidstijd beëindigt hij de normale arbeidstijd
zoveel eerder als nodig is om tien uur rusttijd te hebben voor aanvang
van de verschoven arbeidstijd. Reisuren verlengen deze
periode.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

g. Per week heeft de werknemer recht op een onafgebroken rusttijd
van 48 uur. Eenmaal per twee achtereenvolgende weken dient de
rusttijd de periode te omvatten van zaterdag 06.00 uur tot zondag
21.00 uur.
h. In kalenderweken waarin feestdagen of roostervrije dagen vallen,
zullen de werknemers die volgens verschoven arbeidstijden werken
hun arbeidstijd met hetzelfde aantal uren kunnen bekorten.
i. Indien in een week alle diensten van een werknemer na 20.00 uur
aanvangen, mag de arbeidsduur van veertig uur over vier diensten
worden verdeeld. De beloning en de opbouw van de rechten
ten behoeve van de in artikel 55 genoemde fondsen dienen vergelijkbaar
te zijn met die bij een vijfdaagse werkweek.
2. Indien ten gevolge van het in lid 1 van dit artikel bepaalde asfalt
moet worden geproduceerd, zal ook de arbeidstijd voor werknemers
in de asfaltcentrales worden verschoven, met inachtneming van artikel
8 lid 6 en de overige in lid 1 van artikel 14 vermelde voorwaarden.
Artikel 15

Verplicht overwerk bouwplaatswerknemers

1. Bouwplaatswerknemers ouder dan 18 jaar met een volledig dienstverband
kunnen per kalenderjaar gedurende maximaal 26 weken en
tot een maximum van drie uur per week tot overwerk worden verplicht,
ten behoeve van de opvang van discontinuïteit in de bedrijfsvoering.
Daarbij gelden de in de volgende leden van dit artikel vermelde
voorwaarden.
2. De werkgever kan de overwerkregeling als bedoeld in lid 1 van dit
artikel niet opleggen aan andere dan in zijn eigen dienst zijnde werknemers
op het project.
3. Overwerk vindt altijd plaats in eenheden van minstens een uur.
4. Zodra het saldo aan overuren de 39 heeft bereikt, wordt het meerdere
direct aan de werknemer uitbetaald, conform het bepaalde in
artikel 35a inzake de overwerktoeslag.
5. Het saldo aan overuren dat ingevolge lid 1 en met inachtneming van
lid 4 van dit artikel ontstaat, kan uiterlijk in het kalenderkwartaal
volgend op dat waarin de overuren zijn gemaakt door de werkgever
worden ingezet voor opvang van discontinuïteit, en wel uitsluitend

in hele dagen en uiterlijk veertien dagen voorafgaand daaraan gemeld.

6. Overwerkuren die worden ingezet voor opvang van discontinuïteit
worden gewaardeerd conform het bepaalde in artikel 35a inzake de
overwerktoeslag.
7. Indien en zolang de werknemer nog een saldo aan overuren als
bedoeld in lid 5 van dit artikel heeft, kan voor deze medewerker geen
ontslagvergunning worden aangevraagd, behoudens wanneer er
sprake is van een ontslag op staande voet wegens dringende reden
als bedoeld in artikel 7:677 BW.
8. Indien een werkgever gebruik maakt van de in lid 5 bedoelde mogelijkheid
om opgespaarde uren in te zetten voor opvang van discontinuïteit
door een of meer van in zijn eigen dienst zijnde werknemers
vrijaf te geven, kan hij niet op datzelfde moment en voor vergelijkbare
werkzaamheden op hetzelfde project externe arbeidskrachten
inzetten.
9. De werkgever houdt per werknemer een schriftelijke administratie
bij van het saldo aan overuren (inclusief de toeslag) per kalenderkwartaal
en informeert de werknemer daar periodiek schriftelijk
over, maar minstens één maal per maand.
10. Het telmoment voor de opbouw van overuren kan alleen ingaan op
elke eerste dag van de maand waarop een nieuw kalenderkwartaal
begint (1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober).
Artikel 16

Niet-verplicht overwerk bouwplaatswerknemers

1. a. Indien een werkgever in een kalenderjaar gedurende 26 weken
verplicht overwerk als bedoeld in artikel 15 heeft doen plaatsvinden,
kan in de resterende periode in dat kalenderjaar wanneer in
bijzondere gevallen de omstandigheden dat vereisen slechts overwerk
plaatsvinden, indien een representatief deel van de daarbij
betrokken werknemers daarmee instemt en met inachtneming van
de volgende bepalingen.
b. Indien een werkgever geen gebruik maakt van de regeling voor
verplicht overwerk als bedoeld in artikel 15, kan – wanneer in
bijzondere gevallen de omstandigheden dat vereisen – slechts
overwerk plaatsvinden, indien een representatief deel van de
daarbij betrokken werknemers daarmee instemt en met inachtneming
van de volgende bepalingen.
2. Onder overwerk wordt verstaan het verrichten van arbeid buiten de

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

grenzen van de normale arbeidsduur als bedoeld in artikel 8 lid 1 en

3.
3. Onder structureel overwerk wordt verstaan: werk dat buiten de nor-
male arbeidsduur zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 en 3 met een vaste
frequentie gedurende meerdere weken plaatsvindt.
4. Structureel overwerk is niet toegestaan, tenzij daarvoor in bijzondere
gevallen toestemming door partijen bij deze CAO is verleend.
5. De werknemer kan niet worden verplicht overwerk te verrichten.
Werknemers jonger dan 18 jaar mogen niet overwerken.
6. Bij overwerk als bedoeld in dit artikel geldt de overwerktoeslag conform
artikel 35a van deze CAO.
7. Indien een werkgever gedurende langer dan een week door meer dan
25% van de op een object werkzame werknemers die bij hem in
dienst zijn overwerk laat verrichten, is hij gehouden aan de ondernemingsraad
of een commissie van overleg advies te vragen.
8. De werkgever zal in geval van overwerk als bedoeld in dit artikel per
werkobject een lijst bijhouden van werknemers door wie overwerk is
verricht en het aantal overuren per week. Op deze lijst zal ook worden
aangegeven welke keuze de werknemers hebben gemaakt op
grond van artikel 35a van deze CAO. De lijst zal eenmaal per jaar
aan de ondernemingsraad ter beschikking worden gesteld. Bij het
ontbreken van een ondernemingsraad en in bedrijven met meer dan
tien werknemers zal het overwerk als vast agendapunt eenmaal per
jaar in het overleg tussen werkgever en werknemers zijn opgenomen,
waarbij de bovengenoemde lijst ter beschikking wordt gesteld.
Artikel 17

Overwerk UTA-werknemers

Een UTA-werknemer kan niet worden verplicht overwerk te verrichten.
Structureel overwerk dient in beginsel te worden vermeden.

Artikel 18

Bereikbaarheidsdienst bouwplaatswerknemer

1. Voor het in dit artikel bepaalde moet onder bereikbaarheidsdienst

worden verstaan het zich buiten de normale arbeidsduur per dag
zoals bedoeld in artikel 8 lid 1, met inachtneming van eventuele
afwijkende afspraken over arbeidstijden als bedoeld in artikel 8 lid
10 – met inachtneming van artikel 8 lid 6 – beschikbaar houden voor
het zonodig verrichten van werkzaamheden die niet kunnen worden
uitgesteld tot de eerstvolgende werkdag. Dit ongeacht het moment
waarop de arbeid, als bedoeld in artikel 8 lid 3 of artikel 12, 13 en
14, wordt verricht.

2. Een werknemer die in het kader van zijn functie bereikbaarheidsdiensten
moet draaien en dit bij aanvang van werken in die functie
met zijn werkgever is overeengekomen, heeft een verplichting voor
een oproep beschikbaar te zijn.
3. De werknemer die beschikbaar is voor de bereikbaarheidsdienst
heeft terzake van die dienst recht op een vergoeding, zoals bepaald
in artikel 36.
4. Het werken tijdens een bereikbaarheidsdienst wordt gezien als overwerk.
De overwerktoeslag zoals bepaald in artikel 35a is van toepassing.
5. Door de werkgever zal een rooster voor de bereikbaarheidsdienst in
overleg met de betreffende werknemer(s) schriftelijk vastgelegd worden.
De Normregeling Arbeidstijden, zoals opgenomen in bijlage 4
van deze CAO, is van overeenkomstige toepassing.
6. In geval tijdens een bereikbaarheidsdienst arbeid moet worden verricht
op een feestdag, niet zijnde een zaterdag of zondag, als bedoeld
in artikel 24 heeft de werknemer het recht deze dag op een ander
tijdstip op te nemen.
7. In een onderneming met een ondernemingsraad kan een van dit artikel
afwijkende regeling van toepassing zijn, mits de werkgever met
de ondernemingsraad hierover overeenstemming heeft bereikt. Deze
afwijkende regeling dient per saldo minimaal gelijkwaardig te zijn
aan de in dit artikel omschreven regeling. Artikel 73 is hierbij van
toepassing.
Artikel 19a

Roostervrije dagen bouwplaatswerknemers

1. Roostervrije dagen zijn dagen waarop niet wordt gewerkt. De werkgever
zal aan de werknemer over een roostervrije dag het vast overeengekomen
loon betalen. Indien een prestatiebevorderend systeem
van toepassing is, zoals bedoeld in artikel 33, dient het vast overeengekomen
loon te worden vermeerderd met de gemiddelde prestatie

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

premie van de overige dagen gedurende de betalingsperiode waarin
het kort verzuim valt. De werkgever is over een roostervrije dag verplicht
te voldoen aan de bijdrageen premieverplichtingen als bedoeld
in artikel 55.

3. Het aantal roostervrije dagen per jaar bedraagt 22. Van de 22 roostervrije
dagen:
a. worden twee dagen aangewend ten behoeve van scholing als
bedoeld in artikel 61a;
b. worden tien dagen vastgesteld in de onderneming op basis van
de in lid 4a genoemde regeling;
c. worden tien dagen overeenkomstig het verzoek van de werknemer
vastgesteld; de geldswaarde van deze tien dagen wordt door
de werkgever gestort in het Tijdspaarfonds als bedoeld in artikel
57a. Deze storting geschiedt tijdsevenredig, aan het eind van elke
loonbetalingsperiode.
4. a. De vaststelling van de niet vrij opneembare roostervrije dagen
geschiedt in de onderneming in goed en vroegtijdig overleg met
de ondernemingsraad en bij het ontbreken daarvan met de werknemers,
die zich door een delegatie uit hun midden kunnen doen
vertegenwoordigen. Hierbij kunnen de in dit lid bedoelde roostervrije
dagen tevens in halve dagen of in uren worden vastgesteld.
Voor elke werknemer dienen de data van de roostervrije dagen
dan wel de periode van roostervrije uren aanwijsbaar te zijn.
Deze dienen aan de werknemer(s) te worden bekendgemaakt ten
minste tien dagen voor de aanvang van het tijdvak waarop de
roostervrije tijd betrekking heeft. Dit tijdvak is een kalenderjaar,
maar kan ook een kortere periode zijn indien dit voorafgaand aan
het kalenderjaar wordt afgesproken. Indien een werkgever nalaat
de werknemer(s) op de hoogte te stellen van de vaststelling van
de roostervrije dagen zoals bedoeld in dit lid en hiertoe ook niet
overgaat na sommatie van de werknemer(s) of één van de werknemersorganisaties
partij bij deze CAO, zullen partijen gezamenlijk
maatregelen treffen die ertoe leiden dat de werkgever alsnog
voldoet aan het in dit lid bepaalde. Wanneer er sprake is van
arbeidsongeschiktheid op een roostervrije dag als hier bedoeld,
kan de werkgever in goed overleg met de werknemer besluiten
dat de werknemer de betreffende roostervrije dag alsnog op een
later tijdstip opneemt.
b. De werknemer die gebruik maakt van de vierdaagse werkweek
voor 55-plussers, als bedoeld in artikel 11a, alsmede van het
recht op drie weken aaneengesloten zomervakantie, als bedoeld
in artikel 23a, heeft in het betreffende kalenderjaar recht op extra

roostervrije dagen voor zover hij deze dagen tekort zou komen
als gevolg van een collectieve bedrijfssluiting. Het hier bedoelde
aantal extra roostervrije dagen is per kalenderjaar gemaximeerd
op vijf.

5. a. Per jaar kunnen maximaal 160 roostervrije uren (twintig roostervrije
dagen) worden opgebouwd.
b. In afwijking van het in lid 5a bepaalde wordt geen recht op
roostervrije dagen opgebouwd gedurende de periode dat de werknemer
de militaire dienstplicht vervult, zulks met uitzondering
van de periode waarin de werknemer deelneemt aan een herhalingsoefening.
c. Op de door de werkgever ingevolge het bepaalde in artikel 7:626
BW verplicht aan de werknemer te verstrekken loonspecificatie
staan telkens per loonbetalingsperiode de opgebouwde rechten
ten aanzien van de in de onderneming vast te stellen roostervrije
dagen respectievelijk uren afzonderlijk geregistreerd.
6. Indien een dienstverband aanvangt in de loop van een kalenderjaar
wordt overeenkomstig lid 5a berekend op hoeveel roostervrije dagen
de betrokken werknemer recht heeft in het resterende deel van het
betreffende jaar.
7. Indien een dienstverband wordt beëindigd in de loop van een kalenderjaar
gelden de volgende bepalingen.
a. Bij beëindiging van het dienstverband wordt, overeenkomstig lid
5a, berekend op hoeveel roostervrije dagen de betrokken werknemer
nog recht heeft.
b. Indien blijkt dat de werknemer op het tijdstip van beëindiging
van het dienstverband recht heeft op een groter aantal dan de feitelijk
opgenomen roostervrije dag(en) als bedoeld in lid 4, dient
deze dag respectievelijk dienen deze dagen, alsnog na overleg
met de werkgever vóór de beëindiging van het dienstverband te
worden opgenomen.
c. Alleen wanneer het dienstverband op verzoek van de werknemer
wordt beëindigd dan wel bij beëindiging van het dienstverband
om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 BW, kan in
geval bij de beëindiging van het dienstverband de werknemer
meer roostervrije dagen blijkt te hebben opgenomen dan waarop
hij op de datum van beëindiging recht had, de werkgever deze
meerdere dagen met de werknemer verrekenen.
Artikel 19b

Roostervrije dagen UTA-werknemers

1. Roostervrije dagen zijn dagen waarop niet wordt gewerkt. De werkgever
zal aan de werknemer over een roostervrije dag het salaris

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

doorbetalen. De werkgever is over een roostervrije dag verplicht te
voldoen aan de bijdrage-en premieverplichtingen als bedoeld in artikel
55, voor zover van toepassing op UTA-werknemers.

2. Het aantal roostervrije dagen per jaar bedraagt vijftien. Daarnaast
wordt additioneel de waarde van twee roostervrije dagen op jaarbasis
aan uitzendkrachten die als vakkracht worden aangemerkt, uitbetaald.
3. De werkgever stelt de in lid 2 genoemde roostervrije dagen vast
overeenkomstig het verzoek van de werknemer. Het verzoek van de
werknemer wordt in ieder geval gehonoreerd indien dit twee weken
voor aanvang aan de werkgever kenbaar is gemaakt.
4. De waarde van een roostervrije dag is gelijk aan 0,4% van het salaris
als bedoeld in artikel 88 sub 21, berekend op jaarbasis.
5. De werknemer heeft het recht om jaarlijks de waarde van maximaal
vijf roostervrije dagen in het Tijdspaarfonds als bedoeld in artikel
57b te laten storten. Deze storting geschiedt tijdsevenredig, aan het
eind van elke loonbetalingsperiode.
6. Bij dienstverbanden die slechts een deel van de in lid 2 genoemde
perioden bestrijken, respectievelijk hebben bestreken, wordt het recht
op roostervrije dagen vastgesteld naar rato van de duur van het
dienstverband.
7. Indien bij opzegging van het dienstverband blijkt dat de werknemer
op het tijdstip van beëindiging van het dienstverband recht zal kunnen
doen gelden op een groter aantal dan de feitelijk opgenomen
roostervrije dagen dienen deze dagen alsnog in overleg met de werkgever
vóór de beëindiging van het dienstverband te worden opgenomen.
Alleen wanneer het dienstverband op verzoek van de werknemer
wordt beëindigd, dan wel bij beëindiging van het dienstverband om
een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 BW kan in geval
bij de beëindiging van het dienstverband de werknemer meer roostervrije
dagen blijkt te hebben opgenomen dan waarop hij op de datum
van beëindiging recht had, de werkgever deze meerdere dag(en) met
de werknemer verrekenen.
8. Wanneer sprake is van arbeidsongeschiktheid op een vastgestelde
roostervrije dag als bedoeld in lid 3, kan de werkgever in goed over

leg met de werknemer besluiten dat de werknemer de betreffende
roostervrije dag alsnog op een later tijdstip opneemt.

9. Indien een werknemer ingevolge artikel 61b voor cursussen in totaliteit
meer dan drie dagen moet verzuimen, kunnen voor zover deze
cursussen werkdagen omvatten roostervrije dagen worden aangewend
tot een maximum van drie per jaar.
Artikel 20a

Regeling bouwplaatswerknemers ten aanzien van werk en
arbeidsverhindering bij vorst en andere ongunstige
weersomstandigheden

1. De werkgever beoordeelt in redelijk overleg met de betrokken werknemers,
waarbij zowel het bedrijfsbelang als de veiligheid en gezondheid
van de werknemers in acht worden genomen, wanneer en
hoe lang als gevolg van ongunstige weersomstandigheden of te weinig
licht niet kan worden gewerkt. Indien geen overeenstemming tussen
werkgever en werknemer bestaat gelden de volgende bepalingen.
2. De werknemer heeft tijdens vorst bij buitenwerkzaamheden waarbij
hij direct aan de buitenlucht is blootgesteld, het zelfstandig recht zijn
werkzaamheden te staken, indien sprake is van één of meer van de
navolgende omstandigheden:
a. een gevoelstemperatuur van -6° Celsius of lager;
b. rijwegen dan wel looppaden niet in begaanbare staat verkeren;
c. geen winter-/doorwerkkleding ter beschikking is gesteld;
d. er een sneeuwdek op het werkobject/de werkplek ligt dat niet met
eenvoudige middelen is te verwijderen.
3. Indien een van de hierboven genoemde situaties zich uiterlijk om
10.30 uur nog voordoet, is de werknemer gerechtigd het werk te verlaten.
De gevoelstemperatuur volgens de 10 uur-meting van het
KNMI-weerstation in het postcodegebied waarin het bouwproject,
waar de werknemer werkzaam is, zich bevindt, is daarbij bepalend.
Een lijst met deze weerstations per postcodegebied is opgenomen in
bijlage 19 van deze CAO.
4. De werkgever is in geval van arbeidsverhindering in verband met
ongunstige weersomstandigheden verplicht aan de werknemer het
vast overeengekomen loon door te betalen. Indien een prestatiebevorderend
systeem van toepassing is, zoals bedoeld in artikel 33
dient het vast overeengekomen loon te worden vermeerderd met de
gemiddelde prestatiepremie van de overige dagen in de betreffende
betalingsperiode waarin het vorstverzuim valt, dan wel indien vorstverzuim
de gehele betreffende betalingsperiode omvat, het gemiddelde
over de voorgaande betalingsperiode. De werkgever is even

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

eens verplicht te voldoen aan de bijdrage-en premieverplichtingen
jegens de werknemer aan de in artikel 55 genoemde stichtingen.

5. Bij arbeidsverhindering en/of onvoldoende werk door of ten gevolge
van vorst kan een werknemer geen ontslag worden aangezegd. Het
bepaalde in artikel 5a lid 14 van deze CAO is daarbij van toepassing.
6. De loondoorbetalingverplichting voor de werkgever geldt ook, indien
sprake mocht zijn van een verschil van mening over de vraag
of door de werknemer al dan niet terecht een beroep is gedaan op
het bepaalde in lid 2 en/of 3 van dit artikel.
7. Indien de werkgever, ondanks zijn verplichting daartoe, het loon van
de werknemer niet doorbetaalt, kan die verplichting op aanvraag van
de werknemer worden overgenomen door het Garantiefonds Loondoorbetaling
bij Vorst. De werknemer dient bij zijn aanvraag aan te
tonen:
a. dat sprake is van een dienstbetrekking waaraan hij zijn aanspraken
ontleent;
b. wat de omvang van zijn aanspraken uit die dienstbetrekking op
het Garantiefonds Loondoorbetaling bij Vorst is;
c. dat hij zijn werkgever schriftelijk ter nakoming van diens verplichtingen
ter zake aangetekend heeft gemaand.
8. Indien het Garantiefonds Loondoorbetaling bij Vorst aan de werknemer
een loondervingsuitkering verstrekt, verwerft het fonds op de
werkgever een zelfstandig recht op invordering van een bedrag,
gelijk aan de uitkering die aan de werknemer is gedaan, vermeerderd
met administratie-en incassokosten en wettelijke rente. Indien een
werknemer, hangende een aanvraag om uitkering door het Garantiefonds,
alsnog van zijn werkgever voldoening van het hem toekomende
loon verkrijgt, dient de aanvraag terstond via een schriftelijke
kennisgeving door de werknemer te worden ingetrokken. Ten onrechte
verstrekte loondervingsuitkeringen dan wel verstrekte voorschotten
daarop worden van de werknemer teruggevorderd.
9. De werkgever, die meent dat de werknemer ten onrechte zijn werkzaamheden
als gevolg van vorst heeft gestaakt, kan het Bureau
Verletbestrijding verzoeken te toetsen of zulks terecht is gebeurd.
Indien blijkt dat de staking van de werkzaamheden ten onrechte is
geschied, is de werknemer verplicht zijn werkzaamheden direct te
hervatten, voor zover de omstandigheden zoals bedoeld in lid 2 dat
op dat moment toelaten.

Voorts gelden de volgende bijzondere bepalingen:

12. Indien werknemers steigerbouw werkzaamheden verrichten bij een
gevoelstemperatuur van -6° Celsius of lager zullen deze werknemers,
onder handhaving van de gebruikelijke begin-en eindtijden van de
werkdag, vier maal 1,5 uur effectief op de werkplek werkzaam zijn
afgewisseld met een opwarmpauze van telkens minimaal 15 minuten.
De benodigde aan-en aflooptijd is niet in deze effectieve werktijd
van 1,5 uur inbegrepen. Op één werkdag kunnen maximaal vier
shifts van effectief 1,5 uur worden gepland onder doorbetaling van
het vast overeengekomen loon. Werknemers steigerbouw die zijn
ingedeeld in de bouw kunnen tijdens vorst ook worden ingezet in de
industriële steigerbouw, onder toepassing van dezelfde voorwaarden
die gelden voor de industriële steigerbouw.
13. Bij arbeidsverhindering door te weinig licht, mist, regen, wind, vorst
of uitzonderlijk hoge of lage waterstand zullen de niet gewerkte uren
als arbeidsuren worden beschouwd.
14. Bij arbeidsverhindering als gevolg van uitzonderlijk hoge of lage
waterstand geldt dit slechts over de werkdag waarop de arbeidsverhindering
ontstaat.
15. Onverminderd het bepaalde onder lid 13 geldt het onder lid 14
bepaalde voor de grond-, water-en wegenbouw slechts over de eerste
vijf werkdagen, indien de arbeidsverhindering is ontstaan als
gevolg van uitzonderlijk hoge waterstand ten gevolge van bijzonder
zware regenval, alsmede een zodanige wateroverlast door ondoorlaatbaarheid
van de bodem, dat niet meer kan worden gewerkt op het
werkterrein of de bouwplaats dan wel het werkterrein of de bouwplaats
onbegaanbaar is en de opdrachtgever de arbeid verbiedt.
Artikel 20b

Regeling UTA-werknemers ten aanzien van werk en
arbeidsverhindering bij vorst en andere ongunstige
weersomstandigheden

1. Weersomstandigheden, waaronder of ten gevolge waarvan niet kan
worden gewerkt, zullen geen reden zijn tot korting van salaris of het
geven van ontslag.
2. In afwijking van het bepaalde onder 1 en met inachtneming van het
bepaalde onder 3 van dit artikel is de verplichting tot onverkorte
doorbetaling van het loon, indien een werknemer in een winterseizoen
gedurende een termijn van 22 dagen ten gevolge van vorst

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

niet heeft kunnen werken, beperkt tot laatstgenoemde termijn. Te
dezen

• wordt onder winterseizoen verstaan het tijdvak lopende van de
eerste maandag in november van enig jaar tot en met de laatste
vrijdag in maart van het daarop volgend jaar;
• telt voor de bepaling van de termijn van 22 dagen iedere afzonderlijke
dag of uur dat binnen het winterseizoen ten gevolge van
vorst niet is gewerkt, totdat een aantal van 176 niet gewerkte
uren is bereikt.
3. Over de wegens vorst niet gewerkte uren boven het aantal van 176
is de werkgever gehouden aan de betrokken werknemer een aanvulling
op de WW-uitkering te betalen tot 100% van het overeengekomen
salaris.
Artikel 21

Kort verzuim

1. In de hierna te noemen gevallen heeft de werknemer, in afwijking
van het wettelijk bepaalde, recht op vrijaf, zonder doorbetaling van
het vast overeengekomen loon:
a. bij feestelijke gebeurtenissen in de familiale sfeer, zoals ondertrouw,
huwelijk(sfeest), bevalling van de partner, doop, (dienst-)
jubilea;
b. bij omstandigheden in de familiale sfeer, zoals ziekte of het overlijden
van echtgeno(o)t(e), huisgenoten, (pleeg)kind en andere
bloedof aanverwanten;
c. bij verhuizing;
d. bij (militaire) keuring of herkeuring;
e. bij noodzakelijk bezoek aan tandarts, dokter, specialist of periodiek
arbeidsgezondheidskundig onderzoek;
f. bij poliklinische dagbehandelingen;
g. bij opname en ontslag van huisgenoten in of uit het ziekenhuis;
h. voor het volgen van de voorbereidingscursus voor pensionering;
i. bij het uitoefenen van het kiesrecht of een krachtens de wet persoonlijk
opgelegde verplichting;
j. voor het doen van examens voor bijvoorbeeld het verkrijgen van
een vakdiploma;
k. voor het inschrijven bij het CWI alsmede voor de sollicitatie
indien ontslag is aangezegd;
l. voor het bijwonen van een vergadering of studiebijeenkomst van
zijn werknemersorganisatie, waarvoor de werknemer persoonlijk
is uitgenodigd;

m. voor viering van religieuze niet-christelijke feestdagen.
2. Ter compensatie van het onbetaald verlof als bedoeld in lid 1 stort
de werkgever de geldswaarde van drie werkdagen in het Tijdspaarfonds,
als bedoeld in artikel 57a.
3. UTA-werknemers die niet deelnemen aan het Tijdspaarfonds krijgen
de eerste drie dagen kort verzuim als bedoeld in lid 1 doorbetaald.
Indien zij aan het eind van het kalenderjaar geen beroep hebben
gedaan op de kort-verzuimregeling of daarvoor minder dan drie
dagen hebben opgenomen, krijgen zij drie dagen of zo veel minder
als zij voor kort verzuim hebben gebruikt, uitbetaald.
4. Voor andere niet in lid 1 genoemde calamiteiten (bijvoorbeeld gesprongen
waterleiding of brand) geldt dat de werknemer een wettelijk
recht heeft op een korte naar billijkheid te berekenen tijd. Over
deze tijd zal de werkgever het vast overeengekomen loon/salaris
doorbetalen.
5. Voor al het verzuim genoemd in dit artikel geldt dat het verlof in
overleg met de werkgever wordt vastgesteld. De werknemer stelt de
werkgever zo mogelijk ten minste één dag van te voren van het verzuim
in kennis. De werkgever kan de werknemer daarbij om bewijsstukken
verzoeken.
6. Bouwplaatswerknemers als bedoeld in artikel 40 lid 1 ontvangen in
de gevallen van verzuim als hiervoor vermeld de reiskosten die daarmede
samengaan vergoed, doch ten hoogste tot het beloop van de
reiskosten naar hun woonplaats en terug, te berekenen op de wijze
als in artikel 41a is vermeld.
7. In gevallen waarin te voorzien is dat het jaarlijks verzuim 24 uren
(drie dagen) zal overschrijden als gevolg van een chronische ziekte
of een ernstig ongeval, zullen in het kader van goed werkgeverschap
werkgever en werknemer met elkaar in overleg treden om tot een
passende oplossing te komen.
Artikel 22

Verlof stervensbegeleiding en rouwverlof

In afwijking van het bepaalde in artikel 5:1 Wet Arbeid en Zorg geldt
het volgende:

1. Iedere werknemer heeft recht op tien dagen betaald verlof ten behoeve
van de stervensbegeleiding in de terminale fase van een zieke
partner, (pleeg)kind of bloed-of aanverwant in de eerste of tweede
graad. Zie het familieschema in bijlage 6.
2. De werknemer heeft aansluitend op het verlof als bedoeld in lid 1

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

recht op onbetaald verlof. De werknemer kan de werkgever hierbij
verzoeken om gebruik te maken van verlof voor stervensbegeleiding
onder de Wet Arbeid en Zorg. De werkgever zal dit verzoek inwilligen
en binnen drie weken de benodigde administratieve procedures
verzorgen.

3. Iedere werknemer heeft recht op tien dagen betaald rouwverlof in
verband met het verwerken van het overlijden van een partner, kind
of familielid.
6. Voor de werknemer die een beroep op het in dit artikel bedoelde,
doorbetaalde verlof heeft gedaan, en – gemeten vanaf de eerste dag
van dat verlof – in de hierop volgende periode van twaalf kalendermaanden
verlof opneemt in het kader van artikel 5:1 van de Wet
Arbeid en Zorg (kortdurend zorgverlof), is de werkgever niet gehouden
tot loondoorbetaling over die verlofdagen.
Artikel 23a

Vakantie bouwplaatswerknemers

3. De opbouw van vakantiedagen verloopt volgens kalenderjaren. Per
kalenderjaar en per leeftijdsgroep geldt het volgende:
Tabel: Vakantiedagen bouwplaatswerknemers

Leeftijd Aantal vakantiedagen per jaar
Wettelijk Bovenwettelijk
Seniorendagen
Totaal
Tot 18 jaar
18 t/m 54 jaar
55 t/m 59 jaar
60 jaar of ouder
20
20
20
20
9
5
5
5
10
13
29
25
35
38

4. Het recht op extra vakantiedagen voor werknemers van 55 jaar of
ouder geldt voor alle werknemers die vóór 1 januari van het desbetreffende
kalenderjaar de 55-jarige, respectievelijk 60-jarige leeftijd
hebben bereikt. De werknemer die deze leeftijd pas tijdens het kalenderjaar
bereikt, heeft recht op een aantal dagen naar rato.
5. De partieel leerplichtige werknemer als bedoeld in artikel 8 lid 5
heeft bij een driedaagse werkweek recht op 18 vakantiedagen en bij
een vierdaagse werkweek recht op 24 vakantiedagen per jaar.

6. In het jaar dat tussen Kerstmis en Nieuwjaar vijf werkdagen vallen,
hebben de werknemers recht op één vakantiedag extra.
7. Vaststelling vakantie
a. De werknemer heeft recht op drie weken aaneengesloten zomervakantie
op grond van de onder lid 2 en 3 van dit artikel
genoemde vakantiedagen.
b. De werkgever stelt de tijdstippen van aanvang en einde van de
vakantie vast overeenkomstig de wensen van de werknemer, tenzij
het belang van de continuïteit van het bedrijfsproces zich hiertegen
verzet.
c. Voor zover mogelijk zal op verzoek van de werknemer voor
1 december van enig jaar zijn aaneengesloten zomervakantie van
het daaropvolgende jaar worden vastgesteld.
d. Indien een werknemer verplicht is deel te nemen aan een in de
onderneming vastgestelde collectieve bedrijfssluiting, krijgt hij
daarnaast recht op een aaneengesloten vakantie van drie weken,
als hij beschikt over voldoende vakantie-en roostervrije dagen.
8. Verhindering verlof
Voor zover de werknemer wegens omstandigheden als bedoeld in
artikel 7:635 BW verhinderd is zijn verlof te genieten, moet hem alsnog
verlof worden gegeven op een in overleg met de werknemer
door de werkgever vast te stellen tijdstip, mits de werknemer vóór
de aanvang van de verhindering deze aan de werkgever heeft medegedeeld,
ofwel het betreft dagen waarop de werknemer arbeidsongeschikt
was.
9. Betaling vakantie-en feestdagen
De werknemer heeft vanaf 1 januari 2006 recht op doorbetaling door
de werkgever van het vast overeengekomen loon over de door hem
opgenomen verlof-en vakantiedagen. De werkgever kan de loonkosten
verbonden aan de doorbetaling van de tien respectievelijk dertien
extra vakantiedagen van de oudere werknemers declareren bij het
Aanvullingsfonds, mits is voldaan aan de verplichting tot betaling
van de bijdragen aan het Aanvullingsfonds.
10. Vakantieopbouw tijdens ziekte
a. In geval van volledige arbeidsongeschiktheid bouwt een werknemer
vakantiedagen (wettelijke en seniorendagen) op gedurende
de laatste 26 weken waarover hij zijn arbeid wegens de arbeidsongeschiktheid
niet heeft kunnen verrichten.
b. Een uitzondering geldt voor de bovenwettelijke vakantiedagen.
Bij arbeidsongeschiktheid geschiedt de opbouw van bovenwettelijke
vakantiedagen over de eerste 26 weken waarover hij
zijn arbeid wegens de arbeidsongeschiktheid niet heeft kunnen
verrichten.
c. Indien een werknemer langer dan 26 weken arbeidsongeschikt is

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

geweest en na reïntegratie als gevolg daarvan over onvoldoende
vakantiedagen beschikt voor een bedrijfssluiting in verband met
de zomervakantie zal de werkgever de ontbrekende vakantiedagen
doorbetalen tot een maximum van 2,5 dag.

Artikel 23b

Vakantie UTA-werknemers

1. Het vakantiejaar loopt parallel aan het kalenderjaar. Per onderneming
kan een andere periode worden vastgelegd, hetgeen schriftelijk aan
de werknemer dient te worden bevestigd.
2. Bij een dienstverband gedurende een volledig vakantiejaar, als bedoeld
in lid 1 van dit artikel bij een en dezelfde werkgever is het
recht op verlof van werknemers met behoud van salaris als volgt
geregeld:
Tabel: Vakantiedagen UTA-werknemers

Leeftijd Aantal vakantiedagen per jaar
Wettelijk
Bovenwettelijk
Seniorendag
Totaal
Tot 18 jaar
18 t/m 54 jaar
55 t/m 59 jaar
60 jaar of ouder
20
20
20
20
7
5
5
5
9
11
27
25
34
36

3. Een werknemer die gedurende het vakantiejaar 18, 55 of 60 jaar
wordt heeft recht op deze dagen naar rato. Hierbij zal het aantal op
hele dagen worden afgerond.
4. De werknemer kan ervoor kiezen de geldswaarde van de bovenwettelijke
vakantiedagen, met een maximum van vijf per jaar, te
laten storten in het Tijdspaarfonds, als bedoeld in artikel 57b. De
werknemer heeft, voor zover hij geen deelnemer is aan het Tijdspaarfonds,
het recht twee van de bovenwettelijke vakantiedagen in te zetten
voor uitsluitend de volgende doeleinden:
• eigen bijdrage studiekostenregeling werknemer of kinderen;
• ANW-gat of andere aanvullende verzekeringen;
• extra bedrijfssparen.

5. Werknemers van 55 jaar of ouder kunnen het aantal vakantiedagen
dat uitstijgt boven de 25 dagen naar keuze als volgt inzetten:
• als extra seniorendagen;
• als aanwending voor het realiseren van een vierdaagse werkweek
als bedoeld in artikel 11b.
6. Indien in een vakantiejaar het dienstverband korter dan twaalf maanden
heeft geduurd, wordt het op grond van lid 2 van dit artikel voor
de werknemer geldende aantal vakantiedagen naar evenredigheid
verminderd, met dien verstande dat gedeelten van vakantiedagen
naar boven afgerond worden op hele dagen.
7. Indien het dienstverband wordt beëindigd, zal aan de werknemer die
de hem toegekende vakantie niet ten volle heeft genoten, alsnog deze
vakantie worden toegekend. Indien zulks niet mogelijk is of indien
de werknemer daaraan de voorkeur geeft, zullen deze vakantiedagen
aan de werknemer worden uitbetaald. Eventueel te veel genoten
vakantiedagen zullen met het salaris worden verrekend.
8. De werkgever stelt de tijdstippen van aanvang en einde van de
vakantie vast overeenkomstig de wensen van de werknemer, tenzij
het belang van de continuïteit van het bedrijfsproces zich hiertegen
verzet.
9. Indien het bedrijfsbelang dit noodzakelijk maakt, zullen in overleg
tussen werkgever en werknemer ten minste vijftien dagen aaneengesloten
worden genoten. Aan het resterende aantal vakantiedagen
wordt door de werknemer in overleg met de werkgever een vrije
bestemming gegeven, daarbij gelet op het bepaalde in artikel 7:638
BW.
10. Indien een werknemer langer dan zes maanden arbeidsongeschikt is
geweest en als gevolg daarvan over onvoldoende werkdagen beschikt
voor een drieweekse bedrijfssluiting in verband met de zomervakantie
zal de werkgever de ontbrekende vakantiedagen doorbetalen
tot een maximum van 2,5 dag.
11. Vakantieopbouw tijdens ziekte
a. In geval van volledige arbeidsongeschiktheid bouwt een werknemer
vakantiedagen (wettelijke en seniorendagen) op gedurende
de laatste 26 weken waarover hij zijn arbeid wegens de
arbeidsongeschiktheid niet heeft kunnen verrichten.
b. Een werknemer die deelneemt aan het Tijdspaarfonds bouwt bij
volledige arbeidsongeschiktheid bovenwettelijke vakantiedagen
op over de eerste 26 weken waarover hij zijn arbeid wegens de
arbeidsongeschiktheid niet heeft kunnen verrichten. Voor de opbouw
van de overige vakantiedagen is het bepaalde onder lid 11a
van toepassing.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 24

Feestdagen

1. Iedere werknemer heeft recht op betaald verlof tijdens de erkende
algemene en erkende christelijke feestdagen, te weten de beide
Kerstdagen, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag en
tweede Pinksterdag alsook over de dag die als Koninginnedag wordt
gevierd. Wanneer bij ploegendienst op deze dagen wordt gewerkt,
zal ter compensatie op een andere dag vrijaf worden gegeven.
2. Indien werknemers de wens te kennen geven verlof te willen nemen
voor viering van religieuze niet-christelijke feestdagen, zal de werkgever
hen daartoe zoveel mogelijk de gelegenheid geven. De werkgever
is niet verplicht loonderving over de verlofdagen te vergoeden.
HOOFDSTUK 7

FUNCTIE-INDELING EN INKOMEN

Artikel 25a

Functie-indeling bouwplaatswerknemers

1. Iedere vakvolwassen werknemer moet worden ingedeeld in de
functiegroep, waartoe de door hem vervulde functie – blijkens de als
bijlage 2a-1 en 2a-2 van deze CAO opgenomen functielijst behoort.
Jeugdigen worden ingedeeld in de betreffende categorie van artikel
28.
2. Partijen kunnen de omschrijving in deze functielijst verduidelijken,
alsmede deze lijst aanvullen of wijzigen.
3. Wanneer een werknemer een functie vervult die niet in de functielijst
voorkomt, kan partijen worden verzocht uitspraak te doen inzake
de indeling van deze werknemer.
In afwachting van deze uitspraak wordt de werknemer voorlopig
ingedeeld in de functiegroep, waarin naar het oordeel van de werkgever
vergelijkbare functies zijn opgenomen.

Artikel 25b

Functie-indeling UTA-werknemers

1. De werknemer wordt op grond van de door hem verrichte c.q. te verrichten
werkzaamheden door de werkgever ingedeeld (zie bijlage
2b).
2. De werkgever kan zich bij het indelen van de werknemers laten bijstaan
door een indelingscommissie binnen de onderneming. De werkgever
neemt echter te allen tijde de eindbeslissing over de functieindeling.
Een en ander laat onverlet de voor de OR geldende
wettelijke bevoegdheden.
3. In geval de werknemer zich niet kan verenigen met zijn functieindeling
dient hij zich te wenden tot de werkgever. In het overleg
tussen werknemer en werkgever zal worden nagegaan of het verschil
van inzicht overbrugd kan worden. De functie-indeling blijft gehandhaafd,
tenzij de werkgever alsnog besluit tot een andere functieindeling
over te gaan.
4. Mocht het verschil van inzicht over de functie-indeling blijven bestaan
ook na consultatie van de werkgever, respectievelijk de werknemer
bij zijn organisatie, partij bij deze CAO, dan kunnen werkgever
en werknemer besluiten zich gezamenlijk te richten tot de
Commissie CAO-zaken als bedoeld in artikel 97. Hierbij dient de
procedure zoals omschreven in bijlage 2b in acht te worden genomen.
De Commissie CAO-zaken bestaande uit werkgevers-en
werknemersvertegenwoordigers zal op dit verzoek een niet-bindend
advies uitbrengen. De werkgever behoudt de eindbeslissing ten aanzien
van de functie-indeling.
Artikel 26a

Wijze van loonbetaling bouwplaatswerknemers

1. De loonbetaling dient uiterlijk twee werkdagen na de desbetreffende
loonweek plaats te vinden (pendagen). Indien méér dan twee pendagen
worden aangehouden, zal de werkgever, uiterlijk op de tweede
werkdag na het einde van de loonweek, een voorschot verstrekken
dat ten minste gelijk moet zijn aan het over die loonweek verschuldigde
garantieloon.
2. a. Indien de dienstbetrekking op een andere dan de betaaldag eindigt,
zal de werkgever bij het eindigen van de werktijd op die dag
aan de werknemer het gehele hem nog toekomende loon uitbetalen.
In het geval echter de loonadministratie automatisch wordt

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

gevoerd, zal de betaling plaatsvinden op de eerstvolgende betaaldag.

b. Indien de werknemer zelf ontslag heeft genomen anders dan met
een dringende reden, als bedoeld in artikel 7:679 BW of indien
aan hem ontslag is verleend op grond van een dringende reden
als bedoeld in artikel 7:678 BW zal de uitbetaling plaatsvinden
op de eerstvolgende betaaldag.
3. De werkgever is bevoegd, na redelijk overleg met zijn werknemers
en met instemming van een aanmerkelijke meerderheid onder hen,
de loonbetaling in meerwekelijkse perioden vast te stellen, met dien
verstande dat deze loonperiode niet langer dan vijf weken mag zijn.
Bij een meerwekelijkse loonperiode dient de loonbetaling uiterlijk
twee werkdagen na afloop van de periode plaats te vinden. Indien de
betaaldag méér dan twee werkdagen na afloop van de loonperiode
valt, zal – behoudens over de laatste week van de loonperiode – volledige
loonbetaling over de voorgaande weken dienen plaats te vinden.
Voor deze laatste week zal de werkgever mogen volstaan met
een voorschot dat ten minste gelijk moet zijn aan het voor deze week
verschuldigde loon op basis van het garantie-uurloon.
4. De werkgever is bevoegd de loonbetaling in contant geld te vervangen
door overschrijving op bank-of girorekening. De werkgever
dient er voor te zorgen dat de werknemer ook bij deze wijze van
betaling op het in lid 1 bedoelde tijdstip kan beschikken over zijn
loon, of een overeenkomstig lid 1 berekend voorschot.
5. Bij elke loonbetaling zal aan de werknemer een specificatie worden
verstrekt van het brutoloon, verdeeld in garantieloon, prestatiebeloning,
overuren, reisurenvergoeding en andere vergoedingen en/of
toeslagen. De inhoudingen van loonbelasting/premie volksverzekeringen
en het aandeel van de werknemer in premies ingevolge de
sociale verzekeringswetten en deze CAO. De werkgever is tevens
gehouden bij elke loonbetaling gespecificeerd aan te geven hetgeen
hij ten behoeve van de werknemer voldaan heeft aan:
• het Tijdspaarfonds;
• de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid.
6. Achterstand ten aanzien van de in dit artikel voorgeschreven loonbetaling
of achterstand in het nakomen van de bijdrage-en premieverplichtingen
aan de Stichtingen als genoemd in artikel 55 kan voor
de werknemer een dringende reden opleveren, als bedoeld in artikel
7:679 BW tot onmiddellijke beëindiging van de dienstbetrekking.

7. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee maanden na afloop
van elk kalenderjaar zal de werkgever aan al zijn werknemers die op
31 december van dat jaar in zijn dienst zijn, dan wel in dat kalenderjaar
in zijn dienst zijn geweest, een opgave verstrekken van het in
dat jaar door de werknemer genoten loon, alsmede de ingehouden
loonbelasting/premie volksverzekeringen.
Artikel 26b

Fiscaalvriendelijk betaling vakbondscontributie

De werknemer is gerechtigd de kosten van de vakbondscontributie op
een fiscaalvriendelijke manier vanuit het brutoloon te voldoen. Tegen
overlegging van de betalingsbewijzen van de contributie door de werknemer,
verstrekt de werkgever op verzoek van de werknemer een vergoeding
in de kosten van diens contributie aan een werknemersvereniging.
De werkgever is tegelijkertijd gerechtigd het bedrag van
deze vergoeding in mindering te brengen op het brutoloon van de werknemer.

Artikel 27

Garantielonen en inloopschalen vakvolwassen
bouwplaatswerknemers

1. Week-/uurloon per functiegroep
De werkgever zal aan de werknemer van 22 jaar en ouder per volle
werkweek minimaal het weekloon betalen dat geldt voor de functiegroep
waarin de werknemer is ingedeeld. Wanneer de werknemer
binnen de normale arbeidstijd volgens artikel 8 lid 1 minder dan 40
uur per week heeft gewerkt, moet hem per gewerkt uur minimaal het
voor zijn functiegroep vastgestelde uurloon worden uitbetaald (zie
tabel I, bijlage 7a).
2. Inloopschaal vakvolwassen werknemers
a. In afwijking van het in het eerste lid gestelde betaalt de werkgever
een werknemer die nog nooit in de bouw heeft gewerkt,
maximaal voor de periode van een jaar, een loon volgens de
inloopschaal.
Deze afwijking geldt niet voor de werknemer die:
• een BBL 2-of BBL 3-opleiding volgt of heeft afgerond;
• in het bezit is van een diploma van het SOMA-college.
b. De lonen behorend bij de inloopschaal (tabel IV, bijlage 7a), worden
als volgt berekend. Gedurende de eerste 26 weken van het
dienstverband geldt een schaalloon van het Wettelijk Minimum
Loon vermeerderd met 25% van het verschil tussen het Wettelijk
Minimum Loon en het loon volgens functiegroep A. Gedurende

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

de tweede 26 weken van het dienstverband bedraagt dit
verhogingspercentage 50%.

3. De leermeester
Voor leermeesters wordt het vast overeengekomen loon verhoogd
met een voorliedentoeslag van € 54,– bruto per week per 1 juli 2007,
€ 54,80 bruto per week per 1 januari 2008, € 55,60 bruto per week
per 1 juli 2008, € 56,40 bruto per week per 1 januari 2009 en € 56,40
per 30 juni 2009, indien de werknemer één of meer leerlingen begeleidt
(zie tabel II, bijlage 7a). De erkenningscriteria voor leerbedrijven,
vastgesteld door Fundeon, bepalen het aantal leerlingen/
werknemers per leermeester of instructeur. Het aantal is afhankelijk
van de opleiding of het opleidingsonderdeel en de opleidingssituatie.
De mate waarin leermeesters worden vrijgesteld voor hun
begeleidingstaken is beschreven in artikel 60.
4. Voorlieden
Onder voorman, meesterknecht of putbaas wordt verstaan de werknemer
die leiding geeft aan ten minste vijf werknemers. Wanneer aan
minder dan vijf werknemers leiding wordt gegeven zijn partijen
bevoegd in bijzondere gevallen toestemming te verlenen tot het betalen
van het in tabel II (bijlage 7a) genoemde hogere loon.
Voor werknemers die de functie vervullen van voorman, meesterknecht
of putbaas zal het vast overeengekomen loon worden verhoogd
met een voorliedentoeslag van € 54,– bruto per week per
1 juli 2007, € 54,80 bruto per week per 1 januari 2008, € 55,60 bruto
per week per 1 juli 2008, € 56,40 bruto per week per 1 januari 2009
en € 56,40 per 30 juni 2009.
5. Begeleiding jeugdige werknemers
Indien een werknemer in een leerbedrijf een leerling-werknemer,
door of namens de werkgever daartoe aangewezen, als begeleidend
vakman dient te begeleiden, zal hij als gevolg daarvan gedurende de
aangewezen tijd geen nadelige gevolgen ondervinden met betrekking
tot zijn loon. Tevens zal hij van zijn werkgever voldoende tijd en
ruimte krijgen om de leerling-werknemer op een verantwoorde wijze
te begeleiden.
Artikel 28

Garantielonen jeugdige bouwplaatswerknemers

1. Week-/uurloon naar leeftijd

De werkgever zal aan de jeugdige werknemer minimaal het in dit
artikel bedoelde loon betalen, volgens tabel III van bijlage 7a.

2. Ploegendienst
De krachtens lid 1 te betalen lonen moeten bij werken in ploegendienst
worden verhoogd conform het in artikel 38 bepaalde.
3. Opleidings-, diploma-, ervarings-en gehuwdentoeslagen
De in tabel III (bijlage 7a) bedoelde week-respectievelijk uurlonen
zijn als volgt berekend:
a. Het loon van de jeugdige werknemer die geen van de onder b. of
d. genoemde opleidingen volgt of gevolgd heeft, is geënt op het
vakvolwassen garantieloon van functiegroep A, rekening houdend
met de bij de leeftijd genoemde staffel. Het aldus bepaalde
loon is vermeld in de kolom ,,zonder vakopleiding’’ van tabel III
(bijlage 7a).
b. Het loon van de jeugdige werknemer die een van de hierna te
noemen opleidingen volgt is geënt op het vakvolwassen garantieloon
van functiegroep B, rekening houdend met de bij de leeftijd
behorende staffel:
• de opleidingen vallende binnen de kwalificatiestructuur van
de BBL 2 bij de instituten Fundeon en Stichting Hout en
Meubel;
• opleiding (elektrotechnisch) hulpmonteur Kenteq;

• de werktuigkundige opleidingen van Fundeon, tenzij het bepaalde
onder c. van toepassing is;
• door partijen te benoemen opleidingen.
Het aldus bepaalde loon is vermeld in de kolom ,,in BBL 2’’ van
tabel III (zie bijlage 7a).
c. Het loon van de jeugdige werknemer die blijkens het bezit van
een diploma of getuigschrift met goed gevolg een opleiding als
hierboven onder b. bedoeld heeft voltooid, is geënt op het vakvolwassen
garantieloon van functiegroep B, rekening houdend
met de staffel die geldt indien bij de leeftijd één jaar wordt bijgeteld.
Het aldus bepaalde loon (inclusief het bijgetelde leeftijdsjaar) is
vermeld in de kolom ,,met BBL 2’’ van tabel III (zie bijlage 7a).
Voor wat betreft de werktuigkundige opleidingen geldt het vorenstaande
indien de werknemer één van de volgende deelkwalificaties
van de opleiding heeft behaald:
• werkplaatstechnieken monteur I en machinekennis GWW en
werken in GWW;
• werkplaatstechnieken monteur I en machinekennis kranen/
fundering en werken in GWW;
• werktuigbouwkundige vaardigheden en grondverzet en werken
in GWW en civieltechnische vaardigheden;
• werktuigbouwkundige vaardigheden en wegenbouw en werken
in GWW en civieltechnische vaardigheden;

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

• werktuigbouwkundige vaardigheden en verticaal transport:
mobiele kraan en werken in GWW en civieltechnische vaardigheden;
• werktuigbouwkundige vaardigheden en verticaal transport:
torenkraan en werken in GWW en civieltechnische vaardigheden;
• werktuigbouwkundige vaardigheden en fundering groot en
werken in GWW en civieltechnische vaardigheden;
• werktuigbouwkundige vaardigheden en fundering klein en
werken in GWW en civieltechnische vaardigheden.
d. Het loon van de jeugdige werknemer die een van de hierna te
noemen opleidingen volgt, is geënt op het gemiddelde van het
vakvolwassen garantieloon van de functiegroepen C en D, rekening
houdend met de staffel die geldt indien bij de leeftijd één
jaar wordt bijgeteld:
• de opleidingen vallende binnen de kwalificatiestructuur van
de BBL 3 bij de instituten Fundeon, Savantis, Kenteq en
Stichting Hout en Meubel;
• opleiding (elektrotechnisch) monteur Kenteq;
• opleiding eerste monteur Innovam;

• door partijen te benoemen opleidingen.
Het aldus bepaalde loon (inclusief het bijgetelde leeftijdsjaar) is
vermeld in de kolom ,,in BBL 3’’ van tabel III (zie bijlage 7a).
Dit artikellid is ook van toepassing, indien de werktuigkundige
opleidingen als bedoeld onder b. worden voortgezet na het behalen
van een combinatie van deelkwalificaties als genoemd onder
c.
e. Het loon van de jeugdige werknemer die blijkens het bezit van
een diploma of getuigschrift met goed gevolg een opleiding als
hierboven onder d. bedoeld heeft voltooid, alsmede aan degene
die in het bezit is van een verklaring of diploma van het SOMA-
college, is geënt op het gemiddelde van het vakvolwassen
garantieloon van de functiegroepen C en D, rekening houdend
met de staffel die geldt indien bij de leeftijd twee jaar wordt bijgeteld.
Het aldus bepaalde loon (inclusief de twee bijgetelde
leeftijdsjaren) is vermeld in de kolom ,,met BBL 3’’ van tabel III
(zie bijlage 7a).
f. De jeugdige werknemer die op grond van een van de onder c., d.
of e. bedoelde leeftijdsverhogingen de vakvolwassen leeftijd bereikt,
heeft recht op het garantieloon van een vakvolwassen
werknemer als bedoeld in artikel 27 lid 1. Onder het vakvolwassen
loon wordt verstaan het loon van de functiegroep waartoe de
functie behoort en waarin de werknemer is ingedeeld.
g. Aan de jeugdige werknemer die uit de aard van het beroep geen

praktijk-en arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 59a kan
aangaan en aan de jeugdige werknemer, voor wie wel een op zijn
beroep gerichte opleiding bestaat doch die niet in de gelegenheid
is deze opleiding te volgen, kan – indien naar het oordeel van de
werkgever de prestatie daartoe aanleiding geeft – het loon worden
uitbetaald dat geldt voor jeugdigen die een jaar ouder zijn.

h. De jeugdige werknemer die gehuwd is heeft aanspraak op het
loon van een drie jaar oudere werknemer, met behoud van rechten
op grond van het overigens in dit lid bepaalde.
4. Minimumloon jeugdige werknemers
a. Onder opleidingstoeslag wordt verstaan het verschil tussen het
loon in de kolom ,,zonder vakopleiding’’ en het loon in de kolom
,,in BBL 2’’ van tabel III (zie bijlage 7a), respectievelijk het verschil
tussen het loon in de kolom ,,met BBL 2’’ en het loon in de
kolom ,,in BBL 3’’.
b. Onder de loonleeftijd wordt verstaan de leeftijd waarnaar de
jeugdige werknemer op grond van de bepalingen van deze CAO
wordt beloond.
5. Inloopschaal jeugdige werknemers
a. In afwijking van het gestelde in het eerste lid betaalt de werkgever
een werknemer, die nog nooit in de bouw heeft gewerkt,
maximaal voor de periode van een jaar een loon volgens de
inloopschaal. Voor de inloopschalen geldt dat werknemers die èn
jonger zijn dan 22 jaar èn de beroepsopleiding instromen niet
volgens deze schaal worden beloond. In dit artikel wordt onder
beroepsopleiding mede verstaan het volgen van de praktijkcomponent.
Deze afwijking geldt evenmin voor werknemers die
in het bezit zijn van het diploma van het SOMA-college.
b. De lonen volgens de inloopschaal (zie tabel IV, bijlage 7a) worden
als volgt berekend. Gedurende de eerste 26 weken van het
dienstverband geldt een schaalloon van het Wettelijk Minimum
Jeugdloon vermeerderd met 25% van het verschil tussen het Wettelijk
Minimum Jeugdloon en het loon voor ,,jeugdige’’ werknemers
zonder vakopleiding. Gedurende de tweede 26 weken van
het dienstverband bedraagt dit verhogingspercentage 50%.
6. Afwijkende lonen
Indien en voorzover jeugdigen, die zich hebben aangemeld voor de
BBL 2 en eerst na de zomervakantie met deze opleiding zullen aanvangen,
werkzaamheden verrichten vallende onder deze CAO, geldt
tot het moment waarop zij met de BBL 2 aanvangen een arbeidsovereenkomst
waarop de beloning conform tabel V van bijlage 7a
van de CAO van toepassing is. Deze lonen zullen gelden tot en met
de eerste 13 feitelijke opleidingsweken van de BPVO.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 29

Salarisschalen UTA-werknemers

1. De werkgever zal aan de werknemer een salaris betalen behorend bij
het functieniveau waarin de werknemer is ingedeeld.
2. De werkgever zal aan de werknemer van 22 jaar of ouder een salaris
betalen dat ligt tussen het minimum en maximum van de salarisschaal
behorend bij diens functieniveau. De salarissen per 1 juli
2007, 1 januari 2008, 1 juli 2008, 1 januari 2009 en 30 juni 2009 zijn
opgenomen in de betreffende tabellen van bijlage 7b.
3. De werkgever zal aan de jeugdige werknemer beneden de leeftijd
van 22 jaar een salaris betalen dat ligt tussen het minimum en maximum
van de salarisschaal behorend bij diens functieniveau. De salarissen
per 1 juli 2007, 1 januari 2008, 1 juli 2008, 1 januari 2009 en
30 juni 2009 zijn opgenomen in de betreffende tabellen van bijlage
7b.
4. a. De werkgever is verplicht aan de werknemer bekend te maken
de wijze waarop door de werkgever invulling zal worden gegeven
aan de salarisstructuur.
Bij de invulling van de salarisstructuur kunnen elementen worden
betrokken als
• het functioneren van de werknemer;
• het aantal dienstjaren;
• het bedrijfsresultaat en
• de rendementspositie van het bedrijf.
b. Een werknemer van 22 jaar of ouder dient uiterlijk binnen twee
jaar na indeling in een functieniveau een salarisniveau te bereiken
van 104% van het minimum van de salarisschaal. De in de
vorige volzin bedoelde periode van twee jaar wordt, voor de
werknemer die reeds was ingedeeld in een functieniveau voor
werknemers beneden de leeftijd van 22 jaar en die in die periode
de leeftijd van 22 jaar bereikt, verkort met de periode waarin de
werknemer reeds was ingedeeld in dat functieniveau. Na vier respectievelijk
zes jaar dient 110% respectievelijk 116% van het
minimum van de schaal te zijn bereikt. Hetzelfde geldt ook voor
een werknemer van 22 jaar of ouder bij indeling in een hoger
functieniveau.
5. a. Ter bevordering van de arbeidsparticipatie van diegenen die langer
dan 8 maanden achtereen niet in dienstverband werkzaam

zijn geweest is naast de in lid 2 genoemde salarisschalen een
inloopschaal opgenomen, gelegen op een niveau tussen het wettelijk
minimumloon en schaal 1 voor UTA-werknemers van 22
jaar en ouder.

b. De werkgever kan werknemers als bedoeld onder 5.a. in afwijking
van de onder lid 2 genoemde salarisschalen gedurende het
eerste jaar van hun dienstverband een salaris betalen overeenkomstig
de betreffende tabel van bijlage 7b.
c. De salarissen, genoemd in tabel 3 van bijlage 7b worden als volgt
berekend. Gedurende het eerste halfjaar van het dienstverband
bedraagt het salaris het wettelijk minimumloon, vermeerderd met
een kwart van het verschil tussen dit wettelijk minimumloon en
het minimum van functieniveau 1 van tabel 1, zoals opgenomen
in de betreffende tabel van bijlage 7b. Gedurende het tweede
halfjaar van het dienstverband bedraagt het salaris het wettelijk
minimumloon, vermeerderd met de helft van het hierboven genoemde
verschil.
Artikel 30

Loons-en salarisverhogingen en eenmalige uitkeringen

1. Gedurende de looptijd van de CAO ontvangt de werknemer de volgende
structurele verhogingen van het vast overeengekomen loon,
c.q. salaris, waarin de automatische prijscompensatie (apc) geacht is
te zijn opgenomen:
• Per 1 juli 2007: 1,75%
• Per 1 januari 2008: 1,5%
• Per 1 juli 2008: 1,75%
• Per 1 januari 2009: 1,5%
• Per 30 juni 2009: 0,25%
In de loontabellen van bijlage 7a en 7b zijn deze loonsverhogingen
reeds verwerkt.
2. Gedurende de looptijd van de CAO ontvangt de werknemer de volgende
eenmalige bruto uitkering:
• Per 30 juni 2009: 0,25%
3. Volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers hebben, zolang
er sprake is van een loondoorbetalingsplicht van de werkgever,
recht op de volledige eenmalige uitkering, zoals omschreven in lid 2
van dit artikel.
Artikel 31

Suppletie bij herhalingsoefeningen voor UTA-werknemers

1. Bij deelneming aan een verplicht gestelde herhalingsoefening van

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

door de overheid ingestelde gezags-en beveiligingsorganen zal de
werkgever het eventuele verschil tussen het nettosalaris en het nettoinkomen,
onder meer omvattende wedde en kostwinnersvergoeding,
suppleren.

2. Tijdens de periode bedoeld in lid 1 van dit artikel blijven de wederzijdse
rechten en verplichtingen ten aanzien van vakantie, vakantiebijslag,
pensioenverzekering en dergelijke van de werknemer volledig
gehandhaafd.
Artikel 32a

Vakantie-uitkering voor bouwplaatswerknemers

De werknemer heeft recht op een vakantietoeslag van 8% van het vast
overeengekomen loon. De werkgever stort daartoe per betalingsperiode
van vier weken of een maand een tijdsevenredig bedrag in het Tijdspaarfonds,
als bedoeld in artikel 57a.

Artikel 32b

Vakantie-uitkering voor UTA-werknemers

1. Het vakantietoeslagjaar loopt gelijk aan het kalenderjaar. Per onderneming
kan een andere periode worden vastgesteld, wat schriftelijk
aan de werknemer dient te worden bevestigd.
2. Aan de werknemer zal jaarlijks een vakantietoeslag worden betaald
van ten minste 8% over het bij de werkgever in het vakantietoeslagjaar
genoten salaris.
3. De uitbetaling van de vakantietoeslag zal uiterlijk plaatsvinden in de
maand juni.
4. Bij beëindiging van het dienstverband zal aan de werknemer het hem
op dat moment toekomende bedrag aan vakantietoeslag worden uitbetaald,
dan wel het te veel betaalde bedrag met hem worden verrekend.

Artikel 33

Prestatiebeloning bouwplaatswerknemers

1. De werkgever is bevoegd boven het voor de werknemer geldende
garantieloon een prestatiepremie toe te kennen.
2. Wanneer deze premie afhankelijk wordt gesteld van een prestatiebevorderend
systeem, dient dit systeem in overeenstemming met de
daarbij betrokken werknemer te worden vastgesteld en schriftelijk te
worden vastgelegd.
3. Jeugdige werknemers beneden 18 jaar mogen niet in tarief werken.
4. Bij een verhoging van het garantieloon, anders dan op grond van
plaatsing in een hogere functiegroep, mag de werkgever deze verhoging
niet in mindering brengen op de resultaten van overeengekomen
prestatiebeloning en dergelijke.
HOOFDSTUK 8

VERGOEDINGEN EN TOESLAGEN

Artikel 34a

Stagevergoeding bouwplaatswerknemers

Wanneer een leerling in het kader van de beroepsopleidende leerweg
(BOL) de beroepspraktijkvorming volgt, is de werkgever krachtens de
WEB gehouden het door de onderwijsinstelling voorgeschreven model
van de beroepspraktijkvormingsovereenkomst te volgen. De stageregeling
voor de Bouw is hierbij van toepassing. Deze stageregeling is
op te vragen bij de werkgeversen werknemersorganisaties. Gedurende de
beroepsopleidende leerweg, geldt voor de leerling als richtlijn een vergoeding
van € 290,00 bruto per maand of € 66,92 bruto per week.

Artikel 34b

Stagevergoeding UTA-werknemers

De werkgever is gehouden de Stageregeling voor de Bouw toe te passen
ten aanzien van stagiairs van TU, HBO en beroepsopleidende leerweg,
die binnen het kader van een stageregeling een periode van praktisch
werken doorbrengen in de bouwnijverheid. Deze stageregeling is
op te vragen bij de werkgevers-en werknemersorganisaties.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 35a

Overwerkvergoeding bouwplaatswerknemers

1. In geval van overwerk, behoudens als bedoeld in artikel 15, kan de
werknemer een keuze maken of hij de hem toekomende overwerkuren
beloond wil hebben dan wel of hij omzetting in vrije tijd verlangt.
De werknemer is verplicht om zijn keuze binnen drie werkdagen
na het verrichten van het overwerk aan de werkgever bekend te
maken.
2. In geval de werknemer kiest voor beloning dan moet voor overwerkuren
het vast overeengekomen uurloon met de volgende percentages
worden verhoogd:
– voor de eerste 3 uren per dag, mits onmiddellijk voorafgaande of
aansluitend aan de normale arbeidsdag: 25%,
– voor de overige overuren op een normale werkdag, vanaf maandag
05.00 uur en voor arbeid op zaterdag tot 21.00 uur: 50%,
– voor arbeid tussen zaterdag 21.00 uur en maandag 05.00 uur voor
arbeid op een feestdag, als vermeld in artikel 24: 100%.
Voor Kust-en Oeverwerken bedragen deze percentages voor overwerkuren:

– van maandag 05.00 uur tot vrijdag 22.00 uur,
voor de uren tussen 05.00 uur en 22.00 uur: 25%,
voor de uren tussen 22.00 uur en 05.00 uur: 50%,
– van vrijdag 22.00 uur tot zaterdag 21.00 uur: 50%,
– van zaterdag 21.00 uur tot maandag 05.00 uur: 100%.
Bij overwerk in ploegendienst moeten de voor ploegendienst geldende
uurlonen worden verhoogd met de in dit lid genoemde percentages.
Voor het Heibedrijf geldt voorts nog de bepaling dat wanneer bij
nachtarbeid minder uren gewerkt kan worden dan de normale arbeidsduur
bedraagt, voor het ontbrekende aantal uren het geldende
garantie-uurloon zal worden uitbetaald.
Bij overwerk tijdens verschoven werktijden Infra, zoals bepaald in
artikel 14, wordt de in dat artikel genoemde overwerktoeslag berekend
over het vast overeengekomen loon en niet over de toeslag verschoven
werktijden Infra, zoals bepaald in artikel 37.
3. In geval de werknemer kiest voor omzetting in vrije tijd zullen de
overwerkuren worden gecompenseerd door vrije uren vermeerderd
met de in uren uitgedrukte percentages genoemd in lid 2. Indien
aldus 8 uren zijn verkregen kan de werknemer in overleg met de

werkgever een dag vrijaf nemen, zo spoedig mogelijk nadat dit overwerk
is verricht. De aldus opgenomen vrije dag wordt beloond tegen
het garantieloon vermeerderd met de hem eventueel toegekende
prestatiebeloning.
Over deze dag is de werkgever tegenover de werknemer gehouden
de verplichtingen aan de fondsen genoemd in artikel 55 na te komen.

Artikel 35b

Overwerkvergoeding UTA-werknemers

1. Aan de werknemers zal schriftelijk worden bekendgemaakt op welke
wijze compensatie wordt gegeven voor door de werkgever opgedragen
overwerk van aanmerkelijke omvang.
2. Voor het geval een werkgever niet schriftelijk bekend heeft gemaakt
op welke wijze hij overwerk compenseert, alsmede indien per saldo
minder dan het uurloon wordt gecompenseerd, worden de overuren
van werknemers in de functies tot en met niveau drie minimaal vergoed
tegen het geldende salaris per uur dan wel tijd voor tijd.
Artikel 36

Vergoeding bereikbaarheidsdienst bouwplaatswerknemers

1. De werknemer die beschikbaar is voor de bereikbaarheidsdienst
heeft terzake van die dienst recht op een vergoeding. De hoogte van
de vergoeding wordt door de werkgever in overleg met de werknemer
vastgesteld, doch zal voor elke kalenderweek wachtdienst ten
minste bedragen:
a. indien de werknemer door de bereikbaarheidsdienst voortdurend
aan zijn woning gebonden is: € 176,13 bruto;
b. indien de werknemer door de bereikbaarheidsdienst niet voortdurend
aan zijn woning gebonden is, maar op gezette tijden beschikbaar
moet zijn: € 152,64 bruto;
c. indien de werknemer beschikt over zodanige technische hulpmiddelen
dat de gebondenheid aan zijn woning tot een minimum
beperkt is: € 129,16 bruto.
2. Ingeval de bereikbaarheidsdienst zich over minder dan een kalenderweek
uitstrekt zal de vergoeding naar rato worden verminderd met
dien verstande dat voor elke zaterdag en zondag 1/4 deel en voor
elke andere dag 1/10 deel van de weekvergoeding wordt aangehouden.
3. Indien een werknemer tijdens een bereikbaarheidsdienst wordt opgeroepen
om daadwerkelijk arbeid te verrichten wordt dit gezien als

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

overwerk. De overwerktoeslag zoals bepaald in artikel 35a is van
toepassing.

4. In een onderneming met een ondernemingsraad kan een van dit artikel
afwijkende regeling van toepassing zijn, mits de werkgever met
de ondernemingsraad hierover overeenstemming heeft bereikt. Deze
afwijkende regeling dient per saldo minimaal gelijkwaardig te zijn
aan de in dit artikel omschreven regeling. Artikel 73 is hierbij van
toepassing.
Artikel 37

Toeslag verschoven uren Tijwerk en Infra

Voor bouwplaatswerknemers die worden ingezet op verschoven uren Tijwerk
geldt dat wanneer – behoudens bij ploegendienst – de arbeid wordt
verricht buiten de grenzen van artikel 8 lid 3 of artikel 13 doch de nor-
male arbeidsduur niet wordt overschreden, voor de buiten deze grenzen
vallende uren het garantie-uurloon moet worden verhoogd met 25%.
Voor bouwplaatswerknemers die worden ingezet op verschoven uren
Infra, zoals bedoeld in artikel 14 gelden de volgende bepalingen.

1. Wanneer bij vernieuwing, reparatie of onderhoud van infrastructurele
werken een gedeelte van de normale arbeidsduur per week wordt
verricht vóór 07.00 uur dan wel na 20.00 uur doch de normale
arbeidsduur wordt niet overschreden, dient uitsluitend over deze uren
het vast overeengekomen uurloon te worden verhoogd met de toe-
slag verschoven uren Infra.
2. Het uurloon van de in het kader van de verschoven arbeidstijden
gewerkte uren dient verhoogd te worden met de in dit artikel vermelde
toeslagen. De toeslag verschoven uren Infra bedraagt 30%. In
afwijking hiervan bedraagt de toeslag voor arbeid tussen vrijdag
20.00 uur en zaterdag 20.00 uur 50%. Van zaterdag 20.00 uur tot
zondag 07.00 uur 75% en voor arbeid tussen zondag 07.00 uur en
maandag 07.00 uur, alsmede voor arbeid op feestdagen 100%.
3. Indien gedurende een week uitsluitend wordt gewerkt in verschoven
arbeidstijden en minder uren dan normaal gewerkt kan worden,
wordt voor de ontbrekende uren het vast overeengekomen loon
inclusief toeslag verschoven uren Infra uitbetaald.
4. Indien een werknemer en een werkgever vóór 1 januari 1989 een
regeling verschoven uren Infra in de zin van deze CAO zijn overeengekomen
die qua toeslagen en vergoedingen per saldo hoger is
dan lid 2 bepaalt, zal toepassing van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel
gepaard gaan met een zodanige aanpassing van de onderling

overeengekomen regeling dat toeslagen en vergoedingen per saldo
niet hoger zijn dan de oorspronkelijke regeling.

5. Indien in asfaltcentrales voor 1 juli 2001 al een regeling verschoven
uren Infra in de zin van deze CAO van toepassing was die qua toeslagen
en vergoedingen per saldo hoger is dan lid 2 bepaalt, zal toe-
passing van lid 1, 2 en 3 van dit artikel gepaard gaan met een zodanige
aanpassing van de onderling overeengekomen regeling dat
toeslagen en vergoedingen per saldo niet hoger zijn dan de oorspronkelijke
regeling.
Artikel 38

Toeslag ploegendienst bouwplaatswerknemers

Voor werknemers die in ploegendienst werken – uitgezonderd de Industriële
Bouw – zal hun vast overeengekomen loon worden verhoogd, te
weten met 10% in geval van tweeploegendienst en met 15% in geval van
drieploegendienst.
Voor de Industriële Bouw geldt dat indien de dienst van een ploeg zodanig
is geregeld dat de aanvang van de voor die dienst normale werktijd
valt vóór 6.00 uur of de beëindiging van de werktijd valt na 19.00 uur
overuren niet meegerekend – het uurloon zal worden verhoogd met 5%
voor de uren vallende tussen 6.00 en 19.00 uur en met 25% voor de uren
vallende tussen 19.00 uur en de volgende ochtend 6.00 uur.

Artikel 39

Toeslag steenzetterswerkzaamheden

Aan bouwplaatswerknemers die worden ingezet voor het verrichten van
steenzetterswerkzaamheden aan de strandhoofden langs de Noordzeekust
of onder daarmee gelijk te stellen omstandigheden elders (dit laatste mits
met toestemming van partijen), alsmede voor rijswerk buitengaats, zal
een toeslag worden uitbetaald van € 7,91 per week.

Artikel 40

Vergoeding voor bouwplaatswerknemers bij verafgelegen werken

1. Indien het werk zo ver van de woning van de werknemer gelegen is
dat dagelijks huiswaarts keren van de werknemer onredelijk zou zijn,
zal zijn voeding, behoorlijke huisvesting en een vergoeding voor de
verdere noodzakelijke verblijfkosten tijdens de daardoor ontstane
afwezigheid van huis, voor rekening komen van de werkgever, tenzij
de werkgever een naar behoorlijke maatstaven uitgeruste verblijfsgelegenheid
ter beschikking stelt en ter tegemoetkoming in de kosten
voor voeding een toelage van € 6,65 per dag verstrekt. De
werknemer behoudt recht op vrije voeding en logies, indien hij door

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

ziekte of ongeval arbeidsongeschikt wordt, voor zolang hij verblijf
houdt in de plaats waar hij te werk is gesteld.

2. Aan werknemers van Kust-en Oeverwerken zal, wanneer zij worden
gehuisvest in een door de werkgever beschikbaar gesteld verblijf uitgezonderd
pensions, kosthuizen e.d. – voor elke daar doorgebrachte
nacht een toeslag van € 3,87 worden betaald. Deze bepaling is ook
van toepassing bij overnachten op vaartuigen.
3. Wanneer een werknemer ,,Zwarte Corps’’ met zijn gezin door de
werkgever wordt gehuisvest, bijvoorbeeld in een woonwagen of
woonark, worden de voor de werknemer daaruit voortvloeiende kosten
door de werkgever vergoed. Dit laatste geldt ook indien een aan
de werknemer toebehorende woongelegenheid naar het oordeel van
de werkgever verplaatst moet worden, in welk geval bovendien de
verplaatsingskosten heen en terug voor rekening komen van de
werkgever. De werknemer mag bij terugkeer kiezen tussen de plaats
waar hij in het bevolkingsregister is ingeschreven of zijn feitelijke
woonplaats ten dage van het aangaan der arbeidsovereenkomst. Verplaatsing
dient door de werkgever ten minste2x24uur tevoren aan
de werknemer te worden aangezegd. Indien de dienstbetrekking door
de werknemer wordt beëindigd of eindigt wegens een door hem aan
de werkgever gegeven dringende reden, zijn de kosten van terugkeer
niet voor rekening van de werkgever.
4. Indien de werkgever een werknemer ,,Zwarte Corps’’ voor de duur
van de dienstbetrekking woonruimte als dienstwoning ter beschikking
heeft gesteld en de dienstbetrekking eindigt door een rechtsgeldige
opzegging door de werknemer, dan is deze verplicht deze woonruimte
binnen een termijn van 2 weken na het einde van de
dienstbetrekking te ontruimen en ter beschikking te stellen van de
werkgever; eindigt de dienstbetrekking door een rechtsgeldige opzegging
door de werkgever dan bedraagt vorengenoemde termijn ten
hoogste vier weken. In het laatste geval geldt voor de kosten van vervoer
en verhuizing hetzelfde als in lid 3 ten aanzien van deze kosten
is bepaald.
5. In een onderneming met een ondernemingsraad kan een van de leden
1 tot en met 4 afwijkende regeling van toepassing zijn, mits de werkgever
en de ondernemingsraad hierover overeenstemming hebben
bereikt. Deze afwijkende regeling dient per saldo minimaal gelijkwaardig
te zijn aan de regeling zoals omschreven in eerder genoemde
leden. Artikel 73 is hierbij van toepassing.

Artikel 41a

Reiskostenvergoeding bouwplaatswerknemers

1. De werknemer die zowel binnen als buiten zijn woongemeente werkzaam
is en dagelijks meer dan 15 kilometer moet reizen om van zijn
woning naar het werk en weer terug te komen, heeft recht op vergoeding
van de reiskosten. Het vervoer tussen woning en werk zal
zoveel mogelijk als groepsvervoer plaatsvinden.
2. De werkgever is gerechtigd een vervoermiddel aan te wijzen, mits
dit in alle opzichten aan de door de wet gestelde eisen voldoet.
3. Kosten van reizen met een openbaar vervoermiddel worden in de
laagste klasse vergoed.
4. Indien de werknemer naar het oordeel van de werkgever gebruik
moet maken van een ander dan een openbaar vervoermiddel, zal hem
hiervoor worden betaald:
voor het gebruik van een rijwiel (per dag): € 0,80
voor het gebruik van een rijwiel met hulpmotor (per kilometer):
€ 0,07
met een minimum (per dag): € 0,89
voor het gebruik van een motorvoertuig op minder dan 4 wielen (per
kilometer): € 0,22
voor het gebruik van een auto (per kilometer): € 0,28
Deze vergoedingen zullen ook worden betaald wanneer de werknemer
tijdens en ten behoeve van de werkzaamheden van deze vervoermiddelen
gebruik moet maken alsmede wanneer de werknemer tijdens
vorstverlet op verzoek van de werkgever moet reizen.
5. Een werknemer, bedoeld in artikel 40 lid 1, heeft eenmaal per week
recht op vrij vervoer van en naar huis. Is de werknemer door ziekte
of ongeval arbeidsongeschikt dan mag de werkgever op zijn kosten
de werknemer naar diens woonplaats doen vervoeren, mits dit medisch
verantwoord is; hij is daartoe verplicht als het vervoer medisch
noodzakelijk is. Zolang de werknemer door zijn arbeidsongeschiktheid
als gevolg van ziekte of ongeval niet in staat is wekelijks huiswaarts
te keren, zal zijn echtgeno(o)t(e) of, indien hij ongehuwd is,
zijn ouders, hem eenmaal per week op kosten van de werkgever kunnen
bezoeken.
6. Indien de werknemer bij ziekte de arbodienst moet bezoeken en
daarvoor reiskosten maakt, worden deze reiskosten door de werkgever
vergoed.
7. In een onderneming met een ondernemingsraad kan een, van de
leden a tot en met f, afwijkende regeling van toepassing zijn, mits de

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

werkgever en de ondernemingsraad hierover overeenstemming hebben
bereikt. Deze afwijkende regeling dient per saldo minimaal
gelijkwaardig te zijn aan de regeling zoals omschreven in de eerder
genoemde leden. Artikel 73 is hierbij van toepassing.

Artikel 41b

Reis-en verhuiskostenvergoeding UTA-werknemers

1. Wordt op last van de werkgever in een andere gemeente arbeid verricht
dan waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan, dan zal, indien
naar het oordeel of met instemming van de werkgever of diens vertegenwoordiger
gebruik moet worden gemaakt van een openbaar of
ander middel van vervoer (voordeligste tarief), het daaruit voortvloeiende
bedrag aan reiskosten voor rekening van de werkgever
komen.
2. Indien de werknemer naar het oordeel van de werkgever gebruik
moet maken van een eigen auto, zal per gereden kilometer een
bedrag worden vergoed van € 0,28. Voor een motorvoertuig op minder
dan 4 wielen zal per gereden kilometer een bedrag worden vergoed
van € 0,22. De werkgever kan in afwijking van het hier bepaalde
met de werknemer een per saldo gelijkwaardige regeling
overeenkomen. De werknemer dient de werkgever aan te tonen dat
het voertuig in alle opzichten aan de door de wet gestelde eisen voldoet
en dat deze genoegzaam verzekerd is.
3. Indien het werk zo ver buiten de standplaats is gelegen dat de werknemer
’s avonds niet huiswaarts kan keren en hij niet verhuist naar
de nieuwe standplaats zal door de werkgever naar redelijke maatstaf
voor vergoeding van de uit deze situatie voortvloeiende extra reiskosten
en extra kosten van voeding en logies worden zorg gedragen,
waarvoor zo nodig door de werknemer een kwitantie zal worden
getekend.
4. De in lid 3 bedoelde werknemer zal als regel eenmaal per week naar
huis mogen gaan. De daaruit voortvloeiende reiskosten komen voor
rekening van de werkgever.
5. Indien de werknemer bij ziekte de arbodienst moet bezoeken en
daarvoor reiskosten maakt, worden deze reiskosten door de werkgever
vergoed.

6. Bij een verhuizing op verzoek van de werkgever geldt de volgende
bepaling.
Wordt op last van de werkgever in een andere gemeente arbeid verricht
dan waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan, dan zal, indien
de werknemer op verzoek van de werkgever verhuist, het bedrag van
alle daaraan verbonden kosten naar redelijke maatstaf worden vergoed.
Artikel 42

Reisurenvergoeding bouwplaatswerknemers

1. Onder reisuren worden verstaan de uren gedurende welke gereisd
wordt van de woning tot het werk en terug. Zij moeten worden vergoed
indien de arbeid in een andere dan de woongemeente van de
werknemer plaatsvindt. Daarbij dienen de volgende bepalingen van
dit artikel in acht te worden genomen.
2. De duur van de reis (reistijd) welke wordt gemaakt met een:
• openbaar middel van vervoer;
• door de werkgever ter beschikking gesteld vervoermiddel;
• eigen vervoermiddel;
zal – met uitzondering van de eerste zestig minuten per dag – door
de werkgever aan de werknemer worden vergoed tegen het voor die
werknemer geldende garantie-uurloon. De reisurenvergoeding van
een leermeester die daadwerkelijk leerlingen begeleidt, is sinds 1 november
2005 gebaseerd op tabel II van de Loontabellen bouwplaatswerknemers
(bijlage 7a). De eerste zestig minuten per dag worden
echter wel vergoed aan de werknemer die als bestuurder van een auto
met één of meer meerijders optreedt.
3. Als reistijd bij een openbaar vervoermiddel geldt de reistijd volgens
de dienstregeling; bij een ander vervoermiddel wordt aangenomen
dat per uur wordt afgelegd door:
• een voetganger: 5 km;
• een rijwiel: 15 km;
• een rijwiel met hulpmotor: 25 km;
• een twee-of driewielig motorrijwiel: 40 km
4. Voor het reizen met een auto geldt de volgende normregeling:
Woon-werkverkeer enkele reis in
kilometers Uitbetaalde reisuren per dag

meer dan: tot en met meerijder/chauffeur chauffeur**:
(alleen)*:

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Woon-werkverkeer enkele reis in
kilometers Uitbetaalde reisuren per dag

0 km 25 km 0 op basis van 50 km
per uur
25 km 50 km op basis van 50 km op basis van 50 km
per uur (max. 1 per uur
uur)
50 km 59 km 1,2 2,2
59 km 70 km 1,4 2,4
70 km 81 km 1,6 2,6
81 km 92 km 1,8 2,8
92 km 105 km 2 3
105 km of meer werkelijke werkelijke reistijd***
reistijd***

* De eerste 60 minuten zijn reeds in mindering gebracht op de genoemde reisuren per
dag.
** Met chauffeur wordt hier de werknemer bedoeld die is genoemd in artikel 43. De
chauffeur heeft daarnaast recht op een chauffeurstoeslag als bedoeld in artikel 43.
*** Met dien verstande dat dit nooit lager kan zijn dan de voorafgaande staffel van
92 – 105 km (2 uitbetaalde reisuren voor een meerijder en 3 uitbetaalde reisuren voor
een chauffeur).
5. Voor de berekening van de in de tabel in lid 4 opgenomen afstanden
in kilometers geldt het aantal kilometers die de werknemer moet
afleggen om via de snelste route van zijn woning naar het werk te
reizen.
6. De werkgever legt de verreden kilometers en de reisurenvergoeding
schriftelijk vast.
7. Indien de arbeidstijd, de in de Normregeling Arbeidstijden, zoals
opgenomen in bijlage 4 van deze CAO, voorgeschreven pauze en de
werkelijke reistijd tezamen meer bedragen dan 11,5 uur per dag, zal
de arbeidstijd in zoverre worden ingekort. De in de normale arbeidstijd
vallende reisuren zullen als arbeidsuren betaald worden.
8. Indien het werk zo ver van de woning van de werknemer is gelegen
dat dagelijks huiswaarts keren van de werknemer onredelijk zou zijn,
zal hij in de gelegenheid worden gesteld één maal per week van huis
te vertrekken en terug te keren. In afwijking van het bepaalde in lid
2 van dit artikel zullen aan deze werknemer alle noodzakelijk te

maken reisuren worden vergoed. De in de normale werktijd vallende
reisuren zullen als arbeidsuren worden betaald.

9. Wanneer sprake is van arbeidsverhindering als gevolg van ongunstige
weersomstandigheden in de zin van artikel 20a, zullen eventuele
reisuren, behoudens in situaties dat het de werknemer redelijkerwijs
duidelijk moet zijn geweest dat zich arbeidsverhindering in
deze zin voordoet, overeenkomstig de leden 1 tot en met 4 worden
vergoed.
10. In een onderneming met een ondernemingsraad kan een van de leden
1 tot en met 6, afwijkende regeling van toepassing zijn, mits de
werkgever en de ondernemingsraad hierover overeenstemming hebben
bereikt. Deze afwijkende regeling dient per saldo minimaal
gelijkwaardig te zijn aan de regeling zoals omschreven in de eerder
genoemde leden. Artikel 73 is hierbij van toepassing.
Artikel 43

Chauffeurstoeslag bouwplaatswerknemers

De chauffeur, die door de werkgever als zodanig is aangewezen of gedurende
ten minste twee kalenderweken feitelijk als zodanig optreedt, heeft
voor elke dag dat hij/zij het vervoer van één of meer meerijder(s) naar
en van het werk verzorgt recht op een toeslag volgens onderstaande
tabel, tenzij het vervoer plaatsvindt met een door de werkgever ter
beschikking gestelde auto.

Enkele reis 0–30 km 31–65 km 66 km en meer
Toeslag € 6,– € 9,– € 12,–

Artikel 44

Premie schadevrij rijden bouwplaatswerknemers

De chauffeur die werkzaamheden verricht beschreven in functie 22, 62
of 89 van de functielijst (bijlage 2a-1) en die een geheel kalenderkwartaal
heeft gereden zonder schade door zijn schuld, heeft recht op
een premie voor schadevrij rijden. De premie bedraagt € 10,57 per kwartaal,
welk bedrag voor elk aansluitend schadevrij kwartaal zal worden
verhoogd met € 1,24 totdat het maximum van € 12,91 is bereikt. Zodra
men over een bepaald kwartaal geen premie heeft genoten, zal over het
eerstvolgende schadevrij kalenderkwartaal wederom € 10,57 worden uitbetaald.
Na drie jaar schadevrij rijden wordt een extra bonus uitgekeerd
van € 18,20, evenals voor elk daarop onmiddellijk volgend schadevrij
jaar.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 45

Kostenvergoedingen bouwplaatswerknemers

1. De werkgever dient persoonlijke beschermingsmiddelen (waaronder
veiligheidsschoeisel) conform de arbowetgeving kosteloos te verstrekken.
Onder persoonlijke beschermingsmiddelen wordt verstaan
een uitrustingsstuk of -middel dat bestemd is om door een persoon
te worden gedragen of vastgehouden als bescherming tegen een of
meer gevaren die een bedreiging voor zijn gezondheid of zijn veiligheid
kunnen vormen. Indien de werkgever besluit door te werken op
vorstdagen dient de werkgever aanvullend kosteloos doelmatige
winterkleding te verstrekken. Bij verstrekking dient de werknemer
deze persoonlijke beschermingsmiddelen te onderhouden.
2. Naast het standaard kledingpakket ontvangen werknemers, werkzaam
in de industriële steigerbouw, indien tijdens vorst werkzaamheden
moeten worden verricht, kosteloos van de werkgever een additioneel
kledingpakket. Dit kledingpakket bestaat uit: twee
helmmutsen, twee thermische onderbroeken met lange pijpen, twee
thermische hemden met lange mouwen en twee paar thermische sokken.
Deze kledingstukken dienen te voldoen aan de specificaties
vastgesteld door de stichting Arbouw. Indien de voorgeschreven kledingstukken
zijn versleten of kapot zijn gegaan, kunnen zij worden
ingeleverd tegen overhandiging van een nieuw exemplaar. De werkgever
kan daarnaast noodzakelijke werkkleding verstrekken. Werkkleding
is kleding die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestemd is
om tijdens het werk te dragen. Voor niet verstrekte werkkleding ontvangt
de werknemer per gewerkte dag:
– werkkleding: € 0,87;
– werkkleding van een werknemer in het Heibedrijf: € 0,95;
– laarzen: € 0,54;
– indien uitsluitend knielaarzen: € 0,43;
– laarzen en oliegoed van een werknemers bij Kust-en Oeverwerken:
€ 1,11;
De aanspraak op de vergoeding komt te vervallen als de hierboven
genoemde zaken kosteloos worden verstrekt.

3. Voor noodzakelijk gebruik van eigen gereedschap ontvangt de werknemer
per gewerkte dag met betrekking tot:
– gereedschap van een timmerman of straatmaker, tot zijn normale
uitrusting behorend: € 0,75;
– gereedschap van een metselaar of tegelzetter, tot zijn normale uitrusting
behorend: € 0,54.

De aanspraak op de vergoeding komt te vervallen als de hierboven
genoemde zaken kosteloos worden verstrekt.

4. In een onderneming met een ondernemingsraad kan een van de leden
1 tot en met 3 afwijkende regeling van toepassing zijn, mits de werkgever
en de ondernemingsraad hierover overeenstemming hebben
bereikt. Deze afwijkende regeling dient per saldo minimaal gelijkwaardig
te zijn aan de regeling zoals omschreven in eerder genoemde
leden. Artikel 73 is hierbij van toepassing.
Artikel 46a

EHBO-vergoeding bouwplaatswerknemers

1. Indien een werknemer met goed gevolg een EHBO-cursus, die onder
supervisie van het Oranje Kruis valt, heeft gevolgd, zal de verstrekking
van het eenheidsdiploma EHBO hem recht geven op vergoeding
van:
– het examen-en diplomageld;
– het Oranje Kruisboekje;
– het eventueel betaalde lesgeld.
2. Indien de EHBO-cursus is gevolgd op verzoek van de werkgever en
plaatsvond buiten arbeidstijd, heeft de werknemer tevens recht op:
– een bruto bedrag van € 149,35;
– reiskostenvergoeding conform artikel 41a.
3. De binnen het kader van de ,,regeling betreffende het eenheidsdiploma
EHBO’’ vallende jaarlijkse oefenlessen, welke noodzakelijk
zijn voor het behoud van het diploma, geven de werknemer een recht
op vergoeding van de administratiekosten, verbonden aan de verlenging
van het diploma, alsmede de kosten van het eventueel te betalen
lesgeld.
Artikel 46b

EHBO-vergoeding UTA-werknemers

Voor het buiten werktijd en op verzoek van de werkgever behalen van
een EHBO-diploma of het diploma Bedrijfshulpverlening (BHV), ontvangt
de werknemer een vergoeding van € 149,35 bruto, vermeerderd
met de gemaakte reiskosten volgens artikel 41b.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

HOOFDSTUK 9

OVERIGE INKOMENSVOORZIENINGEN

Artikel 47

Voorziening bij ongeval

De werknemer heeft bij een ongeval in diensttijd of tijdens het woonwerkverkeer
aanspraak op een bruto uitkering van:

• € 20.650,– in geval van overlijden
• € 41.300,– in geval van blijvende invaliditeit.
Afhankelijk van de mate van invaliditeit kunnen lagere bedragen worden
toegekend.
De tekst van deze ,,collectieve ongevallenregeling’’ en de hierbij geldende
voorwaarden zijn op te vragen bij partijen bij deze CAO en maakt
onderdeel uit van de CAO Bedrijfstakeigen Regelingen voor de Bouwnijverheid
2006–2010.
Artikel 48a

Voorziening bij overlijden bouwplaatswerknemers

1. In geval een werknemer bij afwezigheid van huis in verband met zijn
werk dan wel op weg naar het werk of van het werk overlijdt, zijn
de kosten van het vervoer van het stoffelijk overschot naar de woonplaats,
indien deze woonplaats in Nederland gelegen is, voor rekening
van de werkgever, tenzij deze kosten uit een wettelijke regeling
worden betaald.
2. In afwijking van artikel 7:674 lid 2 BW zal bij de beëindiging van
de arbeidsverhouding door het overlijden van de werknemer de
werkgever aan de nagelaten betrekkingen van de werknemer over de
periode van de dag van overlijden tot en met de laatste dag van de
tweede maand na de maand waarin het overlijden plaatsvond, een
uitkering verlenen ten bedrage van het vast overeengekomen loon
dat de werknemer laatstelijk rechtens toekwam.
Artikel 48b

Voorziening bij overlijden UTA-werknemers

In afwijking van artikel 7:674 lid 2 BW zal bij de beëindiging van de
arbeidsverhouding door het overlijden van de werknemer de werkgever

aan de nagelaten betrekkingen van de werknemer een uitkering verlenen
ten bedrage van het salaris dat de werknemer laatstelijk rechtens toekwam
over de periode van de dag van overlijden tot en met de laatste
dag van de tweede maand na de maand waarin het overlijden plaatsvond.

Artikel 49

Ziektekostenverzekering

De werknemer heeft recht op een bijdrage van zijn werkgever van € 4,50
per maand, indien de werknemer een aanvullende ziektekostenverzekering
heeft afgesloten, waarvan ten minste dekking van de kosten van
fysiotherapie, ergotherapie en psychologische zorg deel uitmaakt.

HOOFDSTUK 10

INKOMEN BIJ ARBEIDSONGESCHIKTHEID EN
WERKLOOSHEID

Artikel 50

Loondoorbetaling bij ziekte

1. Bij de tweede en derde ziekmelding gedurende een kalenderjaar is
de werkgever niet tot loondoorbetaling van de eerste ziektedag gehouden.
2. De werknemer heeft gedurende het eerste ziektejaar recht op 100%
doorbetaling van zijn vast overeengekomen loon of salaris. Tijdens
het tweede ziektejaar heeft de werknemer recht op 70% doorbetaling
van zijn vast overeengekomen loon.
Artikel 51

Bonus bij reïntegratie in tweede ziektejaar

1. Indien de werknemer in diens tweede ziektejaar reïntegreert in zijn
oude of een nieuwe functie binnen of buiten het bedrijf of de
bedrijfstak, bestaat onder de volgende voorwaarden recht op een
bonus voor zowel de werkgever als de werknemer:
a. de werknemer moet minstens twee maanden onafgebroken weer
aan het werk zijn; wordt de periode van twee maanden onderbroken
door vakantie, dan wordt de periode van twee maanden met
de duur van die vakantie verlengd;
b. de werknemer moet met dit werk minstens 50% verdienen van
het vast overeengekomen loon of salaris dat hij verdiende voordat
hij arbeidsongeschikt werd;

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

c. het tweede ziektejaar van de werknemer is niet eerder dan op
1 januari 2005 aangevangen.
2. Indien de werknemer aan de in lid 1 onder a, b en c vermelde voorwaarden
voldoet en hij reïntegreert in zijn oude of een nieuwe functie
bij zijn oorspronkelijke werkgever, heeft hij over de periode vanaf
de eerste dag van zijn tweede ziektejaar tot en met de laatste dag van
de tweede maand die hij weer aan het werk is, recht op een aanvulling
ineens tot 100% van zijn vast overeengekomen loon of salaris
dat hij verdiende voordat hij arbeidsongeschikt werd. De periode
waarover de aanvulling plaatsvindt kan echter nooit langer zijn dan
twaalf maanden. De aanvulling kan ook nooit meer dan één keer per
jaar worden verstrekt.
3. Vindt de reïntegratie plaats bij een andere werkgever en voldoet de
werknemer overigens aan de in lid 1 onder a, b en c genoemde voorwaarden,
dan betaalt de oorspronkelijke werkgever de werknemer de
aanvulling van ten hoogste twaalf maanden 30%, echter uitsluitend
tot aan de dag van de reïntegratie.
4. De werkgever die in de in lid 2 en 3 bedoelde situaties een aanvulling
ineens aan de werknemer heeft uitbetaald, heeft recht op een
bonus van € 2.500 uit het Aanvullingsfonds. Aan de administratieve
voorwaarden, waaraan de werkgever daarbij moet voldoen, dient de
werknemer zijn medewerking te verlenen. Informatie over deze administratieve
voorwaarden kan worden opgevraagd bij Cordares
CAO-regelingen.
Artikel 52a

Arbeidsongeschiktheid bouwplaatswerknemers als gevolg van
arbeid voor derden

1. De werknemer die zonder toestemming van de werkgever bouwwerkzaamheden
verricht ten behoeve van derden en als gevolg hiervan
arbeidsongeschikt raakt, heeft voor de duur van de eerste drie
maanden van deze arbeidsongeschiktheid geen recht op de aanvulling
van hetgeen hem op grond van artikel 7:629 BW toekomt tot
zijn vast overeengekomen loon.
2. Indien en voor zover de werkgever ter zake van arbeidsongeschiktheid
van zijn werknemer tegenover een of meer derden een vordering
tot schadevergoeding kan doen gelden, moet de betrokken werknemer
zijn volledige medewerking verlenen om de schadevergoeding

op deze derde(n) te verhalen. Artikel 6:107a BW is van overeenkomstige
toepassing.

Artikel 52b

Arbeidsongeschiktheid UTA-werknemers als gevolg van arbeid
voor derden

2. Indien en voor zover de werkgever ter zake van arbeidsongeschiktheid
van zijn werknemers tegenover één of meer derde(n) een vordering
tot schadevergoeding kan doen gelden, dient de betrokken
werknemer zijn volledige medewerking te verlenen de schadevergoeding
op deze derde(n) te verhalen. Als schade wordt hier bedoeld het
bedrag voortvloeiend uit de loondoorbetalingsverplichting (inclusief
de daarbij behorende vakantietoeslag) ex artikel 50 lid 2, alsmede
een door de werkgever ten behoeve van de werknemer ontvangen
uitkering krachtens de Ziektewet en/of een verhoogde WAO-of
WIA-uitkering.
De uit artikel 50 lid 2 voortvloeiende verplichtingen van de werkgever
aan de werknemer blijven onverminderd van kracht.
Artikel 53

Aanvulling werkloosheidsuitkering

1. Een werknemer die werkloos wordt en voldoet aan de daarvoor
gestelde voorwaarden in het reglement van het Aanvullingsfonds
voor de Bouwnijverheid heeft aanspraak op een aanvulling ineens
van € 425,–.
2. De werknemer moet zich, om in aanmerking te komen voor de uitkering
als bedoeld in lid 1, via de vakbondsconsulent, melden bij
Cordares.
3. Voor de financiering van de regeling is een bijdrage verschuldigd aan
het Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid die gelijkelijk door
werkgever en werknemer wordt opgebracht.
Artikel 54

Aanvullende uitkeringen en rechten arbeidsongeschikten

1. Werknemers die een uitkering ontvangen op grond van de regeling
Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA, onderdeel
van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen – WIA) hebben
recht op een eindejaarsuitkering. De uitkering bedraagt € 567,23
en wordt in december van elk jaar betaalbaar gesteld.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

2. In de situatie dat de werkgever aan een werknemer een aanvulling
tot 100% op de IVA-uitkering verstrekt, kan deze werkgever het met
de eindejaarsuitkering overeenkomende bedrag in mindering brengen
op de aanvulling zodat de situatie wordt voorkomen dat de arbeidsongeschikte
werknemer meer zou ontvangen dan een werknemer in
actieve dienst.
3. Werknemers die vóór 1 januari 2006 volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt
waren in de zin van de WAO en wier volledige of gedeeltelijke
arbeidsongeschiktheid zich na 1 januari 2006 heeft voortgezet,
behouden het – in artikel 31 lid 5 van de CAO voor het
Bouwbedrijf 2002–2004 (AI nr. 9992, gepubliceerd in Staatscourant
nr. 187 d.d. 29 september 2003) dan wel artikel 18 lid 6 van de CAO
voor het Uitvoerend, Technisch en Administratief personeel in de
bouwbedrijven (AI nr. 9995, gepubliceerd in Staatscourant nr. 188
d.d. 30 september 2003) beschreven – recht op de eindejaarsuitkering
naar rato van het arbeidsongeschiktheidspercentage.
4. Bij beëindiging van de arbeidsongeschiktheid ontvangt de werknemer
die aan de voorwaarden als bedoeld in lid 1 of 2 van dit artikel
voldoet de voor hem geldende eindejaarsuitkering naar rato van de
duur van de arbeidsongeschiktheid in het betreffende kalenderjaar.
5. De bouwplaatswerknemer moet om in aanmerking te komen voor de
in lid 1, 2 of 3 van dit artikel bedoelde uitkering via de vakbondsconsulent
een aanvraag indienen bij het Aanvullingsfonds voor de
Bouwnijverheid.
6. Voor de financiering van de in lid 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde
regelingen is de werkgever aan het Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid
een premie verschuldigd.
HOOFDSTUK 11

BEDRIJFSTAKEIGEN REGELINGEN

Artikel 55

Sociale Fondsen

Er is een CAO inzake de Bedrijfstak eigen Regelingen voor de Bouwnijverheid
(CAO BTER). In de CAO BTER worden nadere regels
gesteld

ten aanzien van de uitvoering van de regelingen van de volgende stichtingen:

• de stichting Risicofonds voor de Bouwnijverheid;
• de stichting Opleidings-en Ontwikkelingsfonds voor de Bouwnijverheid;
• de stichting Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid.
HOOFDSTUK 12

TIJDSPAARFONDS

Artikel 57a

Tijdspaarfonds voor bouwplaatswerknemers

1. Vanaf 1 januari 2006 hebben werknemers een individuele rekening
in het Tijdspaarfonds, waarvan de administratie door Cordares wordt
gevoerd. Voor de bouwplaatswerknemer is deelname aan het Tijdspaarfonds
verplicht. De statuten en het reglement van de stichting
Tijdspaarfonds voor de Bouwnijverheid zijn opgenomen in bijlage
18 van deze CAO.
2. De werkgever stort binnen 14 dagen na afloop van elke loonbetalingsperiode
van vier weken of één maand het tijdsevenredig deel van de
volgende bedragen op de rekening van de werknemers in het Tijdspaarfonds:
a. 8% vakantietoeslag;
b. de waarde van de bovenwettelijke vakantiedagen;
c. de waarde van de tien vrij opneembare roostervrije dagen;
d. de waarde van drie werkdagen, ter compensatie van een eventueel
beroep op kort verzuim en/of de tweede en derde ziekmelding
in een jaar.
Voor de werknemer die niet voltijds werkt wordt het aantal dagen als
onder c en d genoemd naar evenredigheid verlaagd.

3. De afdracht van de in lid 2 onder b, c en d bedoelde dagen wordt
berekend door het vast overeengekomen loon per uur, inclusief de
resultaten van een prestatiebevorderend systeem, de leermeestertoeslag,
voorliedentoeslag, ploegendiensttoeslag, toeslag verschoven
uren Infra en toeslag verschoven uren Tijwerk, te vermenigvuldigen
met 8, het aldus verkregen bedrag te vermenigvuldigen met het aantal
op jaarbasis in het Tijdspaarfonds te storten dagen en het aldus
verkregen bedrag vervolgens te delen door het aantal loonbetalingsperioden
per jaar (13 of 12). Dit betekent dat ook over dagen zoals
bedoeld in lid 2 onder b, c en d, waarover de werknemer onbetaald
verlof heeft opgenomen, afdrachten aan het Tijdspaarfonds zijn verschuldigd.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

4. Het staat de werkgever vrij om in overleg met of op verzoek van zijn
werknemers de mogelijkheid te bieden om extra ,,bronnen’’ aan het
systeem toe te voegen (waarbij onder meer valt te denken aan overige
roostervrije dagen, overuren, chauffeurstoeslag en reisuren).
5. Werknemers van 55 jaar en ouder die gebruik maken van de mogelijkheid
om vier dagen per week te werken, zoals bedoeld in artikel
11a, zijn niet verplicht aan het Tijdspaarfonds deel te nemen, met uitzondering
van de in lid 2a en 2d bedoelde stortingen.
6. Tenzij de werknemer anders aangeeft, wordt het bedrag op de rekening
in het Tijdspaarfonds jaarlijks in de maand mei uitgekeerd.
7. Naast dit vaste uitkeringsmoment kan de werknemer ook tussentijds
geld van zijn rekening in het Tijdspaarfonds opnemen. Hij moet
daartoe via de vakbondsconsulent opdracht geven.
8. Indien de werknemer aan het eind van een kalenderjaar niet opgenomen
roostervrije dagen over heeft, kan hij zijn werkgever verzoeken
de waarde van deze dagen aan het begin van het volgende kalenderjaar
toe te voegen aan zijn rekening in het Tijdspaarfonds of aan zijn
levensloopregeling. De werkgever zal aan zo’n verzoek meewerken.
Aan deze storting kunnen vervolgens geen verlofaanspraken meer
worden ontleend.
9. Aanspraken in tijd zijn, voor zover het in het Tijdspaarfonds gestorte
dagen betreft, niet naar een volgend kalenderjaar overdraagbaar.
Artikel 57b

Tijdspaarfonds voor UTA-werknemers

1. UTA-werknemers kunnen op vrijwillige basis deelnemen aan het
Tijdspaarfonds. Indien zij deelnemen, stort de werkgever binnen 14
dagen na afloop van elke loonbetalingsperiode van vier weken of één
maand het tijdsevenredig deel van de volgende bedragen op de rekening
van de werknemers in het Tijdspaarfonds:
a. 8% vakantietoeslag;
b. de waarde van de bovenwettelijke vakantiedagen;
c. de waarde van vijf roostervrije dagen;
d. de waarde van drie werkdagen, ter compensatie van een eventueel
beroep op kort verzuim of de tweede en derde ziekmelding
in een jaar.

Voor de werknemer die niet voltijds werkt wordt het aantal dagen als
onder c en d genoemd naar evenredigheid verlaagd.

2. De afdracht van de in lid 1 onder b, c en d bedoelde dagen wordt
berekend door het salaris terug te rekenen naar een uursalaris, dat te
vermenigvuldigen met 8, het aldus verkregen bedrag te vermenigvuldigen
met het aantal op jaarbasis in het Tijdspaarfonds te storten
dagen en het aldus verkregen bedrag vervolgens te delen door het
aantal loonbetalingsperioden per jaar (13 of 12).
3. Voor UTA-werknemers die aan het Tijdspaarfonds deelnemen gelden
overigens dezelfde bepalingen als voor bouwplaatswerknemers, met
uitzondering van de verplichting om zich bij tussentijdse opname uit
het tegoed tot de vakbondsconsulent te wenden.
HOOFDSTUK 13

OPLEIDING, SCHOLING, LOOPBAANBELEID EN
ARBEIDSMARKT

Artikel 58a

Partiële leerplicht bouwplaatswerknemers

Voor de jeugdige werknemer die krachtens de bepalingen van de Leerplichtwet
gedurende twee respectievelijk één dag per week leerplichtig
is en geen praktijk-en arbeidsovereenkomst volgens de WEB heeft,
geldt een drierespectievelijk vierdaagse werkweek. Over de dagen
waarop hij onderricht ontvangt, dan wel onderwijsvakantie heeft, kan hij
geen aanspraak op loon doen gelden.

Artikel 58b

Partiële leerplicht UTA-werknemers

1. Voor de jeugdige werknemer die krachtens de bepalingen van de
Leerplichtwet gedurende twee respectievelijk één dag per week leerplichtig
is en geen praktijk-en arbeidsovereenkomst volgens de
WEB heeft, geldt een drie-respectievelijk vierdaagse werkweek.
Over de dagen waarop hij onderricht ontvangt, dan wel onderwijsvakantie
heeft, kan hij geen aanspraak op salaris doen gelden.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt voor partieel leerplichtigen
die een praktijk-en arbeidsovereenkomst volgens de WEB zijn
overeengekomen, dat het aantal dagen voor het eerste leerjaar van de
partiële leerplicht is bepaald op één per week. Een en ander overeenkomstig
de wettelijke bepalingen ter zake.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 8 lid 5 heeft de partieel leerplichtige
jeugdige, als bedoeld in lid 1 recht op ten minste 16 respectievelijk
22 dagen vakantie per jaar.
Artikel 59a

De beroepsopleiding voor bouwplaatswerknemers

1. De werkgevers en de werknemers zullen de beroepsopleidingen, in
het bijzonder die volgens de beroepsbegeleidende leerweg, bevorderen.
a. Daartoe zullen werkgevers zoveel mogelijk de bij hen in dienst
zijnde werknemers tot 27 jaar de gelegenheid bieden een beroepsopleiding
volgens de beroepsbegeleidende leerweg te volgen en
daartoe een praktijk-en arbeidsovereenkomst aangaan voor de
duur van de opleiding voor de kwalificaties B&U of de kwalificaties
Infra conform de WEB. Het bedrijf moet daartoe erkend
zijn als leerbedrijf. Voor de niveau 1 opleiding is aansluiting
gevonden bij de ,,stageregeling voor de bouw’’.
b. De werkgever heeft de verplichting met de werknemer tot 27 jaar
die daartoe de wens te kennen geeft een praktijk-en arbeidsovereenkomst
aan te gaan. Zowel de praktijk-als de arbeidsovereenkomst
wordt aangegaan voor de tijdsduur die ten minste gelijk is
aan de duur van de onder a. genoemde opleiding.
Voor het afsluiten van een praktijkovereenkomst voor kwalificaties
B&U of kwalificaties Infra is het vereist dat er tussen werkgever en
werknemer een praktijk-en arbeidsovereenkomst bestaat.

2. Wanneer bij een praktijk-en arbeidsovereenkomst, waarbij een samenwerkingsverband
als werkgever optreedt, de praktijkovereenkomst
wordt verbroken is op dat moment van rechtswege de
arbeidsovereenkomst beëindigd. Werkgevers betrokken bij een samenwerkingsverband,
zullen zoveel mogelijk behulpzaam zijn bij
het herplaatsen van de betreffende leerling-werknemer bij een werkgever.
3. Indien een jeugdige werknemer in dienst is van een samenwerkingsverband
B&U dat een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten
met Fundeon en er sprake is van deels werken op een bouwplaats en
deels doorbrengen op een leerlingwerkplaats voor het bijbrengen van
basishandvaardigheden, verlenen partijen onder nadere voorwaarden,
opgenomen in bijlage 8, ontheffing inzake toepassing van artikel 8
lid 1 en artikel 28 van deze CAO. Voor jeugdige werknemers tot en
met 20 jaar met wie een praktijk-en arbeidsovereenkomst, als

bedoeld in voorgaande volzin, is aangegaan en voor wie ontheffing
is verleend, geldt in dit geval gedurende de eerste dertien opleidingsweken
van de BBL 2 de normale arbeidsduur per week, alsmede het
garantieloon zoals vermeld in tabel V van bijlage 7a.

4. Indien een jeugdige werknemer in dienst is van een samenwerkingsverband
Infra dat een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten
met Fundeon en er worden tijdens de BBL 2 gedurende twee winterperioden
van elk drie maanden basishandvaardigheden opgedaan in
een werkplaatssituatie, dan is er sprake van deels werken op een
GWW-werk door jeugdige werknemers en deels praktische scholing
in een door het samenwerkingsverband gecreëerde werkplaatssituatie.
Partijen verlenen onder nadere voorwaarden, opgenomen in bijlage
8, hiervoor ontheffing inzake toepassing van artikel 8 lid 1 en artikel
28 van deze CAO.
Voor jeugdige werknemers tot en met 20 jaar met wie een praktijken
arbeidsovereenkomst, als bedoeld in voorgaande volzin, is aangegaan
en voor wie ontheffing is verleend, geldt in dit geval gedurende
de eerste dertien opleidingsweken van de BBL 2 de normale arbeidsduur
per week, en het garantieloon zoals vermeld in tabel V van bijlage
7a.
5. Het leerbedrijf is verplicht de bij hem in dienst zijnde leerlingwerknemer
voor de duur van de opleiding in de gelegenheid te stellen
tot het volgen van het beroepsonderwijs aan een ROC en wel binnen
de normale werktijd en met behoud van loon gedurende 8 uur
per week. Dit met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 lid 5
en artikel 58a. Het leerbedrijf zal deze leerling-werknemer bovendien
in de gelegenheid stellen examens af te leggen en andere door
de onderwijsinstelling nodig geachte activiteiten te verrichten, zulks
met behoud van loon. Volgt deze leerling-werknemer, in verband met
het ontbreken van dagonderwijs, avondonderwijs, dan zal hij daarvoor
op de dagen dat hij dit onderwijs volgt, in overleg met de werkgever
de arbeidsdag zoveel eerder mogen beëindigen als in verband
met het aanvangsuur van het avondonderwijs noodzakelijk is, zulks
met behoud van loon.
6. Het erkende leerbedrijf dat met een leerling-werknemer een praktijken
arbeidsovereenkomst is aangegaan moet voor het verzorgen van
het onderricht in de praktijk van het beroep een leermeester aanwijzen.
7. De werknemer die na afronding van de BBL 2 daartoe de wens te
kennen geeft, heeft recht op een praktijk-en arbeidsovereenkomst bij
dezelfde werkgever voor de duur van de BBL 3, teneinde in staat te
zijn deze te volgen en af te ronden.
8. De werkgever is verplicht een werknemer met een beroepspraktijk

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

vormingsovereenkomst (BPVO) of een praktijk-en arbeidsovereenkomst
volgens de WEB, die om redenen buiten zijn schuld ontslag
is aangezegd, in dienst te houden tot voor hem een nieuwe werkgever
is gevonden.

Artikel 59b

De beroepsopleiding voor UTA-werknemers

De werkgever is gehouden de Stageregeling voor de Bouw toe te passen
ten aanzien van stagiairs van TU, HBO en beroepsopleidende leerweg,
die binnen het kader van een stageregeling een periode van praktisch
werken doorbrengen in de bouwnijverheid. Deze stageregeling is
op te vragen bij de werkgevers-en werknemersorganisaties.

Artikel 60

Taken leermeester

Ten behoeve van een goede taakvervulling dient de leermeester voor een
deel van zijn normale werkzaamheden vrijgesteld te worden. Voor de
begeleiding van een leermeester geldt:

• 1 leerling: een vrijstelling van gemiddeld 5% van de arbeidstijd;
• 2 tot 4 leerlingen: een vrijstelling van gemiddeld 10% van de arbeidstijd;
• 4 tot 7 leerlingen: een vrijstelling van gemiddeld 20% van de arbeidstijd.
Voor een deel van dit productieverlies ontvangen werkgevers een financiële
compensatie welke compensatie is inbegrepen in de reguliere tegemoetkoming
voor leerlingen. Het leerbedrijf zal de leermeester of instructeur
in de gelegenheid stellen de cursus ,,Leermeester’’ van Fundeon
te volgen.

Artikel 61a

Scholing voor bouwplaatswerknemers

1. Teneinde in de gelegenheid te zijn tot het volgen van cursussen, hebben
werknemers recht op gemiddeld twee scholingsdagen per kalenderjaar
met behoud van het vast overeengekomen loon en bijbehorende
bijdragen en premieverplichtingen. De voorwaarden zijn
opgenomen in het reglement van het Scholingsfonds als genoemd in
artikel 55. Over het moment van opname van scholingsverlof dient
tussen werkgever en werknemer overeenstemming te bestaan.

2. De werkgever is verplicht in zijn onderneming een opleidingsen
scholingsbeleid te voeren. Per kalenderjaar dient de werkgever een
scholingsplan vast te stellen. Hierbij wordt rekening gehouden met
de wensen van de werknemers. Drie maanden voorafgaand aan de
vaststelling van het scholingsplan worden werknemers daarvan in
kennis gesteld. Indien en voor zover de werkgever geen gevolg aan
deze verplichting geeft dan wel de individuele werknemer gedurende
twee jaren niet in aanmerking is gekomen om een cursus in het
belang van zijn functie te volgen, dan kan deze werknemer een zelfstandig
recht op scholing doen gelden conform hetgeen omschreven
in lid 1. Een verzoek tot scholing van de werknemer als bedoeld in
de vorige volzin dient in alle gevallen gehonoreerd te worden. Het
aanmelden voor de cursussen bij het opleidingsinstituut zal gebeuren
via de vakbondsconsulenten c.q. districtsmedewerkers of rayonbestuurders.
Werknemers die van bovengenoemd zelfstandig recht
gebruik maken krijgen 100% van hun reis-en verletkosten vergoed
uit het Scholingsfonds. Het Scholingsfonds vergoedt de cursuskosten
en zal een vordering tegen de werkgever instellen.
3. Werkgevers komen in aanmerking voor een vergoeding voor de
cursus-, verlet-en reiskosten verbonden aan het volgen van de in lid
1 bedoelde cursussen onder voorwaarden als opgenomen in het
reglement van het Scholingsfonds als genoemd in artikel 55.
4. De werkgever is verplicht bij het in dienst nemen van de werknemer,
die nog niet eerder in de zin van deze CAO werkzaamheden heeft
verricht, deze een eendaagse basiscursus Veilig en gezond werken te
laten volgen. Deze verplichting geldt niet voor de leerling-werknemer
als bedoeld in artikel 88 lid 9b.
5. De werkgever zal de volwassen werknemer in de gelegenheid stellen
tot het volgen van applicatiecursussen die verband houden met
zijn beroep, georganiseerd door Fundeon dan wel een daarmee door
of namens partijen gelijk te stellen instelling.
6. Indien een werknemer na overleg met zijn werkgever een cursus
voor lasser of monteur heeft gevolgd, waaraan bij gunstig resultaat
een certificaat is verbonden, dient de werkgever daarvan een kopie
aan de werknemer te verstrekken en het originele certificaat op het
moment van beëindiging van het dienstverband.
Artikel 61b

Scholing UTA-werknemers

1. De werkgever is verplicht een opleidingsplan op te stellen. Voor de
opstelling en uitvoering van dit plan zal iedere werkgever in enig
jaar een aantal scholingsdagen aanwenden gelijk aan tweemaal het

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

aantal UTA-werknemers. Hierbij dient in aanmerking te worden
genomen dat de boven aangegeven dagen zoveel mogelijk over het
totale aantal UTA-werknemers worden gespreid en in werktijd dienen
te worden opgenomen, tenzij de beoogde cursussen uitsluitend
geheel of gedeeltelijk buiten werktijd worden aangeboden. Hierbij
wordt betrokken wat is vastgelegd in de hierna volgende leden.
Voortvloeiend uit het opleidingsplan hebben de werknemers in beginsel
recht op scholing in relatie tot hun functie of tot een mogelijke
toekomstige functie binnen de onderneming in het kader van het
individuele loopbaanbeleid.

2. Indien de werknemer gedurende twee jaar niet in aanmerking is
gekomen om een cursus in het belang van zijn functie of van een
toekomstige functie te volgen, zal deze werknemer binnen een redelijke
termijn alsnog ingepland worden voor een cursus in het belang
van zijn huidige functie of een mogelijke toekomstige functie binnen
de onderneming.
3. De werknemer is verplicht, indien dit bij de aanstelling is overeengekomen,
bedrijfscursussen die door de werkgever of diens vertegenwoordiger
worden georganiseerd, te volgen. De inhoud van deze
cursussen moet echter gerelateerd zijn aan de functie die de werknemer
in het bedrijf uitoefent. De kosten aan deze cursussen verbonden
zijn voor rekening van
de werkgever.
4. Indien een cursus buiten het bedrijf wordt gevolgd in overleg tussen
werkgever en werknemer:
a. met het oogmerk dat na het volgen van de cursus de werknemer
beter voor zijn huidige taak geschikt zal zijn; of
b. op een later tijdstip de werknemer voor een andere functie in aanmerking
kan komen;
dan zal de werkgever ten minste tweederde van de cursuskosten voor
zijn rekening nemen, waarbij in onderling overleg bepaalde voorwaarden
kunnen worden vastgelegd.

5. Met inachtneming van het in artikel 19b lid 9 bepaalde kunnen voor
het volgen van cursussen, zoals bedoeld in lid 3 en 4, roostervrije
dagen worden aangewend.
6. Bij automatisering heeft de werknemer recht op bij-, her-of omscholing
indien dat voor de handhaving van zijn functieniveau vereist is.
Deze scholing dient binnen de arbeidstijd en op kosten van de werk

gever te geschieden; de werknemer dient bereid te zijn tot het volgen
van de aangeboden bij-, her-of omscholing.

7. Teneinde te bevorderen dat werknemers op zinvolle wijze langer aan
het arbeidsproces deelnemen, wordt in onderlinge samenwerking tussen
werkgever en werknemer een loopbaanpad ontwikkeld, bij voorkeur
in het kader van een algeheel loopbaanbeleid voor iedereen, met
nadruk voor werknemers van 45 jaar en ouder.
Artikel 62

Loopbaanbeleid

1. Op 28 plaatsen in het land zijn Adviescentra Loopbaanbeleid ingericht.
2. De Adviescentra Loopbaanbeleid zijn bedoeld om onafhankelijk ad-
vies en begeleiding te bieden aan werknemers die een andere functie
binnen of buiten het bedrijf of de bedrijfstak ambiëren of die wegens
(dreigende) arbeidsongeschiktheid of werkloosheid ander werk zoeken.
3. Bouwplaatswerknemers hebben het recht om eens in de vijf jaar door
het Adviescentrum Loopbaanbeleid een assessment te laten uitvoeren,
uitmondend in een individueel opleidingsplan en een daarop
afgestemd scholingstraject, waarvoor naast een eigen bijdrage van de
werkgever en werknemer collectieve middelen beschikbaar zijn.
4. Voor UTA-werknemers geldt het in lid 3 bedoelde recht uitsluitend
voor zover het betreft het assessment en het individueel opleidingsplan.
5. Meer informatie en de locaties van de Adviescentra Loopbaanbeleid
zijn te vinden op de website www.loopbaantrajectbouw.nl.
Artikel 63

Erkenning verworven kwalificaties bouwplaatswerknemers

1. De bouwplaatswerknemer heeft recht op een zogenoemd EVC-traject
gericht op diplomering, waarbij sprake is van een maximale financiering
uit het Scholingsfonds tot tien dagen.
2. De voorziening is bedoeld voor werknemers die geen diploma beroepsopleiding
bezitten, maar door ervaring en praktijkkennis wel
dat niveau hebben bereikt.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 64

Vacatures

1. De werkgever zal – teneinde de inzichtelijkheid in de arbeidsmarkt
te bevorderen – alle vacatures kenbaar maken aan het desbetreffende
Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en/of op de website www.
werkenopdebouw.nl.
2. De werknemer van wie het dienstverband wordt opgezegd is, indien
hij tegen deze opzegging geen bezwaar heeft, verplicht zich terstond
bij het CWI in het werkgebied waar hij woonachtig is, als werkzoekende
te laten inschrijven.
3. Vervulde vacatures en gevonden werk zullen worden gemeld bij het
CWI.
4. Ingeval een werkgever een schriftelijke sollicitatie op een door hem
bekend gemaakte openstaande vacature ontvangt, dient hij de sollicitant
schriftelijk op de hoogte te stellen van de uitslag van zijn sollicitatie.
Artikel 65

Illegale werken

De werkgever en de werknemer zullen de regionale of plaatselijke commissies
inlichten ingeval van illegale uitvoering van bouwwerken.

HOOFDSTUK 14

VEILIGHEID EN GEZONDHEID

Artikel 66

Stichting Arbouw

1. Alle werknemers en werkgevers in de bouw hebben recht op de door
de Stichting Arbouw, al dan niet door middel van derden, te verlenen
voorlichting, informatie en onderzoek op het gebied van de veiligheid
en de gezondheid in de bedrijfstak.
2. Alle werknemers in de bouw hebben recht op het door de Stichting

Arbouw vastgestelde, individugerichte pakket preventiezorg. Aan dit
pakket wordt uitvoering gegeven door gecertificeerde arbodiensten
die voldoen aan door de Stichting Arbouw te stellen kwaliteitseisen.
Voorwaarde voor uitvoering door de arbodiensten is de aanlevering
van inhoudelijke uitvoeringsgegevens aan Arbouw die deze uitsluitend
zal gebruiken ten behoeve van kwaliteitsbewaking en wetenschappelijk
onderzoek. Deze inhoudelijke gegevens zullen zonder de
uitdrukkelijke toestemming van de werknemer door Arbouw niet aan
derden worden verstrekt. Voor de inhoud van het individugerichte
pakket preventiezorg wordt verwezen naar bijlage 9 bij deze CAO.

Artikel 67

Verzuimbeleid en verzuimregistratie

1. Iedere werkgever is verplicht bij de uitvoering van het wettelijk verplichte
ondernemingsbeleid met betrekking tot arbeidsomstandigheden
en verzuim ten minste uitvoering te geven aan hetgeen in bijlage
10 is opgenomen.
2. De werkgever is voorts verplicht een verzuimregistratie bij te houden.
Geregistreerd dienen te worden:
– leeftijd en geslacht;
– afdeling en functie;
– het aantal keren dat een werknemer verzuimt;
– de duur van het verzuim.
De werkgever zal indien daarom door een werknemer wordt ver-
zocht, inzage verstrekken in de in het verzuimregistratiesysteem van
die werknemer opgenomen gegevens.
3. De werknemer die zich arbeidsongeschikt heeft gemeld, is verplicht,
zolang de eerste controle niet heeft plaatsgehad, thuis te zijn, tenzij
een bezoek aan een arts wordt gebracht.
Artikel 68

Werkdrukmaatregelen UTA-werknemers

1. UTA-werknemers hebben recht op begeleiding, ingeval zij als gevolg
van werkdruk dreigen uit te vallen of door werkdruk reeds arbeidsongeschikt
zijn.
2. De faciliteit bestaat uit intake/check up, individuele begeleiding,
coaching en behandeling.
3. Financiering van deze voorziening vindt plaats vanuit het O&Ofonds
voor de Bouwnijverheid. Voor het jaar 2007 is een bedrag van
€ 500.000 beschikbaar.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

4. Meer informatie is te vinden op www.roofbouwniksvoorjou.nl of via
het telefoonnummer 0800-0231773.
Artikel 69

Reïntegratie

1. Indien een werknemer in de loop van zijn dienstverband voor zijn
functie geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt zal zijn werkgever
met inschakeling van de arbodienst, binnen zijn onderneming
en zo dit niet mogelijk is binnen de bedrijfstak zoeken naar mogelijkheden
om voor deze werknemer passend werk te vinden.
2. De werkgever zal ten behoeve van de reïntegratie van een arbeidsongeschikte
werknemer aansluiting zoeken bij een reïntegratiebedrijf
met het Borea Keurmerk. Indien 14 weken na het ontstaan van de
arbeidsongeschiktheid nog niet aan deze verplichting is voldaan,
heeft de werknemer het zelfstandig recht om naar een reïntegratiebedrijf
met het Borea Keurmerk te gaan voor opleiding, begeleiding
en bemiddeling. De kosten hiervan worden betaald vanuit het
Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid. Het Aanvullingsfonds
voor de Bouwnijverheid zal deze kosten verhalen op de werkgever.
3. Het reïntegratiebedrijf heeft zich middels een daartoe te sluiten protocol
verzekerd van de samenwerking met een gecertificeerde Arbodienst
waarmee de werkgever een contract heeft afgesloten. In dit
protocol is onder meer bepaald dat:
a. Na de arbeidsongeschiktheidsmelding vraagt de Arbodienst door
middel van een machtigingsformulier schriftelijk toestemming
aan de arbeidsongeschikte werknemer om de voor reïntegratie
relevante gegevens in een later stadium over te kunnen dragen
aan het reïntegratiebedrijf. In uitzonderlijke gevallen worden
medische gegevens uitgewisseld tussen de Arbodienstarts en de
verzekeringsarts van het reïntegratiebedrijf. Hiervoor is schriftelijke
toestemming van de werknemer/cliënt noodzakelijk.
b. In de vijfde week na de ziekmelding zal de Arbodienst de gegevens
van de arbeidsongeschikte werknemer overdragen aan de
arbeidsdeskundige van het reïntegratiebedrijf voor zover geen
exclusie van toepassing is waarbij inschakeling van het
reïntegratiebedrijf niet zinvol wordt geacht. Onder exclusie wordt
verstaan:
1. alle gevallen waarbij sprake is van ,,geen duurzame benutbare
mogelijkheden’’;
2. een concrete en reële afspraak over werkhervatting met de

cliënt voor de 10e week of indien de aard van de klacht of
het verzuimverleden hiertoe aanleiding geeft.

c. Het reïntegratiebedrijf zorg draagt voor een regelmatige terugkoppeling
naar de Arbodienst. Van de correspondentie ontvangt
de werknemer/cliënt een kopie. Deze correspondentie kan ook
via e-mail verstrekt worden.
d. De werknemer/cliënt heeft recht op inzage in de overdragen
gegevens en wordt op de hoogte gehouden van elke inhoudelijk
terugkoppeling.
Maakt een reïntegratiebedrijf onderdeel uit van een Arbodienst, dan
zijn de afspraken over de wijze waarop de verzuimbegeleiding en de
start van de reïntegratieactiviteiten in de hiervoor vermelde zin aan
elkaar zijn gekoppeld, neergelegd in de werkprocessen die onderdeel
uitmaken van de certificatie.

4. De reïntegratieprocedure
a. Op grond van de ontvangen gegevens van de Arbodienst gaat het
reïntegratiebedrijf na of een interventieonderzoek en interventie
zinvol wordt geacht. Is dit het geval dan treedt het bedrijf in contact
met de werkgever om te overleggen of de werkgever gebruik
wenst te maken van de diensten van het bedrijf.
b. Gaat de werkgever akkoord met het voorstel dan vindt een
interventieonderzoek plaats. Er vindt vervolgens een gesprek
plaats met de werkgever. De werknemer wordt uitgenodigd voor
een gesprek bij het reïntegratiebedrijf. Voor dit gesprek ontvangt
hij, ten minste tien werkdagen voorafgaand aan het gesprek, van
het reïntegratiebedrijf het navolgende:
– een exemplaar van de door het reïntegratiebedrijf gehanteerde
klachtenprocedure. Het klachtenreglement bevat ten minste
de volgende bepalingen:
1. degene die de klacht behandelt is niet degene die de
klacht heeft veroorzaakt;
2. de klacht dient op een centraal punt te worden ingediend;
3. klager dient de gelegenheid te krijgen de klacht persoonlijk
toe te lichten;
4. klager heeft recht op inzage van het onderhavige dossier;
– een exemplaar van de door het reïntegratie bedrijf gehanteerde
gedragscode bejegening werknemers/cliënten. In deze
code is beschreven hoe en op welke wijze de medewerkers
van het reïntegratiebedrijf om dienen te gaan met de zieke
werknemer. De gedragscode bejegening werknemers/cliënten
bevat ten minste de volgende twee criteria:
1. elke werknemer/cliënt krijgt via de werkgever een contactpersoon
toegewezen bij het reïntegratiebedrijf;
2. de telefonische bereikbaarheid van de contactpersoon
moet binnen één werkdag gegarandeerd zijn.
c. Op basis van onder meer de gesprekken stelt het reïntegratiebedrijf
het concept interventieadvies op.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

d. Binnen tien werkdagen na het uitbrengen van het interventieadvies
meldende werkgever en de werknemer of zij akkoord gaan
met de voorgestelde interventies. Na deze melding wordt zo
spoedig mogelijk gestart met de interventieactiviteiten.
e. Wordt het interventieadvies niet geaccepteerd door de werkgevers
of door de werknemer/cliënt dan wordt dit binnen één werkdag
gemeld aan de Arbodienst.
f. Uiterlijk tien dagen voor afloop van de uiterste termijn voor het
aanvragen van een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt de
werknemer van de Arbodienst en reïntegratiebedrijf gegevens ten
behoeve van het opstellen van zijn reïntegratieverslag.
g. In de periode van zes maanden na de werkhervatting bij een
andere werkgever neemt het reïntegratiebedrijf twee keer contact
op met de werknemer om naar zijn situatie te informeren. Indien
bij werknemer/cliënt de behoefte bestaat aan één of meerdere
gesprekken, dan zijn de kosten die hieraan verbonden zijn voor
rekening van de werkgever bij wie het reïntegratieproces is
gestart.
Artikel 70a

Bijzondere veiligheids-en arbobepalingen bouwplaatswerknemers

1. Jeugdige werknemers beneden 18 jaar mogen niet in tarief werken.
2. Jeugdige werknemers beneden 18 jaar mogen geen werkzaamheden
verrichten bij heistellingen.
3. Jeugdige werknemers beneden 18 jaar mogen de werkzaamheden
zoals bedoeld onder de nummers 32, 34, 69, 92, 95, 96 en 97 van de
functielijst (bijlage 2a-1) niet zelfstandig verrichten. Jeugdige werknemers
van 18 jaar en ouder mogen deze werkzaamheden wel zelfstandig
verrichten wanneer zij:
a. de leeftijd van 18 jaar of 19 jaar hebben bereikt, in opleiding zijn
voor, respectievelijk in het bezit zijn van een verklaring of
diploma voor het met goed gevolg doorlopen hebben van het
SOMA-college, van het diploma machinist (het diploma Machinist
GWW), uitgereikt door Fundeon, werken onder deskundig
toezicht van uitvoerders of vakvolwassen werknemers met dezelfde
functie;
b. de leeftijd van 20 jaar hebben bereikt en in het bezit zijn van een
verklaring of diploma voor het met goed gevolg doorlopen hebben
van het SOMA-college, van het diploma machinist (BBL 3)
uitgereikt door de Fundeon.

4. Aan werknemers, werkzaam op bouwwerken waar gebruik wordt
gemaakt van bouwkranen of andere hijsinstallaties en aan werknemers
grondborings-en buizenleggersbedrijf, die zijn tewerkgesteld
aan een boorstelling of werkzaam zijn in sleuven en putten, zullen
door de werkgever veiligheidshelmen ter beschikking worden gesteld,
die moeten voldoen aan de daarvoor gestelde voorschriften en
die de werknemer verplicht is daar als hoofddeksel te dragen; bij ontbreken
daarvan is het de werknemer verboden daar arbeid te verrichten.
De werkgever dient op het object op een duidelijke en voor ieder
zichtbare wijze aan te geven dat het dragen van helmen verplicht is.
Iedere werknemer dient schriftelijk de ontvangst te bevestigen van
de hem door de werkgever ter beschikking gestelde doch eigendom
van de werkgever blijvende veiligheidshelm of ander veiligheidsmateriaal;
hij dient voor het behoud daarvan zorg te dragen. De
werknemer die zonder veiligheidshelm werkzaamheden op bovengenoemde
bouwwerken verricht kan door de werkgever de toegang tot
het bouwwerk ontzegd worden. Indien in deze situatie de werknemer
de toegang tot het bouwwerk wordt ontzegd, is artikel 7:627 BW van
toepassing.
5. De werkgever zal in redelijk overleg met de werknemers in de onderneming
dan wel op de bouwplaats uitvoeringsmaatregelen op het
gebied van veiligheid en hygiëne treffen.
6. De werkgever zal maatregelen treffen opdat vanaf 1 september tot
1 mei op bouwwerken waar binnenwerk moet plaatsvinden, indien
noodzakelijk, de betreffende ruimten zo goed mogelijk tochtvrij
gemaakt kunnen worden. Onder tochtvrij wordt verstaan dat de ruimten
rondom met glas of ander materiaal zijn afgedicht.
7. Het is niet toegestaan verpakkingseenheden cement of andere grondstoffen
zwaarder dan 25 kilo op het werk te gebruiken.
8. Metsel-en lijmblokken met een gewicht van 14 kilo of meer mogen
slechts worden verwerkt met behulp van mechanische hulpmiddelen.
9. Bouwkranen van 15 ton-meter of meer dienen voorzien te zijn van
een cabine. De cabines voor kranen en grondverzetmachines dienen
te voldoen aan het streefbeeld, opgesteld door de Stichting Arbouw
dan wel aan de daarop afgestemde nieuwe NEN-normen.
10. Het is werkgevers en werknemers niet toegestaan teer te verwerken,
tenzij na advies van de Stichting Arbouw partijen daarvoor dispensatie
verlenen.
11. Het is werkgevers en werknemers niet toegestaan om asbest en
asbesthoudende producten te bewerken of te verwerken. Voor sloop
van asbesthoudende producten is een asbestsloopplan verplicht. Het

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

vorenstaande is niet van toepassing voor werkzaamheden die uitgezonderd
c.q. vrijgesteld zijn in het Asbestbesluit Arbeidsomstandigheden.
Het verwerken van nieuwe asbestcementbuizen is verboden.

12. De hoofdaannemer is verplicht voldoende keetruimte ter beschikking
te stellen.
13. In geval een analyserapport inzake bodemonderzoek is opgesteld,
hebben werknemers die op de betrokken grond werkzaamheden
moeten verrichten recht op inzage van dat rapport.
14. De werknemer heeft het recht werkzaamheden met een sterk vervuilend
karakter te weigeren, indien onvoldoende beschermende maatregelen
zijn getroffen voor werknemer en/of omgeving.
15. Bij bodemsanering en op opslagplaatsen van verontreinigde grond
dient het basisdocument veiligheid en gezondheid bij bodemsanering
van de Stichting Arbouw te worden toegepast.
16. De werkgever dient de fysieke belasting van werknemers als gevolg
van trappen lopen en ladders klimmen te beperken door personenliften
te plaatsen. Personenliften dienen te worden geïnstalleerd bij
gebouwen en woningen, waarvan de hoogst gelegen verdiepingsvloer
15 meter of meer boven het aansluitend terrein is gelegen. Bij
gebouwen en woningen, waarvan de hoogst gelegen verdiepingsvloer
tussen 15 en 25 meter boven het aansluitend terrein is gelegen,
geldt geen verplichting tot het installeren van een personenlift, mits
op één van de verdiepingen schaft-en toiletvoorzieningen zijn aangebracht
en de afstand tussen deze voorzieningen en het aansluitend
terrein c.q. de hoogst gelegen verdiepingsvloer maximaal 15 meter
bedraagt. Onder de hoogst gelegen verdiepingsvloer wordt verstaan
de hoogst gelegen vloer van woon-, slaap-, of werkruimte, niet
zijnde de dakvloer, de vloer van een technische ruimte of vloeren van
steigers en andere hulpconstructies. Indien bijzondere omstandigheden
een goede toepassing van deze bepaling in de weg staan of de
toepassing van deze bepaling niet dienstig is aan de doelstelling
ervan, namelijk het beperken van fysieke belasting, geldt dat in overeenstemming
met de ondernemingsraad een afwijkende regeling
overeengekomen kan worden, waarbij artikel 73 van deze CAO van
toepassing is.
17. In geval bij het zetten van glooiingsstenen stenen dienen te worden
verwerkt met een lengte van meer dan 30 centimeter dient de werk

nemer te beschikken over een hijsinstallatie, een zogenaamde driepoot.

18. In geval tijdens werkzaamheden verricht op een bouwplaats in de
Infra-sector gebruik wordt gemaakt van materieel zoals vrachtwagens,
walsen en dergelijke zullen de uitlaatpijpen van dit soort voertuigen,
voor zover die eigendom zijn van een werkgever die onder
de CAO valt, verticaal naar boven gericht zijn teneinde te bewerkstelligen
dat de werknemers op de bouwplaats zo weinig mogelijk
last van de uitgestoten uitlaatgassen zullen ondervinden.
19. De werkgever zal bevorderen dat een werknemer die in het kader
van hijswerkzaamheden lasten aanslaat, dan wel daartoe aanwijzingen
geeft door middel van armseinen, een hiertoe bestemde cursus
in het kader van artikel 61a heeft gevolgd.
20. Wegwerkers zijn verplicht een cursus veilig werken te volgen ingevolge
artikel 61a vooraleer zij worden toegelaten tot wegwerkzaamheden.
21. Torenkranen met een klimhoogte tot de cabine van 30 meter of meer
dienen voorzien te zijn van een machinistenlift. Deze verplichting
geldt niet indien de montage van de machinistenlift technisch niet
mogelijk is, dan wel de klimhoogte tot de cabine gedurende een
periode van minder dan twee maanden 30 meter of meer is.
22. Er is een verbod op het gebruik van oplosmiddelrijke producten in
afgesloten ruimtes of bij binnenwerk, in verband met het Organo
Psycho Syndroom-gevaar.
23. Bij steigerbouw dienen de richtlijnen van het A-blad Steigerelementen
te worden gevolgd. Het A-blad is opvraagbaar bij de Stichting
Arbouw.
Artikel 70b

Bijzondere veiligheids-en arbobepalingen UTA-werknemers

1. Indien de werkgever werknemers opdraagt taken uit te oefenen,
voortvloeiende uit zijn zorg voor de naleving van het bij of krachtens
de Arbo-wet dan wel het in hoofdstuk 14 van deze CAO
bepaalde, dienen daarmee samenhangende verantwoordelijkheden en
bevoegdheden iedere werknemer die het betreft op schrift verstrekt
te worden.
2. Uitvoerders dienen te beschikken over een lijst van veiligheids-en
gezondheidsbedreigende stoffen en producten die op het werk worden
be-en verwerkt, en van de te nemen voorzorgsmaatregelen.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

3. In overleg met en na toestemming van de werkgever kunnen uitvoerders,
in het kader van de scholing als bedoeld in artikel 61b, jaarlijks
een dag voorlichting en instructie krijgen, gericht op het bevorderen
van goede arbeidsomstandigheden op de bouwprojecten.
4. In geval een analyserapport bodemonderzoek is opgesteld, hebben
werknemers die op de betrokken grond werkzaamheden moeten verrichten
recht op inzage van dat rapport.
5. De werknemer heeft het recht de hem opgedragen werkzaamheden
met een sterk vervuilend karakter te weigeren, indien onvoldoende
beschermende maatregelen zijn getroffen voor werknemer en/of omgeving.
6. De werkgever dient de fysieke belasting van werknemers als gevolg
van trappen lopen en ladders klimmen te beperken door personenliften
te plaatsen. Personenliften dienen te worden geïnstalleerd bij
gebouwen en woningen, waarvan de hoogst gelegen verdiepingsvloer
15 meter of meer boven het aansluitend terrein is gelegen. Bij
gebouwen en woningen, waarvan de hoogst gelegen verdiepingsvloer
tussen 15 en 25 meter boven het aansluitend terrein is gelegen,
geldt geen verplichting tot het installeren van een personenlift, mits
op één van de verdiepingen schaft-en toiletvoorzieningen zijn aangebracht
en de afstand tussen deze voorzieningen en het aansluitend
terrein c.q. de hoogst gelegen verdiepingsvloer maximaal 15 meter
bedraagt. Onder de hoogst gelegen verdiepingsvloer wordt verstaan
de hoogst gelegen vloer van woon-, slaap-, of werkruimte, niet
zijnde de dakvloer, de vloer van een technische ruimte of vloeren van
steigers en andere hulpconstructies. Indien bijzondere omstandigheden
een goede toepassing van deze bepaling in de weg staan of de
toepassing van deze bepaling niet dienstig aan de doelstelling ervan,
namelijk het beperken van fysieke belasting, geldt dat in overeenstemming
met de ondernemingsraad een afwijkende regeling overeengekomen
kan worden.
7. De werkgever zal de uitvoerder zoveel mogelijk in de gelegenheid
stellen de cursus stressbestendigheid te volgen.
8. De werkgever zal de in het Besluit Persoonlijke Beschermingsmiddelen
genoemde middelen aan zijn UTA-werknemers ter beschikking
stellen, indien deze werknemers werkzaamheden op de bouwplaats
moeten uitvoeren.

Artikel 71

Veiligheid bij verschoven uren Infra

Voor zover werkzaamheden als bedoeld in artikel 14 worden uitgevoerd
in de avond en nacht dient daarbij in acht genomen te worden:

a. dat tijdens nachtvorst geen werkzaamheden zullen worden verricht;
b. dat zonder veiligheidsvesten geen wegwerkzaamheden mogen worden
verricht;
c. dat bij wegwerkzaamheden waarbij het verkeer kan voortgaan, uitsluitend
wegafbakeningssystemen zijn toegestaan die het te bewerken
weggedeelte in zijn geheel afzetten;
d. dat voor aanvang van het werk de veiligheidsvoorschriften aan de
werknemers worden verstrekt en mondeling toegelicht.
HOOFDSTUK 15

MEDEZEGGENSCHAP

Artikel 72

Vakbondsactiviteiten in de onderneming

Om contacten mogelijk te maken tussen de werknemersorganisaties en
hun leden en tussen deze leden onderling, en ook om de werknemersorganisaties
in staat te stellen de leden van de ondernemingsraad in hun
werk te ondersteunen, zijn partijen het volgende overeengekomen.

1. De werknemersorganisaties kunnen elk uit de kring van hun leden
binnen elke onderneming dan wel werkobject dat daarvoor in aanmerking
komt een contactpersoon aanwijzen. Van deze aanwijzing
wordt de werkgever mededeling gedaan.
7. De werkgever draagt er zorg voor dat de contactpersoon niet vanwege
zijn werkzaamheden in het kader van het vakbondswerk in de
onderneming wordt benadeeld in zijn positie in de onderneming bijvoorbeeld
ten aanzien van promotie of beloning.
Artikel 73

Bevoegdheden ondernemingsraad

In een onderneming met een ondernemingsraad kan een van deze CAO
afwijkende regeling overeengekomen worden indien en voorzover in
deze CAO de gelegenheid wordt geboden. In dit geval gelden, naast de
bepalingen vastgelegd in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) de
volgende bepalingen.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

1. De werkgever dient met de ondernemingsraad overeenstemming te
bereiken over de afwijkende regeling/bepaling. De afwijkende
regeling/bepaling dient per saldo minimaal gelijkwaardig te zijn aan
de regeling/bepaling van deze CAO, met uitzondering van artikel
70a lid 16 en 70b lid 6. Indien geen overeenstemming wordt bereikt
geldt de regeling/bepaling van deze CAO.
2. De ondernemingsraad kan zich laten bijstaan door vakbondscontactpersonen
als bedoeld in artikel 72 en door externe vertegenwoordigers
van organisaties, partij bij deze CAO.
3. De duur van de afwijkende regeling/bepaling is maximaal gelijk aan
de looptijd van deze CAO. De afwijkende regeling/bepaling kan niet
stilzwijgend verlengd worden.
4. De leden van de ondernemingsraad hebben tijdens werktijd aanspraak
op minimaal zestig uren per jaar ten behoeve van onderling
overleg en beraad met behoud van loon, en aanspraak op minimaal
vijf dagen per jaar ten behoeve van scholing en vorming met behoud
van loon.
5. De ondernemingsraad is verplicht in die gevallen waarin hij van de
CAO afwijkt (de artikelen 8 lid 10, 18 lid 7, 36 lid 4, 40 lid 5, 41a
lid 7, 42 lid 10, 45 lid 4, 70a lid 16 en 70b lid 6, het voorgenomen
besluit over die regelingen inclusief de consequenties daarvan vroegtijdig
ter raadpleging voor te leggen aan de in de onderneming werkzame
en bij de regelingen betrokken werknemers. Deze raadpleging
moet zo gebeuren dat toetsing van het draagvlak mogelijk is.
Artikel 74

Medezeggenschap in bouwcombinaties

In een bouwcombinatie gelden voor het instellen van een medezeggenschapsorgaan
de volgende regels.

1. Het vertegenwoordigend overleg wordt ingesteld bij combinaties
waarbij het vooruitzicht is dat zij langer dan een jaar zullen bestaan.
2. In de combinatieovereenkomst (een contract tussen de deelnemers in
de bouwcombinatie) is een standaardpassage opgenomen, waarin de
medezeggenschap in de combinatie is vastgelegd.
3. In de standaardpassage wordt overeengekomen dat er in de betreffende
rechtspersoon een vertegenwoordigend overleg wordt geïnstalleerd
door de bestuurder van die rechtspersoon.
4. Het vertegenwoordigend overleg bespreekt onderwerpen die betrekking
hebben op veiligheid en gezondheid, waarbij ook de arbeidstijden
betrokken worden.

Artikel 77

Werkgelegenheidsoverleg in de onderneming

1. De werkgever is gehouden de volgende onderwerpen ter bespreking
in de overlegvergadering in te brengen:
– het jaarplan (toekomstverwachtingen ook ten aanzien van werkgelegenheid,
orderportefeuille en investeringen);
– de jaarrekeningen (evaluatie van het jaarplan);
– het sociale beleid;
– de werktijden (inclusief de arbeidstijdverkorting);
– uitvoering onderhanden werken (inclusief onderaanneming.
2. De leden van de ondernemingsraad kunnen de werknemersorganisaties
betrekken in een overleg over de onderwerpen zoals
genoemd in lid 1 van dit artikel. Partijen gaan ervan uit dat een dergelijk
besluit als regel bij meerderheid van stemmen van de leden
wordt genomen.
Artikel 78

Sociaal Jaarverslag

De werkgever die op grond van de Wet op de Ondernemingsraden verplicht
is de OR de jaargegevens over het in het voorafgaande jaar
gevoerde sociale beleid te verstrekken, zal deze gegevens ter beschikking
stellen aan alle werknemers.

HOOFDSTUK 16

ARBEID EN PRIVÉ

Artikel 79

Kinderopvang

Vanaf 1 januari 2007 is de werkgeversbijdrage voor kinderopvang wettelijk
geregeld. Per die datum is dan ook een eind gekomen aan de CAOregeling
kinderopvang en de daaraan verbonden werkgeversbijdrage.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

HOOFDSTUK 17

PENSIOEN, EXCEDENTREGELING EN LEVENSLOOP

Artikel 82c

Excedentregeling UTA-werknemers

1. Definities
In dit artikel wordt verstaan onder:
• werknemer: de UTA-werknemer als bedoeld in artikel 88 lid 7;
• werkgever: de werkgever als bedoeld in artikel 88 lid 3;
• pensioenloon: het bruto jaarsalaris van de werknemer vermeerderd
met 8% vakantietoeslag en een met de werkgever schriftelijk
overeengekomen vaste jaarlijkse uitkering. Het pensioenloon
van de werknemer wordt jaarlijks per 1 januari verhoogd conform
de samengestelde wijziging van de salarissen van UTAwerknemers
volgens deze CAO over het voorafgaande kalenderjaar;
• maximum pensioenloon: het in het reglement van de Stichting
Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (BPF Bouw)
vastgelegde maximale pensioenloon. In 2007 bedraagt dit
pensioenloon € 47.533,05 (inclusief 8% vakantietoeslag). Dit be-
drag wordt jaarlijks per 1 januari verhoogd conform het reglement
van het BPF Bouw;
• maximum excedentloon: het maximale pensioenloon waarop de
excedentregeling van toepassing kan zijn. In 2007 is dit bedrag
€ 75.335,15. Het wordt jaarlijks per 1 januari verhoogd conform
de samengestelde wijziging van de salarissen van UTAwerknemers
volgens deze CAO over het voorafgaande kalenderjaar.
2. Individueel aan te bieden UTA-excedent
a. De werkgever is vanaf 1 april 2007 tot en met het eind van de
looptijd van deze CAO verplicht aan de werknemer die een
pensioenloon heeft dat meer bedraagt dan het maximum pensioenloon
en die niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in lid 2,
onder b, of de voorwaarden genoemd in bijlage 13b, een zogenaamde
excedentregeling aan te bieden. Deze regeling beoogt
een vorm van compensatie te bieden voor het verschil tussen het
maximum pensioenloon BPF Bouw en het pensioenloon van de
werknemer, tot uiterlijk het maximum excedentloon. De excedentregeling
is een voorziening, waarin vanaf 1 april 2007 tot het
einde van de loopduur van deze CAO jaarlijks een bedrag wordt

gestort dat is gericht op de opbouw van een tegoed of kapitaal
waarmee een uitkering kan worden gefinancierd, vanaf de eerste
dag van de maand waarin de werknemer de 62-jarige leeftijd
bereikt tot de eerste dag van de maand waarin de werknemer de
65-jarige leeftijd bereikt, van éénveertigste deel van het jaarlijkse
verschil tussen 70% van het maximum pensioenloon BPF Bouw
en 70% van het pensioenloon van de werknemer, tot uiterlijk het
maximum excedentloon.

b. De werkgever is vanaf 1 april 2007 tot en met het eind van de
looptijd van deze CAO verplicht in plaats van de in het lid 2,
onder a, bedoelde excedentregeling aan de werknemer die op
1 januari 2005 jonger dan 55 jaar was en een pensioenloon verdient
dat meer bedraagt dan het maximum pensioenloon en die
I. in de periode van 1 oktober 1997 tot 1 april 1998 ten minste
één dag werknemer was in de zin van de van de op 31 december
1997 geldende VUT-UTA-CAO respectievelijk CAO voor
het Bouwbedrijf, en
II. ten minste één dag werknemer was in de periode van 1 juli
2005 tot 1 januari 2006
een excedentregeling aan te bieden die een uitbreiding vormt op
de compensatie voor het verschil tussen het maximum pensioenloon
BPF Bouw en het pensioenloon van de werknemer, zoals de
in lid 2 onder a beschreven regeling.
De uitgebreide excedentregeling is een voorziening, waarin vanaf
1 april 2007 tot het einde van de loopduur van deze CAO jaarlijks
een bedrag wordt gestort dat is gericht op de opbouw van
een tegoed of kapitaal waarmee een uitkering kan worden gefinancierd,
vanaf de eerste dag van de maand waarin de werknemer
de 62-jarige leeftijd bereikt tot de eerste dag van de maand
waarin de werknemer de 65-jarige leeftijd bereikt, van:

• éénveertigste deel van het jaarlijkse verschil tussen 70% van
het maximum pensioenloon BPF Bouw en 70% van het
pensioenloon van de werknemer, tot uiterlijk het maximum
excedentloon,
• vermeerderd met éénvijftiende deel van x 1,7234% x het verschil
tussen het op 31 december 2005 geldende maximum
pensioenloon BPF Bouw en het op 31 december 2005 geldende
pensioenloon van de werknemer, tot uiterlijk het op die
datum geldende maximum excedentloon, en jaarlijks aangepast
overeenkomstig de samengestelde wijziging van de salarissen
van de UTA-werknemers volgens de CAO voor de
Bouwnijverheid over het voorafgaande kalenderjaar.
Hierbij staat L voor de leeftijd van de werknemer op 31 januari
1998. Indien de werknemer vóór 2021 de 62-jarige leeftijd bereikt
wordt éénvijftiende vervangen door 1/A, waarbij A staat
voor het aantal jaren van 1 januari 2006 tot de eerste van de
maand waarin de werknemer de 62-jarige leeftijd bereikt.

c. Werkgever en de werknemer voor wie deze excedentregeling

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

geldt betalen ieder de helft van de kosten van de excedentregeling.

d. De financiering van de excedentregeling vindt ten minste evenredig
in de tijd plaats. Vanaf de eerste dag van de maand waarin
de werknemer de 62-jarige leeftijd bereikt, is de werkgever niet
meer verplicht hem een individuele excedentregeling aan te bieden.
e. De werkgever die voor zijn werknemer met een pensioenloon dat
meer bedraagt dan het maximum pensioenloon reeds een excedentregeling
heeft getroffen die gelijkwaardig is aan de in dit lid
bedoelde excedentregelingen, is vrijgesteld van de verplichting
die werknemer een nieuwe individuele excedentregeling aan te
bieden, zoals bedoeld in dit lid.
f. Indien de werknemer na 1 januari 2006 in dienst treedt of bij een
andere werkgever een dienstbetrekking aanvaardt, kan de
(nieuwe) werkgever niet aansprakelijk worden gesteld voor het
eventueel ontbreken van een excedentregeling in de periode vanaf
1 januari 2006 tot het moment waarop de laatste dienstbetrekking
van de werknemer is ingegaan.
3. Collectieve excedentregeling
a. De collectieve excedentregeling is bedoeld voor de werknemer
die op 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, die
meer verdient dan het maximum pensioenloon en voldoet aan de
voorwaarden zoals vermeld in bijlage 13b.
d. De collectieve excedentregeling is ondergebracht in de regeling
Vrijwillig Vervroegd Uittreden voor het Uitvoerend, Technisch
en Administratief personeel in het bouwbedrijf (VUT-UTA). Deze
regeling is vastgelegd in het reglement VUT-UTA van BPF Bouw.
4. Part-time werk
Indien een werknemer korter dan de normale arbeidsduur werkt,
worden de in dit artikel genoemde bedragen naar rato verlaagd.
5. Eerder of later uittreden
Voor de werknemer die eerder of later dan de eerste dag van de
maand waarin hij 62 jaar wordt, doch uiterlijk voor het bereiken van
de 65-jarige leeftijd, wil uittreden wordt de uitkering verlaagd respectievelijk
verhoogd op basis van algemeen aanvaarde uitgangspunten.

Artikel 83

Levensloopregeling

1. De werkgeversbijdrage voor de levensloopregeling bedraagt 1% over
het vast overeengekomen loon/salaris.
2. Per 1 januari 2009 wordt de werkgeversbijdrage verhoogd naar
1,25%.
3. Werknemers die niet aan de levensloopregeling deelnemen ontvangen
deze bijdrage in de vorm van een eenmalige uitkering.
4. De bijdrage wordt jaarlijks in de maand januari toegekend aan alle
werknemers die op 1 januari van dat jaar bij de werkgever in dienst
zijn en wordt berekend over acht maal het in die maand per werknemer
geldende vast overeengekomen uurloon/salaris, te vermenigvuldigen
met het aantal werkdagen in het kalenderjaar.
5. Werknemers die op 1 januari van enig jaar geen dienstverband hebben,
ontvangen de werkgeversbijdrage van 1% in de maand juli van
dat jaar, indien zij op 1 juli van dat jaar wèl een dienstverband hebben.
De bijdrage wordt berekend over acht maal het in die maand
per werknemer geldende vast overeengekomen uurloon/salaris, te
vermenigvuldigen met het aantal werkdagen in het kalenderjaar.
6. De werknemer die de bijdrage in de maand juli ontvangt is verplicht
aan de werkgever aan te tonen dat hij de bijdrage niet in januari van
hetzelfde jaar reeds heeft ontvangen.
7. Bij tussentijds vertrek van de werknemer tijdens het kalenderjaar
vindt geen verrekening plaats.
8. Werknemers met een deeltijdfunctie ontvangen de levensloopbijdrage
naar rato.
HOOFDSTUK 19

CONTRACTBEPALINGEN

Artikel 88

Definities

1. Onder ,,deze collectieve arbeidsovereenkomst’’ (nader ook genoemd
,,deze CAO’’) wordt verstaan de overeenkomst met de daarbij behorende
bijlagen en reglementen.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

2. Onder ,,partijen’’ worden verstaan werkgevers-en werknemersorganisaties
die deze CAO hebben afgesloten en ondertekend.
3. Onder ,,werkgever’’ wordt verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon
die in Nederland door één of meer werknemers arbeid doet verrichten
als bedoeld in artikel 89, alsmede samenwerkingsverbanden,
scholings-en werkervaringsverbanden en ondernemingen in de zin
van artikel 89 lid 5.
4. Onder ,,samenwerkingsverband’’ wordt verstaan een door werkgevers
opgerichte, landelijk of regionaal werkende rechtspersoon die
voldoet aan de voorwaarden zoals vastgesteld door Fundeon en die
ten doel heeft:
– met leerling-werknemers een praktijk-en arbeidsovereenkomst te
sluiten en daarbij als leerbedrijf overeenkomstig de Wet Educatie
en Beroepsonderwijs (WEB) op te treden, dan wel
– met personen een arbeidsovereenkomst te sluiten en daarmee de
mogelijkheid te bieden een beroepsopleiding te volgen conform
de richtlijnen van de WEB; het samenwerkingsverband treedt
daarbij op als leerbedrijf.
5. Onder ,,uitzendonderneming’’ wordt verstaan de werkgever als bedoeld
in artikel 7:690 BW.
6. Onder ,,bouwplaatswerknemer’’ wordt verstaan hij/zij die bij een
werkgever als bedoeld onder lid 3 van dit artikel in Nederland werkzaam
is:
a. in een van de functies als vermeld in bijlage 2a-1 en 2a-2, of
b. ingevolge een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610
BW, of
c. ingevolge een overeenkomst tot aanneming van werk, tenzij hij/
zij zelf ondernemer is, of
d. als hulp van de aannemer van werk onder c. bedoeld.
7. Onder ,,UTA-werknemer’’ wordt verstaan hij/zij die bij een werkgever
als bedoeld onder lid 3 van dit artikel in Nederland werkzaam is:
a. in een van de functies als vermeld in bijlage 2b, of
b. ingevolge een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610
BW, dan wel – anders dan in zelfstandige uitoefening van beroep
of bedrijf – in aangenomen werk persoonlijk arbeid verricht, met
inachtneming van het bepaalde in artikel 90a.
8. Niet als ,,werknemer’’ worden beschouwd:
a. direct-en indirect-grootaandeelhouders in de zin van de Pensioe

nen spaarfondsenwet (Staatsblad 2004, 556) van naamloze vennootschappen
en/of besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid;

b. vertegenwoordigers, handelsreizigers en acquisiteurs;
c. degenen, die voor ondernemingen, die bedrijfsklare projecten
afleveren, andere arbeid verrichten dan arbeid bij de uitvoering,
de verbouwing of het onderhoud van bouwwerken;
d. coördinatoren in dienst van samenwerkingsverbanden;
e. wakers en portiers en degenen die soortgelijke arbeid verrichten;
f. vakantiewerkers en deelnemers aan de beroepspraktijkvorming
van de beroepsopleidende leerweg;
g. deelnemer-stagiair(e)s.
9. a. Onder ,,jeugdige werknemer’’ wordt verstaan een werknemer
beneden de leeftijd van 22 jaar.
b. Onder ,,leerling-werknemer’’ wordt verstaan de deelnemer aan de
beroepsbegeleidende leerweg conform de WEB.
c. Onder ,,deelnemer-stagiair(e)’’ wordt verstaan de deelnemer aan
de beroepsopleidende leerweg die stage loopt bij een werkgever
als bedoeld in lid 3.
10. a. Onder ,,vakvolwassen werknemer’’ wordt verstaan een werknemer
van 22 jaar of ouder.
b. Met ,,gehuwde werknemer’’ wordt gelijkgesteld de (on)gehuwde
werknemer die duurzaam een gezamenlijke huishouding voert
met een andere (on)gehuwde en dit door middel van een notarieel
vastgelegde samenlevingsovereenkomst en/of partnerregistratie
aan de werkgever bekend heeft gemaakt.
c. Met ,,echtgeno(o)t(e)’’ wordt gelijkgesteld de ongehuwde partner
waarmee een werknemer in de zin van deze CAO een gezamenlijke
huishouding voert en dit door middel van een notarieel vastgestelde
samenlevingsovereenkomst en/of partnerregistratie aan
de werkgever bekend heeft gemaakt.
d. Met ,,huwelijk’’ wordt gelijkgesteld het geregistreerde partnerschap.
11. a. Onder ,,werkplaatspersoneel’’ wordt verstaan de werknemers die
uitsluitend werkzaam zijn in een werkplaats die op een vaste
plaats – doch niet op of nabij een werkobject – gevestigd dient
te zijn en zodanig moet zijn ingericht dat de werkzaamheden ook
bij vorst en andere ongunstige weersomstandigheden voortgang
kunnen vinden.
b. Onder werknemers ,,Industriële Bouw’’ worden verstaan de werknemers
die in dienst zijn bij ondernemingen die overwegend met
gebruikmaking van grote, fabrieksmatig vervaardigde elementen
van beton, steen of kunststof bouwwerken tot stand brengen.
c. Onder werknemers ,,Zwarte Corps’’ worden verstaan de werkne

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

mers die als machinist de in de functielijst (bijlage 2a-1 onder de
nummers 34 en 95 genoemde functies vervullen.

d. Onder werknemers ,,Heibedrijf’’ worden verstaan de werknemers
die in dienst zijn bij ondernemingen die zich bezighouden met
het in de grond storten of indrijven respectievelijk uittrekken van
palen en damwanden en/of het uitvoeren van drainerings-,
grondverdichtings-en grondinjecteringswerken.
e. Onder werknemers ,,Kust-en Oeverwerken’’ worden verstaan de
werknemers die in dienst zijn bij ondernemingen die zich bezighouden
met het aanleggen en onderhouden van dijken, strandhoofden
en dergelijke.
f. Onder werknemers ,,Grondborings-en Buizenleggersbedrijf’’
worden verstaan de werknemers die in dienst zijn bij ondernemingen
die zich bezighouden met de uitvoering van werkzaamheden
op het gebied van grondboringen, pompputten, sonderingen,
bronbemalingen, regeninstallaties, het leggen van
buisleidingen en het maken van zinkers en doorpersingen.
g. Onder werknemers ,,steigerbouw’’ worden verstaan de werknemers
die in dienst zijn bij ondernemingen die zich bezighouden
met het transporteren, monteren/construeren en demonteren van
steigerelementen.
h. Onder werknemers ,,Industriële steigerbouw’’ worden verstaan
de werknemers in dienst bij ondernemingen die zich bezighouden
met werkzaamheden als bedoeld onder g ten behoeve van het
onderhoud aan industriële fabrieksinstallaties.
12. Onder ,,uitzendwerknemer’’ wordt verstaan de werknemer als bedoeld
in artikel 7:690 BW.
13. Onder ,,voorman’’ wordt verstaan de werknemer die leiding geeft
aan ten minste vijf werknemers.
14. Onder ,,leermeester’’ wordt verstaan de werknemer die voldoet aan
de eisen daartoe gesteld door een Kenniscentrum Beroepsonderwijs-
Bedrijfsleven (KBB), zoals Fundeon, wiens taak in belangrijke mate
bestaat uit het daadwerkelijk overdragen van vakkennis en het begeleiden
en het beoordelen van vorderingen van leerlingen/werknemers
in een leerbedrijf met wie een praktijk/arbeidsovereenkomst is aangegaan
en die daarnaast, in de eventueel resterende tijd, productieve
arbeid verricht.
15. a. Onder het ,,geheel of gedeeltelijk uitvoeren van bouwwerken’’
wordt verstaan het geheel of gedeeltelijk uitvoeren met alle daartoe
dienstige materialen en werkwijzen van werken op het gebied

van de Burgerlijke en Utiliteitsbouw, Grond-, Water-, Spoor-en
Wegenbouw, het Straatmakersbedrijf, het Heibedrijf, de Kust-en
Oeverwerken en het Grondborings-en Buizenleggersbedrijf, en
werken die naar hun aard tot het bouwbedrijf moeten worden
gerekend.

b. Onder ,,bouwwerken’’ zoals hiervoor bedoeld, worden verstaan
respectievelijk daarmee gelijkgesteld:
• woningen, gebruiks-of bedrijfsgebouwen dan wel andere
constructies van bouwkundige aard;
• ovenbouw en schoorsteenbouw, voor zover geen onderdeel
van isolatiewerkzaamheden;

• alle dakbedekkingen niet zijnde bitumineuze of van aluminium,
kunststof, zink, lood of koper;
• egalisatie van terreinen, bouwrijp maken, funderingen;
• steigerbouw;
• grondwerken anders dan van agrarische aard, alsmede cultuurtechnische
werkzaamheden die geen direct verband houden
met de uitoefening van het agrarisch bedrijf, dan wel het
hoveniersbedrijf;
• riolerings-en kabelnetten;
• grondborings-, bronbemalings-, sondeer-en buizenlegwerken;
• zinkers, doorpersingen en regeninstallaties;
• kust-en oeverwerken;
• hei-en funderingswerkzaamheden;
• spoorwerken;
• waterbouwkundige kunstwerken;
• bouwkundige voorzieningen voor land-, water-en luchtverkeer;
• sloopwerken;
• wegenbouw en bestratingswerkzaamheden.
c. Elders dan op de bouwplaats verrichte werkzaamheden ter voorbereiding
van de bouw worden mede tot het uitvoeren gerekend,
indien zij worden verricht door de onderneming die het bouwwerk
op de bouwplaats tot stand brengt.
16. Onder ,,infrastructurele werken’’ wordt verstaan werk aan wegen,
spoorwegen en riolerings-en kabelnetten.
17. Onder ,,productie voor derden’’ wordt mede verstaan dienstverlening
aan derden en het bouwen voor eigen rekening met het doel het
gebouwde aan derden te verkopen, of te verhuren, of op andere wijze
ter beschikking te stellen. Het bouwen van woningen enzovoorts
voor eigen personeelsleden wordt als bouwen in eigen beheer (artikel
89 lid 3) aangemerkt.
18. Onder ,,horizontale werkingssfeer’’ worden verstaan de ondernemingen
waarop deze CAO van toepassing is.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

19. Onder ,,verticale werkingssfeer’’ worden verstaan de werknemers
waarop deze CAO van toepassing is.
20. a. Onder ,,garantieloon’’ wordt verstaan het loon waarop de
bouwplaatswerknemer na toepassing van artikel 25a krachtens
artikel 27 of artikel 28 per week of per uur recht kan doen gel-
den.
b. Onder ,,vast overeengekomen loon’’ wordt verstaan het garantieloon
vermeerderd met de eventueel overeengekomen individuele
toeslag conform artikel 33 lid 1.
21. Onder ,,salaris’’ wordt verstaan het in artikel 29 lid 2 en 3 bedoelde,
tussen de UTA-werknemer en werkgever overeengekomen vaste
brutobedrag per periode, dat de werknemer als loon voor zijn werkzaamheden
in de door hem uitgeoefende functie van de werkgever
ontvangt. Hierin zijn niet begrepen vakantietoeslag, vaste en/of variabele
gratificaties, eindejaarsuitkeringen, uitkeringen ineens en alle
andere toeslagen.
22. Onder ,,bovenwettelijke vakantiedagen’’ wordt verstaan het jaarlijks
aantal vakantiedagen dat uitkomt boven het jaarlijks wettelijk minimum
als bedoeld in artikel 7:634 BW, met uitzondering van de zogenaamde
seniorendagen of extra vrije dagen voor werknemers van 55
jaar en ouder.
24. Onder ,,Cordares’’ wordt verstaan de relevante werkmaatschappij(en)
van Cordares.
25. Onder ,,Beroepspraktijkvormingsovereenkomst (BPVO)’’ wordt verstaan
de overeenkomst gesloten tussen de onderwijsinstelling, de
leerling-werknemer, het leerbedrijf en een Kenniscentrum
Beroepsonderwijs-Bedrijfsleven (KBB), zoals Fundeon betreffende
het onderricht in de praktijk van het beroep volgens de beroepsbegeleidende
leerweg conform artikel 7.2.8 en 7.2.9 van de WEB
(zie bijlage 8).
26. Onder ,,praktijk-en arbeidsovereenkomst’’ wordt verstaan het samengaan
van een BPVO en een arbeidsovereenkomst op grond van
artikel 59a lid 1 van deze CAO.
27. Onder ,,assistentenopleiding’’ wordt verstaan
een beroepsopleiding op niveau 1 volgens de WEB.
Onder ,,BBL 2’’ wordt verstaan een (basis)beroepsopleiding via de
beroepsbegeleidende leerweg op niveau 2 volgens de WEB.

28. Onder ,,BBL 3’’ wordt verstaan een beroepsopleiding (vakopleiding)
via de beroepsbegeleidende leerweg op niveau 3 volgens de WEB.
29. Onder ,,erkend leerbedrijf’’ wordt verstaan een werkgever die beschikt
over een gunstige beoordeling, op grond van criteria vastgesteld
door een Kenniscentrum Beroepsonderwijs-Bedrijfsleven
(KBB), zoals Fundeon (bijlage 8).
30. Onder ,,ROC’’ wordt verstaan een Regionaal Opleidingencentrum
voor secundair beroepsonderwijs.
31. Onder ,,praktijkcertificaat’’ wordt verstaan een verklaring van een
Kenniscentrum Beroepsonderwijs-Bedrijfsleven (KBB), zoals Fundeon,
dat de werknemer geslaagd is voor het praktijkdeel van een
beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg.
Artikel 89

Horizontale werkingssfeer

1. Bouwbedrijven
De bepalingen van deze CAO zijn – met inachtneming van de definities
genoemd in artikel 88 en van de beperkingen omschreven in
lid 4 van dit artikel – van toepassing op:
A. alle werknemers die in dienst zijn bij ondernemingen waarvan
het bedrijf is gericht op productie voor derden op het gebied van:
a. het geheel of gedeeltelijk uitvoeren van bouwwerken;
b. het uitvoeren van verbouwingen en/of onderhoudswerk aan
bouwwerken en het herstellen, bekleden, conserveren en verfraaien
van deuren;
c. het uitvoeren op bouwplaatsen van onderdelen van bouwwerken
(respectievelijk verbouwingen of onderhoudswerk); het
elders vervaardigen van deze onderdelen wordt hiermee gelijkgesteld,
indien de onderneming die de onderdelen vervaardigt
tevens zorgdraagt voor de verwerking daarvan in het
bouwwerk;
d. het verlenen van diensten op bouwplaatsen;
e. het tot stand brengen van bedrijfsklare projecten indien de
totstandkoming daarvan mede uitvoering van een of meer
bouwwerken omvat;
f. het slopen van bouwwerken;
g. het verrichten van grondwerken in relatie tot het uitvoeren
van bouwwerkzaamheden voor zover betrekking hebbend op
grondverzetwerkzaamheden ten behoeve van de in dit artikel
onder lid 1A sub a. tot en met f. en h. genoemde werkzaamheden;
h. het verhuren van machines met bedienend personeel voor het

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

verrichten van werkzaamheden bij de uitvoering van werken
als onder a. tot en met g. genoemd;

i. asfaltproductie;
j. het aanbrengen van wegmarkeringen;
k. betonreparatie van constructieve aard en betoninjectering;
l. het afgraven van verontreinigde grond;
m. droge zandwinning;
n. het ontwerpen, aanleggen, veranderen, herstellen, onderhouden
of ontstoppen en/of bedrijfsvaardig opleveren van de
openbare riolering vanaf het overnamepunt van het waterkwaliteitsbeheer
tot aan de perceelgrens alsmede hierbij opgedragen
werkzaamheden aan de buitenriolering vanaf de
perceelgrens tot 0,5 meter buiten de gevel;
o. het opbouwen en/of plaatsen van verplaatsbare verblijfsruimten
(units bedoeld voor tijdelijke behuizing), voor zover
het plaatsen gemeten naar de loonsom niet slechts een uitvloeisel
is van de fabricage van deze verblijfsruimten;
p. het verrichten van civieltechnische werkzaamheden zoals beschreven
in bijlage 14;
q. asbestverwijdering aan of op bouwwerken, met uitzondering
van asbestverwijdering als voorbehandeling ten behoeve van
het aanbrengen, herstellen, bekleden afwerken en/of onderhouden
van isolerende materialen.
B a. uitzendondernemingen die voor meer dan 50% van de
loonsom arbeidskrachten ter beschikking stellen aan werkgevers
als bedoeld in artikel 88 lid 3, met uitzondering van
uitzendondernemingen die lid zijn van de Algemene Bond
Uitzendondernemingen (ABU) of de Nederlandse Bond van
Bemiddelings-en Uitzendondernemingen (NBBU);

b. uitzendondernemingen die onderdeel zijn van een concern dat
rechtstreeks of door algemeenverbindendverklaring is gebonden
aan deze CAO;
c. paritair afgesproken arbeidspools.
2. Samengestelde ondernemingen
Indien een onderneming, naast het bouwbedrijf als bedoeld in lid 1,
tevens een ander bedrijf (andere productie voor derden) uitoefent,
geldt voor de toepasselijkheid van deze CAO het volgende.
a. Indien elk bedrijf in een afzonderlijke afdeling wordt uitgeoefend,
is deze CAO van toepassing ten aanzien van alle werknemers
in de afdeling bouwbedrijf.
b. Indien in een afzonderlijke afdeling zowel het bouwbedrijf als
een ander bedrijf wordt uitgeoefend en de productie van het

bouwbedrijf overweegt, geldt deze CAO voor alle werknemers
van deze afdeling.

c. Indien er geen afzonderlijke afdelingen zijn en de productie van
het bouwbedrijf overweegt, geldt deze CAO voor alle werknemers
van de onderneming.
Afzonderlijke afdelingen worden aanwezig geacht indien elke
bedrijfsuitoefening feitelijk als zelfstandige eenheid is georganiseerd.
De overwegende productie wordt bepaald door vergelijking van de
in elke productie verloonde bedragen.

3. Bouwen in eigen beheer
De bepalingen van deze CAO vinden voorts toepassing ten aanzien
van:
a. werkgevers die bouwwerken of verbouwingen in eigen beheer
doen uitvoeren met het doel het gebouwde voor zichzelf of voor
de eigen onderneming in gebruik te nemen, dan wel ter beschikking
van personeelsleden te stellen;
b. werkgevers die verbouwingen en onderhoudswerken in eigen
beheer doen uitvoeren aan gebouwen, die zij in eigendom bezitten
of in beheer hebben.
In deze gevallen is de CAO van toepassing ten aanzien van de
werknemers die bij de uitvoering, de verbouwing of het onderhoud
van bouwwerken arbeid verrichten, met uitzondering van
degenen waarop een andere collectieve arbeidsovereenkomst of
loonregeling van toepassing is.
4. Ondernemingen (nevenbedrijven werkzaam op bouwplaatsen)
waarop deze overeenkomst niet van toepassing is
A. Niet als bouwbedrijf in de zin van lid 1 van dit artikel worden
beschouwd ondernemingen waarvan het bedrijf is gericht op productie
(respectievelijk dienstverlening) voor derden op het gebied
van:
1. baggerwerken;
2. betonmortel en betonmorteltransport;
3. betonwaren;
4. bitumineuze en kunststof dakbedekkingen;
5. natuursteen;
6. parketvloeren;
7. schilderen en afwerken;
8. steen, houtgraniet en kunststeen;
9. stukadoors-, terrazzowerken en vloerenbedrijven
10. staalskeletbouw en het uitvoeren van werken (bruggen enzovoorts)
geheel of nagenoeg geheel in staal;
11. fabrieksmatig timmerwerk;
12. interieurbetimmeringen;
13. loodgieters-en fittersbedrijf;
14. centrale verwarmingsinstallaties;

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

15. het maken van elektrotechnische verbindingen tussen kabels
van kabelnetten;
16. het verhuren van mobiele kranen.
B. Ten aanzien van ondernemingen met een afzonderlijke
ondernemings-CAO geldt de CAO voor de Bouwnijverheid
slechts indien en voor zover het betreft de toepassing van lid 3
(bouwen in eigen beheer).
Artikel 90a

Verticale werkingssfeer UTA-werknemers

1. Deze CAO is van toepassing op de arbeidsovereenkomsten gesloten
door werkgevers als bedoeld in artikel 88 lid 3 – met inachtneming
van het bepaalde in artikel 89, met hun in artikel 88 lid 7 genoemde
werknemers.
2. Onder de in lid 1 bedoelde werknemers worden verstaan werknemers
die op grond van de door hen verrichte werkzaamheden worden
ingedeeld in de functiestructuur UTA. Deze functiestructuur UTA is
als bijlage 2b opgenomen en maakt onderdeel uit van deze CAO.
Artikel 90b

Overstap UTA-werknemers

De werkgever kan, indien in zijn bedrijf minder dan vijf werknemers
werkzaam zijn als UTA-werknemer, als bedoeld in artikel 88 lid 7, en
indien deze werknemers daarmee allen instemmen, deze werknemers
eenmalig, met behoud van functie en salarisschaal, onder de bepalingen
van de CAO voor de Bouwnijverheid brengen die betrekking hebben op
bouwplaatswerknemers, als bedoeld in artikel 88 lid 6.

Artikel 91

Uitzendarbeid

1. a. Onder verwijzing naar artikel 89 lid 1B van deze CAO is de volledige
CAO van toepassing op uitzendondernemingen die voor
meer dan 50% van de loonsom op jaarbasis arbeidskrachten ter
beschikking stellen aan werkgevers als bedoeld in artikel 88 lid
3 van deze CAO en die geen lid zijn van de ABU of de NBBU.
b. De inlenende werkgever is gehouden erop toe te zien dat de
uitzendondernemingen die voldoen aan één van de volgende ver

eisten, de in hun onderneming werkzame uitzendkrachten belonen
conform de bepalingen van de onderhavige CAO zoals die
zijn opgesomd in de leden 2 tot en met 9 van dit artikel:

• de uitzendonderneming stelt voor 50% van de loonsom of
minder arbeidskrachten ter beschikking van werkgevers als
bedoeld in artikel 88 onder 3 van de onderhavige CAO;
• de uitzendonderneming is lid van de ABU of NBBU.
2. Voor vakkrachten in bouwplaatsfuncties:
Artikel 4, artikel 8, artikel 9, artikel 10 (m.u.v. lid 5), artikel 11a lid
1, 2 (alleen eerste volzin), 3, 7 en 8, artikel 12, artikel 13, artikel 14,
artikel 16, artikel 18, artikel 19a (m.u.v. lid 4b en 5), artikel 23a lid
4, artikel 25a lid 1 en 3, artikel 27, artikel 28, artikel 30 lid 1, artikel
33, artikel 35a, artikel 36, artikel 37, artikel 38, artikel 40 lid 1 en 2,
artikel 41a, artikel 42, artikel 45, artikel 70a, artikel 71, en artikel
92.
3. Voor vakkrachten in UTA-functies:
Artikel 4, artikel 8 lid 1, 2, 6, 7, 8 en 10 , artikel 9, artikel 10 lid 1
en 5, artikel 11b lid 1, 2 (m.u.v. de laatste volzin), 6, 10 en 11, artikel
17, artikel 19b (m.u.v. lid 5 en 9), artikel 23b lid 5 (m.u.v. de
laatste bullet), artikel 25b (m.u.v. lid 4), artikel 29 (m.u.v. lid 4a),
artikel 30 lid 1, artikel 35b, artikel 41b, artikel 70b en artikel 92.
4. Voor nieuwkomers in bouwplaatsfuncties:
Artikel 4, artikel 8, artikel 9, artikel 10 (m.u.v. lid 5), artikel 12, artikel
13, artikel 14, artikel 16, artikel 25a lid 1 en 3, artikel 27, artikel
28, artikel 30 lid 1, artikel 35a, artikel 37, artikel 38, artikel 40 lid 1
en 2, artikel 41a, artikel 45, artikel 70a, artikel 71 en artikel 92.
5. Voor nieuwkomers in UTA-functies:
Artikel 4, artikel 8 lid 1, 2, 6, 7, 8 en 10 , artikel 9, artikel 10 lid 1
en 5, artikel 17, artikel 25b (m.u.v. lid 4), artikel 29 (m.u.v. lid 4a),
artikel 30 lid 1, artikel 35b, artikel 41b, artikel 70b en artikel 92.
6. De van toepassing zijnde CAO-bepalingen als bedoeld onder lid 2
tot en met 5 van dit artikel, worden nader uitgewerkt en verbijzonderd
in bijlage 15 van deze CAO.
7. Onder vakkracht in bouwplaatsfuncties wordt in dit artikel verstaan
de uitzendwerknemer die:
a. ingevolge een beroepspraktijkvormingsovereenkomst (BPVO)
een opleiding volgt als bedoeld in artikel 28 lid 3;
b. in het bezit is van een diploma of praktijkcertificaat van een
opleiding als bedoeld in artikel 28 lid 3;
c. als vakvolwassene een beroepsopleiding in de bouw volgt of;
d. binnen een periode van twee jaar in totaal twaalf maanden bouwwerkzaamheden
in de zin van de CAO voor de Bouwnijverheid

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

heeft verricht (direct voorafgaande aan de aanvang van de uitzendarbeid
of zodra dit het geval is – gedurende het verrichten van de
uitzendarbeid in de bouw).

8. Onder vakkracht in UTA-functies wordt in dit artikel verstaan de
uitzendwerknemer die:
a. in het bezit is van een diploma op ten minste niveau 2 van de
beroepsopleidende leerweg (BOL) in een bouwtechnische richting;
of
b. binnen een periode van twee jaar in totaal twaalf maanden UTAwerkzaamheden
in de zin van de CAO voor de Bouwnijverheid
heeft verricht (direct voorafgaande aan de aanvang van de uitzendarbeid
of zodra dit het geval is – gedurende het verrichten van de
uitzendarbeid in de bouw).
9. Onder nieuwkomer in bouwplaatsfuncties en nieuwkomer in UTAfuncties
wordt in dit artikel verstaan de uitzendwerknemer die ter
beschikking wordt gesteld aan een onderneming die valt onder de
werkingssfeer van deze CAO en die niet valt onder de definitieomschrijving
van een vakkracht als bedoeld in lid 7, respectievelijk
lid 8.
Artikel 92

Buitenlandse werknemers

In overeenstemming met het bepaalde in artikel 88 lid 6 en 7 en met de
Wet Arbeidsvoorwaarden Grensoverschrijdende Arbeid (WAGA) zijn
verbindend verklaarde bepalingen van deze CAO ten aanzien van

a. maximale werktijden en minimale rusttijden;
b. minimum aantal vakantiedagen, gedurende welke de verplichting
van de werkgever om loon te betalen bestaat;
c. minimumlonen, daaronder begrepen vergoedingen voor overwerk, en
daaronder niet begrepen aanvullende bedrijfs(tak)pensioenregelingen;
d. voorwaarden voor het ter beschikking stellen van werknemers;
e. gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk;
f. beschermende maatregelen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden
enomstandigheden van zwangere of pas bevallen vrouwen, kinderen
en jongeren;
g. gelijke behandeling van mannen en vrouwen, alsmede andere bepalingen
inzake niet-discriminatie,
ook van toepassing op de ter beschikking gestelde werknemer, die tijdelijk
in Nederland arbeid verricht en wiens arbeidsovereenkomst wordt

beheerst door een ander dan het Nederlandse recht (zie ook bijlage 16).
Onder ter beschikking gestelde werknemer wordt in dit verband verstaan
iedere werknemer die gedurende een bepaalde periode werkt in Nederland,
dat niet het land is waar die werknemer gewoonlijk werkt.

Artikel 93

Werken in het buitenland (bouwplaatswerknemers)

In afwijking van artikel 88 lid 6 kan de CAO op basis van vrijwilligheid
van toepassing blijven gedurende de periode dat werkzaamheden van tijdelijke
aard in het buitenland plaatsvinden. Voorwaarde is dat de Nederlandse
sociale verzekeringswetten van toepassing zijn gebleven. Met uitzondering
van de bepalingen van het Risicofonds blijven alle overige
CAO-bepalingen van kracht.

Artikel 94

Werken in België (bouwplaatswerknemers)

In afwijking van artikel 88 lid 6 zijn de bepalingen van deze CAO van
toepassing op in Nederland gevestigde werknemers die in dienst van een
Nederlandse werkgever tijdelijk in België werken. Voor zover een algemeen
verbindend verklaarde CAO of wet van toepassing is in België,
geldt deze hierbij als minimum. Nederlandse werknemers die in België
werkzaam zijn ontvangen een toeslag van 9% berekend over het garantieloon
A van tabel 1 van bijlage 7a. De werkzaamheden worden als tijdelijk
beschouwd zolang de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving
van toepassing is.

Artikel 96

Onderaanneming

De werkgever is verplicht erop toe te zien dat de bepalingen uit deze
CAO worden nageleefd ten aanzien van alle individuele arbeidsovereenkomsten
waarop deze CAO betrekking heeft. De werkgever dient bij
inschakeling van zelfstandige ondernemers hierover een afspraak te
maken in de onderaannemingsovereenkomst.

Artikel 97

Geschillen en dispensatie

1. Door partijen is ingesteld een paritaire commissie CAO-zaken, waarvan
het secretariaat is gevestigd bij het Technisch Bureau Bouwnijverheid
te Harderwijk.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

2. Deze commissie behandelt onder andere:
a. geschillen die hun oorsprong in de bepalingen van deze CAO
vinden;
b. verzoeken tot dispensatie van de in deze CAO overeengekomen
bepalingen;
c. bijzondere gevallen;
d. indelingsvraagstukken met betrekking tot de functiestructuur van
de CAO.
3. De commissie CAO-zaken geeft haar oordeel over verzoeken, interpretaties
en geschillen in de vorm van een niet-bindend advies.
Artikel 99

Overgangsbepalingen

1. Indien bij het inwerkingtreden van deze CAO een onderwerp zowel
een regeling vindt in de CAO, als in de onderneming waarop deze
CAO van toepassing is, treedt de bepaling van deze CAO in de
plaats van de in de onderneming bestaande regeling, indien en voor
zover deze regeling in voor de werknemer ongunstige zin van de
CAO-bepaling afwijkt.
2. De werkgever is gerechtigd de in zijn onderneming bestaande regelingen
van arbeidsvoorwaarden te wijzigen, met dien verstande dat
de rechtspositie van de werknemer er per saldo niet op achteruit mag
gaan.
Artikel 100

Naleving

1. De werkgever is gehouden de bepalingen van deze CAO na te leven.
2. Wanneer sprake is van een gegrond vermoeden dat de CAO wordt
overtreden, stellen CAO-partijen een nader onderzoek in.
3. De uitvoering van het onderzoek ligt bij het Technisch Bureau
Bouwnijverheid, gevestigd te Harderwijk.
4. Het onderzoek geschiedt in beginsel in de vorm van controle ter
plaatse. Uiterlijk drie weken voordat het onderzoek als bedoeld in lid
4 plaatsvindt ontvangt de werkgever hiervan bericht, met vermelding
van datum en plaats van het onderzoek.

5. Indien de werkgever niet instemt met controle ter plaatse, kan een
schriftelijk onderzoek worden ingesteld.
6. De werkgever ontvangt in dat geval bericht welke specifieke gegevens
hij moet overleggen die redelijkerwijs nodig zijn voor de controle
en het toezicht op de naleving van de in de CAO vastgelegde
arbeidsvoorwaarden.
7. De werkgever dient te allen tijde mee te werken aan een onderzoek
als bedoeld in lid 5.
8. De werkgever dient uiterlijk binnen vier weken na de schriftelijke
aankondiging van het onderzoek als bedoeld in lid 5 de gevraagde
gegevens te overleggen.
9. Wanneer de CAO stelselmatig niet wordt nageleefd door de werkgever,
zullen CAO-partijen een schadevergoeding verlangen.
10. De schadevergoeding dient ter dekking van de kosten van het onderzoek,
gevoerde procedures en geleden imagoschade.
11. Wanneer een schadevergoeding wordt opgelegd, zullen CAO-partijen
daarbij schriftelijk de gronden voor en de omvang van de schadevergoeding
vermelden.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGEN BIJ DE CAO VOOR DE BOUWNIJVERHEID

BIJLAGE 2A-1:
FUNCTIELIJST BOUWPLAATSWERKNEMERS

De indeling van functies in de groepen A tot en met E is gebaseerd op
functie-eisen met betrekking tot opleiding, ervaring, veiligheid en gezondheid,
belastende fysieke arbeidsomstandigheden, leiding geven en
de mate waarin zelfstandig beslissingen genomen moeten worden. Bij
het aangaan van een dienstverband dienen werkgever en werknemer
gezamenlijk na te gaan wat de aard van de te verrichten werkzaamheden
zal zijn. Aan de hand van deze analyse wordt de werknemer ingedeeld
in de juiste functie, en de daarbij behorende functiegroep vastgesteld.
Wanneer een werknemer een functie vervult die niet in de
functielijst voorkomt, kan partijen worden verzocht uitspraak te doen
inzake de indeling van deze werknemer.
In afwachting van deze uitspraak wordt de werknemer voorlopig ingedeeld
in de functiegroep, waarin naar het oordeel van de werkgever vergelijkbare
functies zijn opgenomen (artikel 25a lid 3).

De vermelding van het Romeinse cijfer I, II of III achter de functienaam
heeft betrekking op het niveau van de functie in de desbetreffende
functiefamilie. Tot een functiefamilie behoren functies uit eenzelfde vakgebied.
De vermelding van het teken * achter de functienaam betekent dat voor
de desbetreffende functie een intredekeuring verplicht is, als bedoeld in
artikel 3 van de CAO.

GROEP A

1. Asfalteerder buisleidingen*
Het aanbrengen van bekledingsmateriaal op buisverbindingen en armaturen
alsmede het repareren van beschadiging aan bestaande bekledingen
volgens de daarvoor geldende voorschriften.

2. Assistent springmeester*
Het onder verantwoordelijkheid en toezicht van de springmeester verrichten
van alle voorkomende springwerkzaamheden. De werknemer die
deze functie vervult moet ten minste 18 jaar zijn en voldoende op de
hoogte zijn van de gevaren die aan het werken met springstof en
ontstekingsmiddelen zijn verbonden.

3. Bakschipper*
Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende met het varen
op en verankeren van gesleepte bakken en dekschuiten.

4. Bediener van een portaal-of loopkatkraan*
Het door middel van knoppen op een bedieningspaneel bedienen van een
eenvoudige portaal-of loopkatkraan.

5. Bouwvakhelper*
Het verrichten van eenvoudige werkzaamheden in de sectoren burger-,
utiliteits-, grond-, water-, spoor-en wegenbouw, waarvoor geen speciale
kennis is vereist.

Toelichting
Onder de benaming ,,bouwvakhelper’’ zijn de volgende functies welke
in de voorgaande CAO’s afzonderlijk in de functielijst waren opgeno

men bijeengebracht, te weten:

Afkorter
Afplakker
Afplakker asfalteerder
Baggeraar
Bediende algemene dienst
Betonafwerker II
Betonwerker-opperman
Bouwvakhelper
Bouwvaksjouwer
Corveeër
Elementenstapelaar
Elementenwerker
Grondwerker
Grondwerker-stortarbeider
Handlanger
Helper
Hulparbeider
Hulparbeider bij de
betonmolen
Hulpheier
Hulpkabelwerker
Hulpmolenbaas
Hulpmonteur-systeembouw
Hulpopsluiter
Hulpriool-en drainagewerker
Hulpstraler
Hulpvlechter
Hulpijzervlechter
Klipsenman
Koppensneller

Laboratoriumbediende
Lierdrijver
Machinehulp
Machineman
Magazijnbediende II
Molenhulp Betonboorder/-zager
Olie-cementspuiter
Olieman
Opruimer
Palentransporteur
Schijfschuurder
Sjouwer
Sjouwerman
Smalspoorlegger
Specialist-rachelaar
Specialist-vloerder
Spoorwerker

Steenbikker
Stelleur-aluminiumgevels
Stoker II
Transportarbeider
Transportwerker
Voegwerker
Wegenbouwhelper
IJzervlechter
Zandpalenwerker

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

6. Buisleidingenlegger III*
Het onder leiding van de buisleidingenlegger I verrichten van werkzaamheden
verband houdend met het leggen, verbinden en repareren van
ondergrondse buisleidingen.

7. Heier II*
Het behulpzaam zijn bij het opstellen, verplaatsen, bedrijfsklaar houden,
strijken en vervoeren van de stelling alsmede het behulpzaam zijn bij het
verrichten van diverse werkzaamheden bij en onder de heistelling.

8. Kabelwerker*
Het verrichten van alle werkzaamheden verbonden aan het leggen en
afdichten van kabels of het aanbrengen van bovengrondse kabels.

9. Leerling machinist hei-installatie of funderingsinstallatie*
Het behulpzaam zijn bij werkzaamheden van de machinist van een heiinstallatie
of funderingsinstallatie zoals bijvoorbeeld schroef-en boorpalenstelling,
groutankermachine enzovoorts.

10 Magazijnbediende*

Het beheren van een eenvoudig magazijn op een object of het behulpzaam
zijn van de magazijnmeester met het opbergen en uitgeven van
magazijnartikelen, het verrichten van eenvoudige reparaties aan gereedschappen.

11 Monteur bronbemalingsinstallaties III*

Het onder leiding van de monteur bronbemalingsinstallaties I installeren
en na gebruik wederom verwijderen van bronbemalingsinstallaties en
het verrichten van hiervoor noodzakelijke bijkomende werkzaamheden.

12 Sondeerassistent II*

Het assisteren bij het opstellen en bedienen van apparatuur voor het uitvoeren
van technisch bodemonderzoek.

13 Vorkheftruckbestuurder*

Het bedienen van een vorkheftruck en het verrichten van het dagelijks
onderhoud daaraan.

14 Wegmarkeerder III*

Het verrichten van eenvoudige hulpwerkzaamheden, waarvoor geen speciale
kennis vereist is, rond het aanbrengen van alle voorkomende
markeringswerkzaamheden.

GROEP B

15. Asfaltafwerker*
Het verrichten van alle werkzaamheden bij het lossen, spreiden en profileren
van asfaltspecie bij de aanleg van verhardingen ten behoeve van
wegen, taluds en dijken en de goede afwerking daarvan. Hiervoor is
minimaal drie jaar ervaring vereist.

16. Assistent bankwerker lasser*
Het verrichten van las-en/of bank-en/of smeedwerkzaamheden alsmede
het assisteren bij constructiewerkzaamheden.

17. Bediener van een betonmenginstallatie*
Het mengen van grondstoffen voor de diverse betonsamenstellingen in
de juiste verhoudingen met behulp van eenvoudig te transporteren betonmenginstallatie
en het verrichten van het dagelijks onderhoud daaraan.

18. Betonwerker II*
Het verrichten van alle voorkomende werkzaamheden bij de fabricage
van betonelementen, het afwerken van betonconstructies inclusief het
aanbrengen van slijtlagen, alsmede het verrichten van technisch niet
ingewikkelde reparaties aan deze constructies en elementen.

19. Boorassistent*
Het assisteren bij het bedienen van boorinstallaties voor het uitvoeren
van grondboringen en het maken van pompputten dan wel het bedienen
van boorinstallaties voor het uitvoeren van technisch niet ingewikkelde
grondboringen en pompputten.

20. Buisleidingenlegger II*
Het verrichten van werkzaamheden verband houdende met het leggen en
verbinden van hoofd-en dienstleidingen alsmede het verrichten van
reparatie aan al of niet onder druk staande leidingen, een en ander met
uitzondering van autogenisch en elektrisch laswerk.

21. Buizensteller*
Het op juiste hoogte, onderlinge afstand en in de juiste richting stellen
van buizen.

22. Chauffeur III*
In het bezit van wettelijk rijbewijs. Het vervoeren van goederen en materieel
met een auto of vrachtauto waarvan het ledig gewicht, vermeerderd
met het laadvermogen niet meer bedraagt dan 7500 kg. Werkt mee aan
het laden en lossen en is verantwoordelijk voor een juiste belading. Heft
kleine storingen op en verricht het dagelijks onderhoud aan dit voertuig
overeenkomstig de bedrijfsinstructies.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

23. Dakdekker II*
Het volgens aanwijzingen zelfstandig uitvoeren van de meest voorkomende
dakdekkerswerkzaamheden, ongeacht het soort bedekking.

24. Palenboorder/Funderingswerker II*
Het onder toezicht en conform aanwijzingen uitvoeren van werkzaamheden
welke betrekking hebben op het boren en vullen van palen en op
funderingstechnieken, anders dan heien. Hieronder begrepen werkzaamheden
verband houdende met diepwanden, groutankers, groutankerpalen,
verdichten en schroef-en boorpalen etcetera.

25. Gevelbekleder lasser (aluminiumgevels)*
Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende met de maatvoering
en het uitrichten van al het aluminiumwerk in gevels en dergelijke.

26. Grondwerker wegenbouw*
Het verrichten van alle voorkomende grondwerkzaamheden, alsmede het
afwerken van bermen, taluds en aardebanen, waarvoor minimaal twee
jaar ervaring in de sector wegenbouw is vereist.

27. Heier I*
Het verrichten van onderhoud en controle op onderdelen in de top van
de heistelling. Het opstellen van de stelling compleet met hei-of trilblok,
het plaatsen van de heibuis, paal of damwand op de juiste plaats. Bij
geheide in de grond gevormde palen, het vullen van de heibuis met
betonspecie, het afhangen van de wapening en het gereed maken voor
het trekken van de heibuis.

28. Isoleerder*
Het zelfstandig verrichten van isolatiewerkzaamheden aan bestaande
gebouwen door het mechanisch inbrengen van vulstoffen in spouwmuren.
Het onderhouden van de voor deze werkzaamheden benodigde
apparatuur en gereedschappen.

29. Kabellasser II*
Het maken van diverse kabelverbindingen en het waterdicht maken van
deze verbindingen.

30. Kitter*
Het in het werk aanbrengen van de juiste kitten en primers op diverse
ondergronden.

31. Kozijnmonteur*
Het plaatsen, richten, vastzetten en afdichten van kozijnen in gevelelementen.

32. Kraanbestuurder*
Het zelfstandig verrichten van werkzaamheden verband houdende met
het bedienen van een eenvoudige bouwkraan, waarvoor geen bewijs van
deskundigheid of speciale vakkennis is vereist, alsmede het verrichten
van onderhoudswerkzaamheden.

33. Machinaal houtbewerker bouwplaats*
Het verrichten van eenvoudige houtbewerkingen op de bouwplaats.

34. Machinist eenvoudig bedienbaar materieel*
Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende met het
bedienen en het dagelijks onderhoud van motorisch aangedreven en/of
voortbewogen eenvoudig bedienbaar materieel, waarvoor door opleiding
en ervaring geen bijzondere vakopleiding vereist is, zoals eenvoudig
bedienbare graafmachines, handtrilwalsen, smalspoorlocomotieven enzovoorts.

35. Machinist ketelhuis*
Het bedienen en bedrijfsklaar houden van de fabrieksketelhuisinstallatie
en het verrichten van eenvoudige reparaties.

36. Machinist verdichtingen*
Het bedienen en onderhouden van de verdichtingsinstallatie en de daarbij
behorende mobiele hijsinrichting.

37. Malleninstallateur*
Het monteren en demonteren van mallen met daarbij behorende werkzaamheden.

38. Matroos motordrijver*
Het assisteren bij het varen met sleepboten of andere door motorkracht
voortbewogen schepen, voor zover deze vaartuigen een waterverplaatsing
van meer dan 25 ton hebben; het smeren van motoren, lieren en
pompen en het verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan genoemde
vaartuigen zowel aan dek als in de machinekamer overeenkomstig de
bedrijfsinstructies.

39. Mechanisch stamper*
Het op dichtheid stampen van opgevulde sleuven tot op de juiste hoogte
met behulp van een mechanische stamper, alsmede het zelfstandig verrichten
van het dagelijks onderhoud en het uitvoeren van kleine reparaties
aan de stamper.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

40. Metselaar II*
Het op aanwijzing van een vakman verrichten van eenvoudig schoon
metselwerk. Het zelfstandig verrichten van vuil metselwerk, voeg-en
raapwerk.

41. Molenbaas*
Het verrichten van alle werkzaamheden verbonden aan het installeren en
bedienen van een betonmolen alsmede het dagelijks onderhoud.

42. Monteur bronbemalingsinstallaties II*
Het al dan niet aan de hand van tekeningen zelfstandig installeren van
technisch niet ingewikkelde bronbemalingen.

43. Opperman*
Het verrichten van alle werkzaamheden verbonden aan het mengen van
grondstoffen voor het verkrijgen van metselspecie in de juiste verhoudingen
met behulp van een eenvoudig te transporteren en te bedienen
metselspeciemenginstallatie en het verrichten van het dagelijks onderhoud
daarvan. Het aanvoeren van metselspecie en stenen ten behoeve
van metselwerkzaamheden op de bouwplaats. Het eventueel verlenen
van hand-en spandiensten op de bouwplaats.

44. Opperman bestratingen*
Het verrichten van alle voorkomende werkzaamheden verband houdende
met bestratingswerkzaamheden, zoals het grondwerk en het aanvoeren
van stenen, blokken en trottoirbanden.
Voor zover de werknemer prestatietoeslag als bedoeld in artikel 33 lid 1
en lid 2 ontvangt zal deze worden verlaagd met een bedrag respectievelijk
percentage corresponderend met de uit de onderhavige plaatsing in
functiegroep B voortvloeiende verhoging van het garantieloon. Artikel
33 lid 4 is op deze verhoging van het garantieloon niet van toepassing.

45. Opperman-steigermaker*
Het maken van normale steigers, het maken van specie en het zorgen
voor de materiaalvoorziening ten behoeve van metselaars.

46. Schilder II*
Het verrichten van eenvoudige schilderswerkzaamheden en het verlenen
van hulp bij de uitvoering van minder eenvoudige schilderswerkzaamheden
of het ontroesten (bikken en grit-stralen), meniën, gronden
en afschilderen van constructies, werktuigen en materieel.

47. Sloper II*
Het onder toezicht van sloper I verrichten van alle voorkomende sloopwerkzaamheden
en het behulpzaam zijn bij het onderhouden van machines
en gereedschappen.

48. Sondeerassistent I*
Het zelfstandig maken van technisch niet ingewikkelde sonderingen en
proefboringen, alsmede het assisteren bij gecompliceerde sonderingen
en proefboringen.

49. Spanmonteur*
Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende met het vooren
naspannen van kabels ten behoeve van betonconstructies.

50. Spoorlegger-wisselbouwer II*
Het onder leiding leggen, bouwen, opbreken en onderhouden van normaalspoor
en wissels.

51. Springmeester II*
Het voorbereiden en met behulp van springstoffen uitvoeren van sloopwerk
aan bouwwerken of delen daarvan alsmede het verzorgen van aanvoer,
opslag, gebruik en afvoer van de voor deze springwerken geëigende
materialen en apparatuur. Een en ander met inachtneming van de
daarvoor geldende wettelijke voorschriften. Om deze functie te mogen
vervullen moet de werknemer ten minste 21 jaar oud en in het bezit van
het door de Arbeidsinspectie erkende basisdiploma springmeester zijn.

52. Stelleur II*
Het verrichten van alle voorkomende werkzaamheden bij het aanvoeren,
stellen en monteren van elementen op de bouwplaats en het assisteren
van de stelleur I.

53. Straatmaker II*
Het verrichten van alle voorkomende eenvoudige bestratingswerkzaamheden.

54. Timmerman II*
Het aan de hand van tekeningen en op aanwijzingen van een vakman
maken en stellen van de meest voorkomende bekistingen en verrichten
van technisch niet ingewikkelde stel-en timmerwerkzaamheden.

55. Transportwerker*
Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende met het
laden, lossen, opslaan en transporteren van elementen en materialen en
de regeling daarvan.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

56. Voeger*
Het met handgereedschap of mechanische hulpmiddelen verrichten van
alle voorkomend voegwerk en de daarbij behorende werkzaamheden.

57. Wegmarkeerder II*
Het onder leiding van een wegmarkeerder I met behulp van mechanische
hulpmiddelen aanbrengen van wegmarkeringen zoals verkeersstrepen
en figuraties. Het behulpzaam zijn bij alle noodzakelijke werkzaamheden,
zoals het uitzetten van markeringen, het plaatsen en in stand
houden van wegafzettingen, het aanbrengen van verkeerspunaises en
voorgevormde plakstrepen, het afstrooien met parels en/of krijt van wegmarkeringen.

58. IJzervlechter II*
Het verrichten van buig-en ijzervlechtwerkzaamheden en het behulpzaam
zijn bij het in het werk brengen van het vlechtwerk.

GROEP C

59. Betonwerker I*
Het zelfstandig verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met het boren, zagen, injecteren dan wel repareren van beton, alsmede
het bedienen en onderhouden van de voor deze werkzaamheden benodigde
machines en gereedschappen.

60. Betonspuiter*
Het zelfstandig hanteren van hogedrukpistool, kruipslang/lans en dergelijke
van een hogedrukinstallatie.

61. Boormeester II*
Het met behulp van boorinstallaties zelfstandig maken van grondboringen
en het in samenhang met de doorboorde aardlagen afwerken hiervan
tot pompput.

62. Chauffeur II*
In bezit van wettelijk rijbewijs en bewijs van vakbekwaamheid ingevolge
Rijtijdenbesluit 1977 tenzij daarvoor dispensatie is verleend. Heeft
minimaal 2 jaar ervaring. Voert normale tran-sporten uit met behulp van
alle soorten vrachtauto’s (inclusief vrachtautocombinaties en dergelijke).
Werkt mee aan het laden, lossen en is verantwoordelijk voor de belading.
Heft kleine storingen op en verricht het dagelijks onderhoud aan
de vrachtauto, overeenkomstig de bedrijfsinstructies.

63. Dakdekker I*
Het zelfstandig verrichten van alle bij het dakdekken voorkomende
werkzaamheden en zonodig geven van instructies aan dakdekker II.

64. Elektromonteur II*
Het assisteren bij of onder toezicht verrichten van werkzaamheden ten
behoeve van de aanleg, het onderhoud en het herstel van elektrische
geleidingen, alsmede het opheffen van eenvoudig te lokaliseren storingen
aan elektrische apparatuur.

65. Kabellasser I*
Het zelfstandig verrichten van alle werkzaamheden, verband houdende
met het maken van kabelverbindingen, zoals het monteren en ombouwen
van aansluitingen voor hoog-en laagspanning, telefoon en centrale
antenne-inrichtingen. Hiervoor is op basis van opleiding en/of ervaring
een bijzondere vakbekwaamheid vereist.

66. Lasser buisleidingen*
Het verrichten van alle voorkomende laswerkzaamheden aan buisleidingen,
zowel boven als ondergronds.

67. Machinaal metaalbewerker II*
Het op aanwijzing, zonodig volgens tekening vervaardigen van machineonderdelen
met behulp van metaalbewerkingsmachines (zoals draaibank,
freesmachine, sterkarmschaafbank, radiaalboormachine) enzovoorts.

68. Machinemonteur II*
Het opheffen van eenvoudig te lokaliseren storingen bij de in het bouwbedrijf
in gebruik zijnde machines en/of voertuigen en het assisteren en
onder toezicht verrichten van reparatie-en revisiewerkzaamheden daaraan.

69. Machinist kleine hei-installatie of funderingsinstallatie*
Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende met het
bedienen en dagelijks onderhouden van kleine hei-installaties niet werkend
met een valblok, waarvan de capaciteit niet meer bedraagt dan 35
kNm (3,50 tonmeter), of het verrichten van alle werkzaamheden verband
houdende met het dagelijks bedienen en onderhouden van kleine
funderingsinstallaties zoals bijvoorbeeld schroef-en boorpalenstelling,
groutankermachine, enzovoorts.

70. Machinist kettingsleuvengraafmachine*
Het op juiste diepte en in de juiste richting machinaal graven van sleuven
voor kabels en buizen, alsmede het zelfstandig verrichten van dagelijks
onderhoud en het uitvoeren van kleine reparaties aan de sleuvengraver.

 

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

71. Monteur steigers II*
Met inachtneming van de geldende veiligheidsvoorschriften en bedrijfsinstructies,
het aan de hand van tekeningen of volgens aanwijzingen
zelfstandig uitvoeren van een technisch niet ingewikkelde steigerconstructie,
alsmede het onder leiding uitvoeren van alle soorten steigeren
ondersteuningsconstructies op iedere voorkomende hoogte (zie bijlage
2a-2).

72. Palenboorder/Funderingswerker I*
Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende met het boren
en vullen van palen en met funderingstechnieken.

73. Remmingwerker*
Het maken, afwerken en repareren van remmingwerken.

74. Rijswerker*
Het verrichten van alle voorkomende werkzaamheden voor het maken
van rijsbeslag en zinkwerken.

75. Sloper I*
Het verrichten van alle voorkomende sloopwerkzaamheden met inbegrip
van het zagen, boren en branden en het onderhouden van de voor deze
werkzaamheden benodigde machines en gereedschappen.

76. Sondeermeester II*
Het zelfstandig maken van sonderingen en de proefboringen en het vastleggen
van de verzamelde gegevens.

77. Spoorlegger-wisselbouwer I*
Het zelfstandig leggen, vernieuwen, opbreken, onderhouden en repareren
van sporen en wissels.

78. Stelleur I*
Het stellen en monteren van elementen op de bouwplaats, het zorgen
voor de juiste maatvoering en het geven van aanwijzingen aan assistenten.

79. Stortbaas (natte stort)*
Het meewerken aan alle werkzaamheden welke voorkomen op het natte
stort en het houden van toezicht op de werknemers die hem daarbij
assisteren, alsmede het aflezen van de hoogte van het stort met behulp
van een waterpastoestel.

80. Tegelzetter*
Het zelfstandig verrichten van alle bij het tegelzetten voorkomende
werkzaamheden.

81. Vakman GWW*
Het in de sector grond-, water-, spoor-en wegenbouw verrichten van
minder eenvoudige werkzaamheden zoals: aan de hand van tekeningen
of op aanwijzing uitzetten naar richting en hoogte van onder andere rioleringen,
verhardingen en grondwerken; inritsen, afwerken en bekleden
van taluds; leggen van rioolbuizen en het stellen van duikerelementen;
zelfstandig repareren van wegen; op juiste diepte en afschot brengen van
sleufbodems; dichten van sleuven; stellen van stalen bekistingsrails;
snoeien van bomen; bedienen van hulpwerktuigen en het verrichten van
kleine reparaties daaraan.

82. Wegmarkeerder I*
Het zelfstandig – zonodig aan de hand van tekeningen uitzetten en met
behulp van mechanische hulpmiddelen aanbrengen van wegmarkeringen
zoals verkeersstrepen en figuraties. Het treffen van alle noodzakelijke
verkeersmaatregelen. Het verrichten van onderhoudswerk en het verhelpen
van kleine storingen aan de mechanische hulpmiddelen. Het geven
van leiding aan de bij de werkzaamheden betrokken werknemers en het
bijhouden van de werkadministratie (productieopnamen en dergelijke).

GROEP D

83. All-round lasser buisleidingen*
Het zelfstandig verrichten van alle laswerkzaamheden onder strenge
keur aan hogedrukleidingen zowel boven-als ondergronds.

84. Balkman*
Het bedienen van de verwarmde strijkbalk op een asfaltafwerkmachine
bij het spreiden, profileren en afwerken van asfalt. Het in voorkomende
gevallen vervangen van de machinist groot materieel. Voor deze functie
is op basis van opleiding en/of ervaring een bijzondere vakbekwaamheid
vereist.

85. Bankwerker/lasser*
Het zelfstandig verrichten – zonodig aan de hand van tekeningen – van
alle voorkomende las-en/of bank-en/of constructiewerkzaamheden.

86. Boormeester I*
Het met behulp van boorinstallaties zelfstandig maken van grondboringen,
volgens meerdere gebruikelijke boorsystemen al of niet met toepassing
van boorspoelingen en het in samenhang met de doorboorde aardlagen
afwerken hiervan tot pompput.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

87. Boormeester palen*
Het volgens tekening en/of aanwijzing verrichten van alle voorkomende
werkzaamheden, zoals het construeren en aanbrengen van de verankering
en belasting, het opstellen en bedienen van de vijzel(s), het uitpulsen
van de paalkoker, het slaan van de betonnen voet en het vullen
van de paal met betonspecie.

88. Buisleidingenlegger I*
Het zelfstandig verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met leggen, verbinden en repareren van leidingen (uitgezonderd laswerk),
waarbij tevens leiding wordt gegeven aan andere daarbij betrokken
werknemers en de bijbehorende administratie wordt verricht.

89. Chauffeur I*
In het bezit van wettelijk rijbewijs en bewijs van vakbekwaamheid ingevolge
Rijtijdenbesluit 1977 tenzij daarvoor dispensatie is verleend. Heeft
minimaal 5 jaar ervaring overeenkomend met de functie van chauffeur.
Voert met alle soorten vrachtauto’s (inclusief vrachtautocombinaties en
dergelijke) speciale transporten uit zoals van groot materieel/materiaal,
van verontreinigde grond en andere vracht, alsmede zonodig normale
transporten. Werkt mee aan het laden en lossen en is verantwoordelijk
voor de lading. Heft kleine storingen op en verricht het dagelijks onderhoud
aan de vrachtauto, overeenkomstig de bedrijfsinstructies.

90. Dakloodgieter*
Het zelfstandig verrichten van alle bij het dakdekken voorkomende
loodgieterswerkzaamheden, waaronder het aanbrengen van zinken daken
en goten en HWA-afvoeren.

91. Elektromonteur I*
In het bezit van het diploma sterkstroom uitgereikt door VEV. Het zelfstandig
aan de hand van schema’s en/of tekeningen installeren, onderhouden
en repareren van elektrische installaties en apparaten.

92. Machinist Torenkranen*
Het zelfstandig verrichten van werkzaamheden verband houdende met
het bedienen van een bouwkraan, alsmede het opsporen en opheffen van
storingen, het verrichten van onderhoudswerkzaamheden en eenvoudige
reparaties, overeenkomstig de bedrijfsinstructies. Het wettelijk voorgeschreven
bewijs van deskundigheid is vereist.

93. Machinaal metaalbewerker I*
Het zelfstandig, eventueel volgens tekening, vervaardigen van machineonderdelen
of constructies met behulp van de gebruikelijke metaal

 

bewerkingsmachines. Zonodig het reviseren/repareren van machines of
repareren van constructies.

94. Machinemonteur I*
Het opsporen en opheffen van alle voorkomende storingen bij de in het
bouwbedrijf in gebruik zijnde machines en/of voertuigen alsmede het
verrichten van reparatie-en revisiewerkzaamheden daaraan. Geeft in
voorkomende gevallen leiding aan de werkzaamheden van de machinemonteur
II.

95. Machinist wegenbouw-, grondverzet-, graaf-en spoorwegbouwmachines*
Het zelfstandig verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met het bedienen en dagelijks onderhoud van wegenbouw-, grondverzet-,
graaf-en spoorwegbouwmachines waarvoor op basis van opleiding
en/of ervaring een bijzondere vakbekwaamheid is vereist. Ook het verrichten
van sloop en/of opruimwerkzaamheden met behulp van deze
machines valt hieronder.

96. Machinist mobiele hei-installatie of funderinginstallatie*
Het zelfstandig verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met het bedienen en onderhouden van hei-installaties, niet werkende met
een valblok, of funderingsinstallaties (zoals bijvoorbeeld schroefpalenen
boorpalenstelling, enzovoorts) waarvoor op basis van opleiding en/of
ervaring een bijzondere vakbekwaamheid is vereist.
NB: Indien tevens gefungeerd wordt als heibaas, dan is de beloning conform
die van de heibaas.

97. Machinist mobiele kraan*
Het zelfstandig verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met het bedienen en onderhouden van een mobiele kraan. Hiervoor is op
basis van opleiding en/of ervaring een bijzondere vakbekwaamheid vereist.
Het lokaliseren van storingen en het verrichten van kleine reparaties
aan de machine zelf, de motor en de hydraulische pneumatische en
elektrische systemen overeenkomstig de bedrijfsinstructie. Het in alle
situaties kunnen beoordelen van de juiste en veilige opstelling van de
kraan. Het rijden met de kraan over de openbare weg.

98. Menger*
Het zelfstandig verrichten van alle technische en toezichthoudende werkzaamheden
verband houdende met het bedienen van een menginstallatie
van een betoncentrale of asfaltcentrale.

99. Metselaar I*
Het zelfstandig verrichten en repareren van alle soorten metselwerk,
voegwerk en eenvoudig raapwerk; het leggen of herstellen van rioleringen
alsmede herstellen of vernieuwen van tegelvloeren, wanden of pannendaken.

 

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

100. Modelmaker/mallenbouwer*
Het aan de hand van tekeningen zelfstandig verrichten van alle voorkomende
werkzaamheden verbonden aan de nieuw-en verbouw, onderhoud
en reparatie, van mallen respectievelijk maltafels en/of lijsten ten
behoeve van de fabrieksmatige productie van elementen voor de industriële
bouw. De betrokken werknemer is daarbij verantwoordelijk voor
een exacte maatvoering.

101. Monteur bronbemalingsinstallaties I*
Het zelfstandig installeren en boren van alle voorkomende bronbemalingen,
alsmede het leidinggeven aan andere daarbij betrokken werknemers
en het verrichten van administratieve werkzaamheden.

102. Monteur steigers I*
Met inachtneming van de geldende veiligheidsvoorschriften en bedrijfsinstructies,
het aan de hand van tekeningen of volgens aanwijzingen
zelfstandig maken van alle voorkomende steiger-en ondersteuningsconstructies
op iedere voorkomende hoogte, alsmede het leidinggeven
aan ten hoogste 3 monteurs steigers II (zie bijlage 2a-2).

103. Ovenbouwer*
Het metselen van of het verrichten van reparaties aan industrie-en
andere ovens, alsmede het uitmetselen van industrieschoorstenen en
ketelaanlagen.

104. Schilder I*
Het verrichten van alle voorkomende schilderswerkzaamheden,
decoratieschilderen en letterzetten, waarbij eventueel mechanische hulpmiddelen
kunnen worden gebruikt.

105. Schipper*
Het varen met een door motorkracht voortgedreven schip of sleepboot
met een waterverplaatsing van meer dan 25 ton. Houdt toezicht op en
draagt zorg voor de juiste belading en heeft kennis van de vaarreglementen.

106. Sondeermeester I*
Het zelfstandig verrichten van technisch bodemonderzoek met behulp
van alle voorkomende apparatuur, alsmede het inmeten en waterpassen
van sondeer-en boorlocaties.

107. Springmeester I*
Het zelfstandig voorbereiden en verrichten van sloopwerk met behulp
van springstoffen aan bouwwerken. Het verzorgen van aanvoer, opslag,

gebruik en afvoer van de hiervoor benodigde materialen en apparatuur.
Dient op de hoogte te zijn van de hiervoor geldende wettelijke voorschriften
en dient deze in acht te nemen. Voor deze functie is het bezit
van het diploma springmeester met aantekening ,,Gebouwen en hoge
bouwwerken’’ en ,,onder water’’ vereist en geldt een minimum leeftijd
van 21 jaar.

108. Steenzetter*
Het volgens voorschriften verrichten van alle voorkomende steenzetterswerkzaamheden.

109. Straatmaker I*
Het zelfstandig verrichten van alle voorkomende bestratingswerkzaamheden.
Voor deze functie is op basis van opleiding en/of ervaring
een bijzondere vakbekwaamheid vereist.

110. Timmerman I*
Het aan de hand van tekeningen zelfstandig maken en stellen van alle
voorkomende bekistingen en het zelfstandig verrichten van alle voorkomende
stel-en timmerwerkzaamheden zowel in de nieuwbouw,
vernieuwings-, als onderhoudssector.

111. Werkplaatstimmerman*
Het in een timmerwerkplaats aan de hand van tekeningen zelfstandig
verrichten van alle voorkomende werkzaamheden met of zonder machines.

112. IJzervlechter I*
Het aan de hand van tekeningen zelfstandig verrichten van alle voorkomende
buig-, knip-en vlechtwerkzaamheden, maatvoering en het maken
van buigstaten.

GROEP E

113. Funderingsspecialist
Medewerker belast met de dagelijkse leiding van werkzaamheden op het
gebied van alle typen funderingen, anders dan heien, hetzij op een klein
object of onderdeel van een groot object. Verantwoordelijk voor de juiste
uitvoering van het werk overeenkomstig aanwijzingen en/of voorschriften
en/of tekeningen of andere gegevens en voor juist gebruik en
dagelijks onderhoud van voor de toe te passen techniek geëigend materieel.
Houdt werkadministratie bij en onderhoudt werkcontacten met
opdrachtgevers en eigen bedrijfsleiding.

114. Heibaas*
Werkt mee en geeft leiding aan een ploeg belast met heiwerk of het aanbrengen
van in de grond gevormde palen. Het opstellen en verplaatsen,
strijken en vervoeren van de stelling. Deze werkzaamheden kunnen wor

 

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

den uitgevoerd met heistelling met trilblok, mechanische heiblokinstallatie
(met trekhamer of mechanisch trekblok) of drijvende heiinstallaties
met een capaciteit boven 500 k p/m.

115. Hoofdboormeester diepboringen*
Het met behulp van boorinstallaties zelfstandig maken van grondboringen
naar grote diepte, volgens gebruikelijke boorsystemen en het afwerken
van de doorboorde aardlagen tot pompput. Voor deze functie is op
basis van opleiding en/of ervaring een bijzondere vakbekwaamheid vereist.

116. Machinemonteur specialist*
Het zelfstandig opsporen en opheffen van alle voorkomende storingen
bij de in het bouwbedrijf in gebruik zijnde machines en/of voertuigen,
alsmede het zelfstandig verrichten van reparatie-en revisiewerkzaamheden
daaraan. Eventueel toezicht houden op, of leiding geven
aan werkzaamheden van machinemonteur I en/of machinemonteur II.
Voor deze functie is het bezit van het diploma ,,machinemonteur
GWSW’’ verplicht.

117. Machinist met diploma*
De in functiegroep D onder de functienummers 92, 95, 96 en 97
genoemde machinisten welke in het bezit zijn van het diploma machinist
SBW (Stichting Beroepsopleidingen Weg-en waterbouw) respectievelijk
het diploma Bouwradius of het diploma Middelbaar Technische
Machinistenschool (SOMA).

BIJLAGE 2A-2:
FUNCTIE-EN LOONSTRUCTUUR STEIGERBOUW
BOUWPLAATSWERKNEMERS

Onderstaande functieomschrijvingen voor werknemers werkzaam in de
steigerbouw zijn tot stand gekomen in 2000. De beloning voor functiegroep
A tot en met D is conform tabel I van de loonschalen voor
bouwplaatswerknemers. Voor de voorman in functiegroep E geldt
loongroep D van tabel II.

Voor de met * gemerkte functies geldt de verplichte intredekeuring, als
bedoeld in artikel 3 van de CAO.

GROEP A

1. Hulpsteigerbouwer*
Het verrichten van eenvoudige (transport)werkzaamheden ter ondersteuning
van de montage van steigers. Hiervoor is geen speciale kennis vereist.

GROEP B

2. Monteur steigers III*
Het construeren van normale steigers. Om deze functie te mogen vervullen
is het wenselijk dat de werknemer in het bezit is van het Certificaat
A steigerbouw.

GROEP C

3. Monteur steigers II*
Met inachtneming van de geldende veiligheidsvoorschriften en bedrijfsinstructies,
het aan de hand van tekeningen of volgens aanwijzingen
zelfstandig uitvoeren van een technisch niet ingewikkelde steigerconstructie,
alsmede het onder leiding uitvoeren van alle soorten steigeren
ondersteuningsconstructies op elke voorkomende hoogte. Om deze
functie te mogen vervullen moet de werknemer ten minste 1 jaar ervaring
hebben.

De hulpsteigerbouwer, de opperman-steigermaker en de monteurs steigers
II zijn verantwoordelijk en bevoegd tot:

• veilig werken, gebruik maken van de van toepassing zijnde persoonlijke
beschermingsmiddelen en milieubewust werken;
• werken volgens de procedures en instructies;
• melding van tekortkomingen, gevaren (onveilige situaties), bijnaongevallen
en ongevallen aan de directe leidinggevende;
• actief meewerken aan verbeteringen op alle gebied;

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

• meewerken aan goed overleg.
GROEP D

4. Monteur steigers I*
Met inachtneming van de geldende veiligheidsvoorschriften en bedrijfsinstructies,
het aan de hand van tekeningen of volgens aanwijzingen
zelfstandig maken van alle voorkomende steiger-en ondersteuningsconstructies
op iedere voorkomende hoogte, alsmede het leidinggeven
aan ten hoogste drie monteurs steigers II. Het leiding geven dient een
structureel karakter te hebben.
Om deze functie te mogen vervullen moet de werknemer in het bezit zijn
van het Certificaat B steigerbouw.

De monteur steigers I is in nauwe samenwerking met de voorman verantwoordelijk
voor en bevoegd tot:

• het in ontvangst nemen van de mondelinge en schriftelijke instructies
van de voorman;
• bespreken van het werk met de ter beschikking gestelde eigen en
ingeleende medewerkers, inclusief de veiligheidsaspecten daarbij;
• het verzorgen van de benodigde materialen en werkinstructies;
• het melden van afwijkingen en tekortkomingen aan de voorman en
de uitvoering van passende corrigerende maatregelen, met inbegrip
van het, in voorkomend geval, informeren van de veiligheidskundige;
• het, in overleg met de voorman, treffen van preventieve maatregelen
teneinde afwijkingen of tekortkomingen in de toekomst te voorkomen;
• het, in overleg met de voorman uitvoeren van ontvangst-en eindcontroles
met registratie van resultaten;
• uitvoeren van de eindinspecties, met registratie van de resultaten en
aftekenen door klant;
• het melden van klachten van klanten aan de voorman, alsmede het
verzorgen van een snelle correctie van eventuele tekortkomingen;
• het voeren van de uren-en steigerregistratie;
• actief meewerken aan het uitvoeren van werkoverleg;
• het ter beschikking stellen van de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen.
GROEP E

5. Voorman
De voorman is verantwoordelijk voor en bevoegd tot het op de toegewezen
werklocaties ondersteunen van de projectleider in alle voorkomende
zaken. Indien er geen projectleider is aangesteld, dan verricht hij

zelfstandig de taken. Hij rapporteert aan de projectleider of rechtstreeks
aan de operations manager. De werknemer dient tien jaar werkervaring
te hebben opgedaan alvorens hij/zij de functie van voorman mag vervullen.

De voorman is in overleg met de projectleider of zelfstandig verantwoordelijk
voor en bevoegd tot:

• het in ontvangst nemen van de projectgevers van toegewezen steigerwerken,
planningen en mondelinge instructies en het controleren van
deze gegevens op volledigheid en ondubbelzinnigheid;
• het zekerstellen dat ter beschikking gestelde, eigen en ingeleende
medewerkers adequaat zijn opgeleid voor hun taak, inclusief de
veiligheidsaspecten daarbij;
• het verzorgen van passende werkinstructies op de werkplek;
• het registreren van afwijkingen en tekortkomingen en de uitvoering
van passende corrigerende maatregelen, met inbegrip van het, in
voorkomend geval, informeren van de veiligheidskundige;
• het treffen van preventieve maatregelen teneinde afwijkingen en
tekortkomingen in de toekomst te voorkomen;
• het uitvoeren van ontvangst-en eindcontroles met registratie van
resultaten;
• het opleveren van het steigerwerk aan de klant na uitvoering van de
eindinspecties, met registratie van de resultaten en aftekenen door de
klant;
• het registreren van klachten van klanten, alsmede het verzorgen van
een snelle correctie van eventuele tekortkomingen;
• uitvoeren van werkoverleg conform de gestelde eisen en frequentie;
• het beheer van de orderadministratie op de werklocatie;
• het voeren van de uren-en steigerregistratie;
• het ter beschikking stellen van de benodigde persoonlijke
beschermingsmiddelen.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE 2B:
FUNCTIESTRUCTUUR UTA-WERKNEMERS

Gebruiksinstructies

Stap 1: Ga na welke de belangrijkste werkzaamheden zijn die regelmatig
in de functie voorkomen.

Stap 2: Kies voor de in te delen functie de overeenkomstige ladder.

Stap 3: Lees deze ladder helemaal door.

Stap 4: Zoek in deze ladder het niveau dat het meest met de in te delen
functie overeenkomt.

Stap 5: Stel vast dat de karakteristiek op de hogere trede ook duidelijk
hoger en die op de lagere trede ook duidelijk lager is dan het niveau van
de desbetreffende functie.

• NB 1: Lukken stappen 4 en 5 niet, ga dan na of er sprake is van een
combinatiefunctie. Splits deze dan op en volg de stappen 4 en 5 voor
de afzonderlijke delen. In zo’n geval geldt de hoogste trede als het
niveau van de functie, mits de werkzaamheden op dit hoogste niveau
voor meer dan 20% van de tijd worden uitgeoefend.
• NB 2: Voor medewerkers in opleiding wordt geen apart functieniveau
onderscheiden. Deze medewerkers worden tijdelijk één trede
lager ingedeeld dan de functie waarvoor zij in opleiding zijn.
Stap 6: Ken een salaris toe dat past binnen de aangegeven grenzen.

Stap 7: Deel uw beslissing mee aan medewerker en PZ-medewerker en
het middenkader.

Nadere toelichting

In de ladders worden diverse aanduidingen gebruikt om de omvang van
de onderneming of de projecten die zij uitvoert, aan te geven. Deze
omvang is een indicatie voor de wijze waarop leiding wordt gegeven,
respectievelijk waarop beheer plaatsvindt. Het komt dus niet aan op een
tiental medewerkers meer of minder, hetgeen ook bij het gebruik van de
ladders zal blijken.

Er worden drie bedrijfsgrootten onderscheiden:

• Klein bedrijf: onderneming of werkmaatschappij niet meer dan 25
medewerkers op de werken.

• Middelgroot bedrijf: onderneming of werkmaatschappij met tussen
de 25 en 100 medewerkers op de werken, dan wel een concern met
één of meer werkmaatschappijen van deze omvang.
• Groot bedrijf: concern met doorgaans meer dan één werkmaatschappij,
waarvan één of meer werkmaatschappijen méér dan 100 medewerkers
op de werken hebben.
Met het aantal ,,medewerkers op de werken’’ wordt bedoeld de gemiddelde
bezetting van de uitvoering over het jaar, inclusief de personeelsleden
van derden, zoals vakonderaannemers, installateurs e.a.

Er worden vier projectgrootten onderscheiden:

• Kleine (wegen)bouwprojecten:
circa 10 medewerkers op het project.
• Middelgrote (wegen)bouwprojecten: circa 20 medewerkers op het
project.
• Grote woningbouw-, wegenbouw-of middelgrote utiliteitsbouwprojecten:
tussen de 20 en 100 medewerkers op het project.
• Grote utiliteitsbouwprojecten: meer dan 100 medewerkers op het
project.
Met ,,kosten onder de streep’’ en ,,staartposten’’ wordt in ladder 4 (Calculatie)
bedoeld: alle indirecte kosten, bijvoorbeeld kosten verbonden
aan de inrichting van het bouwterrein, gebruik van bouwkranen,
uitvoeringsen stafpersoneel op de bouwplaats, reservering voor risico’s,
winst en andere commerciële kosten, alsmede de algemene kosten die
betrekking hebben op centrale diensten en het kantoor.

De vermelding van het teken * achter de functienaam betekent dat voor
de desbetreffende functie een intredekeuring verplicht is, als bedoeld in
artikel 3 van de CAO.

Functieniveaumatrix

In de functieniveaumatrix zijn de functieladders en de niveaus die per
ladder bestaan aangegeven.

Functieniveau

Functieladders 123456

1. Uitvoering* • • • •
2. Bedrijfsbureau • • • • •
3. Werkvoorbereiding • • • •
4. Calculatie • • • • •
5. Planontwikkeling, constructiebureau en • • • •
tekenkamer
6. Marketing, verkoop • • •

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieniveau

7. Inkoop • • • •
8. Beheer van materieel en bouwmateriaal • • • • • •
9. Onderhoud materieel • • • •
10. Kwaliteitscontrole asfalt en/of beton • • • • •
11. Administratie algemeen • • • • •
12. Werkenadministratie • • • •
13. Salaris-en loonadministratie • • • •
14. Boekhouding • • • • • •
15. Geautomatiseerde administratie • • • • • •
16. Computerbediening • • • • •
17. Programmering en systeemanalyse • • •
18. Personeelszaken • • • •
19. Secretariaat • • • • •
20. Tekstverwerking • • • •
21. Reproductie • • • • •
22. Receptie, telefoon, telex • •
23. Interne dienst • • • • • •
24. Kwaliteit/arbeidsomstandigheden en milieu • •
25. Maatvoering •

Functieladders

Functieladder 1 Uitvoering*

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Geeft via enkele uitvoerders en/of voorlieden leiding aan de uitvoering
van één of meer middelgrote (wegen)bouwprojecten of een
onderdeel van een groot project met circa 25 medewerkers op het
werk (bij strak geprogrammeerde bouwstromen tot 50 medewerkers).
Onderhoudt vooral de contacten met leveranciers, onderaannemers
en opzichter(s). Wordt eventueel geassisteerd door een hulpuitvoerder
of assistent voor bijvoorbeeld bouwplaatsorganisatie, maatvoering en
werkadministratie.

5 Geeft, via voorlieden of rechtstreeks aan vaklieden, leiding aan de
uitvoering van kleine (wegen)bouwprojecten of delen, respectievelijk
fases van grote projecten met minder dan 20 medewerkers.
Roept materiaal af, koopt kleine hoeveelheden zelf in. Verzorgt zelf
planning-en kostenbewaking. Woont bouwvergaderingen bij ter as

125

sistentie van de bouwplaatsleiding. Verwerft in overleg met de directie
opdrachten voor onderhoud en kleine verbouwingen op de lokale
markt.

4 Geeft leiding aan een ploeg vaklieden met minder dan 10 medewerkers,
eventueel met een meewerkend voorman, belast met de uitvoering
van een of enkele kleine (deel)projecten. Verwerft in overleg
met de directie soms kleine opdrachten op de lokale markt en regelt
de personeelsvoorziening op het werk. Verzorgt bij wegenbouw
maatvoering en marketing of opmeten van gebouwen en terreinen.
Geeft meetgegevens door aan de afdeling Calculatie. Assisteert
hoofduitvoerders en uitvoerders op grote projecten.

3 Assisteert uitvoerders bij de dagelijkse werkzaamheden op kleine en
middelgrote projecten met bouwplaatsorganisatie, helpt bij maatvoering,
verleent administratieve assistentie, neemt de stand van het
werk op e.d.

2

1

126

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieladder 2 Bedrijfsbureau

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Geeft leiding aan een bedrijfsbureau met5à10 medewerkers, belast
met bijvoorbeeld werkvoorbereiding en calculatie en eventueel inkoop
voor merendeels middelgrote utiliteitsbouwprojecten of bijvoorbeeld
werkvoorbereiding voor grote woning-of wegenbouwprojecten.

5 Geeft leiding aan een bedrijfsbureau met enkele medewerkers die
werkvoorbereiding en/of calculatie verzorgen voor middelgrote
(wegen)-bouwprojecten, met in totaal maximaal 100 medewerkers
op de werken.
Zet bij de aanvang van een project de planning-en kostenbewaking
op. Legt in overleg met de commerciële leiding bezoeken af voor het
verwerven van kleine en middelgrote projecten, met hoofdzakelijk
technische problematiek.
Overlegt met opdrachtgevers over de prijs. Koopt soms materialen
in of verricht arbeidskundige studies en adviseert de bedrijfsleiding
met betrekking tot werkmethoden, bouwsystemen e.d.
Bewaakt mede de bouwkosten en neemt initiatieven tot bijsturing.

4 Levert specialistische assistentie op grond van opleiding of uitgebreide
ervaring bij het voorbereiden en uitvoeren van grote/
middelgrote projecten, levert specialistische bijdragen op het gebied
van bijvoorbeeld calculatie, netwerkplanning, bijzonder bouwkundig
tekenwerk (zoals tunnelbekisting), bouwplaatsinrichting en
voortgangs-en kostenbewaking.

3 Assisteert bij calculatie of werkvoorbereiding, zoals berekening van
meer-en minderwerk, materiaal afroepen of bestellen, in detail uittrekken
van bestek en tekeningen, werkenadministratie en transport-
planning. Is bijvoorbeeld belast met de coördinatie van maatvoering
van sparingen op tekeningen of controleert activiteiten aan de hand
van een draaiboek.

2 Tekent schema’s, codeert urenbriefjes en dergelijke, verleent assistentie
op aanwijzingen van zijn chef.

1

127

Functieladder 3 Werkvoorbereiding

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Geeft leiding aan een afdeling met5à10 medewerkers (soms in
combinatie met Calculatie) voor het opzetten en up to date houden
van overall-plan en afgeleide deel-en capaciteitstoewijzingsplannen
van grote bouwprojecten. Bepaalt de kostenstand van het werk. Laat
afwijkingen signaleren aan de desbetreffende projectleiding en levert
alternatieven voor bijstelling van het plan. Onderzoekt alternatieve
bouwmethoden.

5 Zet bij de aanvang van projecten het projectbewakingssysteem op.
Ziet vervolgens toe op overname van de werkzaamheden door een of
enkele assistenten. Signaleert op grond van de planning de voortgang
en de kosten van middelgrote tot grote werken. Signaleert de knelpunten.
Onderzoekt alternatieve werkmethoden. Maakt manurenbegroting,
materieelplan, bouwplaatsinrichtingsplan ter bewaking van
onderaannemers e.d.

4 Verricht (soms bijgestaan door een enkele assistent) de werkvoorbereiding
van grote projecten. Is daartoe gedetacheerd op het
werk. Verzorgt de planning en de voortgangssignalering of de kostenbewaking.
Stelt voor kleine projecten planningen en manurenbegrotingen
op. Signaleert aan de leiding de stand van het werk en
de toeleveringen, verzorgt soms een deel van de materiaalbestellingen
en de calculatie of de werkenadministratie.

3 Stelt voor een klein of middelgroot bouwproject een strokenplanningsschema
op volgens aanwijzingen van zijn chef en/of de
bouwplaatsleiding. Codeert urenbriefjes voor computerverwerking.
Stelt termijnbetalingsschema’s op aan de hand van gegevens. Maakt
detailtekeningen en kozijnenstaat op aanwijzingen.

2

1

128

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieladder 4 Calculatie

Functieniveaukarakteristiek

6 Bepaalt in overleg met de verantwoordelijken voor commerciële
zaken de bijstelling van posten ,,onder de streep’’ op de inschrijvingsbegroting.
Onderhandelt op aanwijzingen van de directie of productieleiding
over de prijs. Geeft leiding aan5à10 medewerkers van
Calculatie, Werkvoorbereiding en eventueel Inkoop. Voert exploitatieberekeningen
uit voor woningbouwprojecten die in eigen beheer
worden gebouwd en verkocht.

5 Overlegt met architect en/of constructeur over alternatieve bouwwijzen.
Stelt de staartposten*) in de begroting op. Prijst de posten
boven de streep af. Beslist over aanpassing van calculatienormen.
Regelt met leveranciers en onderaannemers materiaalleveranties en
dienstverlening en bedingt kortingen op de prijs. Geeft eventueel lei-
ding aan enkele calculatoren. Voert exploitatieberekeningen uit voor
projecten die in opdracht van projectontwikkelaars zullen worden
uitgevoerd.

4 Stelt begrotingsposten op; weegt daarbij alternatieve werkmethoden
af. Prijst hoeveelhedenstaten. Stelt elementenbegroting op op basis
van een globaal ontwerp. Verricht op aanwijzingen onderzoek naar
aanpassing van calculatienormen. Maakt opstellingen voor meer-en
minderwerk. Vraagt offertes aan bij leveranciers en onderaannemers.
Bezoekt ,,Inlichtingen’’ of ,,Aanwijzingen’’ van kleine en middelgrote
werken om toelichting te krijgen op bestek en tekeningen. Stelt
voor kleine projecten normen vast op grond van veel ervaring. Verricht
soms neventaken in werkvoorbereiding en/of administratie. Ziet
eventueel toe op de werkzaamheden van een of enkele assistenten.

3 Trekt materiaalhoeveelheden uit aan de hand van bestek en tekeningen.
Stelt standaardbegrotingsposten op met behulp van normen.
Vult staartposten in voor zover standaard.

2 Stelt nacalculaties op aan de hand van de administratie. Vraagt
prijsopgave van materialen of huurmaterieel en bijkomende dienstverlening
bij leveranciers.

1

129

Functieladder 5 Planontwikkeling, Constructiebureau en Tekenkamer

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Maakt bebouwingsplannen in het kader van uitbreidingsplannen of
bouwkundig ontwerp voor de utiliteitsbouw. Ontwerpt en berekent
constructies in beton en staal. Coördineert de bijdragen van derden
en zorgt voor inpassing van bijvoorbeeld technische installaties in
het bouwkundig ontwerp. Voert besprekingen voor het verkrijgen
van vergunningen en dergelijke met overheidsinstanties en met de
opdrachtgever over de aard van het ontwerp. Geeft leiding aan
enkele tekenaars/constructeurs.

5 Ziet toe op en werkt zelf mee aan het uitwerken van bouwkundige
ontwerpen voor woningbouw en kleine utiliteitsbouw. Levert zelf
ontwerpschets en aanwijzingen. Maakt het bestek. Overlegt over het
ontwerp met de opdrachtgever en de constructeur en woont de bouwteamvergaderingen
bij. Voert betonen staalconstructietekenwerk en
-rekenwerk uit voor kleine utiliteitsbouw en woningbouw.

4 Werkt vormtekeningen met hoofdmaten uit in bouwkundige detailtekeningen.
Vervaardigt bestek en tekeningen voor verbouwingen, woningbouw
of fabriekshallen op aanwijzingen. Maakt daarvoor
staalconstructie-en betonwapeningstekeningen en voert de daarvoor
noodzakelijke berekeningen uit.

3 Maakt vormtekeningen voor de constructeur of bekistingstekeningen.
Maakt eenvoudige detailtekeningen en bouwkundige werktekeningen,
matenplannen, kozijnenstaten etc. op aanwijzingen.

2

1

130

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieladder 6 Marketing en Verkoop

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Levert technische en/of financiële ondersteuning bij verkoopactiviteiten.
Overlegt met potentiële opdrachtgevers en hun adviseurs
over de realiseerbaarheid van hun wensen. Maakt na intern overleg
een prijsindicatie of geeft technische oplossingen voor bouwkundige
problemen. Begeleidt de start van het ontwerpproces en schakelt Calculatie
in. Verkoopt zelf kleine tot middelgrote projecten met vooral
technische aspecten, zoals wegenaanleg en fabrieksuitbreidingen.

5 Levert een technische en/of calculatorische bijdrage voor verkoopgesprekken.
Geeft technische oplossingen voor bouwkundige problemen
en geeft kostenconsequenties aan. Beoordeelt de technische en
financiële haalbaarheid van wijzigingsvoorstellen. Levert bijdragen
in marktonderzoeken door onderzoeksresultaten samen te vatten en
te analyseren. Behandelt een deel van de vragenlijsten voor selectieprocedures
voor samenstelling van bouwteams. Presenteert voor belangstellenden
de mogelijkheden van het bedrijf.

4 Beheert (computer)bestanden met gegevens over de eigen onderneming,
over uitgevoerde projecten en gegevens over de markt. Werkt
deze bestanden bij aan de hand van interne bronnen en voornamelijk
literatuur. Maakt overzichten ten behoeve van de verkoopbevordering.
Verstrekt op aanvraag informatie over het eigen bedrijf en over
uitgevoerde of in uitvoering zijnde projecten. Verkoopt in overleg
met de directie of commerciële leiding op de lokale markt kleine,
onderhands uit te voeren verbouwingen, uitbreidingen, kleine restauraties
e.d.

3

2

1

131

Functieladder 7 Inkoop

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Verzorgt in samenwerking met een assistent de inkoop van bouwmaterialen,
materieel en diensten van derden voor een middelgroot
bedrijf of deel van een groot bedrijf. Laat prijsoffertes aanvragen.
Sluit na intern overleg jaarcontracten af voor omvangrijke leveranties
van bepaalde bouwmaterialen (betonijzer etc.). Voert prijsonderhandelingen
en regelt bestellingen en opdrachtverlening aan
leveranciers en onderaannemers.

5 Koopt gereedschappen, afbouwmaterialen en kantoorbenodigdheden
in. Verwerft opties op zandwinning ten behoeve van eventueel uit te
voeren wegenbouwprojecten. Onderhoudt de contacten met leveranciers.
Overlegt met directie of commerciële leiding over de te bedingen
leveringscondities en leverancierskeuze. Verzamelt en bewerkt niet
rechtstreeks toegankelijke marktinformatie.

4 Koopt bouwmaterialen en -materieel in op aanwijzingen van zijn
chef. Heeft frequent contact met leveranciers over prijzen en lever-
data. Verstrekt prijsinformatie aan calculators, zorgt voor materiaalmonsters
en overlegt met Uitvoering over hoeveelheden en levertijden.

3 Roept materialen af op basis van raamcontracten. Koopt kleine hoeveelheden
materialen in aan de hand van prijslijsten en prijsopgaven
van leveranciers, ter aanvulling van magazijnvoorraden. Verzorgt de
bijbehorende administratie.

2

1

132

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieladder 8 Beheer van materiaal en bouwmateriaal

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Coördineert de inzet van bedieningspersoneel. Geeft leiding aan
onderhoudspersoneel, dat onderhoud aan het materieel uitvoert in
een werkplaats, op het materieelerf of op de bouwplaats. Ziet toe op
de inzet van materieel en bedieningspersoneel. Bewaakt onderhoudskosten
en signaleert de status van het materieel. Adviseert bij aankoop
of vervanging van materieel. Besteedt specialistisch onderhoud
uit aan derden.

5 Regelt de inzet van materieel en bedieningspersoneel op een of meer
middelgrote tot grote (wegen)bouwprojecten. Regelt inhuur en verhuur
van groot materieel met derden en stelt daarbij de huurprijzen
vast op basis van richtlijnen. Adviseert met betrekking tot bouwplaatsinrichting,
inzet materieel, aanschaf, afstoten en ontwikkeling van
materieel. Bewaakt energieverbruik, afschrijving materieel en
materieelkosten per werk. Houdt toezicht op enige assistenten.

4 Behandelt materieelaanvragen. Stelt schema’s op voor inzet materieel
en transporten van materialen (asfalt, beton, elementen e.d.).
Regelt inhuur van materieel en transporten voor derden. Verstrekt
informatie over verhuur materieel. Zorgt voor reparatie en preventief
onderhoud. Houdt daartoe enige kleine administraties bij. Houdt
eventueel toezicht op assistenten.

3 Beheert een klein magazijn. Verzorgt administratieve voorraadbewaking
en bestelt hulpmaterieel. Ziet toe op de werkzaamheden
van een magazijnbediende of verzorgt met een ploeg werfpersoneel
de opslag en afvoer van materieel en materialen. Regelt de belading
van de vrachtwagens overeenkomstig laad-en transportschema’s.
Zorgt voor een doelmatige indeling van het terrein en een verantwoorde
opslag. Ziet erop toe dat het nodige onderhoud wordt verricht,
alsook eenvoudige reparatiewerkzaamheden aan materieel. Verricht
een aantal eenvoudige administratieve werkzaamheden.

2 Verzorgt de uitgifte van onderdelen, materialen en/of gereedschappen.
Controleert de aangevoerde goederen en materialen en signaleert
wanneer aanvullingen nodig zijn. Draagt zorg voor een doelmatige
indeling en opslag in het magazijn en houdt een eenvoudige
magazijnadministratie bij.

1 Assisteert bij uitpakken, controleren, tellen, sorteren, coderen, opber

 

gen en uitgeven van goederen in het magazijn, alsmede bij het verzend
gereed maken en laden en lossen van voertuigen.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieladder 9 Onderhoud materiaal

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6

5 Geeft leiding aan een groep van (circa 10 medewerkers) onderhoudspersoneel,
werkzaam in een werkplaats, op het materieelerf of op de
bouwplaats. Ziet toe op het onderhoud van bijvoorbeeld bouwkranen,
wegenbouwmachines, asfaltinstallaties en vrachtwagens. Besteedt
een deel van het werk uit en bewaakt dit.

4 Houdt toezicht op enkele medewerkers en werkt zelf mee aan het
onderhoud van materieel op de bouwplaats, op het materieelerf of in
de werkplaats.
Besteedt eventueel onderhoudswerk uit, koopt hulpmaterialen en
onderdelen in volgens richtlijnen. Verzorgt werkvoorbereiding en
taakverdeling. Verricht op grond van uitgebreide opleiding en/of veel
ervaring al het voorkomende onderhoud en montagewerk of een deel
van het gespecialiseerde onderhoud aan bijvoorbeeld kranen,
wegenbouwmachines en vrachtwagens.

3 Verricht allerlei vakkundig onderhoud en montagewerk aan
(wegen)bouwmaterieel, op aanwijzingen.

2 Assisteert vaklieden bij het onderhoud van (wegen)bouwmaterieel.
Verricht eenvoudige demontage. Voert smeerbeurten uit. Heft kleine
mechanische storingen op. Vervangt onderdelen, etc.

1

135

Functieladder 10 Kwaliteitscontrole asfalt en/of beton

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Geeft leiding aan beton-of asfaltproductie, alsmede aan een
kwaliteitscontrolelaboratorium (totaal5à10 medewerkers). Ontwikkelt
receptuur, organiseert de kwaliteitsbewaking van grondstoffen
en halffabrikaat.
Beheert de apparatuur in fabriek en laboratorium. Kiest grondstoffenleveranciers
en onderhandelt met hen over leveringscondities.

5 Geeft leiding aan een kwaliteitscontrolelaboratorium (met circa 5
medewerkers) voor asfalt en/of beton. Stelt de kwaliteitsnormen vast
en bepaalt de onderzoeksprocedures. Stelt volgens receptuur of op
basis van bestekeisen asfaltmengsels samen en onderzoekt of deze
mengsels aan de gestelde eisen voldoen aan de hand van proefnemingen.
Onderhoudt externe contacten met materiaaldeskundigen en
deskundigen van opdrachtgevers over materiaalproblematiek. Adviseert
de bedrijfsleiding in dezen.

4 Verricht alle voorkomende laboratoriumonderzoeken naar kwaliteit
en samenstelling van grondstoffen en halffabrikaten, alsmede
boorkernonderzoek van eindproducten. Ziet toe op de werkzaamheden
van enkele assistenten. Rapporteert via chef aan belanghebbenden.
Geeft receptuur af aan de fabriek. Bestelt grondstoffen op basis
van raamcontract.

3 Verricht volgens vastgestelde procedures onderzoek ten aanzien van
grondstoffen en eindproducten van asfalt en/of beton. Analyseert
onderzoeksresultaten en geeft op grond van richtlijnen advies over
goed-of afkeuring van grondstoffen, aanpassingen in receptuur en
condities bij het productieproces.

2 Assisteert bij de uitvoering van onderzoeken naar kwaliteit en samenstelling
van grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten, zoals
het nemen en transporteren van materiaalmonsters en voorbereiden
en uitvoeren van eenvoudige proeven op aanwijzingen.

1

136

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieladder 11 Administratie algemeen

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Geeft leiding aan administratieve werkzaamheden, zoals productieadministratie,
risicoverrekening, factuurcontrole en dergelijke, verdeeld
over afdelingen met in totaal 10 à 20 medewerkers. Bewaakt
dergelijke administratieve procedures, voert vernieuwingen in na
overleg. Laat overzichten per project maken en analyseert en beoordeelt
deze, rapporteert analyseresultaten aan de bedrijfsleiding.

5 Geeft leiding aan maximaal 10 medewerkers belast met kosten-en/of
tijdbewaking, nacalculatie van projecten of inkoopadministratie. Stelt
de te volgen procedures vast. Controleert en analyseert de gegevens,
draagt oplossingen aan voor de gesignaleerde administratieve problemen.
Adviseert bij het uitbrengen van offertes, respectievelijk de
keuze van leveranciers. Assisteert bij prijsonderhandelingen. Bewaakt
de afhandeling van risicoregelingen.

4 Controleert administratieve werkzaamheden van anderen. Maakt samenvattingen
van gegevens en analyseert deze. Signaleert afwijkingen
van budgetten, planning en dergelijke en geeft toelichting. Neemt
intern en extern contact op voor het uitzoeken van administratieve
verschillen of onduidelijkheden. Stelt aanvragen voor offertes op.
Bewaakt de levertijden. Stelt op en onderhoudt contacten met de
leverancier. Behandelt schademeldingen, klachten van gebruikers,
juridische aangelegenheden en dergelijke volgens richtlijnen. Signaleert
probleemgevallen aan zijn chef.

3 Verzamelt en verwerkt administratieve gegevens volgens vaste procedures
ten behoeve van registraties of periodieke overzichten. Controleert
administratieve gegevens door interne vergelijking, externe
navraag van gegevens, berekeningen, e.d. Splitst gegevens of stelt
deze samen volgens diverse vaste sleutels. Stelt eenvoudige correspondentie
op, verricht alle soorten typewerk, controleert voorraden,
budgetten en dergelijke en signaleert afwijkingen.

2 Voert controles op facturen uit door vergelijkingen met staten. Maakt
tellingen van bedragen. Codeert facturen, bonnen en dergelijke volgens
vaste voorschriften. Voert administratieve mutaties uit. Verricht
correspondentietypewerk aan de hand van concept en archiveert facturen
en correspondentie.

1

137

Functieladder 12 Werkenadministratie

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6

5 Zet bij de aanvang van middelgrote en grote projecten de werkenadministratie
op. Geeft leiding aan maximaal 10 medewerkers, belast
met werkenadministratie. Maakt periodiek financiële overzichten per
werk en bespreekt deze periodiek met de leiding van de Uitvoering.
Controleert loonberekening, facturering, verrekeningen van risico’s
en meer-en minderwerk e.d.

4 Administreert volgens voorschriften het onderhanden werk. Verzamelt
gegevens voor nacalculatie, bepaalt de voortgang van het werk
en signaleert afwijkingen van het budget. Maakt volgens voorschrift
periodiek een kostenoverzicht met meer-en minderwerk en doorberekeningen
volgens de risicoregeling per project, ter voorbereiding
van de automatische administratie of handboekhouding. Heeft de
eindcontrole op facturen ter voorbereiding van betaalbaarstelling.

3 Verwerkt materiaalbonnen, materieelbonnen, urenbriefjes en dergelijke
voor het opstellen van weekrapporten en periodieke overzichten.
Berekent lonen aan de hand van urenbriefjes, ziekmeldingen,

e.d. Typt verslagen van vergaderingen en afrekeningstaten. Controleert
facturen aan de hand van computerlijsten en zoekt verschillen
uit door navraag bij de leverancier.
2 Verzamelt en controleert bonnen, facturen en dergelijke door tellingen
en vergelijking van bedragen; zoekt intern verschillen uit.

1

138

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieladder 13 Salaris-en loonadministratie

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Geeft leiding aan de salaris-en loonadministratie. Ontwikkelt richtlijnen
voor de toepassing van de CAO. Stelt regelingen op inzake
aanvullende arbeidsvoorwaarden. Verricht bijvoorbeeld bij reorganisaties
of fusies voorbereidende werkzaamheden ten dienste van over-
leg met de werknemersorganisaties. Maakt het cijfermatige gedeelte
van het sociaal jaarverslag.
Onderhoudt werkcontacten met sociale instellingen, computercentrum
en dergelijke.

5 Verzorgt met een assistent de loon-en salarisadministratie. Verwerkt
personeelsmutaties. Maakt salarisen loonberekeningen in geval van
mutaties. Verzorgt mutaties in de basisgegevens van de computer-
input. Zorgt voor het doorgeven van gegevens aan de bedrijfsvereniging,
het computercentrum en dergelijke. Controleert computer-
output. Controleert uitkeringen. Maakt en/of controleert de
desbetreffende journaalposten voor het grootboek. Maakt cijfermatige
overzichten. Behandelt klachten van het personeel betreffende loon
of salaris of vervult soms de rol van personeelsfunctionaris; behandelt
dan diverse personeelsproblemen of verwijst door naar externe
instanties, bedrijfsleiding of directie. Assisteert bij belastingaangifte.
Assisteert bij werving bouwplaatswerknemers.

4 Verzamelt urengegevens van de werken. Voert delen van de
personeelsen/of loonadministratie uit. Maakt de desbetreffende
journaalposten voor het grootboek. Richt dossiers in, maakt loonberekeningen.
Geeft ziekmeldingen door. Behandelt klachten over
het loon of verwijst door. Onderhoudt werkcontacten met een computercentrum.
Beheert een kas.

3 Verzamelt, codeert en verwerkt urenbriefjes en berekent CAO-lonen.
Verricht diverse secretariaats-en administratieve taken ter assistentie
in de afdeling of op het werk.

2

1

139

Functieladder 14 Boekhouding

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Geeft leiding aan de weinig of niet-geautomatiseerde boekhouding
en administratie met 10 tot 20 medewerkers, onder andere de afdelingen
Boekhouding, Loonadministratie, soms Werkenadministratie,
Interne Dienst, e.d. Behandelt zelf complexe of vertrouwelijke zaken,
zoals salarisadministratie en onderzoek en verbetering van de
procedures. Behandelt problemen met betalingen, het afstemmen van
rekeningen en de waardering van activa op grond van richtlijnen e.d.
Geeft via zijn chef toelichting aan directie en externe accountant.
Controleert de afdrachten van premies en belastingen. Stelt periodieke
balansen en winst-en verliesrekeningen op. Bewaakt en signaleert
de kosten-en liquiditeitsontwikkeling. Stemt de verslagleggingen
van enkele kleine werkmaatschappijen op elkaar af.

5 Verricht de boekhoudkundige werkzaamheden voor een kleine
bouwonderneming of kleine werkmaatschappijen; wordt daarin eventueel
bijgestaan door assistenten. Verzorgt de loonadministratie en de
loonuitbetaling. Houdt subadministraties bij, zowel debiteuren, crediteuren,
kas, bank en giro. Houdt het grootboek bij. Maakt periodiek
liquiditeitsoverzichten voor de directie. Beheert de kas. Onderhoudt
contacten met klanten, leveranciers, sociale instellingen e.d.
Geeft toelichting ter verklaring van de jaarstukken aan directie en
accountant.

4 Geeft leiding aan een deeladministratie met routinematig werk, uitgevoerd
door 5 tot 10 medewerkers. Controleert de boekingen. Behandelt
zelf de probleemgevallen en onderhoudt daartoe ook contacten
met bijvoorbeeld klanten en leveranciers. Maakt overzichten en
weet hierop toelichting te geven. Voert registraties en opgaven uit
volgens wettelijke regelingen, zoals afdrachten van premies en ziekmeldingen.
Voert eventueel complete boekhouding voor kleine werkeenheden,
zoals timmerfabriek en asfalt-of betoninstallatiebedrijf.

3 Ziet toe op en werkt zelf mee aan het bijhouden van subadministraties
(kas, bank, giro, debiteuren en crediteuren). Behandelt onjuiste of
incomplete gegevens, neemt daartoe eventueel contact op met klanten,
leveranciers en anderen ter verificatie van (betalings)gegevens.
Vraagt om assistentie, als dit problemen oplevert. Maakt loonberekeningen
op aanwijzing. Stelt complexe facturen samen en stelt
specificaties op.

2 Sorteert, splitst en codeert factuurbedragen naar het rekeningenstelsel.
Splitst kosten over kostensoorten en kostenplaatsen, een en
ander volgens nauwkeurige voorschriften. Verricht boekhoudingen in
suben grootboek. Controleert tellingen en corrigeert boekings

 

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

verschillen na interne verificatie. Vraagt bij probleemgevallen om
assistentie.

1 Sorteert en codeert facturen, controleert gegevens door vergelijking
met staten.

Functieladder 15 Geautomatiseerde administratie

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Geeft leiding aan geautomatiseerde administratie met maximaal 10
medewerkers, op basis van standaardprogrammatuur voor werkenadministratie,
boekhouding, voorraadbeheer, budgetbewaking en dergelijke.
Verzorgt de totale financiële verslaglegging van een middelgrote
onderneming. Past de interne informatieprocedures en
werkregeling aan op het systeem in overleg met de leverancier of
besteedt de computerverwerking uit aan een computerservicebureau.
Zorgt voor onderhoud en verbeteren van computerprogramma’s door
eigen medewerkers en levert een belangrijke bijdrage in de systeemanalyse.

5 Verricht, eventueel met enkele assistenten en een minicomputer, de
complete boekhouding voor een klein bedrijf of een werkmaatschappij,
of een grote deeladministratie, zoals werkenadministratie, voor
een middelgroot tot groot bedrijf of besteedt dergelijke werkzaamheden
uit aan een computerservicebureau. Maakt zelf analyses van
de gegevens en geeft toelichting op bijvoorbeeld de jaarstukken.
Onderhoudt contacten met het computerservicebureau, met leveranciers,
met klanten e.a. Beheert een kas.

4 Geeft leiding aan 10 tot 20 datatypisten. Verzorgt de werkregeling en
de doorbelasting van verwerkingskosten aan computergebruikers.
Behandelt problemen met gebruikers. Parametreert nieuwe toepassingen.
Verzorgt de invoer van diverse niet-voorgecodeerde gegevens
in een geautomatiseerde administratie, bijvoorbeeld complete boekhouding,
personeelsen/of salarisadministratie, e.d. Controleert output
en zoekt fouten uit in overleg met het computercentrum of service-
bureau.

3 Verdeelt werk over datatypisten. Assisteert hen bij bedieningsproblemen.
Controleert en verbetert fouten, ook door rechtstreeks
ingrijpen via controlebeeldscherm. Bewaakt de productiestroom en
zorgt voor tijdige aflevering. Springt in bij storingen.

2 Voert gecodeerde gegevens en controlegegevens in volgens vaste
procedures. Voert controles uit en verbetert fouten of signaleert problemen.
Assisteert bij werkverdeling. Springt in bij storingen. Verricht ter
afwisseling diverse sorteer-en controletaken op administratieve afdelingen.

1 Voert gecodeerde en gestandaardiseerde gegevens in met een (beeld
scherm)terminal.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieladder 16 Computerbediening

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Geeft leiding aan een klein computercentrum, inclusief het beheer
van hard-en software, met maximaal 10 medewerkers. Koopt harden
software op basis van goedgekeurde automatiseringsplannen. Signaleert
herhaalde storingen aan de leverancier en overlegt hoe deze
te voorkomen. Ontwikkelt procedures voor gebruik en beveiliging,
bestanden, e.d. Zorgt voor opleiding van bedieningspersoneel.

5 Geeft leiding aan een ploeg van circa 5 computeroperators. Stelt aan
de hand van prioriteiten de werkvolgorde en de procesgang vast en
draagt zorg voor de optimale benutting van computer en randapparatuur.
Bedient zelf de controleprocessor bij niet-routinematige procesgangen.
Behandelt incidenten en storingen met belanghebbenden en
leveranciers. Rapporteert over aanhoudende problemen. Zorgt voor
het in goede staat houden van de apparatuur en een correcte dienstverlening.

4 Ziet toe op en werkt zelf mee aan de bediening van een middelgroot
computersysteem door enkele operators. Grijpt in bij storingen en
tracht deze te verhelpen. Signaleert duurzame storingen aan de lei-
ding en aan de leverancier. Verzorgt de werkregeling op de computer.
Overlegt met gebruikers bij stagnaties in de verwerking. Houdt
bezettingsoverzichten bij. Voert doorbelastingen van de kosten uit.

3 Bedient computerapparatuur, zowel randapparatuur als centrale processor
op aanwijzingen. Zorgt bij storingen voor veiligstelling van
apparatuur en gegevens. Signaleert storingen.

2 Assisteert bij de bediening van computerrandapparatuur.
Vult kettingformulieren bij. Sorteert output en maakt deze verzend
gereed.

1

143

Functieladder 17 Programmering en systeemanalyse

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Geeft leiding aan de uitvoering van systeemanalyse in het kader van
automatiseringsprojecten en treedt incidenteel op als projectleider of
als informatieanalist. Coördineert het up-to-date houden van het
totale softwarebestand. Geeft richtlijnen voor technisch systeemontwerp
en systeemspecificaties, opdat deelsystemen op elkaar aansluiten
en een optimale procesgang wordt bereikt. Ziet toe op het testen
en invoeren van nieuwe onderdelen van het systeem. Zorgt voor
toegankelijkheid en beveiliging van de informatie. Ontwikkelt procedures
voor het gebruik van het systeem.

5 Het in samenwerking met een informatieanalist vaststellen van de
informatiebehoefte, het maken van een systeemontwerp en specificaties,
de verwerking van procedures, controles, e.d. Het leidinggeven
bij het programmeren van systeemontwerpen en zorgen voor
coördinatie bij updating van programmatuur. Het begeleiden van
systeemtests, het opsporen van de oorzaken van storingen of fouten
en het coördineren van dergelijke assistentie bij de invoering.

4 Het opzetten van computerprogramma’s in één of andere programmeertaal
aan de hand van stroomschema’s of specificaties. Het testen
van programma’s en het uitzoeken van fouten en storingen, het
aanbrengen van verbeteringen. Incidenteel het aanbrengen van modificaties
in machinetaal.
Het verzamelen en vastleggen van programmadocumentatie en het
assisteren bij de invoering van nieuwe onderdelen van het systeem.

3

2

1

144

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieladder 18 Personeelszaken

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Verzorgt de werving en selectie, introductie en opleiding van het
kader-en/of CAO personeel. Adviseert personeelsleden bij persoonlijke
problemen of verwijst hen door naar interne of externe instanties.
Ontwikkelt in overleg richtlijnen, bijvoorbeeld voor de personeelsvervanging
bij ziekte, verlof, vakantie en dergelijke of met
betrekking tot veiligheid op de bouwplaats.

5 Verzorgt de opleiding van het kader-en het CAO-personeel in over-
leg met de leiding. Verzamelt informatie over externe opleidingen,
onderhoudt contacten met opleidingsinstituten, gaat subsidiemogelijkheden
na, bewaakt een opleidingsbudget en adviseert belangstellenden
inzake studiemogelijkheden.

4 Voert een personeelssecretariaat met dossierstelsel en
correspondentiearchief. Verzamelt en bewerkt allerlei personeelsgegevens
ter voorbereiding van personeelsbeleid, sociaal jaarverslag

e.d. Geeft personeelsgegevens door aan interne en externe instanties,
verzorgt de externe correspondentie en ziet toe op de werkzaamheden
van enkele assistenten.
3 Assisteert op een personeelsafdeling met het bijhouden van dossiers
en archieven. Behandelt daarbij vertrouwelijke informatie. Typt brieven
van concept. Staat bezoekers te woord en verwijst hen door.

2

1

145

Functieladder 19 Secretariaat

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6

5 Verricht de secretariaatswerkzaamheden voor de directie. Behandelt
vertrouwelijke correspondentie. Behandelt in voorkomende gevallen
een deel van de salarisadministratie, maakt afspraken, selecteert
informatie en bezoekers, verwijst eventueel door. Notuleert directiebesprekingen
en loopt de daarbij vastgelegde afspraken na. Houdt
het directiearchief bij. Houdt eventueel toezicht op een of meer assistenten.

4 Verricht secretariaatswerkzaamheden, bijvoorbeeld voor de directie
of voor een afdeling(schef). Houdt agenda’s bij, maakt afspraken op
aanwijzingen en loopt deze na. Verslaat vergaderingen, neemt correspondentie
op in steno en werkt deze uit, ook eventueel in moderne
talen. Houdt een archief bij en eventueel het kantoorbenodigdhedenmagazijn.
Heeft wellicht enige nevenactiviteiten in de afdeling.

3 Verricht algemeen en vertrouwelijk typewerk (bijvoorbeeld
personeelsinformatie), ook in de moderne talen. Beheert een klein
archief of kantoorbenodigdhedenmagazijn. Houdt agenda’s bij, maakt
afsprakenlijstjes tijdens vergaderingen, geeft afspraken door. Houdt
een lijst voor bereikbaarheid van personen bij. Verricht eventueel
enkele administratieve taken met controle voor vergelijking van
gegevens uit verschillende bronnen. Verricht receptie-en
telefooncentralewerkzaamheden met veel buitenlandse contacten.

2 Verricht allerhande typewerk in het Nederlands; bedient telex; behandelt
inkomende en uitgaande post; bedient een telefooncentrale;
ontvangt bezoekers en verwijst deze door. Houdt eventueel een
correspondentiearchief bij. Voert diverse gegevens op aanwijzingen
in computer in via terminal. Maakt fotokopieën.

1 Typt facturen aan de hand van lijsten, verricht invoer van getallenreeksen
in computer via terminal, distribueert correspondentie.

146

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieladder 20 Tekstverwerking

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6

5

4 Geeft leiding aan tekstverwerking door circa 10 medewerkers. Verzorgt
de werkregeling en instructie. Controleert mede het werk voor
aflevering.
Bestelt apparatuur en materiaal en zorgt voor onderhoud. Zorgt voor
opleiding van de medewerkers. Weet moderne tekstverwerkende
apparatuur te programmeren.

3 Levert vertrouwelijk typewerk en/of typewerk in de moderne talen.
Houdt toezicht op aankomende typisten. Controleert typewerk. Kent
het gebruik van moderne tekstverwerkingsapparatuur en instrueert
anderen daarin.

2 Typt Nederlands en één der moderne talen van concept; typt tabellen,
formulieren, correspondentie, e.d. Kán werken met dictafoon en
moderne tekstverwerkende apparatuur.

1 Typt Nederlandse correspondentie van concept en brengt op aanwijzingen
correcties aan.

147

Functielijst 21 Reproductie

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6

5 Geeft leiding aan het reproduceren van tekeningen, offsetdrukken,
fotokopiëren en allerlei afwerking in een grote reproductieafdeling
met 5 tot 10 medewerkers. Verzorgt de werkvoorbereiding en
voortgangscontrole, lost technische problemen op bij meerkleurendruk,
storingen in apparatuur, e.d. Onderhoudt contacten met leveranciers
en beheert de diverse grondstoffen en hulpmaterialen.

4 Geeft leiding aan Reproductie, Postkamer, Kantoorbenodigdhedenmagazijn
met totaal circa 5 medewerkers. Zorgt voor tijdige aflevering
van materialen en onderhoud van de apparatuur of verricht zelf
meerkleurenoffsetdrukwerk. Vervaardigt zelf de platen, kiest kleuren
en materialen, adviseert ten aanzien van combinaties, verhelpt eenvoudige
storingen in de apparatuur.

3 Heeft toezicht op en werkt mee aan lichtdruk, fotokopieer-en stencilwerkzaamheden.
Beheert de apparatuur. Verhelpt zelf kleine storingen
in de apparatuur. Neemt eventueel contact op met de leverancier.
Zorgt voor voldoende materiaal in voorraad. Ziet toe op juiste distributie
van fotokopieën en de archivering van originelen.

2 Bedient offsetpers voor intern drukwerk of fotokopieerapparatuur;
verricht afwerkwerkzaamheden, alsmede op aanwijzing onderhoud
en kleine reparaties aan de apparatuur. Archiveert originelen, geeft
kantoorbenodigdheden uit, signaleert stand van voorraden aan zijn
chef.

1 Maakt lichtdrukken, fotokopieën, stencils en dergelijke op diverse
apparatuur. Vult papier en chemicaliën bij op aanwijzingen. Werkt
lichtdrukwerk af door snijden, nieten, e.d.

148

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieladder 22 Receptie, telefoon, telex

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6

5

4

3 Bedient telefooncentrale, telex, teletraceapparatuur en dergelijke,
eventueel in de moderne talen aan de hand van uitgewerkt concept.
Ontvangt bezoekers en verwijst hen door. Verzorgt reservering van
vergaderzalen en geeft boodschappen door of verricht andere neventaken,
zoals het beheer van een kleine kas; beheert de kantoorbenodigdheden,
e.d.

2 Bedient een telefooncentrale en ontvangt bezoekers en verwijst hen
door. Weet zich uit te drukken in één of enkele moderne talen.

1

149

Functieladder 23 Interne dienst

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6 Geeft leiding aan de Interne Dienst met maximaal 50 medewerkers,
verdeeld over bijvoorbeeld Gebouweninrichting en Onderhoud, Reproductie,
Postkamer, Magazijn, Receptie, Telefoon, Tekstverwerking
en Kantine.
Treedt op als coördinator, belast met de uitvoering bij interne verhuizingen
en verbouwingen. Koopt na intern overleg meubilair en
kantoormachines.
Onderhoudt het zakelijke contact met leveranciers en schoonmaakdienst.
Stemt de diverse werkafspraken en procedures van de afdelingen
van de Interne Dienst op elkaar af en legt een en ander vast
in interne regelingen.

5 Geeft leiding aan de Interne Dienst met maximaal 30 medewerkers,
verdeeld over bijvoorbeeld Gebouweninrichting en Onderhoud, Reproductie,
Postkamer, Magazijn, Receptie, Telefoon, Kantine. Organiseert
interne verhuizingen; koopt na intern overleg meubilair, kantoormachines,
kantoorbenodigdheden, e.d. Maakt afleveringsafspraken
met leveranciers, onderhoudt het werkcontact met bijvoorbeeld
een schoonmaakbedrijf, een en ander in overleg met Inkoop of
Directie, of geeft leiding aan een afdeling in de Interne Dienst met
circa 10 geschoolde vaklieden, zoals huisdrukkerij, elektromechanisch
onderhoud en garage.

4 Verricht gespecialiseerd technisch onderhoud aan installaties in gebouwen,
zoals liften, airconditioning en roltrappen. Wordt daarbij
geassisteerd door één of enkele assistenten, of heeft leiding van een
aantal afdelingen van de Interne Dienst, met circa 10 medewerkers
in Kantine, Receptie, Telefooncentrale, Reproductie en dergelijke of
heeft leiding van een dergelijke afdeling als onderdeel van een grotere
interne dienst.

3 Verricht vakkundig onderhoud, zoals timmerwerk, metselwerk, stukadoorswerk,
bank-, las-en constructiewerk. Onderhoudt machines
en elektrische installaties volgens voorschriften van de leverancier.
Vervangt onderdelen en voert kleine reparaties uit aan machines en
installaties of beschadigd meubilair. Geeft leiding aan afdelingscombinaties
met bijvoorbeeld Postkamer, Kantine en Magazijn, met
in totaal maximaal 10 medewerkers.

2 Verricht onderhoudswerk, zoals het olie verversen, het opheffen van
kleine mechanische storingen, het vervangen van onderdelen in apparaten,
het schilderwerk; verplaatst binnenwanden, richt vergaderzalen
in, regelt interne verhuizingen, e.d. Heeft leiding in een kantine,
koopt grondstoffen in, rekent verkochte maaltijden af. Heeft

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

leiding van een postkamer. Transporteert goederen en documenten
met een personen-of bestelauto. Verzorgt de uitgifte van een
kantoorbenodigdhedenmagazijn.

1 Verricht eenvoudig onderhoudswerk, zoals vervangen van lampen,
het reinigen van apparatuur, het schoonhouden van kantine, gangen
en trappen. Zet en serveert koffie en thee in kantoor en kantine.
Bereidt eenvoudige gerechten, zoals soep en kroketten. Brengt inkomende
post rond en maakt uitgaande post verzend gereed.

Functieladder 24: Kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK

6

5 Opzetten, beheren en onderhouden van zorgsystemen op het terrein
van kwaliteit en/of arbeidsomstandigheden en/of milieu. Coördineert
activiteiten op deze terreinen. Draagt zorg voor opstellen van het
KAM en/of Arbo en/of milieu jaarplan en jaarverslag. Bewaakt de
uitvoering van het jaarplan. Registreert, analyseert (bijna) ongevallen
en risico’s en neemt naar aanleiding daarvan actie. Voert overleg
met deskundigen en begeleidt audits. Adviseert gevraagd en ongevraagd
de directie en andere leidinggevenden. Geeft in voorkomende
gevallen leiding aan medewerkers.

4 Beheren en onderhouden van zorgsystemen op het terrein van kwaliteit
en/of arbeidsomstandigheden en/of milieu. Coördineert activiteiten
op deze terreinen binnen de vestiging. Draagt mede zorg voor
opstellen van het KAM en/of Arbo en/of milieu jaarplan en jaarverslag.
Bewaakt de uitvoering van het jaarplan op vestigingsniveau.
Registreert, analyseert (bijna)ongevallen en risico’s. Geeft resultaten
door aan de arbocoördinator en neemt naar aanleiding daarvan actie.
Voert overleg met deskundigen en begeleidt audits. Adviseert gevraagd
en ongevraagd de directie en andere leidinggevenden.

3

2

1

152

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Functieladder 25: Maatvoering

FUNCTIENIVEAUKARAKTERISTIEK
6
5
4 Realiseert zelfstandig de maatvoering bij bouwprojecten. Zet op

basis van (digitale) werktekeningen en met behulp van de Total Station
o.a. het palenplan ten behoeve van de fundering en een assenstelsel
ten behoeve van diverse verdiepingslagen uit. Signaleert afwijkingen
door middel van controles en meldt deze bij de uitvoerder.

3

2

1

153

BIJLAGE 3
OPZEGTERMIJNEN BOUWPLAATSWERKNEMERS ALS
BEDOELD IN ARTIKEL 5A

In afwijking van artikel 7:672, lid 2 en lid 3 BW, wordt de door de
werkgever en de werknemer in acht te nemen opzegtermijn bepaald aan
de hand van onderstaande tabellen. NB: Overeenkomstig het bepaalde in
artikel 7:672, lid 4 BW kan de door de werkgever in acht te nemen
opzegtermijn met een maand worden bekort indien de werkgever beschikt
over een ontslagvergunning afgegeven door het CWI. In dat geval
kan de opzegtermijn nooit minder dan één maand bedragen.

Door werkgever in acht te nemen opzegtermijnen in weken

Leeftijd werknemer Aantal volle dienstjaren

<1123456789 10 11 12 13

16t/m19 1 1
20 112
21 1123
22t/m25 11234
26 112345
27 1123456
28 11234467
29 112345678
30 1123456789
31 112345678910
32 112345678910 11
33 112345678910 11 12
34t/m45 112345678910 11 12 13
46 12345678910 11 12 13 14
47 1245678910 11 12 13 14 15
48 124678910 11 12 13 14 15 16
49 12468910 11 12 13 14 15 16 17
50 1346810 11 12 13 14 15 16 17 18
51 1346810 12 13 14 15 16 17 18 19
52 1346810 12 14 15 16 17 18 19 20
53 1346810 12 14 16 17 18 19 20 21
54 1346810 12 14 16 18 19 20 21 22
55 1346810 12 14 16 18 20 21 22 23
56 1346810 12 14 16 18 20 22 23 24
57 1346810 12 14 16 18 20 22 24 25
58t/m64 1346810 12 14 16 18 20 22 24 26
65e.o. 112345678910 11 12 13

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Door bouwplaatswerknemer in acht te nemen opzegtermijnen in
weken

Leeftijd werknemer Aantal volle dienstjaren
123456789 10 11 12
15 t/m 21
22 t/m 26
27/28
29/30
31/32
33 e.o.
1
1112
111223
11122334
1112233445
11122334455 6

Deze tabellen zijn een uitwerking van het bepaalde in artikel 5a.
In bijzondere gevallen (bijvoorbeeld bij faillissement) kunnen afwijkende
opzegtermijnen gelden. Bij minder dan 1 jaar dienstverband geldt bij normale
opzegging in alle gevallen een opzeggingstermijn van 1 week.
Voor zover bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betrekking hebben op meerderjarigen,
gelden deze bepalingen ook voor jeugdige werknemers die gehuwd
zijn of geweest zijn.

BIJLAGE 4
NORMREGELING ARBEIDSTIJDEN

Normen arbeidstijden voor werknemers van 18 jaar en ouder

Onderwerp Normregeling

minimum rusttijden

Koppensneller

• wekelijkse rust hetzij 36 uur per periode van7x24
hetzij 60 uur per periode van9x24
(1 x per 5 weken in te korten tot 32 uur)
• dagelijkse rust 11 uur per 24 uur
(1 x per periode van7x24inte korten
tot 8 uur)
zondagsarbeid

• arbeidsverbod op zondag wordt geen arbeid verricht
tenzij......
• uitzondering 1 tenzij het tegendeel is bedongen en uit de
aard van de arbeid voortvloeit
• uitzondering 2 tenzij de bedrijfsomstandigheden dit
noodzakelijk maken en het
medezeggenschapsorgaan, of bij het
ontbreken daarvan de personeelsvertegenwoordiging,
of bij het ontbreken
daarvan de belanghebbende werknemer,
daarmee instemt
• zondagsbepaling in geval van arbeid op zondag ten minste
4 vrije dagen per 13 weken
maximum arbeidstijden (structureel)

• arbeidstijd per dienst 9 uur
• arbeidstijd per week 45 uur
• arbeidstijd per 4 weken –
• arbeidstijd per 13 weken gemiddeld 40 uur per week (520 uur)
Aanvullende regels indien er sprake is van nachtdiensten (arbeid tussen

00.00 en 06.00 uur)
• minimum rust na een 14 uur
nachtdienst die eindigt na 02.00
uur

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Onderwerp Normregeling

• minimum rust na een reeks 48 uur
nachtdiensten
• maximum arbeidstijd per 8 uur
nachtdienst
• maximum arbeidstijd per 13 –
weken
• maximum aantal nachtdiensten 10 per 4 weken en 25 per 13 weken (16
per 4 weken indien de nachtdiensten voor
of op 02.00 uur eindigen)
• maximum aantal achtereenvol-5 (6 indien de nachtdiensten voor of op
gende nachtdiensten 02.00 uur eindigen)
Maximum arbeidstijden bij overwerk (incidenteel)

• arbeidstijd per dienst 11 uur
• arbeidstijd per week 54 uur
• arbeidstijd per 13 weken gemiddeld 45 uur per week (585 uur)
Aanvullende regels bij overwerk indien er sprake is van nachtdiensten

• maximum arbeidstijd per 9 uur
nachtdienst
• maximum arbeidstijd per 13 gemiddeld 40 uur per week (520 uur)
weken
Pauze (tijdruimte van minimaal 1/4 uur)

• arbeidstijd per dienst > 51/2 uur 1/2 uur
• arbeidstijd per dienst > 8 uur ¾ uur, waarvan 1/2 uur aaneengesloten
• arbeidstijd per dienst > 10 uur 1 uur, waarvan 1/2 uur aaneengesloten

Consignatie/bereikbaarheidsdienst (werknemers van 18 jaar of
ouder)

Consignatie (afwijking rusttijd en Standaard-en overlegregeling
pauze)
• periode zonder consignatie per 2 tijdruimten van elk minimaal7x24
4 weken uur
• consignatie voor en na een niet toegestaan
nachtdienst
• maximum arbeidstijd per 24 uur 13 uur
• maximum arbeidstijd per week 60 uur
• maximum arbeidstijd per 13 gemiddeld 45 uur per week (585 uur)
weken
• maximum arbeidstijd per 13 gemiddeld 40 uur per week (520 uur)
weken indien de consignatie
geheel of gedeeltelijk de periode
tussen 00.00 uur en 06.00 uur
omvat
• minimum arbeidstijd bij oproep 1/2 uur
in consignatie

Normen arbeidstijden voor werknemers van 16 of 17 jaar

Onderwerp Normregeling

bijzondere bepaling indien arbeid
wordt verricht

• gelijkstelling met arbeidsrust schooltijd = arbeidstijd
Minimum rusttijden

• wekelijkse rust 36 uur per periode van7x24uur
• dagelijkse rust 12 uur per 24 uur, waarin de periode
tussen hetzij 22.00 en 06.00 uur, hetzij
23.00 en 07.00 uur is begrepen
Zondagsarbeid

• arbeidsverbod op zondag wordt geen arbeid verricht
tenzij......
• uitzondering 1 tenzij het tegendeel is bedongen en uit de
aard van de arbeid voortvloeit

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Onderwerp Normregeling

• uitzondering 2 tenzij de bedrijfsomstandigheden dit
noodzakelijk achten en het
medezeggenschapsorgaan, of bij het
ontbreken daarvan de personeelsvertegenwoordiging,
of bij het ontbreken
daarvan de belanghebbende werknemer,
daarmee instemt
• zondagsrust 4 vrije zondagen per 13 weken; indien op
zondag arbeid wordt verricht, is de
voorafgaande zaterdag vrij
Maximum arbeidstijden (structureel en incidenteel)

• arbeidstijd per dienst 9 uur
• arbeidstijd per week 45 uur
• arbeidstijd per 4 weken gemiddeld 40 uur per week (160 uur)
Pauze (tijdruimte van minimaal 1/4 uur)

• arbeidstijd per dienst > 41/4 uur 1/2 uur
• arbeidstijd per dienst > 8 uur ¾ uur, waarvan 1/2 uur aaneengesloten

BIJLAGE 5
VIERDAAGSE WERKWEEK VOOR WERKNEMERS OUDER
DAN 55 JAAR

Beschikbare dagen bouwplaatswerknemers 55 t/m 59 jaar

2007 2008 2009
Aantal werkweken 52 52 53
Af:
Drie weken zomervakantie (15 dagen) 3 3 3
Feestdagen die op werkdagen vallen 6 *) 5 6
Aantal roostervrije dagen 22 22 22
Seniorendagen 10 10 10
Resterende vakantiedagen 10 10 10
Totaal 51 50 51
Aantal eventueel te kopen dagen 1 2 2

Beschikbare dagen bouwplaatswerknemers 60 jaar en ouder

2007 2008 2009

Aantal werkweken 52 52 53
Af:
Drie weken zomervakantie (15
dagen) 33 3
Feestdagen die op werkdagen vallen 6 *) 5 6
Aantal roostervrije dagen 22 22 22
Seniorendagen 13 13 13
Resterende vakantiedagen 10 10 10
Totaal 54 53 54
Aantal te kopen dagen -2, dus 0 -1, dus 0 -1, dus 0

*) In 2008 valt Koninginnedag en Hemelvaartsdag in een week (18).

Beschikbare dagen UTA-werknemers 55 t/m 59 jaar

2007 2008 2009

Aantal werkweken 52 52 53
Af:
Drie weken zomervakantie (15 dagen) 3 3 3
Feestdagen die op werkdagen vallen 6 *) 6 6
Aantal roostervrije dagen 15 15 15
Seniorendagen 9 9 9
Resterende vakantiedagen 10 10 10

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

2007 2008 2009
Totaal 43 43 43
Aantal eventueel te kopen dagen 9 9 10

Beschikbare dagen UTA-werknemers 60 jaar en ouder

2007 2008 2009

Aantal werkweken 52 52 53
Af:
Drie weken zomervakantie (15 dagen) 3 3 3
Feestdagen die op werkdagen vallen 6 *) 6 6
Aantal roostervrije dagen 15 15 15
Seniorendagen 11 11 11
Resterende vakantiedagen 10 10 10
Totaal 45 45 45
Aantal eventueel te kopen dagen 7 7 8

*) In 2008 valt Koninginnedag en Hemelvaartsdag in een week (18).

Voorbeeldrooster vierdaagse werkweek 55-plus bouwplaatswerknemers,
2007

Week Soort dag Week Soort dag

1 Nieuwjaar (+ eventueel 4 27 Vakantiedag (6)
roostervrije dagen t.b.v.
collectieve sluiting)

2 Vakantiedag (1) 28 Roostervrije dag (12)
3 Roostervrije dag (1) 29 Seniorendag (6)
4 Seniorendag (1) 30 Zomervakantie

(5 vakantiedagen)
5 Roostervrije dag (2) 31 Zomervakantie
(5 vakantiedagen)
6 Vakantiedag (2) 32 Zomervakantie

(5 vakantiedagen)
7 Roostervrije dag (3) 33 Roostervrije dag (13)
8 Seniorendag (2) 34 Vakantiedag (7)
9 Roostervrije dag (4) 35 Roostervrije dag (14)
10 Vakantiedag (3) 36 Seniorendag (7)

Week Soort dag Week Soort dag
11 Roostervrije dag (5) 37 Roostervrije dag (15)
12 Seniorendag (3) 38 Vakantiedag (8)
13 Roostervrije dag (6) 39 Roostervrije dag (16)
14 Vakantiedag (4) 40 Seniorendag (8)
15 Pasen 41 Roostervrije dag (17)
16 Roostervrije dag (7) 42 Roostervrije dag (18)
17 Seniorendag (4) 43 Vakantiedag (9)
18 Koninginnedag 44 Roostervrije dag (19)
19 Roostervrije dag (8) 45 Seniorendag (9)
20 Hemelvaartsdag 46 Roostervrije dag (20)
21 Vakantiedag (5) 47 Vakantiedag (10)
22 Pinksteren 48 Roostervrije dag (21)
23 Roostervrije dag (9) 49 Seniorendag (10)
24 Seniorendag (5) 50 Koopdag (1)
25 Roostervrije dag (10) 51 Roostervrije dag (22)
26 Roostervrije dag (11) 52 Kerst*

* Dit rooster houdt geen rekening met collectieve bedrijfssluiting. Zie daarvoor
artikel 11a lid 2.
Let op: een werknemer van 60 jaar of ouder heeft recht op 3 seniorendagen meer
en heeft daarmee geen koopdagen!
Het aantal koopdagen voor een werknemer van 55 t/m 59 jaar hangt mede af van
het aantal feestdagen dat doordeweeks valt.

Voorbeeldrooster vierdaagse werkweek 55-plus bouwplaatswerknemers,
2008

Week Soort dag Week Soort dag
1 Nieuwjaar 27 Seniorendag (5)
2 Vakantiedag (1) 28 Roostervrije dag (12)
3 Roostervrije dag (1) 29 Vakantiedag (7)
4 Vakantiedag (2) 30 Zomervakantie
(5 vakantiedagen)
5 Roostervrije dag (2) 31 Zomervakantie
(5 vakantiedagen)
6 Seniorendag (1) 32 Zomervakantie
(5 vakantiedagen)
7 Roostervrije dag (3) 33 Seniorendag (6)
8 Vakantiedag (3) 34 Vakantiedag (8)
9 Roostervrije dag (4) 35 Roostervrije dag (13)
10 Roostervrije dag (5) 36 Roostervrije dag (14)

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Week Soort dag Week Soort dag
11 Seniorendag (2) 37 Seniorendag (7)
12 Vakantiedag (4) 38 Vakantiedag (9)
13 Pasen 39 Roostervrije dag (15)
14 Vakantiedag (5) 40 Roostervrije dag (16)
15 Roostervrije dag (6) 41 Roostervrije dag (17)
16 Seniorendag (3) 42 Seniorendag (8)
17 Vakantiedag (6) 43 Vakantiedag (10)
18 Koninginnedag + 44 Roostervrije dag (18)
Hemelvaartsdag
19 Roostervrije dag (7) 45 Roostervrije dag (19)
20 Pinksteren 46 Roostervrije dag (20)
21 Seniorendag (4) 47 Seniorendag (9)
22 Koopdag (1) 48 Roostervrije dag (21)
23 Roostervrije dag (8) 49 Roostervrije dag (22)
24 Roostervrije dag (9) 50 Koopdag (2)
25 Roostervrije dag (10) 51 Seniorendag (10)
26 Roostervrije dag (11) 52 Kerst *)

* Bij collectieve bedrijfssluiting zie artikel 11a lid 2.
Let op: een werknemer van 60 jaar of ouder heeft recht op 13 seniorendagen en
hoeft daarom geen dagen te kopen!
Het aantal koopdagen voor een werknemer van 55 t/m 59 jaar hangt mede af van
het aantal feestdagen dat doordeweeks valt.

Voorbeeldrooster vierdaagse werkweek 55-plus bouwplaatswerknemers,
2009

Week Soort dag Week Soort dag
1 Nieuwjaar (+ eventueel 4 27 Vakantiedag (6)
roostervrije dagen t.b.v.
collectieve sluiting)
2 Vakantiedag (1) 28 Roostervrije dag (12)
3 Roostervrije dag (1) 29 Seniorendag (6)
4 Seniorendag (1) 30 Zomervakantie
(5 vakantiedagen)
5 Roostervrije dag (2) 31 Zomervakantie
(5 vakantiedagen)

Week Soort dag Week Soort dag
6 Vakantiedag (2) 32 Zomervakantie
(5 vakantiedagen)
7 Roostervrije dag (3) 33 Roostervrije dag (13)
8 Seniorendag (2) 34 Vakantiedag (7)
9 Roostervrije dag (4) 35 Roostervrije dag (14)
10 Vakantiedag (3) 36 Seniorendag (7)
11 Roostervrije dag (5) 37 Roostervrije dag (15)
12 Seniorendag (3) 38 Vakantiedag (8)
13 Roostervrije dag (6) 39 Roostervrije dag (16)
14 Vakantiedag (4) 40 Seniorendag (8)
15 Roostervrije dag (7) 41 Roostervrije dag (17)
16 Pasen 42 Roostervrije dag (18)
17 Seniorendag (4) 43 Vakantiedag (9)
18 Koninginnedag 44 Roostervrije dag (19)
19 Roostervrije dag (8) 45 Seniorendag (9)
20 Vakantiedag (5) 46 Roostervrije dag (20)
21 Hemelvaartsdag 47 Vakantiedag (10)
22 Roostervrije dag (9) 48 Roostervrije dag (21)
23 Pinksteren 49 Seniorendag (10)
24 Seniorendag (5) 50 Koopdag (1)
25 Roostervrije dag (10) 51 Roostervrije dag (22)
26 Roostervrije dag (11) 52 Kerst*

* Bij collectieve bedrijfssluiting zie artikel 11a lid 2.
Let op: een werknemer van 60 jaar of ouder heeft recht op 13 seniorendagen en
hoeft daarom geen dagen te kopen!
Het aantal koopdagen voor een werknemer van 55 t/m 59 jaar hangt mede af van
het aantal feestdagen dat doordeweeks valt.

 

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE 6:
FAMILIESCHEMA

Familieschema als bedoeld in artikel 22 lid 1.

 

BIJLAGE 7A
LOONTABELLEN BOUWPLAATSWERKNEMERS

LONEN PER 1 JULI 2007 (1,75% INITIEEL)
Tabel I Garantielonen voor vakvolwassen werknemers

Functiegroep Weekloon Uurloon
A
B
C
D
E
450,40
477,20
506,00
541,20
568,00
11,26
11,93
12,65
13,53
14,20

Tabel II Loon voor voorlieden, meesterknechts, putbazen, leermeesters
of instructeurs, inclusief voorliedentoeslag

Functiegroep Weekloon Uurloon
A
B
C
D
504,40
531,20
560,00
595,20
12,61
13,28
14,00
14,88

Tabel III Garantielonen voor jeugdige werknemers

Zondervakopleiding In BBL 2 Met BBL 2 In BBL 3 Met BBL 3

Leeftijd Staffel Week Uur Week Uur Week Uur Week Uur Week Uur
16 40% 144,00 4,50 190,80 4,77
17 45% 162,24 5,07 214,80 5,37 262,40 6,56 288,00 7,20
18 55% 247,60 6,19 262,40 6,56 310,00 7,75 340,40 8,51 392,80 9,82
19 65% 292,80 7,32 310,00 7,75 358,00 8,95 392,80 9,82 458,00 11,45
20 75% 338,00 8,45 358,00 8,95 417,60 10,44 458,00 11,45
21 87,50% 394,00 9,85 417,60 10,44

Dit is het weekloon bij 32 uur werken voor partieel leerplichtigen; de 17 jarige die niet partieel leerplichtig is en 40 uur
werkt, heeft een weekloon van
€
202,80 zijnde 40 keer het genoemde uurloon.
Voor 16-jarige partieel leerplichtigen met een driedaagse werkweek is het weekloon
€
108,00.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel IV Inloopschalen vakvolwassenen en jeugdige werknemers

Eerste 26 weken Tweede halfjaar

Leeftijd Weekloon Uurloon Weekloon Uurloon

16
17
18
19
20
21
22
23 of ouder

Nog niet bekend; is afhankelijk van minimumlonen per 1 juli 2007.

Tabel V: Werknemers in dienst van samenwerkingsverbanden gedurende
de eerste drie maanden

Leeftijd Weekloon (25 uur) Uurloon

16 jaar 119,25 4,77
17 jaar 134,25 5,37
18 jaar 164,00 6,56
19 jaar 193,75 7,75
20 jaar 223,75 8,95

LONEN PER 1 JANUARI 2008 (1,5% INITIEEL)
Tabel I Garantielonen voor vakvolwassen werknemers

Functiegroep Weekloon Uurloon

A 457,20 11,43
B 484,40 12,11
C 513,60 12,84
D 549,20 13,73
E 576,40 14,41

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel II Loon voor voorlieden, meesterknechts, putbazen, leermeesters
of instructeurs, inclusief voorliedentoeslag

Functiegroep Weekloon Uurloon
A
B
C
D
512,00
539,20
568,40
604,00
12,80
13,48
14,21
15,10

170

Tabel III Garantielonen voor jeugdige werknemers

Zondervakopleiding In BBL 2 Met BBL 2 In BBL 3 Met BBL 3

Leeftijd Staffel Week Uur Week Uur Week Uur Week Uur Week Uur
16 40% 146,24 4,57 193,60 4,84
17 45% 164,48 5,14 218,00 5,45 266,40 6,66 292,40 7,31
18 55% 251,60 6,29 266,40 6,66 314,80 7,87 345,60 8,64 398,40 9,96
19 65% 297,20 7,43 314,80 7,87 363,20 9,08 398,40 9,96 464,80 11,62
20 75% 342,80 8,57 363,20 9,08 424,00 10,60 464,80 11,62
21 87,50% 400,00 10,00 424,00 10,60

Dit is het weekloon bij 32 uur werken voor partieel leerplichtigen; de 17 jarige die niet partieel leerplichtig is en 40 uurwerkt, heeft een weekloon van
€
205,60 zijnde 40 keer het genoemde uurloon. Voor 16-jarige partieel leerplichtigen meteen driedaagse werkweek is het weekloon
€
109,68.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel IV Inloopschalen vakvolwassenen en jeugdige werknemers

Eerste 26 weken Tweede halfjaar

Leeftijd Weekloon Uurloon Weekloon Uurloon

16
17
18
19
20
21
22
23 of ouder

Nog niet bekend; is afhankelijk van minimumlonen per 1 januari 2008.

Tabel V: Werknemers in dienst van samenwerkingsverbanden gedurende
de eerste drie maanden

Leeftijd Weekloon (25 uur) Uurloon
16 jaar 121,00 4,84
17 jaar 136,25 5,45
18 jaar 166,50 6,66
19 jaar 196,75 7,87
20 jaar 227,00 9,08

LONEN PER 1 JULI 2008 (1,75% INITIEEL)
Tabel I Garantielonen voor vakvolwassen werknemers

Functiegroep Weekloon Uurloon
A
B
C
D
E
465,20
492,80
522,40
558,80
586,40
11,63
12,32
13,06
13,97
14,66

Tabel II Loon voor voorlieden, meesterknechts, putbazen, leermeesters
of instructeurs, inclusief voorliedentoeslag

Functiegroep Weekloon Uurloon
A
B
C
D
520,80
548,40
578,00
614,40
13,02
13,71
14,45
15,36

Tabel III Garantielonen voor jeugdige werknemers

Zondervakopleiding In BBL 2 Met BBL 2 In BBL 3 Met BBL 3

Leeftijd Staffel Week Uur Week Uur Week Uur Week Uur Week Uur
16 40% 148,80 4,65 197,20 4,93
17 45% 167,36 5,23 221,60 5,54 271,20 6,78 297,20 7,43
18 55% 256,00 6,40 271,20 6,78 320,40 8,01 351,20 8,78 405,60 10,14
19 65% 302,40 7,56 320,40 8,01 369,60 9,24 405,60 10,14 473,20 11,83
20 75% 348,80 8,72 369,60 9,24 431,20 10,78 473,20 11,83
21 87,50% 407,20 10,18 431,20 10,78

Dit is het weekloon bij 32 uur werken voor partieel leerplichtigen; de 17 jarige die niet partieel leerplichtig is en 40 uurwerkt, heeft een weekloon van
€
209,20 zijnde 40 keer het genoemde uurloon. Voor 16-jarige partieel leerplichtigen meteen driedaagse werkweek is het weekloon
€
111,60.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel IV Inloopschalen vakvolwassenen en jeugdige werknemers

Eerste 26 weken Tweede halfjaar

Leeftijd Weekloon Uurloon Weekloon Uurloon

16
17
18
19
20
21
22
23 of ouder

Nog niet bekend; is afhankelijk van minimumlonen per 1 juli 2008.

Tabel V: Werknemers in dienst van samenwerkingsverbanden gedurende
de eerste drie maanden

Leeftijd Weekloon (25 uur) Uurloon
16 jaar 123,25 4,93
17 jaar 138,50 5,54
18 jaar 169,50 6,78
19 jaar 200,25 8,01
20 jaar 231,00 9,24

LONEN PER 1 JANUARI 2009 (1,5% INITIEEL)
Tabel I Garantielonen voor vakvolwassen werknemers

Functiegroep Weekloon Uurloon
A
B
C
D
E
472,00
500,00
530,40
567,20
595,20
11,80
12,50
13,26
14,18
14,88

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel II Loon voor voorlieden, meesterknechts, putbazen, leermeesters
of instructeurs, inclusief voorliedentoeslag

Functiegroep Weekloon Uurloon
A
B
C
D
528,40
556,40
586,80
623,60
13,21
13,91
14,67
15,59

176

Tabel III Garantielonen voor jeugdige werknemers

Zondervakopleiding In BBL 2 Met BBL 2 In BBL 3 Met BBL 3

Leeftijd Staffel Week Uur Week Uur Week Uur Week Uur Week Uur
16 40% 151,04 4,72 200,00 5,00
17 45% 169,92 5,31 225,20 5,63 275,20 6,88 302,00 7,55
18 55% 259,60 6,49 275,20 6,88 325,20 8,13 356,80 8,92 411,60 10,29
19 65% 306,80 7,67 325,20 8,13 375,20 9,38 411,60 10,29 480,40 12,01
20 75% 354,00 8,85 375,20 9,38 437,60 10,94 480,40 12,01
21 87,50% 413,20 10,33 437,60 10,94

Dit is het weekloon bij 32 uur werken voor partieel leerplichtigen; de 17 jarige die niet partieel leerplichtig is en 40 uurwerkt, heeft een weekloon van
€
212,40 zijnde 40 keer het genoemde uurloon. Voor 16-jarige partieel leerplichtigen meteen driedaagse werkweek is het weekloon
€
113,28.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel IV Inloopschalen vakvolwassenen en jeugdige werknemers

Eerste 26 weken Tweede halfjaar
Leeftijd Weekloon Uurloon Weekloon Uurloon
16
17
18
19
20
21
22
23 of ouder

Nog niet bekend; is afhankelijk van minimumlonen per 1 januari 2009.

Tabel V Werknemers in dienst van samenwerkingsverbanden gedurende
de eerste drie maanden

Leeftijd Weekloon (25 uur) Uurloon
16 jaar 125,00 5,00
17 jaar 140,75 5,63
18 jaar 172,00 6,88
19 jaar 203,25 8,13
20 jaar 234,50 9,38

LONEN PER 30 JUNI 2009 (0,25% INITIEEL)
Tabel I Garantielonen voor vakvolwassen werknemers

Functiegroep Weekloon Uurloon
A
B
C
D
E
473,20
501,20
531,60
568,80
596,80
11,83
12,53
13,29
14,22
14,92

Tabel II Loon voor voorlieden, meesterknechts, putbazen, leermeesters
of instructeurs, inclusief voorliedentoeslag

Functiegroep Weekloon Uurloon
A
B
C
D
529,60
557,60
588,00
625,20
13,24
13,94
14,70
15,63

Tabel III Garantielonen voor jeugdige werknemers

Zondervakopleiding In BBL 2 Met BBL 2 In BBL 3 Met BBL 3

Leeftijd Staffel Week Uur Week Uur Week Uur Week Uur Week Uur
16 40% 151,36 4,73 200,40 5,01
17 45% 170,24 5,32 225,60 5,64 275,60 6,89 302,80 7,57
18 55% 260,40 6,51 275,60 6,89 325,60 8,14 357,60 8,94 412,80 10,32
19 65% 307,60 7,69 325,60 8,14 376,00 9,40 412,80 10,32 481,60 12,04
20 75% 354,80 8,87 376,00 9,40 438,40 10,96 481,60 12,04
21 87,50% 414,00 10,35 438,40 10,96

Dit is het weekloon bij 32 uur werken voor partieel leerplichtigen; de 17 jarige die niet partieel leerplichtig is en 40 uurwerkt, heeft een weekloon van
€
212,80 zijnde 40 keer het genoemde uurloon. Voor 16-jarige partieel leerplichtigen meteen driedaagse werkweek is het weekloon
€
113,52.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

180

Tabel V Werknemers in dienst van samenwerkingsverbanden gedurende de eerste drie maanden

Leeftijd Weekloon (25 uur) Uurloon

16 jaar 125,25 5,01
17 jaar 141,00 5,64
18 jaar 172,25 6,89
19 jaar 203,50 8,14
20 jaar 235,00 9,40

BIJLAGE 7B:
SALARISSCHALEN UTA-WERKNEMERS

LONEN PER 1 JULI 2007 (1,75% INITIEEL)
Tabel 1 Maandsalarissen voor werknemers van 22 jaar of ouder

Functieniveau Minimum Maximum

1616,18 2126,61
1776,52 2370,80
1981,96 2677,37
2250,25 3082,99
2599,81 3610,17
3054,16 4293,00

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

182

Tabel 2 Maandsalarissen voor werknemers beneden de leeftijd van 22 jaar

Leeftijd Staffel Inloop Functieniveau 1 Functieniveau 2 Functieniveau 3 Functieniveau 4

min max min max min max min max

16 35 509,09 565,66 744,31 621,78 829,78
17 40 581,82 646,47 850,64 710,61 948,32
18 50 727,28 808,09 1063,31 888,26 1185,40
19 62,5 909,10 1010,11 1329,13 1110,33 1481,75 1238,73 1673,36
20 75 1090,92 1212,14 1594,96 1332,39 1778,10 1486,47 2008,03
21 87,5 1272,74 1414,16 1860,78 1554,46 2074,45 1734,22 2342,70 1968,97 2697,62

Aan de werknemer beneden de leeftijd van 22 jaar die voor de eerste maal een dienstverband aangaat met een werkgeveronder deze CAO en die wordt ingedeeld in functieniveau 1, kan gedurende maximaal 1 jaar na indiensttreding een salarisworden toegekend dat ten minste 90% bedraagt van het minimumniveau van functieniveau 1.
Deze bedragen zijn onder inloop in de tabel vermeld. Het salaris zal ten minste gelijk zijn aan het Wettelijk Minimumjeugdloon.
Indien met de werknemer reeds een hoger salarisis overeengekomen dan op grond van de inloopschaal mogelijk is, blijft het recht op dat salaris bestaan.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel 3 Maandsalarissen voor langdurig werklozen gedurende het
eerste jaar van hun dienstverband

Leeftijd

Periode 22 jaar 23 jaar en ouder
1e halfjaar
2e halfjaar

Nog niet bekend; is afhankelijk van minimumlonen per 1 juli 2007.

LONEN PER 1 JANUARI 2008 (1,5% INITIEEL)
Tabel 1 Maandsalarissen voor werknemers van 22 jaar of ouder

Functieniveau Minimum Maximum

1 1640,42 2158,51
2 1803,17 2406,36
3 2011,69 2717,53
4 2284,00 3129,23
5 2638,81 3664,32
6 3099,97 4357,40

184

Tabel 2 Maandsalarissen voor werknemers beneden de leeftijd van 22 jaar

Leeftijd Staffel Inloop Functieniveau 1 Functieniveau 2 Functieniveau 3 Functieniveau 4

min max min max min max min max

16 35 516,74 574,15 755,48 631,11 842,23
17 40 590,55 656,17 863,40 721,27 962,54
18 50 738,19 820,21 1079,26 901,59 1203,18
19 62,5 922,73 1025,26 1349,07 1126,98 1503,98 1257,31 1698,46
20 75 1107,28 1230,32 1618,88 1352,38 1804,77 1508,77 2038,15
21 87,5 1291,83 1435,37 1888,70 1577,77 2105,57 1760,23 2377,84 1998,50 2738,08

Aan de werknemer beneden de leeftijd van 22 jaar die voor de eerste maal een dienstverband aangaat met een werkgeveronder deze CAO en die wordt ingedeeld in functieniveau 1, kan gedurende maximaal 1 jaar na indiensttreding een salarisworden toegekend dat ten minste 90% bedraagt van het minimumniveau van functieniveau 1.
Deze bedragen zijn onder inloop in de tabel vermeld. Het salaris zal ten minste gelijk zijn aan het Wettelijk Minimumjeugdloon.
Indien met de werknemer reeds een hoger salaris is overeengekomen dan op grond van de inloopschaalmogelijk is, blijft het recht op dat salaris bestaan.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel 3 Maandsalarissen voor langdurig werklozen gedurende het
eerste jaar van hun dienstverband

Leeftijd

Periode 22 jaar 23 jaar en ouder
1e halfjaar
2e halfjaar

Nog niet bekend; is afhankelijk van minimumlonen per 1 januari 2008.

LONEN PER 1 JULI 2008 (1,75% INITIEEL)
Tabel 1 Maandsalarissen voor werknemers van 22 jaar of ouder

Functieniveau Minimum Maximum

1 1669,13 2196,28
2 1834,73 2448,47
3 2046,89 2765,09
4 2323,97 3183,99
5 2684,99 3728,45
6 3154,22 4433,65

186

Tabel 2 Maandsalarissen voor werknemers beneden de leeftijd van 22 jaar

Leeftijd Staffel Inloop Functieniveau 1 Functieniveau 2 Functieniveau 3 Functieniveau 4

min max min max min max min max

16 35 525,78 584,20 768,70 642,16 856,96
17 40 600,89 667,65 878,51 733,89 979,39
18 50 751,11 834,57 1098,14 917,37 1224,24
19 62,5 938,89 1043,21 1372,68 1146,71 1530,29 1279,31 1728,18
20 75 1126,66 1251,85 1647,21 1376,05 1836,35 1535,17 2073,82
21 87,5 1314,44 1460,49 1921,75 1605,39 2142,41 1791,03 2419,45 2033,47 2785,99

Aan de werknemer beneden de leeftijd van 22 jaar die voor de eerste maal een dienstverband aangaat met een werkgeveronder deze CAO en die wordt ingedeeld in functieniveau 1,
kan gedurende maximaal 1 jaar na indiensttreding een salaris worden toegekend dat ten minste 90% bedraagt van hetminimumniveau van functieniveau 1.
Deze bedragen zijn onder inloop in de tabel vermeld. Het salaris zal ten minste gelijk zijn aan het Wettelijk Minimumjeugdloon.
Indien met de werknemer reeds een hoger salaris is overeengekomen dan op grond van de inloopschaalmogelijk is, blijft het recht op dat salaris bestaan.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel 3 Maandsalarissen voor langdurig werklozen gedurende het
eerste jaar van hun dienstverband

Leeftijd

Periode 22 jaar 23 jaar en ouder
1e halfjaar
2e halfjaar

Nog niet bekend; is afhankelijk van minimumlonen per 1 juli 2008.

LONEN PER 1 JANUARI 2009 (1,5% INITIEEL)
Tabel 1 Maandsalarissen voor werknemers van 22 jaar of ouder

Functieniveau Minimum Maximum

1 1694,17 2229,22
2 1862,25 2485,20
3 2077,59 2806,57
4 2358,83 3231,75
5 2725,26 3784,38
6 3201,53 4500,15

188

Tabel 2 Maandsalarissen voor werknemers beneden de leeftijd van 22 jaar

Leeftijd Staffel Inloop Functieniveau 1 Functieniveau 2 Functieniveau 3 Functieniveau 4

min max min max min max min max

16 35 533,66 592,96 780,23 651,79 869,82
17 40 609,90 677,67 891,69 744,90 994,08
18 50 762,38 847,09 1114,61 931,13 1242,60
19 62,5 952,97 1058,86 1393,26 1163,91 1553,25 1298,49 1754,11
20 75 1143,56 1270,63 1671,92 1396,69 1863,90 1558,19 2104,93
21 87,5 1334,16 1482,40 1950,57 1629,47 2174,55 1817,89 2455,75 2063,98 2827,78

Aan de werknemer beneden de leeftijd van 22 jaar die voor de eerste maal een dienstverband aangaat met een werkgeveronder deze CAO en die wordt ingedeeld in functieniveau 1,
kan gedurende maximaal 1 jaar na indiensttreding een salaris worden toegekend dat ten minste 90% bedraagt van hetminimumniveau van functieniveau 1.
Deze bedragen zijn onder inloop in de tabel vermeld. Het salaris zal ten minste gelijk zijn aan het Wettelijk Minimumjeugdloon.
Indien met de werknemer reeds een hoger salaris is overeengekomen dan op grond van de inloopschaalmogelijk is, blijft het recht op dat salaris bestaan.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel 3 Maandsalarissen voor langdurig werklozen gedurende het
eerste jaar van hun dienstverband

Leeftijd

Periode 22 jaar 23 jaar en ouder
1e halfjaar
2e halfjaar

Nog niet bekend; is afhankelijk van de minimumlonen per 1 januari 2009.

LONEN PER 30 JUNI 2009 (0,25% INITIEEL)
Tabel 1 Maandsalarissen voor werknemers van 22 jaar of ouder

Functieniveau Minimum Maximum

1 1698,41 2234,79
2 1866,91 2491,41
3 2082,78 2813,59
4 2364,73 3239,83
5 2732,07 3793,84
6 3209,53 4511,40

190

Tabel 2 Maandsalarissen voor werknemers beneden de leeftijd van 22 jaar

Leeftijd Staffel Inloop Functieniveau 1 Functieniveau 2 Functieniveau 3 Functieniveau 4

min max min max min max min max

16 35 535,00 594,44 782,18 653,42 871,99
17 40 611,42 679,36 893,92 746,76 996,56
18 50 764,29 849,21 1117,40 933,46 1245,71
19 62,5 955,36 1061,51 1396,74 1166,82 1557,13 1301,74 1758,49
20 75 1146,43 1273,81 1676,09 1400,18 1868,56 1562,09 2110,19
21 87,5 1337,50 1486,11 1955,44 1633,55 2179,98 1822,43 2461,89 2069,14 2834,85

Aan de werknemer beneden de leeftijd van 22 jaar die voor de eerste maal een dienstverband aangaat met een werkgeveronder deze CAO en die wordt ingedeeld in functieniveau 1,
kan gedurende maximaal 1 jaar na indiensttreding een salaris worden toegekend dat ten minste 90% bedraagt van hetminimumniveau van functieniveau 1.
Deze bedragen zijn onder inloop in de tabel vermeld. Het salaris zal ten minste gelijk zijn aan het Wettelijk Minimumjeugdloon.
Indien met de werknemer reeds een hoger salaris is overeengekomen dan op grond van de inloopschaalmogelijk is, blijft het recht op dat salaris bestaan.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE 8: BEROEPSOPLEIDING BOUWPLAATSWERKNEMERS

Nadere voorwaarden als bedoeld in artikel 59a lid 3 en lid 4

1. Begripsomschrijving
Samenwerkingsverband:

In aansluiting op de definitie van het samenwerkingsverband in artikel
88 lid 4 van de CAO voor de Bouwnijverheid wordt onder ,,samenwerkingsverband’’
verstaan een stichting, vereniging of andere rechtspersoon
van werkgevers, die is opgericht conform de richtlijnen voor de
Statuten van Fundeon, en die met Fundeon een samenwerkingsovereenkomst
heeft gesloten. Voor de samenwerkingsverbanden in de
B&U geldt hierbij dat onderdeel van deze samenwerkingsovereenkomst
het Reglement Commissies van Toezicht Leerlingwerkplaats opgesteld
door Fundeon dient te zijn.

Werknemer:

Onder ,,werknemer’’ wordt in de navolgende bepalingen verstaan de
jeugdige bouwplaatswerknemer met een BPVO tot 27 jaar in de zin van
de CAO voor de Bouwnijverheid die bij een samenwerkingsverband in
dienst treedt.

2. Duur van de overeenkomst
Tussen het samenwerkingsverband en de jeugdige met BPVO wordt een
praktijk-en arbeidsovereenkomst gesloten voor de periode dat de BBL
2 respectievelijk BBL 3 wordt gevolgd.

3. Arbeidsduur
De scholings-en arbeidsduur in een samenwerkingsverband bedraagt 40
uur.

4. Lonen
In afwijking van artikel 28 lid 1 van de CAO voor de Bouwnijverheid
gelden voor de eerste dertien opleidingsweken van de praktijk-en
arbeidsovereenkomst de in de lonen per week respectievelijk per uur
opgenomen in bijlage 7a tabel V van deze CAO.

5. Kostenvergoedingen
In geval door het samenwerkingsverband handgereedschap en kleding,
zoals omschreven in artikel 45 lid 2 en 3 aan de werknemers ter beschikking
wordt gesteld, zal de werknemer geen vergoeding ontvangen voor
de eigen uitrusting.

6. Gedeeltelijk gevolgde BBL 2 of BBL 3 bij indiensttreding
In geval een werkgever, bij wie leerlingen in dienst zijn die een BBL 2
als bedoeld in artikel 59a volgen, toetreedt tot een samenwerkingsverband
en artikel 59a lid 3 van toepassing wordt, wordt de daarin genoemde
periode van de eerste dertien opleidingsweken gerekend te zijn
begonnen op het moment van de aanvang van de BBL 2. Ook in geval
een werknemer, die een BBL 3 als bedoeld in artikel 59a volgt, onder
toepassing van artikel 59a lid 8 in dienst treedt bij een samenwerkingsverband
en artikel 59a lid 3 van toepassing wordt, zal de daarin genoemde
periode van de eerste dertien opleidingsweken worden gerekend
te zijn begonnen op het moment van de aanvang van de BBL 2.
Voor zover artikel 59a lid 8 door de werkgever als bovenbedoeld wordt
toegepast, zal de werkgever zorgdragen voor een verklaring (,,in dienst
getreden bij het samenwerkingsverband onder toepassing van artikel 59a
lid 8 van de CAO voor de Bouwnijverheid’’) welke wordt afgegeven aan
het samenwerkingsverband.

7. De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)
De onderverdeling in primaire en voortgezette opleiding is verlaten. In
de WEB wordt een niveau-indeling gehanteerd:

niveau WEB-benaming omschrijving duur
niveau 1 BBL 1 of BOL 1 assistentopleiding 1/2 tot 1 jaar
niveau 2 BBL 2 of BOL 2 basisberoeps2
tot 3 jaar (was
opleiding primaire opleiding)
niveau 3 BBL 3 vakopleiding 2 tot 4 jaar (was
voortgezette
opleiding)
niveau 4 BBL 4 of BOL 4 middenkader3
tot 4 jaar (was
opleiding mbo)
specialisten1
tot 2 jaar (was
opleiding tertiair leerlingwezen)

De WEB kent geen onderscheid tussen stage (mbo) en praktijkopleiding (llw),
het heet beide beroepspraktijkvorming. Aan deze beroepspraktijkvorming
worden inhoudelijke eisen gesteld. Deze eisen zijn door Fundeon vastgelegd in
de kwalificatiestructuur en de eindtermen.
Verder mag de beroepspraktijkvorming alleen worden verzorgd door bedrijven
die door het kenniscentrum beroepsonderwijs-bedrijfsleven zijn erkend als leerbedrijf
volgens erkenningscriteria.

8. Praktijkopleiding
Naar leerweg en soort bedrijf wordt in de criteria voor de erkenning van
leerbedrijven het volgende onderscheid gemaakt:

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Beroepsbegeleidende leerweg Beroepsopleidende
leerweg
Bedrijf Samenwerkingsverband Leerbedrijf
Opleidingscoördinator Coördinator Opleidingscoördinator
Leermeester Instructeur Begeleider
Begeleidend vakman

Beschrijving van de bij de praktijkopleiding betrokken functionarissen:

Opleidingscoördinator:

Deze medewerker van het bedrijf heeft vanuit zijn positie in het bedrijf

o.a. verantwoordelijkheid voor het personeel en/of de opleiding daarvan.
Hij kan de werkgever, directeur, bedrijfsleider, personeelschef, uitvoerder
e.d. zijn. Naast de daaraan verbonden taken heeft hij in het kader van
de beroepspraktijkvorming een coördinerende en leidinggevende taak.
Opleidingscoördinator is in deze zin geen functie maar een taak.
Leermeester:

Deze medewerker van het leerbedrijf (als omschreven in artikel 60) is in
de eerste plaats vakman, hij verstaat zijn vak en is daarnaast in staat
(gesteld) zijn kennis en kunde over te dragen aan anderen. Hij is dus een
vakman met een extra activiteit, hij begeleidt, instrueert en beoordeelt
de vorderingen van de deelnemers in de beroepsbegeleidende leerweg.

Begeleidend vakman:

Deze medewerker van het leerbedrijf (als omschreven in artikel 27 lid
5) is de vakman die tijdens zijn dagelijkse productieve werk deelnemers
aan de beroepsbegeleidende leerweg begeleidt en instrueert. Hij beoordeelt
de deelnemer niet.

Begeleider:

Deze medewerker van het leerbedrijf kent zijn vak en het bedrijf. Tijdens
zijn dagelijkse productieve werk begeleidt, instrueert en beoordeelt
hij deelnemers aan de beroepsopleidende leerweg.

Coördinator:

Deze medewerker van een samenwerkingsverband coördineert de dagelijkse
gang van zaken ten behoeve van de beroepspraktijkvorming binnen
het samenwerkingsverband, hij geeft leiding aan de instructeur(s).

Instructeur:

Deze medewerker van een samenwerkingsverband (als omschreven in
artikel 60) is in de eerste plaats vakman. Hij verstaat zijn vak en is mede
daarom aangesteld zijn kennis en kunde over te dragen aan anderen. Hij
is dus een vakman met een speciale opdracht om de deelnemers aan de
beroepsbegeleidende leerweg te begeleiden, te instrueren en te beoordelen.

9. Partiële leerplicht
Wat is partiële leerplicht?

De partiële, ofwel gedeeltelijke, leerplicht ligt in het verlengde van de
volledige leerplicht. Jongeren die zestien jaar zijn of twaalf schooljaren
hebben doorlopen en niet willen beginnen aan een volledige vervolgopleiding
of kiezen voor een opleiding volgens de beroepsbegeleidende
leerweg, moeten gedurende één schooljaar maximaal twee dagen per
week onderwijs volgen. Dit betekent dat zij tot minimaal twee dagen
onderricht verplicht zijn. Het aantal dagen dat ze een opleiding volgen
mag altijd meer zijn.
De vraag is nu natuurlijk hoe een leerling weet of het verplichte schoolbezoek
voor hem uit één of twee dagen bestaat. Het antwoord op deze
vraag is te vinden in de voorwaarden die de leerplichtwet stelt aan de
partiële leerplicht.
De partiële leerplicht waarbij ten minste één dag per week onderwijs
gevolgd moet worden, geldt voor jongeren die met hun werkgever een
overeenkomst voor beroepspraktijkvorming hebben gesloten. Deze jongeren
moeten een wettelijk erkende cursus volgen, die aansluit op hun
dagelijkse werk.
Partieel leerplichtige jongeren die geen leerwerkovereenkomst hebben
moeten minimaal twee dagen per week naar een onderwijsinstelling,
zoals het Regionaal Opleidingencentrum (ROC).

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE 9: INDIVIDUGERICHT PAKKET PREVENTIEZORG

Het pakket individugerichte preventiezorg, als bedoeld in artikel 66 lid
2 omvat:

• Een intredekeuring, als bedoeld in artikel 3.De intredekeuring is een
functiegericht onderzoek, waarbij zorgvuldige afweging plaatsvindt
van de belasting van het werk en de belastbaarheid van de werknemer.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van de bouwspecifieke
beoordelingsrichtlijnen ,,Arbeidsgeschiktheid’’ van de Stichting Arbouw.
• Het Arbeids Gezondheidskundig Onderzoek voor Jongeren op vrijwillige
basis, een jaar na intrede in de bedrijfstak, waarbij de afweging
tussen de belasting van het werk en de belastbaarheid van de
werknemer zal plaatsvinden en de werknemer een gericht advies
krijgt met betrekking tot een gezonde en veilige invulling van de
functie.
• Het Periodiek Arbeids Gezondheidskundig Onderzoek (PAGO). Dit
PAGO vangt aan op de leeftijd van 16 jaar en vervolgens voor
bouwplaatswerknemers op de leeftijden 20, 24, 28, 32, 36, 40, 42,
44, 46, 48, 50, 52, 54, 56, 58 en 60 en 62 jaar; daarna individueel
op indicatie, en voor UTA-werknemers op de leeftijden 20, 24, 28,
32, 36, 40, 44, 48, 52, 54, 56, 58 en 60 en 62 jaar; daarna individueel
op indicatie.
• Een Arbo-spreekuur, dat de werknemer spontaan kan bezoeken.
• Werknemers steigerbouw zullen jaarlijks een arbokeuring ondergaan
van de arbodienst.
• Vervolgactiviteiten, voorzover de hiervoor genoemde activiteiten
daartoe aanleiding geven.
De activiteiten in het kader van het individugerichte pakket preventiezorg
worden uitgevoerd door gecertificeerde arbodiensten die voldoen
aan door de Stichting Arbouw vastgestelde kwaliteitseisen. De arbodiensten
zijn verplicht de door hen verzamelde werknemersgegevens door te
geven aan de Stichting Arbouw op een wijze die door de Stichting
Arbouw is voorgeschreven. Voornoemde activiteiten worden door de
Stichting Arbouw aan de arbodienst vergoed op basis van contractuele
afspraken.
De werknemer heeft – in aanvulling op het PAGO – in de hieronder
genoemde beroepen en/of werkzaamheden recht op een Gericht Periodiek
Onderzoek (GPO):

– machinisten van torenkraan, mobiele kraan of heistelling: elke twee
jaar of frequenter op indicatie. Vanaf het 40e levensjaar kan met de
uitvoering van dit GPO als onderdeel van het PAGO worden volstaan;
– werknemers, die werkzaam zijn op terreinen van de chemische

industrie dan wel werken in of met verontreinigde grond en verontreinigd
(grond)water: elk jaar;

– werknemers die hun werk doen met behulp van persluchtapparatuur:
tot 50-ste levensjaar eens per twee jaar, daarna elk jaar;
– werknemers die werken met asbest: voor aanvang van het werk
waarbij blootstelling aan asbest boven het actieniveau mogelijk is,
daarna tot 40e levensjaar eens per twee jaar. Vanaf het 40e levensjaar
kan met de uitvoering van dit GPO als onderdeel van het PAGO
worden volstaan.
– werknemers die werken met overdruk: vóór aanvang werkzaamheden
en verder jaarlijks.
– bouwwerknemers in de offshore: tot 40e levensjaar eens per twee
jaar, daarna elk jaar.
Het GPO wordt met de extra frequentie in aanvulling op het PAGO uitgevoerd.
Daarbij kan de werknemer op de PAGO-gerechtigde leeftijden
op normale wijze van het PAGO gebruik maken.
Vanaf 1 januari 2000 dient de werkgever (voor zover het GPO niet met
het PAGO kan worden gecombineerd) zelf afspraken met de arbodienst
te maken en de kosten daarvoor ook zelf te dragen. Hierbij geldt de
voorwaarde dat de arbodienst een samenwerkingsovereenkomst met de
Stichting Arbouw heeft en het GPO overeenkomstig de door de Stichting
Arbouw vastgestelde uitvoeringsprotocollen uitvoert.
Het GPO wordt met de extra frequentie in aanvulling op het PAGO uitgevoerd.
Daarbij kan de werknemer op de PAGO-gerechtigde leeftijden
op normale wijze van het PAGO gebruik maken.
Vanaf 1 januari 2000 dient de werkgever voor het GPO zelf afspraken
met de arbodienst te maken en de kosten daarvoor ook zelf te dragen.
Hierbij geldt de voorwaarde dat de arbodienst een samenwerkingsovereenkomst
met de Stichting Arbouw heeft en het GPO overeenkomstig
de door de Stichting Arbouw vastgestelde uitvoeringsprotocollen
uitvoert.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE 10: ARBO-EN VERZUIMBELEID

Arbo-en verzuimbeleid in de onderneming

1. Doel
• Het bevorderen en beschermen van de veiligheid en de gezondheid
van de werknemers in verband met de arbeid als
integraal onderdeel van het bedrijfsbeleid.
• Het terugdringen van het ziekteverzuim, met name door preventieve
maatregelen.
2. Basis
• Het arbo-en verzuimbeleid in de onderneming wordt vastgesteld
op basis van een deugdelijke en op schrift gestelde
inventarisatie en evaluatie van alle gevaren die de arbeid voor
de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemers
met zich brengt, alsmede een analyse van op ziekte en
ongevallen betrekking hebbende verzuimgegevens binnen het
bedrijf.
3. Arbobeleid
1. De preventiemedewerker
Er worden één of meer preventiemedewerkers aangesteld voor de
ondersteuning bij;
– de uitvoering van de risico-inventarisatie en -evaluatie;
– de advisering aan en nauwe samenwerking met de ondernemingsraad,
personeelsvertegenwoordiging of belanghebbende
werknemers over genomen of te nemen maatregelen ter verbetering
van de arbeidsomstandigheden;
– de (medewerking aan de) uitvoering van deze maatregelen.
De preventiemedewerker heeft voldoende deskundigheid, ervaring
en uitrusting om aan zijn taken invulling te geven en voldoet
ten minste aan het competentieprofiel dat deel uitmaakt van
het digitale, door partijen bij deze CAO vastgestelde RI&Einstrument
MKB.
2. Organisatie van de arbodienstverlening
Het is mogelijk de ondersteuning voor de wettelijk verplichte
toetsing van de risico-inventarisatie en -evaluatie en de begeleiding
van zieke werknemers binnen of buiten het bedrijf te laten
uitvoeren door gecertificeerde deskundigen, niet werkzaam bij
een arbodienst. Hiervoor dient dan wel schriftelijk overeenstemming
te zijn bereikt met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging.
Het individugerichte pakket preventiezorg, waaronder het periodiek
arbeidsgezondheidskundige onderzoek en het arbospreekuur
(zie bijlage 9), wordt uitsluitend uitgevoerd door gecertificeerde

arbodiensten die voldoen aan de door de Stichting Arbouw gestelde
kwaliteitseisen (zie www.arbouw.nl).

3. Toetsing van de Risico-inventarisatie en -evaluatie
Werkgevers die voor minder dan 40 uur per week werk laten verrichten
hoeven de risico-inventarisatie en -evaluatie niet te laten
toetsen.
Dit geldt ook voor werkgevers die minder dan 26 werknemers in
dienst hebben. Voorwaarde is dan wel, dat voor de risicoinventarisatie
enevaluatie gebruik is gemaakt van de RI&E MKB,
de ABRIE-Bouw, de Arbocheck B&U of GWW of een ander
door de Stichting Arbouw ontwikkeld model dat door partijen bij
deze CAO is goedgekeurd en geregistreerd bij www.rie.nl.
Naast de maatregelen die zullen worden getroffen ter voorkoming
c.q. reducering van de in de risico-inventarisatie en
-evaluatie gesignaleerde gevaren maken de volgende onderdelen
deel uit van het Plan van Aanpak:
– De vastlegging van te ontwikkelen activiteiten ter bevordering
van de veiligheid en ter bescherming van de gezondheid
in de vorm van te treffen maatregelen van technische aard
en/of organisatorische aard of indien dit niet tot de mogelijkheden
behoort, het aanwenden van persoonlijke beschermingsmiddelen;
– De wijze waarop de introductie, voorlichting en onderricht is
georganiseerd van in dienst zijnde en nieuwe werknemers
met betrekking tot het veilig en gezond uitvoeren van de
werkzaamheden, met speciale aandacht voor de doelmatige
begeleiding van jeugdige werknemers;
– De wijze waarop voorzieningen zijn getroffen opdat werknemers
in het bedrijf gebruik kunnen maken van het door partijen
vastgestelde, op het individugerichte pakket preventiezorg.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE 12: WERKGELEGENHEIDSBEVORDERENDE
MAATREGELEN VOOR DOELGROEPEN

Partijen bij deze CAO zijn een aantal stimuleringsmaatregelen overeengekomen
om de instroom van doelgroepen in de beroepsopleiding te verhogen.

Tot de doelgroepen behoren:

• langdurig werklozen (langer dan 6 maanden werkloos)
• vrouwen
• allochtonen*
• schoolverlaters die langdurig werkloos zijn
Partijen hebben drie maatregelen afgesproken, waarvan de uitvoering is
opgedragen aan Fundeon:
1. Stimuleren van de instroom van doelgroepers (instroompremie)
Na succesvolle afronding van een voorschakeltraject hebben deelnemers
recht op deelname aan de basisberoepsopleiding (BBL 2) bij het samenwerkingsverband.
Bovendien hebben alle doelgroepers die een voorschakeltraject
c.q. een BBL 1-opleiding hebben gevolgd en aansluitend
instromen in de basisberoepsopleiding recht op bedrag ineens van € 90,–
voor elke maand dat het voorschakeltraject heeft geduurd, met een maximum
van € 450,–. Dit bedrag komt ten laste van het Aanvullingsfonds
WW.

2. Vergoeding toeleiding dienstverband
Een samenwerkingsverband heeft recht op een vergoeding uit het O&Ofonds
voor toeleidingsactiviteiten van leerlingwerknemers uit de doelgroep
naar een dienstverband bij een individueel bouwbedrijf. Het doel
van deze maatregel is samenwerkingsverbanden in de gelegenheid te
stellen leerlingen uit doelgroepen extra begeleiding te geven, met name
na de afgeronde beroepsopleiding, wanneer hij of zij werkzaam is bij
een individuele werkgever. Hiervoor is een bedrag beschikbaar van
€ 90,– per maand dat het dienstverband na afronding van de BBL 1of
BBL 2-opleiding duurt, met een maximum van € 1.080. Per leerlingwerknemer
is slechts één maal subsidie verkrijgbaar.

3. Instroom via een extern gesubsidieerd werkgelegenheidsproject
Per werknemer die via een extern gesubsidieerd werkgelegenheidsproject
instroomt, kan een bedrijfstakbijdrage worden verstrekt. Deze
bijdrage dient voor instroom in de bedrijfstak aangevraagd te worden.
Toekenning van de bijdrage is ter beoordeling van het bestuur Fundeon).
Voor toekenning van de bijdrage geldt de eis dat maximaal gebruik

gemaakt wordt van de bestaande opleidingsinfrastructuur van de bedrijfstak.
Hiermee wordt beoogd de samenwerking tussen samenwerkingsverbanden
en individuele leerbedrijven enerzijds en werkgelegenheidsprojecten
anderzijds te stimuleren. Daarvoor is een subsidiebedrag van € 2.850,–
beschikbaar per werknemer die na het werkgelegenheidsproject de
oriëntatie-en introductieperiode (eerste dertien weken van de BBL 1 of
2) heeft doorlopen. Dit geldt zowel voor samenwerkingsverbanden als
individuele (erkende) leerbedrijven.
Fundeon informeert partijen jaarlijks over de voortgang en eventuele
knelpunten.

* Onder ,,allochtonen’’ worden verstaan leerlingen uit onderstaande
culturele minderheden:
– Leerlingen van wie beide ouders of voogden afkomstig zijn uit
Griekenland, Italië, Kroatië, Slovenië, Bosnië-Herzegovina en
overig voormalig Joegoslavië, Kaap Verdië, Marokko, Portugal,
Spanje, Tunesië en Turkije dan wel wier ouders beide de desbetreffende
nationaliteit hebben.
– Leerlingen die behoren tot de Molukse en Indonesische bevolkingsgroep.
– Leerlingen die behoren tot de Surinaamse, Antilliaanse of Arubaanse
bevolkingsgroep.
– Leerlingen die behoren tot de zigeuners of woonwagenbewoners.
– Anderstalige leerlingen, afkomstig uit een land buiten Europa,
die het voortgezet onderwijs niet geheel (minder dan vier schooljaren)
in Nederland hebben gevolgd.
– Leerlingen, afkomstig uit de Oost-Europese landen – met uitzondering
van de leerlingen afkomstig uit de voormalige DDR –
voor zover deze leerlingen nog geen twee schooljaren onderwijs
in Nederland hebben gevolgd.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE 13B:
VOORWAARDEN COLLECTIEVE EXCEDENTREGELING

Voorwaarden voor UTA-werknemers geboren vóór 1950 met een salaris
hoger dan het maximum pensioenloon BPF Bouw om in aanmerking te
komen voor de collectieve excedentregeling, zoals bedoeld in artikel 82c
lid 3.

a. De werknemer heeft in de tweede helft van 2005 een actief
dienstverband in de bouw gehad.
b. De werknemer is tussen 1 oktober 1997 en 1 april 1998 minstens
één dag werkzaam geweest onder de toen geldende UTA-CAO.
c. De werknemer is deelnemer aan de aanvullingsregelingen en voldoet
aan de voorwaarden van de VUT-regeling, zoals die gold op
31 december 1997 (zie bijlage 13c).

BIJLAGE 13C: VUT-VOORWAARDEN VAN DE OP
31 DECEMBER 1997 GELDENDE

VUT-UTA-CAO

In deze bijlage zijn de relevante teksten van de VUT-voorwaarden van
de op 31 december 1997 geldende VUT-UTA-CAO weergegeven

Artikel – Definities

1. Werkgever: iedere natuurlijke of rechtspersoon, die bij een bedrijfsuitoefening
als bedoeld in artikel 2 in Nederland arbeid doet verrichten
door een of meer werknemers, alsmede samenwerkingsverbanden
en scholings-en werkervaringsverbanden
2. a. Werknemer: hij of zij die krachtens een arbeidsovereenkomst in
de zin van artikel 1637a Burgerlijk Wetboek (thans artikel 7:610
BW), in Nederland werkzaamheden verricht, dan wel – anders
dan in zelfstandige uitoefening van beroep of bedrijf – in aangenomen
werk persoonlijk arbeid verricht, met inachtneming van
het bepaalde in artikel 2. Werknemer is ook degene die in de
periode van 3 maanden direct voorafgaande aan de uittredingsdatum
werkloos (in de zin van de Werkloosheidswet) is geworden.
b. Niet als werknemers worden beschouwd:
– werknemers, vallend onder de werkingssfeer van de CAO
voor het Bouwbedrijf 1997-1998;
– praktikanten;
– vakantiewerkers;
– wakers, portiers en degenen, die soortgelijke arbeid verrichten;
– degenen, die in het buitenland woonachtig zijn en in Nederland
in dienst van een in het buitenland gevestigde werkgever
werkzaam zijn, indien deze werkzaamheden van tijdelijke
aard zijn. De werkzaamheden worden als tijdelijk aangemerkt,
zolang de Nederlandse sociale verzekeringswetten nog
niet op het dienstverband van toepassing zijn.
3. Onder ,,het geheel of gedeeltelijk uitvoeren van bouwwerken’’ wordt
verstaan: het geheel of gedeeltelijk uitvoeren met alle daartoe dienstige
materialen en werkwijzen van werken op het gebied van de
Burgerlijke en Utiliteitsbouw: Grond-, Water-, Spoor-en Wegenbouw;
het Straatmakersbedrijf; het Heibedrijf; de Kust-en Oeverwerken
en het Grondborings-en Buizenleggersbedrijf, alsmede werken
die naar hun aard tot het bouwbedrijf moeten worden gerekend.
Elders dan op de bouwplaats verrichte werkzaamheden ter voorbereiding
van de bouw worden mede tot het uitvoeren gerekend, indien
zij worden verricht door de onderneming die het bouwwerk op de
bouwplaats tot stand brengt.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Onder ,,bouwwerken’’ zoals hierboven bedoeld worden verstaan, respectievelijk
daarmee gelijkgesteld: woningen, gebruiks-of bedrijfsgebouwen
dan wel andere constructies van bouwkundige aard; ovenbouw
en schoorsteenbouw, voor zover geen onderdeel van
isolatiewerkzaamheden; alle dakbedekkingen niet zijnde bitumineuze,
of van aluminium, zink, lood of koper; egalisatie van terreinen;
bouwrijp maken; funderingen; steigerbouw; grondwerken anders
dan van agrarische aard; riolerings-en kabelnetten;
grondborings-, bronbemalings-, sondeer-en buizenlegwerken; zinkers;
doorpersingen en regeninstallaties; kust-en oeverwerken; heien
funderingswerkzaamheden; waterbouwkundige kunstwerken;
spoorwerken; bouwkundige voorzieningen voor land-, water-en
luchtverkeer; sloopwerken; wegenbouw en bestratingswerkzaamheden.
Onder ,,productie voor derden’’ wordt mede verstaan: dienstverleningen
aan derden; voorts ook het bouwen voor eigen rekening
met het doel het gebouwde aan derden te verkopen of te verhuren,
of op andere wijze ter beschikking te stellen. Het bouwen van woningen
enz. voor eigen personeelsleden wordt als bouwen in eigen
beheer (artikel 2, lid 3) aangemerkt.

4. Met ondernemingen, die bouwwerken uitvoeren, worden gelijkgesteld:
organisaties, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, voor zover
zij bouwwerken uitvoeren.
5. Belanghebbende: de belanghebbende bedoeld in artikel 3 en 3a, niet
in het genot zijnde van een uitkering krachtens de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (AAW), of de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering
(WAO) of een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering,
berekend naar een arbeidsongeschiktheidspercentage
van 80 of meer.
6. Uittredingsdatum: iedere eerste dag of – indien en voorzover dat
ingevolge de door belanghebbende in acht te nemen opzeggingstermijn
dan wel in verband met arbeidsongeschiktheid noodzakelijk is
– een latere dag van enige maand waarop belanghebbende, met toe-
passing van het bepaalde in artikel 3 kan uittreden.
11. a. Onder ,,samenwerkingsverband’’ wordt verstaan een door werkgevers
opgerichte, regionaal werkende rechtspersoon welke voldoet
aan de voorwaarden zoals vastgesteld door de Stichting Vakopleiding
Bouwbedrijf of de Stichting Beroepsopleidingen Wegen
Waterbouw, en die ten doel heeft met leerlingen uit de betrokken
regio een arbeidsovereenkomst te sluiten en deze een oplei

ding te geven volgens de richtlijnen van de landelijke organen,
zoals genoemd in de Wet op het leerlingwezen.

b. Onder een ,,scholings-en werkervaringsverband’’ wordt verstaan
een door werkgevers en werknemers opgerichte, regionaal werkende
rechtspersoon welke voldoet aan de voorwaarden zoals
vastgesteld door partijen en die ten doel heeft te voorzien in
scholing en werkervaring voor moeilijk plaatsbare werklozen.
Artikel 2

Werkingssfeer

1. Bouwondernemingen.
Onder de werkingssfeer van deze CAO vallen – met inachtneming
van artikel 1 en met inachtneming van de beperkingen omschreven
in dit artikel – alle ondernemingen, waarvan het bedrijf gericht is op
produktie voor derden op het gebied van:
a. het geheel of gedeeltelijk uitvoeren van bouwwerken;
b. het uitvoeren van verbouwingen en/of onderhoudswerk aan bouwwerken
en het herstellen, bekleden, conserveren en verfraaien
van deuren;
c. het uitvoeren op bouwplaatsen van onderdelen van bouwwerken
(respectievelijk verbouwingen of onderhoudswerk); het elders
vervaardigen van deze onderdelen wordt hiermede gelijkgesteld,
indien de onderneming, die de onderdelen vervaardigt, tevens
zorgdraagt voor de verwerking daarvan in het bouwwerk;
d. het verlenen van diensten op bouwplaatsen;
e. het tot stand brengen van bedrijfsklare projecten indien de totstandkoming
daarvan mede de uitvoering van een of meer bouwwerken
omvat;
f. het slopen van bouwwerken;
g. het verrichten van grondwerken in relatie tot het uitvoeren van
bouwwerkzaamheden voor zover betrekking hebbend op grondverzetwerkzaamheden
ten behoeve van de in dit artikel onder lid
1 sub a t/m f en h genoemde werkzaamheden;
h. het verhuren van machines met bedienend personeel voor het
verrichten van werkzaamheden bij de uitvoering van werken als
onder a t/m g genoemd;
i. asfaltproductie;
j. het aanbrengen van wegmarkeringen;
k. betonreparatie van constructieve aard en betoninjectering;
l. het afgraven van verontreinigde grond;
m. droge zandwinning;
n. het inspecteren, renoveren en reinigen van riolen, met uitzondering
van huis-en bedrijfsrioleringen (loodgieterswerkzaamheden);
o. het opbouwen en/of plaatsen van verplaatsbare verblijfsruimten;

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

p. het verrichten van civieltechnische werkzaamheden zoals beschreven
in bijlage 2.
2. Samengestelde ondernemingen.
Indien een onderneming, naast het bouwbedrijf als bedoeld in lid 1,
tevens een ander bedrijf (andere produktie voor derden) uitoefent,
geldt voor de toepassing van deze CAO het volgende:
a. indien elk bedrijf in een afzonderlijke afdeling wordt uitgeoefend,
is deze CAO van toepassing ten aanzien van de werknemers
in de afdeling bouwbedrijf;
b. indien in een afzonderlijke afdeling zowel het bouwbedrijf als
een ander bedrijf wordt uitgeoefend en de productie van het
bouwbedrijf overweegt, geldt deze CAO voor de werknemers
van deze afdeling;
c. indien er geen afzonderlijke afdelingen zijn en de productie van
het bouwbedrijf overweegt, geldt deze CAO voor de werknemers
van de onderneming.
Afzonderlijke afdelingen worden aanwezig geacht indien iedere
bedrijfsuitoefening feitelijk als zelfstandige eenheid is georganiseerd.
De overwegende produktie wordt bepaald door vergelijking van de
in elke produktie verloonde bedragen.

3. Bouwen in eigen beheer
De bepalingen van deze CAO vinden voorts toepassing ten aanzien
van:
a. werkgevers, die bouwwerken of verbouwingen in eigen beheer
doen uitvoeren met het doel het gebouwde voor zichzelf of voor
de eigen onderneming in gebruik te nemen, dan wel ter beschikking
van personeelsleden te stellen;
b. werkgevers die verbouwingen en onderhoudswerkzaamheden in
eigen beheer doen uitvoeren aan gebouwen, die zij in eigendom
bezitten of in beheer hebben.
In de hierbedoelde gevallen is deze CAO van toepassing ten aanzien
van de werknemers, die bij de uitvoering, de verbouwing of het
onderhoud van bouwwerken arbeid verrichten, met uitzondering van
degenen waarop een andere collectieve arbeidsovereenkomst of loonregeling
van toepassing is.

4. Overgangsbepaling
Onder de werkingssfeer van deze CAO vallen – met inachtneming
van artikel 1 en de beperkingen omschreven in dit artikel – eveneens:
a. beheermaatschappijen, die met toestemming van het Lisv zijn
aangesloten bij de Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid;
b. beheermaatschappijen zonder verzekeringsplichtig personeel, die

door een statutaire omzetting zijn voortgekomen uit ondernemingen,
vallend onder de werkingssfeer van deze CAO.

5. Ondernemingen (nevenbedrijven werkzaam op bouwplaatsen)
waarop deze overeenkomst niet van toepassing is.
a. Niet als bouwbedrijf in de zin van lid 1 van dit artikel worden
beschouwd ondernemingen waarvan het bedrijf is gericht op produktie
(respectievelijk dienstverlening)voor derden op het gebied
van:
1. baggerwerken;
2. betonmortel-betonmorteltransport;
3. betonwaren;
4. bitumineuze dakbedekkingen;
5. natuursteen;
6. parketvloeren;
7. schilderen en afwerken;
8. steen, houtgraniet en kunststeen;
9. stukadoors-en terrazzowerken;
10. staalskeletbouw en het uitvoeren van werken (bruggen enz.)
geheel of nagenoeg geheel in staal;
11. fabrieksmatig timmerwerk;
12. interieurbetimmeringen;
13. loodgieters-en fittersbedrijf;
14. centrale verwarmingsinstallaties;
15. het maken van elektrotechnische verbindingen tussen kabels
van kabelnetten;
16. het verhuren van mobiele kranen.
b. Ten aanzien van ondernemingen met een afzonderlijke
ondernemings-CAO geldt deze CAO betreffende vrijwillig vervroegde
uittreding voor het UTA-personeel in de bouwbedrijven
slechts indien en voor zover het betreft de toepassing van lid 3
(bouwen in eigen beheer).
Artikel 3

Voorwaarden

1. Belanghebbende in de zin van deze overeenkomst is degene:
a. die op de laatste dag van de maand, liggende 4 maanden vóór de
uittredingsdatum werknemer is in dienst van een bouwbedrijf in
de zin van deze CAO en niet valt onder de voorwaarden vervroegde
uittreding in de CAO voor het Bouwbedrijf;
en

2. 1. die direct voorafgaande aan de uittredingsdatum, gedurende een
periode van minimaal 10 jaar zonder onderbreking anders dan
door arbeidsongeschiktheid of werkloosheid als werknemer in de

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

zin van deze CAO werkzaam is geweest. Daarbij geldt bovendien
per afzonderlijk kalenderjaar een maximum van 6 maanden. Na
een onderbreking door arbeidsongeschiktheid dient de belanghebbende,
in de periode van 2 jaar voorafgaande aan de
uittredingsdatum, ten minste 6 maanden werkzaam te zijn geweest
als werknemer in de zin van deze CAO. Bij deze onderbreking
door werkloosheid wordt de mee te tellen werkloosheidsperiode
op gemiddeld 4 maanden per kalenderjaar gemaximeerd.
Voor de berekening van deze periode van 10 jaren wordt tevens
in aanmerking genomen:

a. de periode dat belanghebbende als werknemer in de zin van
de CAO voor het Bouwbedrijf werkzaam is geweest; en
b. de periode dat belanghebbende in het buitenland werkzaam is
geweest mits over deze periode aantoonbare premiebetaling
heeft plaatsgevonden op de wijze als in Protocol A van de op
31 december 1997 geldende VUT-UTA-CAO omschreven;
c. de periode dat belanghebbende als werknemer werkzaam is
geweest bij een bedrijf dat is komen te vallen onder de werkingssfeer
van de UTA-en VUT-UTA-CAO, mits voor de
werknemer een VUT-regeling van toepassing was;
d. een periode van maximaal 3 jaar waarin belanghebbende,
mits vrouw zijnde, het dienstverband heeft onderbroken in
verband met de opvoeding van een kind in de leeftijd van 0–4
jaar. Deze periode kan zich ten hoogste tweemaal voordoen;
of

2. die in de periode van 15 jaar direct voorafgaande aan de
uittredingsdatum ten minste 10 jaar werkzaam is geweest (waaronder
begrepen periode(n) van arbeidsongeschiktheid en werkloosheid)
in een onderneming vallend onder de werkingssfeer
van deze CAO als werknemer in de zin van deze CAO of in de
zin van de CAO voor het Bouwbedrijf. Na een onderbreking door
arbeidsongeschiktheid dient de belanghebbende, in de periode
van 2 jaar voorafgaande aan de uittredingsdatum, ten minste 6
maanden werkzaam te zijn geweest als werknemer in de zin van
deze CAO. Hierbij geldt tevens dat de werknemer in ieder geval
gedurende de laatste 4 jaar direct voorafgaande aan de uittredingsdatum
zonder onderbreking anders dan door arbeidsongeschiktheid
of werkloosheid werkzaam dient te zijn geweest als werknemer
in de zin van deze CAO.
Bij deze onderbreking door werkloosheid wordt de mee te tellen
werkloosheidsperiode op gemiddeld 4 maanden per kalenderjaar

gemaximeerd. Daarbij geldt bovendien per afzonderlijk kalenderjaar
een maximum van 6 maanden.
Voor de berekening van de 10 jaar en 4 jaar periode wordt tevens
in aanmerking genomen de periode waarin belanghebbende in
het buitenland werkzaam is geweest mits over deze periode aantoonbare
premiebetaling heeft plaatsgevonden conform hetgeen
in Protocol A van de op 31 december 1997 geldende VUT-UTACAO
is bepaald.
Voor de berekening van de 10 jaar wordt tevens in aanmerking
genomen de periode dat belanghebbende als werknemer werkzaam
is geweest bij een bedrijf dat is komen te vallen onder de
werkingssfeer van de UTA-en VUT-UTA-CAO, mits voor de
werknemer een VUT-regeling van toepassing was, alsmede een
periode van maximaal 3 jaar waarin belanghebbende, mits vrouw
zijnde, het dienstverband heeft onderbroken in verband met de
opvoeding van een kind in de leeftijd van 0–4 jaar. Deze periode
kan zich ten hoogste tweemaal voordoen;

en

3. die op de dag, voorafgaande aan de in lid 5 bedoelde datum, zijn
woonplaats in Nederland, België of de Bondsrepubliek Duitsland
heeft.
en

5. wiens dienstbetrekking met ingang van de uittredingsdatum, ofindien
en voor zover dat ingevolge de door belanghebbende in acht te
nemen opzegtermijn dan wel in verband met arbeidsongeschiktheid
noodzakelijk ismet ingang van een latere datum, is geëindigd.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE 14: CIVIELTECHNISCHE WERKZAAMHEDEN

Civieltechnische werkzaamheden als bedoeld in artikel 89 lid 1A lid p

Definities

– Onder civieltechnische werkzaamheden wordt verstaan: de aanleg
van verhardingen, rioleringen en gebouwen en dergelijke waarvoor
een bouw-of aanlegvergunning is vereist, alsmede het hiermee
samenhangende onderhoud.
– Onder cultuurtechnische werkzaamheden wordt verstaan: de aanleg
van groenvoorzieningen, de daarmee samenhangende grondwerkzaamheden
(bovenste grondlaag) en drainage, alsmede het hiermee
samenhangende onderhoud.
De volgende activiteiten worden beschouwd als civieltechnische activiteiten
in de zin van artikel 2 lid 1 onder p en daarmee behorend tot de
bouwnijverheid:

– grondboringen,
– bronbemalingen,
– de aanleg, montage en onderhoud van ondergrondse kabels en buisleidingen,
– de aanleg, montage en onderhoud van bovengrondse kabels en buisleidingen
ten behoeve van de te verrichten bouwwerkzaamheden,
– grondwerk (ten behoeve van civieltechnische bestemming),
– wegenbouw,
– markeringen,
– de aanleg, montage, onderhoud en sloop van verkeersveiligheid
bevorderende voorzieningen en geluidsweringen,
– sloopwerken, met uitzondering van de sloop van objecten (nagenoeg)
geheel bestaande uit metaal indien het aantal arbeidsuren van
de in dienst zijnde werknemers die bij de werkzaamheden worden
ingezet groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren bij de
overige te verrichten werkzaamheden van alle in dienst zijnde werknemers
gemeten over de periode van een kalenderjaar,
– waterbouwkundige werken,
– funderingswerken en
– verhuur van bemand materiaal voor civieltechnische activiteiten
behoudens:

a. de aanleg van buisleidingen in eigen beheer voor drainage ten
behoeve van landbouw, bewerking van grond en zand ten behoeve
van een agrarische bestemming en de incidentele aanleg
van duikers ten behoeve van ontsluiting van een landbouwperceel,
welke als cultuurtechnische werkzaamheden opgevat
moeten worden;

b. het aanleggen, verbeteren of onderhouden van sportvelden en
andere recreatieobjecten alsmede alle andere grondwerken ten
behoeve van cultuurtechnische, civieltechnische sport-, recreatieen
andere objecten, beplantingen en groenstroken langs wegen.
Hier bij is het uitgangspunt dat, indien er een bouw/
aanlegvergunning vereist is, het civiel technische werkzaamheden
zijn, met uitzondering van de aanleg en het onderhoud van
het groen alsmede drainage en de bovenste grondlaag ten behoeve
van het groen, welke cultuurtechnische activiteiten zijn;
c. de te onderscheiden cultuurtechnische werkzaamheden bij inpoldering
en ruilverkaveling; de ontsluiting van gronden en ruilverkaveling
dienen als cultuurtechnische werkzaamheden opgevat te
worden, indien er sprake is van daarmee samenhangende grondbewerking
(ploegen, eggen, zaaien, egaliseren van de toplaag van
de grond ten behoeve van de plantaardige bestemming etcetera)
en als civieltechnische werkzaamheden indien er sprake is van
grondverwerking in de zin van landinrichting (de aanleg van
wegen, watergangen en gemalen).
Toelichting ad b en c:
In geval van partiële aanneming en uitvoering van werken (sportvelden,
recreatieparken, wegenbouw en ruilverkaveling) kan onverkort het on-
derscheid in civieltechnisch en cultuurtechnisch werk worden gehan-
teerd. Wanneer bovengenoemde werken integraal door één onderneming
worden aangenomen en uitgevoerd, zal het onderscheid in civiel-/
cultuurtechnisch werk gehanteerd kunnen worden voorzover deel-
werkzaamheden functioneel van elkaar onderscheiden kunnen worden.

 

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE 15: TOEPASSING CAO VOOR DE BOUWNIJVERHEID
VOOR UITZENDKRACHTEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 91

I. VAN TOEPASSING ZIJNDE ARTIKELEN VOOR UITZENDKRACHTEN
IN EEN BOUWPLAATSFUNCTIE
Onderstaand wordt de toepassing van artikel 91 van de CAO voor het
Bouwbedrijf 2004–2007, in combinatie met de bepalingen uit de ABU
CAO voor Uitzendkrachten 2004–2009 en de NBBU CAO voor Uitzendkrachten
2004–2008 nader uitgewerkt (de met * gemarkeerde bepalingen
gelden tevens voor nieuwkomers). Voor zover nodig zijn de artikelen
voorzien van een toelichting.

Artikel 4

Introductie (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht
bedoeld, met ,,de werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 8

De normale arbeidsduur en arbeidstijden (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de (bouwplaats)werknemer’’ wordt de
uitzendkracht bedoeld, met ,,de werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 9

Normregeling Arbeidstijden (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht
bedoeld.

Artikel 10

Deeltijdwerk (m.u.v. lid 5) (*)

Een verzoek van de uitzendkracht om zijn arbeidsduur aan te passen
wordt gehonoreerd tenzij redelijkerwijze bedrijfsbelangen zich hiertegen
verzetten. De bepalingen van artikel 10 van deze CAO zijn daarbij van
toepassing, met uitzondering van lid 2 (voor zover het de verwijzing
betreft naar de artikelen 21a, 23a, 30a, 39, 43 en 79). Voor nieuwkomers

is bovendien in lid 2 de verwijzing naar artikel 19a en in lid 2 de verwijzing
naar artikel 42 niet van toepassing.

Artikel 11a

Vierdaagse werkweek

Van toepassing zijn de leden 1, 2, 3, 7 en 8 van artikel 11a, en wel als
volgt:

• Een vakkracht van 55 jaar of ouder kan de inlenende werkgever verzoeken
zijn werkweek aan te passen tot vier dagen (32 uur).
• Een vierdaagse werkweek kan ingaan vanaf het moment dat de vakkracht
de 55-jarige leeftijd heeft bereikt en een vierdaagse werkweek
over de rest van het kalenderjaar mogelijk is.
• Om tot een vierdaagse werkweek te komen, gebruikt de vakkracht
zijn vakantiedagen en zijn roostervrije dagen. Daarbij heeft hij recht
op een aantal extra vakantiedagen (voor 55-60-jarigen: 10, voor
ouder dan 60: 13), de zogenaamde seniorendagen.
• In onderling overleg tussen de vakkracht en de inlenende werkgever
worden de verschillende soorten vrije dagen gelijkelijk over het jaar
gespreid en schriftelijk vastgelegd minimaal één maand voorafgaande
aan de invoeringsdatum dan wel voorafgaande aan het volgende
kalenderjaar. In weken waarin een feest-of in de onderneming
vastgestelde roostervrije dag valt, geldt deze feest-of in de onderneming
vastgestelde roostervrije dag als de vrije dag van die week.
• Indien er onvoldoende verlofdagen en roostervrije dagen beschikbaar
zijn om gedurende het gehele jaar tot een vierdaagse werkweek te
komen, kan de vakkracht ervoor kiezen om het benodigde aantal
weken vijf dagen te werken of dagen voor eigen rekening in te zetten.
• De vakkracht kan de inlenende werkgever verzoeken op enig moment
de extra vrije dagen weer in te ruilen voor loon en over te gaan
tot een volledige werkweek van vijf dagen.
Artikel 12

Ploegendienst (*)

Integraal van toepassing.

Artikel 13

Kust-en Oeverwerken (*)

Integraal van toepassing.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 14

Verschoven uren Infra (*)

Integraal van toepassing, met uitzondering van de laatste volzin van lid
1 sub i.
Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht bedoeld, met ,,de werkge-
ver’’ de inlenende werkgever.

Artikel 16

Niet-verplicht overwerk (*)

Integraal van toepassing m.u.v. lid 1b.
Met ,,de werknemer(s)’’ worden de uitzendkracht(en) bedoeld, met ,,de
werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 18

Bereikbaarheidsdienst

De verwijzing in lid 1 naar artikel 15 is niet van toepassing.
Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendwerknemer bedoeld, met ,,de
werkgever’’ de inlenende werkgever.
Overigens integraal van toepassing.

Artikel 19a

Roostervrije dagen

Van toepassing zijn lid 1, 3, 4a, 6 en 7 van artikel 19a, en wel als volgt:

• Vakkrachten als bedoeld in artikel 91 lid 2 hebben recht op 22
roostervrije dagen op jaarbasis.
• Tien roostervrije dagen worden collectief in de onderneming vastgesteld,
de overige zijn vrij opneembaar. Voor de tien collectief vast te
stellen roostervrije dagen volgt de inlenende werkgever de procedure
als beschreven in artikel 19a lid 4a.
• Indien de vakkracht in de loop van een kalenderjaar aan zijn werkzaamheden
begint wordt berekend op hoeveel roostervrije dagen hij
recht heeft in het resterende deel van het betreffende jaar.
• Indien de vakkracht in de loop van een kalenderjaar zijn werkzaamheden
bij de inlenende werkgever beëindigt, gelden de volgende
bepalingen.

a. Bij beëindiging van de werkzaamheden wordt berekend op hoeveel
roostervrije dagen de betrokken vakkracht nog recht heeft.
b. Indien blijkt dat de vakkracht op het tijdstip van beëindiging van
de werkzaamheden recht heeft op een groter aantal dan de feitelijk
opgenomen roostervrije dag(en), dient deze dag respectievelijk
dienen deze dagen, alsnog na overleg met de inlenende werkgever
vóór het einde van de werkzaamheden te worden
opgenomen.
c. Alleen wanneer de werkzaamheden op verzoek van de vakkracht
worden beëindigd, kunnen in geval bij de beëindiging de vakkracht
meer roostervrije dagen blijkt te hebben opgenomen dan
waarop hij op de datum van beëindiging recht had, deze meerdere
dagen met hem worden verrekend.
Artikel 23a

Vakantie

Alleen de bepaling die betrekking heeft op de extra verlofdagen voor
werknemers van 55 jaar of ouder (lid 4) is van kracht. Voor vakkrachten
van 55 tot en met 59 jaar zijn er tien extra verlofdagen, voor vakkrachten
ouder dan 60 dertien.

Artikel 25a

Functie-indeling (*)

Alleen lid 1 en 3 van artikel 25a zijn van toepassing.
Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht bedoeld.

Artikel 27

Garantielonen en inloopschalen (*)

Integraal van toepassing.
Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht bedoeld. De inlenende
werkgever dient erop toe te zien dat de uitzendonderneming de juiste
loonschaal toepast.

Artikel 28

Garantielonen jeugdigen(*)

Artikel 28 dient als volgt te worden toegepast:

• Week-/uurloon naar leeftijd
De inlenende werkgever dient erop toe te zien dat de uitzendonderneming
aan de jeugdige uitzendkracht minimaal het in dit artikel
bedoelde loon zal betalen, volgens tabel III van bijlage 7a.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

• Ploegendienst
De krachtens artikel 28 lid 1 van deze CAO te betalen lonen moeten
bij werken in ploegendienst worden verhoogd conform het in artikel
38 bepaalde.
• Inloopschaal jeugdige werknemers
In afwijking van het gestelde in het eerste lid ontvangt een uitzendkracht
die nog nooit in de bouw heeft gewerkt, maximaal voor de
periode van een jaar, een loon volgens de inloopschaal (zie tabel IV,
bijlage 7a). Voor de inloopschalen geldt dat uitzendkrachten die èn
jonger zijn dan 22 jaar èn de beroepsopleiding instromen niet volgens
deze schaal worden beloond. In dit artikel wordt onder beroepsopleiding
mede verstaan het volgen van de praktijkcomponent.
Deze afwijking geldt evenmin voor uitzendkrachten die in het bezit
zijn van het diploma van het SOMA-college.
• Afwijkende lonen
Indien en voorzover jeugdige uitzendkrachten, die zich hebben aangemeld
voor de BBL 2 en eerst na de zomervakantie met deze opleiding
zullen aanvangen, werkzaamheden verrichten vallende onder
deze CAO, geldt tot het moment waarop zij met de BBL 2 aanvangen
een beloning conform tabel V van bijlage 7a van de CAO. Deze
lonen zullen gelden tot en met de eerste 13 feitelijke opleidingsweken
van de BPVO.
Artikel 30

Loonsverhogingen (*)

Alleen lid 1 is van toepassing, en wel als volgt:
Gedurende de looptijd van de CAO ontvangt de uitzendwerknemer de
volgende structurele loonsverhogingen, waarin de automatische prijs-
compensatie (apc) geacht is te zijn opgenomen:

• Per 1 juli 2007: 1,75%
• Per 1 januari 2008: 1,5%
• Per 1 juli 2008: 1,75%
• Per 1 januari 2009: 1,5%
• Per 30 juni 2009: 0,25%
In de loontabellen van bijlage 7a zijn deze loonsverhogingen reeds ver-
werkt.
Artikel 33

Prestatiebeloning

Artikel 33 is als volgt van toepassing:

• De vakkracht die ter beschikking wordt gesteld in een onderneming
of op een object, waar een prestatietoeslag geldt, heeft tevens recht
op deze prestatietoeslag.
• Bij een verhoging van het garantieloon, anders dan op grond van
plaatsing in een hogere functiegroep, mag deze verhoging niet in
mindering worden gebracht op de resultaten van overeengekomen
prestatiebeloning en dergelijke.
Artikel 35a

Overwerkvergoeding (*)

Integraal van toepassing met uitzondering van de verwijzing in lid 1 naar
artikel 15. Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht bedoeld, met
,,de werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 36

Vergoeding bereikbaarheidsdienst

Integraal van toepassing met uitzondering van de verwijzing in lid 4 naar
artikel 73. Met ,,de werknemer’’ wordt de vakkracht bedoeld. De inlenende
werkgever dient erop toe te zien dat de uitzendonderneming de
vergoeding voor de bereikbaarheidsdienst voldoet.

Artikel 37

Toeslag verschoven uren Tijwerk en Infra (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de (bouwplaats)werknemer’’ wordt de
uitzendwerknemer bedoeld, met ,,de werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 38

Toeslag ploegendienst (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemers’’ worden de uitzendkrachten
bedoeld.

Artikel 40

Vergoeding bij verafgelegen werken (*)

Lid 1 en 2 van artikel 40 zijn van toepassing. Waar gesproken wordt
over ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht bedoeld. De inlenende
werkgever dient erop toe te zien dat de uitzendonderneming de vergoeding
voldoet.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 41a

Reiskostenvergoeding (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendwerknemer
bedoeld, met ,,de werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 42

Reisurenvergoeding

Integraal van toepassing, met uitzondering van de verwijzingen naar de
chauffeurstoeslag in lid 2 en lid 4 en de passage over de leermeestertoeslag
in lid 2.
Met ,,de werknemer’’ wordt de vakkracht bedoeld. De inlenende werkgever
dient erop toe te zien dat de uitzendonderneming de reisurenvergoeding
voldoet.

Artikel 45

Kostenvergoedingen (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht
bedoeld, met ,,de werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 70a

Bijzondere veiligheids-en arbobepalingen (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht
bedoeld, met ,,de werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 71

Veiligheid bij verschoven uren Infra (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemers’’ worden de uitzendkrachten
bedoeld.

Artikel 92

Buitenlandse werknemers (*)

Integraal van toepassing, inclusief bijlage 16.

II. VAN TOEPASSING ZIJNDE ARTIKELEN VOOR UITZENDKRACHTEN
IN EEN UTA-FUNCTIE
Onderstaand wordt de toepassing van artikel 91 van de CAO voor het
Bouwbedrijf 2004–2007, in combinatie met de bepalingen uit de ABU
CAO voor Uitzendkrachten 2004–2009 en de NBBU CAO voor Uitzendkrachten
2004–2008 nader uitgewerkt (de met * gemarkeerde bepalingen
gelden tevens voor nieuwkomers). Voor zover nodig zijn de artikelen
voorzien van een toelichting.

Artikel 4

introductie (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht
bedoeld, met ,,de werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 8

De normale arbeidsduur en arbeidstijden (*)

Van toepassing zijn de leden 1, 2, 6, 7, 8 en 10 van artikel 8.
Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht bedoeld, met ,,de werkge-
ver’’ de inlenende werkgever.

Artikel 9

Normregeling Arbeidstijden (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht
bedoeld.

Artikel 10

Deeltijdwerk (*)

Van toepassing zijn lid 1 en 5 van artikel 10. Met ,,de werknemer’’ wordt
de uitzendkracht bedoeld, met ,,de werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 11b

Vierdaagse werkweek

Van toepassing zijn de leden 1, 2, 6, 10 en 11 van artikel 11b, en wel
als volgt:

• Een vakkracht van 55 jaar of ouder kan de inlenende werkgever verzoeken
zijn werkweek aan te passen tot vier dagen (32 uur).
• Een vierdaagse werkweek kan ingaan vanaf het moment dat de vak

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

kracht de 55-jarige leeftijd heeft bereikt en een vierdaagse werkweek
over de rest van het kalenderjaar mogelijk is.

• Om tot een vierdaagse werkweek te komen, gebruikt de vakkracht
zijn vakantiedagen en zijn roostervrije dagen. Daarbij heeft hij recht
op een aantal extra vakantiedagen (voor 55-60-jarigen: 9, voor ouder
dan 60: 11), de zogenaamde seniorendagen.
• In onderling overleg tussen de vakkracht en de inlenende werkgever
worden de verschillende soorten vrije dagen gelijkelijk over het jaar
gespreid en schriftelijk vastgelegd minimaal één maand voorafgaande
aan de invoeringsdatum dan wel voorafgaande aan het volgende
kalenderjaar. In weken waarin een feest-of in de onderneming
vastgestelde roostervrije dag valt, geldt deze feest-of in de onderneming
vastgestelde roostervrije dag als de vrije dag van die week.
• Indien er onvoldoende verlofdagen en roostervrije dagen beschikbaar
zijn om gedurende het gehele jaar tot een vierdaagse werkweek te
komen, kan de vakkracht ervoor kiezen om het benodigde aantal
weken vijf dagen te werken of dagen voor eigen rekening in te zetten.
• De vakkracht kan de inlenende werkgever verzoeken op enig moment
de extra vrije dagen weer in te ruilen voor loon en over te gaan
tot een volledige werkweek van vijf dagen.
Artikel 17

Overwerk (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht
bedoeld.

Artikel 19b

Roostervrije dagen

Van toepassing zijn de leden 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8 van artikel 19b, en wel
als volgt:

• Vakkrachten als bedoeld in artikel 91 lid 3 hebben recht op zeventien
roostervrije dagen op jaarbasis. Vanaf 2006 ontvangen zij vijftien
dagen in tijd en de waarde van twee dagen wordt additioneel aan
de vakkracht uitgekeerd. Dit als compensatie voor het niet ontvangen
van een levensloopbijdrage van 1%, die wel geldt voor vaste
medewerkers.
• Indien de vakkracht in de loop van een kalenderjaar aan zijn werkzaamheden
begint wordt berekend op hoeveel roostervrije dagen hij
recht heeft in het resterende deel van het betreffende jaar.

• Indien de vakkracht in de loop van een kalenderjaar zijn werkzaamheden
bij de inlenende werkgever beëindigt, gelden de volgende
bepalingen.
a. Bij beëindiging van de werkzaamheden wordt berekend op hoeveel
roostervrije dagen de betrokken vakkracht nog recht heeft.
b. Indien blijkt dat de vakkracht op het tijdstip van beëindiging van
de werkzaamheden recht heeft op een groter aantal dan de feitelijk
opgenomen roostervrije dag(en), dient deze dag respectievelijk
dienen deze dagen, alsnog na overleg met de inlenende werkgever
vóór het einde van de werkzaamheden te worden
opgenomen.
c. Alleen wanneer de werkzaamheden op verzoek van de vakkracht
worden beëindigd, kunnen in geval bij de beëindiging van het
dienstverband de vakkracht meer roostervrije dagen blijkt te hebben
opgenomen dan waarop hij op de datum van beëindiging
recht had, deze meerdere dagen met hem worden verrekend.
Artikel 23b

Vakantie

Alleen de bepaling die betrekking heeft op de extra verlofdagen voor
werknemers van 55 jaar of ouder (lid 3) is van kracht. Voor vakkrachten
van 55 tot en met 59 jaar zijn er negen extra verlofdagen, voor vakkrachten
ouder dan 60 elf.

Artikel 25b

Functie-indeling (*)

Lid 1, 2 en 3 van artikel 25b zijn van toepassing. Met ,,de werknemer’’
wordt de uitzendkracht bedoeld, met ,,de werkgever’’ de inlenende
werkgever.

Artikel 29

Salarisschalen (*)

Integraal van toepassing, met uitzondering van lid 4a. Met ,,de werknemer’’
wordt de uitzendkracht bedoeld. De inlenende werkgever dient
erop toe te zien dat de uitzendonderneming de juiste salarisschaal toe-
past.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 30

Salarisverhogingen (*)

Alleen lid 1 van artikel 30 is van toepassing. Met ,,de werknemer’’ wordt
de uitzendkracht bedoeld.

Artikel 35b

Overwerkvergoeding (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht
bedoeld, met ,,de werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 41b

Reis-en verhuiskostenvergoeding (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendwerknemer
bedoeld, met ,,de werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 70b

Bijzondere veiligheids-en arbobepalingen UTA-werknemers (*)

Integraal van toepassing. Met ,,de werknemer’’ wordt de uitzendkracht
bedoeld, met ,,de werkgever’’ de inlenende werkgever.

Artikel 92

Buitenlandse werknemers (*)

Integraal van toepassing, inclusief bijlage 16.

BIJLAGE 16: TOEPASSING CAO VOOR DE BOUWNIJVERHEID
VOOR BUITENLANDSE ARBEIDSKRACHTEN ALS BEDOELD
IN ARTIKEL 92 LID 1

DEEL I: INVENTARISATIE EN UITWERKING TOEPASSELIJKE
BEPALINGEN

Overeenkomstig de bepalingen van de Wet Arbeidsvoorwaarden Grensoverschrijdende
Arbeid (WAGA) zijn op ter beschikking gestelde werknemers,
als bedoeld in artikel 92 de volgende artikelen van deze CAO
van toepassing.

Tabel 1: Overzicht

Maximale werktijden en
minimale rusttijden

Minimum aantal vakantiedagen,
gedurende welke de
verplichting van de werkgever
om loon te betalen bestaat
Minimumlonen, daaronder
begrepen vergoedingen voor
overwerk, en daaronder niet
begrepen aanvullende
bedrijfspensioenregelingen

Artikel 8: De normale arbeidsduur en
arbeidstijden
Artikel 9: De Normregeling Arbeidstijden
Artikel 12: Ploegendienst
Artikel 13: Kust-en Oeverwerken
Artikel 14: Verschoven uren Infra
Artikel 16 en 17: Overwerk
Artikel 18: Bereikbaarheidsdienst
Artikel 21: Kort verzuim
Artikel 19a en 19b: Roostervrije dagen
Artikel 23a en 23b: Vakantiedagen
Artikel 24: Feestdagen

Artikel 25a en 25b: Functie-indeling
Artikel 26a: Wijze van loonbetaling
Artikel 27, 28 en 29: Garantielonen,
salarisschalen en inloopschalen
Artikel 30: Loons-en salarisverhogingen en
eenmalige uitkeringen
Artikel 32a en 32b: Vakantie-uitkering
Artikel 33: Prestatiebeloning
Artikel 35a en 35b: Overwerkvergoeding
Artikel 36: Vergoeding bereikbaarheidsdienst
Artikel 37: Toeslag verschoven uren
Artikel 38: Toeslag ploegendienst
Artikel 39: Toeslag steenzetterswerkzaamheden
Artikel 41a en 41b: Reiskostenvergoeding
Artikel 42: Reisurenvergoeding
Artikel 43: Chauffeurstoeslag
Artikel 44: Premie schadevrij rijden
Artikel 45: Kostenvergoedingen

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Voorwaarden voor het ter
beschikking stellen van
werknemers, in het bijzonder
voor uitzendbedrijven
Gezondheid, veiligheid en
hygiëne op het werk

Beschermende maatregelen
met betrekking tot de
arbeidsvoorwaarden en
-omstandigheden van
zwangere of pas bevallen
vrouwen, kinderen en
jongeren

Artikel 91 (zie tabel 3 van deze bijlage)

Artikel 20a en 20b: Ongunstige weersomstandigheden
Artikel 45 Kostenvergoedingen
Artikel 70a en 70b: Bijzondere veiligheidsen
arbobepalingen
Artikel 71: Veiligheid verschoven arbeidstijden
Infra
Artikel 33 Prestatiebeloning nietdiscriminatie

Tabel 2: Uitwerking van toepassing zijnde bepalingen

Artikel Van toepassing zijnde delen
Artikel 8: De normale Lid 1 t/m 9 integraal
arbeidsduur en arbeidstijden
Artikel 9: Normregeling Integraal
Arbeidstijden
Artikel 12: Ploegendienst Integraal
Artikel 13: Kust-en Integraal
Oeverwerken
Artikel 14: Verschoven uren Lid 1 behoudens laatste volzin van punt i
Infra Lid 2
Artikel 16: Niet-verplicht Lid 1: ,,Wanneer in bijzondere gevallen de
overwerk bouwplaatsomstandigheden
dat vereisen, kan de
werknemers werkgever na overleg en met instemming van
een representatief deel van de daarbij
betrokken werknemers bepalen dat overwerk
wordt verricht, met inachtneming van de
volgende bepalingen.’’
Lid 2 t/m 8 integraal
Artikel 17: Overwerk Integraal
UTA-werknemers

Artikel Van toepassing zijnde delen
Artikel 18: Bereikbaarheidsdienst
Lid 1 tot en met 6 integraal
Lid 7, behoudens de laatste volzin
Artikel 19a: Roostervrije
dagen bouwplaatswerknemers:
Lid 1, behoudens de laatste volzin
Lid 3: ,,In het kader van deze CAO is het
aantal roostervrije dagen per kalenderjaar
vastgesteld op 22. Van de 22 roostervrije
dagen per kalenderjaar worden:
10 dagen vastgesteld in de onderneming op
basis van de in lid 4a genoemde regeling;
12 dagen vastgesteld overeenkomstig het
verzoek van de werknemer. Het verzoek
wordt in ieder geval gehonoreerd indien dit
twee weken voor aanvang aan de werkgever
kenbaar is gemaakt.’’
Lid 4a
Lid 5b
Lid 6
Lid 7 sub a en sub b
Lid 7 sub c: ,,Alleen wanneer het dienstverband
op verzoek van de werknemer wordt
beëindigd, dan wel bij beëindiging van het
dienstverband met als reden zeer verwijtbaar
gedrag van de werknemer, kan in geval bij
de beëindiging van het dienstverband de
werknemer meer roostervrije dagen blijkt te
hebben opgenomen dan waarop hij op de
datum van beëindiging recht had, de
werkgever deze meerdere dag(en) met de
werknemer verrekenen.’’

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel Van toepassing zijnde delen
Artikel 19b: Roostervrije Lid 1, behoudens de laatste volzin
dagen UTA-werknemers Lid 2 t/m 4
Lid 6
Lid 7: ’’Indien bij opzegging van het
dienstverband blijkt dat de werknemer op het
tijdstip van beëindiging van het dienstverband
recht zal kunnen doen gelden op een
groter aantal dan de feitelijk opgenomen
roostervrije dagen dienen deze dagen alsnog
in overleg met de werkgever vóór de
beëindiging van het dienstverband te worden
opgenomen. Alleen wanneer het dienstverband
op verzoek van de werknemer wordt
beëindigd, dan wel bij beëindiging van het
dienstverband met als reden zeer verwijtbaar
gedrag van de werknemer, kan in geval bij
de beëindiging van het dienstverband de
werknemer meer roostervrije dagen blijkt te
hebben opgenomen dan waarop hij op de
datum van beëindiging recht had, de
werkgever deze meerdere dag(en) met de
werknemer verrekenen.’’
Lid 8
Artikel 20a: Ongunstige Lid 1 t/m 3
weersomstandigheden Lid 4, behoudens laatste volzin
bouwplaatswerknemers Lid 6
Lid 9
Lid 12 t/m 15
Artikel 20b: Ongunstige Lid 1
weersomstandigheden Lid 2, behoudens de verwijzing naar lid 3
UTA-werknemers
Artikel 21: Kort verzuim Lid 1: ,,In de hierna te noemen gevallen
heeft de werknemer gedurende in totaal
maximaal drie werkdagen per kalenderjaar
recht op vrijaf, met doorbetaling van het vast
overeengekomen loon: ()’’ Rest lid 1
ongewijzigd
Lid6en7

Artikel Van toepassing zijnde delen
Artikel 23a: Vakantie Lid3en4
bouwplaatswerknemers Lid 6 t/m 8
Lid 9b, alleen eerste volzin
Lid 10c
Artikel 23b: Vakantie Lid1en2
UTA-werknemers Lid 5: ,,Werknemers van 55 jaar of ouder
kunnen het aantal verlofdagen dat uitstijgt
boven de 25 inzetten als extra seniorendagen.’’
Lid 6 t/m 10
Artikel 24: Feestdagen Integraal
Artikel 25a: Functie-indeling Lid 1, met dien verstande dat voor
bouwplaatswerknemers buitenlandse werknemers een aangepaste
functie-indeling geldt (zie deel II van deze
bijlage).
Lid2en3
Artikel 25b: Functie-indeling Lid 1, met dien verstande dat voor
UTA-werknemers buitenlandse werknemers een aangepaste
functie-indeling geldt (zie deel II van deze
bijlage).
Lid2en3
Artikel 26a: Wijze van Lid 5 ,,Bij elke loonbetaling zal aan de
loonbetaling werknemer een specificatie worden verstrekt
van het brutoloon, verdeeld in bijvoorbeeld
garantieloon, prestatiebeloning of soortgelijke
beloningscomponenten, overuren, reisurenvergoeding
en andere vergoedingen en/of
toeslagen.’’
Artikel 27: Garantielonen en Zie aparte uitwerking in deel III van deze
inloopschalen vakvolwassen bijlage
bouwplaatswerknemers

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel Van toepassing zijnde delen
Artikel 28: Garantielonen
jeugdige bouwplaatswerknemers
Aparte uitwerking lid 1 (zie deel III deze
bijlage)
Lid 2
Aparte uitwerking lid 3 a t/m f (zie verderop
in deze bijlage)
Lid 3 h: ,,De jeugdige werknemer die
gehuwd is heeft aanspraak op het loon van
een drie jaar oudere werknemer.’’
Lid 5 a ,,In afwijking van het gestelde in het
eerste lid betaalt de werkgever een
werknemer, die nog nooit in de bouw heeft
gewerkt, maximaal voor de periode van een
jaar een loon volgens de inloopschaal. Voor
de inloopschalen geldt dat werknemers die èn
jonger zijn dan 22 jaar èn de vakopleiding
instromen niet volgens deze schaal worden
beloond.’’
Lid5b
Artikel 29: Salarisschalen Lid 1
UTA-werknemers Lid 2: ,,De werkgever zal aan de werknemer
van 22 jaar of ouder een salaris betalen dat
ligt op of boven het minimum van de
salarisschaal behorend bij diens functieniveau.
De salarissen zijn opgenomen in de
tabellen 1, 4 en 5 van bijlage 7b.’’
Lid 3: ,,De werkgever zal aan de jeugdige
werknemer beneden de leeftijd van 22 jaar
een salaris betalen dat ligt op of boven het
minimum behorend bij diens functieniveau.
De salarissen zijn opgenomen in de tabellen
2, 5 en 7 van bijlage 7b.’’
Lid4en5
Artikel 30: Loonsverhogingen
en eenmalige uitkeringen
bouwplaatswerknemers
Artikel 32a: VakantieLid1en2
Lid 2, behoudens de laatste volzin.
uitkering voor bouwplaatswerknemers

 

Artikel Van toepassing zijnde delen
Artikel 32b: Vakantie-Integraal
uitkering voor UTAwerknemers
Artikel 33: Prestatiebeloning Integraal
Artikel 35a: OverwerkLid1en2
vergoeding bouwplaats-Lid 3, behoudens laatste volzin
werknemers
Artikel 35b: Overwerk-Integraal
vergoeding UTA-werknemers
Artikel 36: Vergoeding Lid 1 t/m 3
bereikbaarheidsdienst Lid 4, behoudens laatste volzin.
Artikel 37: Toeslag Integraal
verschoven uren Tijwerk en
Infra
Artikel 38: Toeslag Integraal
ploegendienst
Artikel 39: Toeslag Integraal
steenzetterswerkzaamheden
Artikel 41a: Reiskostenver-Lid 1: in dit geval moet onder woongoeding
bouwplaatsgemeente
worden verstaan de tijdelijke
werknemers verblijfplaats van de ter beschikking gestelde
werknemer
Lid 2 t/m 4
Lid 6
Lid 7, behoudens de laatste volzin
Artikel 41b: ReiskostenverLid1en2
goeding UTA-werknemers
Artikel 42: Reisuren Lid 1: ,,Onder reisuren worden verstaan de
uren gedurende welke gereisd wordt van de
tijdelijke verblijfplaats in Nederland tot het
werk en terug. Zij moet worden vergoed
indien de arbeid in een andere dan de
tijdelijke verblijfgemeente van de werknemer
plaatsvindt. Daarbij dient de werkgever de
bepalingen van dit artikel in acht te nemen.’’
Lid 2 t/m 7
Lid 9
Lid 10, behoudens de laatste volzin
Artikel 43: Chauffeurstoeslag Integraal
Artikel 44: Premie schadevrij Integraal
rijden
Artikel 45: Kosten-Lid 1,2en3
vergoedingen Lid 4, behoudens de laatste volzin

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel Van toepassing zijnde delen

Artikel 70a: Bijzondere
veiligheids-en arbobepalingen
bouwplaatswerknemers

Lid 1 en 2 integraal
Lid 3: ,,Jeugdige werknemers beneden 18
jaar mogen niet zelfstandig bouwkranen,
graafmachines, handtrilwalsen, smalspoorlocomotieven,
kleine funderingsinstallaties,
bouwmachines en mobiele kranen bedienen
of onderhouden. Jeugdige werknemers van
18 jaar en ouder mogen deze werkzaamheden
zelfstandig verrichten wanneer zij:

a. de leeftijd van 18 jaar of 19 jaar hebben
bereikt, in opleiding zijn voor, respectievelijk
in het bezit zijn van een verklaring of
diploma voor het met goed gevolg doorlopen
hebben van een opleiding tot machinist,
monteur of materieelkundige, werken onder
deskundig toezicht van uitvoerders of
vakvolwassen werknemers met dezelfde
functie;
b. de leeftijd van 20 jaar hebben bereikt en
in het bezit zijn van een verklaring of
diploma voor het met goed gevolg doorlopen
hebben van een opleiding tot machinist,
monteur of materieelkundige..
Lid 4 t/m 15 integraal
Lid 16 behoudens verwijzing naar artikel 73
Lid 17 en 18 integraal
Lid 19: ,,De werkgever zal bevorderen dat
een werknemer die in het kader van
hijswerkzaamheden lasten aanslaat, dan wel
daartoe aanwijzingen geeft door middel van
armseinen, een hiertoe bestemde cursus heeft
gevolgd.’’
Lid 20 tot en met 23 integraal

Artikel Van toepassing zijnde delen
Artikel 70b: Bijzondere
veiligheids-en arbobepalingen
UTA-werknemers
Lid 1: ,,Indien de werkgever werknemers
opdraagt taken uit te oefenen, voortvloeiende
uit zijn zorg voor de naleving van het bij of
krachtens de Arbo-wet bepaalde, dienen
daarmee samenhangende verantwoordelijkheden
en bevoegdheden iedere werknemer die
het betreft op schrift verstrekt te worden.’’
Lid 2
Artikel 71: Veiligheid bij
verschoven uren Infra
Lid 3: ,,In overleg met en na toestemming
van de werkgever kunnen uitvoerders
jaarlijks een dag voorlichting en instructie
krijgen gericht op het bevorderen van goede
arbeidsomstandigheden op de bouwplaats’’.
Lid 4 t/m 8
Integraal

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel 3: Van toepassing zijnde bepalingen artikel 91 (uitzendarbeid)

Artikel 91: Uitzendarbeid Lid 1 t/m 5
Lid 6: ,,De van toepassing zijnde CAObepalingen
als bedoeld onder lid 2 t/m 5 zijn
nader uitgewerkt en verbijzonderd in tabel 2
van bijlage 16 van deze CAO.’’
Lid 7: ,,Onder vakkracht in bouwplaatsfuncties
wordt verstaan de uitzendwerknemer
die:

a. een beroepsopleiding in de bouw volgt of
een diploma heeft van een beroepsopleiding
in de bouw;
b. binnen een periode van twee jaar in totaal
twaalf maanden bouwwerkzaamheden in de
zin van deze CAO heeft verricht (direct
voorafgaande aan de aanvang van de
uitzendarbeid of – zodra dit het geval is –
gedurende het verrichten van uitzendarbeid in
de bouw).’’
Lid 8: ,,Onder vakkracht in UTA-functies
wordt verstaan de uitzendwerknemer die:
a. in het bezit is van een diploma van gelijk
of vergelijkbaar niveau als niveau 2 van de
beroepsopleidende leerweg in Nederland in
een bouwtechnische richting;
b. binnen een periode van twee jaar in totaal
twaalf maanden UTA-werkzaamheden in de
zin van deze CAO heeft verricht (direct
voorafgaande aan de aanvang van de
uitzendarbeid of – zodra dit het geval is –
gedurende het verrichten van uitzendarbeid in
de bouw).’’
Lid 9
DEEL II: UITWERKING FUNCTIE-INDELING

Uitwerking artikel 25a met betrekking tot de indeling van een
bouwplaatsfunctie

De indeling van de functies in de groepen A tot en met E is gebaseerd
op functie-eisen met betrekking tot opleiding, ervaring, veiligheid en
gezondheid, belastende fysieke arbeidsomstandigheden, leiding geven
en de mate waarin zelfstandig beslissingen genomen moeten worden. Bij

het tijdelijk werken in Nederland dienen werkgever en werknemer gezamenlijk
na te gaan wat de aard van de te verrichten werkzaamheden in
Nederland zal zijn. Vervolgens wordt de werknemer ingedeeld in één
van onderstaande categorieën:

Categorie A

Ongeschoold/ laaggeschoold werk, ervaring niet vereist, assisterende
functie.
Voorbeeld: een bouwvakhelper; het verrichten van eenvoudige werkzaamheden
in de sectoren burgerlijke, utiliteits-, grond-, water-, spoor-
en wegenbouw, waarvoor geen speciale kennis is vereist.

Categorie B

Enige vakspecifieke kennis is aanwezig, mate van zelfstandigheid gering,
bij eenvoudige herhalende werkzaamheden vaak zelfstandigheid.
Voorbeeld: een sloper die onder toezicht werkt; deze verricht alle voorkomende
sloopwerkzaamheden en is behulpzaam bij het onderhouden
van machines en gereedschappen.

Categorie C

Vakspecifieke kennis aanwezig, ze kennen hun vak en kunnen zelfstan-
dig werken. Dit zijn de echte ambachtslieden.
Voorbeeld: een tegelzetter die zelfstandig alle voorkomende werkzaam-
heden bij het tegelzetten verricht.

Categorie D

Gespecialiseerde vakspecifieke kennis, werken zelfstandig, vaak leidinggevend.
Voorbeeld: een metselaar, die zelfstandig alle soorten metselwerk, voegwerk
en eenvoudig raapwerk verricht en repareert; die rioleringen legt
of herstelt alsmede die tegelvloeren, wanden of pannendaken herstelt of
vernieuwt.

Categorie E

Zeer gespecialiseerde kennis, werken zelfstandig, meestal leidinggevend.
Voorbeeld: een funderingsspecialist; dit is een medewerker die belast is
met de dagelijkse leiding van werkzaamheden op het gebied van alle
typen funderingen, anders dan heien, op een klein object of onderdeel
van een groot object.

Uitwerking artikel 25b met betrekking tot de indeling van een UTAfunctie

Met betrekking tot artikel 25b lid 1, waarin wordt verwezen naar bijlage
2b betreffende de functiestructuur, geldt de volgende aangepaste
gebruiksinstructie.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Gebruiksinstructie
Stap 1: Ga na welke de belangrijkste werkzaamheden zijn die regelmatig
in de functie voorkomen.
Stap 2: Kies voor de in te delen functie de overeenkomstige ladder.
Stap 3: Lees deze ladder helemaal door.
Stap 4: Zoek in deze ladder het niveau dat het meest met de in te delen
functie overeenkomt.
Stap 5: Stel vast dat de karakteristiek op de hogere trede ook duidelijk
hoger en die op de lagere trede ook duidelijk lager is dan het niveau van
de desbetreffende functie.
NB 1: Lukken stappen 4 en 5 niet, ga dan na of er sprake is van een
combinatiefunctie. Splits deze dan op en volg de stappen 4 en 5 voor de
afzonderlijke delen. In zo’n geval geldt de hoogste trede als het niveau
van de functie, mits de werkzaamheden op dit hoogste niveau voor meer
dan 20% van de tijd worden uitgeoefend.
NB 2: Voor medewerkers in opleiding wordt geen apart functieniveau
onderscheiden. Deze medewerkers worden tijdelijk één trede lager ingedeeld
dan de functie waarvoor zij in opleiding zijn.
Stap 6: Vergelijk het minimum van deze schaal met het huidige salaris
van de betreffende werknemer en ken het hoogste salaris toe.
Stap 7: Deel uw beslissing mee aan de medewerker.
Voor het overige dient de bijlage gevolgd te worden met dien verstande
dat de opgesomde van toepassing verklaarde CAO-bepalingen niet van
toepassing zijn op de functies 6, 13 t/m 16 en 18 t/m 25. Wel van toe-
passing zijn dus onderstaande functies uit de functieladder:

1. Uitvoering
2. Bedrijfsbureau
3. Werkvoorbereiding
4. Calculatie
5. Planontwikkeling, Constructiebureau en Tekenkamer
7. Inkoop
8. Beheer van Materieel en Bouwmateriaal
9. Onderhoud Materieel
10. Kwaliteitscontrole asfalt en/of beton
11. Administratie Algemeen
12. Werkenadministratie
17. Programmering en Systeemanalyse
DEEL III: UITWERKING GARANTIELONEN BOUWPLAATSWERKNEMERS

Uitwerking artikel 27 inzake garantielonen voor vakvolwassenen

1. De werkgever zal aan de werknemer van 22 jaar en ouder per volle
werkweek minimaal het weekloon betalen dat voor de functiegroep

waarin de werknemer is ingedeeld geldt. Wanneer de werknemer binnen
de normale arbeidstijd volgens artikel 15 minder dan 40 uur per
week heeft gewerkt, moet hem per gewerkt uur minimaal het voor
zijn functiegroep vastgestelde uurloon worden uitbetaald (zie tabel I,
bijlage 7a)

2. Inloopschaal vakvolwassen werknemers
In afwijking van het bepaalde onder 1 betaalt de werkgever een
werknemer die nog nooit in de bouw heeft gewerkt, maximaal voor
de periode van een jaar, een loon volgens de inloopschaal. Deze
afwijking geldt niet voor een werknemer die een vakopleiding in de
bouw volgt of in het bezit is van een vakopleidingsdiploma (zie tabel
IV, bijlage 7a).
3. Voor degene die leiding geeft aan ten minste vijf werknemers geldt
tabel II van bijlage 7a.
Uitwerking artikel 27 inzake garantielonen voor jeugdigen

Een jeugdige werknemer is iemand beneden 22 jaar.

Tabel 5: Uurlonen voor jeugdigen per 1 juli 2007 (in euro’s)

Leeftijd Zonder Beroeps-Diploma
Beroeps-opleiding in de Beroeps-opleiding
opleiding in de bouw volgend in de bouw
bouw

16 4,50 4,77
17 5,07 5,37 6,56
18 6,19 6,56 7,75
19 7,32 7,75 8,95
20 8,45 8,95 10,44
21 9,85 10,44

Tabel 6: Uurlonen voor jeugdigen per 1 januari 2008 (in euro’s)

Leeftijd Zonder Beroeps-Diploma
Beroeps-opleiding in de Beroeps-opleiding
opleiding in de bouw volgend in de bouw
bouw

16 4,57 4,84
17 5,14 5,45 6,66
18 6,29 6,66 7,87
19 7,43 7,87 9,08
20 8,57 9,08 10,60
21 10,00 10,60

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Tabel 7: Uurlonen voor jeugdigen per 1 juli 2008 (in euro’s)

Leeftijd Zonder Beroeps-Diploma
Beroeps-opleiding in de Beroeps-opleiding
opleiding in de bouw volgend in de bouw
bouw

16 4,65 4,93
17 5,23 5,45 6,78
18 6,40 6,78 8,01
19 7,56 8,01 9,24
20 8,72 9,24 10,78
21 10,18 10,78

Tabel 8: Uurlonen voor jeugdigen per 1 januari 2009 (in euro’s)

Leeftijd Zonder Beroeps-Diploma
Beroeps-opleiding in de Beroeps-opleiding
opleiding in de bouw volgend in de bouw
bouw

16 4,72 5,00
17 5,31 5,63 6,88
18 6,49 6,88 8,13
19 7,67 8,13 9,38
20 8,85 9,38 10,94
21 10,33 10,94

Tabel 9: Uurlonen voor jeugdigen per 30 juni 2009 (in euro’s)

Leeftijd Zonder Beroeps-Diploma
Beroeps-opleiding in de Beroeps-opleiding
opleiding in de bouw volgend in de bouw
bouw

16 4,73 5,01
17 5,32 5,64 6,89
18 6,51 6,89 8,14
19 7,69 8,14 9,40
20 8,87 9,40 10,96
21 10,35 10,96

Ploegendienst

De bovenstaande lonen, genoemd bij de uitwerking van artikel 27 en 28
moeten bij werken in ploegendienst worden verhoogd, te weten met 10%
bij tweeploegendienst, en met 15% bij drieploegendienst.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

BIJLAGE 18: STICHTING TIJDSPAARFONDS VOOR DE
BOUWNIJVERHEID

I. STATUTEN
Artikel 1

Naam en zetel

De stichting draagt de naam ,,Stichting Tijdspaarfonds voor de Bouw-
nijverheid’’.
De stichting is statutair gevestigd te Harderwijk.
De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

Artikel 2

Definities

In deze statuten wordt verstaan onder:
Tijdspaarfonds: de in artikel 1 genoemde stichting;
deze CAO: de CAO voor de bouwnijverheid 2007–2009;
partijen: partijen bij de CAO voor de Bouwnijverheid;
werkgever: de werkgever in de zin van de CAO;
werknemer: de bouwplaats-of UTA-werknemer in de zin van de CAO;
deelnemer: de bouwplaatswerknemer die verplicht deelneemt aan het
Tijdspaarfonds of de UTA-werknemer die vrijwillig deelneemt aan het
Tijdspaarfonds;
bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 8 van deze statuten;
reglement: een reglement als bedoeld in artikel 11 van deze statuten;
afdracht of storting: het bedrag dat de werkgever verschuldigd is aan het
Tijdspaarfonds;
uitvoeringsorganisatie: Cordares CAO-Regelingen B.V., statutair geves-
tigd te Amsterdam;
Technisch Bureau Bouwnijverheid: de Stichting Technisch Bureau voor
de Bouwnijverheid statutair gevestigd te Harderwijk.

Artikel 3

Doel

In het Tijdspaarfonds wordt deelgenomen door de bouwplaatswerknemers
op wie de CAO van toepassing is. Deelname van UTAwerknemers
op wie de CAO van toepassing is geschiedt op vrijwillige
basis.

Het Tijdspaarfonds heeft ten doel in overeenstemming met de desbetreffende
bepalingen in de CAO en overeenkomstig bij reglement vast te
stellen bepalingen, aan deelnemers een uitkering te verschaffen wegens

a. vakantietoeslag;
b. loonderving bij bovenwettelijke vakantiedagen;
c. loonderving voor een aantal van de roostervrije dagen;
d. loonderving bij kortverzuim;
e. eventuele andere daarmee verband houdende situaties.
Artikel 4

Middelen

1. De geldmiddelen van het Tijdspaarfonds bestaan uit:
a. het stichtingskapitaal;
b. renten;
c. eventuele (overheids)subsidies;
d. geldleningen;
e. andere baten.
2. Ter uitvoering van het doel worden de door partijen vast te stellen
bedragen voor de opbouw van afdrachten door de werkgever aan het
Tijdspaarfonds betaald.
3. De opbrengsten uit de beleggingen worden gebruikt ter financiering
van de uitvoeringskosten.
4. Het bestuur beslist over de bestemming van mogelijke opbrengsten
die het niveau van de kosten overstijgen.
5. Indien in enig boekjaar de opbrengst van de in het eerste lid van dit
artikel bedoelde middelen kleiner is dan het totaal van de uitgaven
van de stichting dan wordt het nadelig verschil ten laste van het volgend
boekjaar gebracht.
6. De afgedragen stortingen zullen door het bestuur worden belegd op
zodanige wijze dat een zo optimaal mogelijk rendement wordt verkregen
en zonder dat een belangrijk risico van blijvende vermogensverliezen
wordt gelopen.
Artikel 5

Uitkeringen

De geldswaarde van de afgedragen stortingen wordt aan de deelnemer
uitbetaald op bij reglement te bepalen voorwaarden.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

Artikel 6

Administratie

Het Tijdspaarfonds draagt zijn administratie op aan de uitvoeringsorganisatie.

Artikel 7

Secretariaat

Het bestuur laat zich bij het uitvoeren van zijn taak terzijde staan door
het Technisch Bureau Bouwnijverheid.

Artikel 8

Bestuur

1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tien leden, te weten vijf
werkgeversleden en vijf werknemersleden.
2. De werkgeversleden worden benoemd door Bouwend Nederland.
Drie werknemersleden worden benoemd door FNV Bouw, twee
werknemersleden worden benoemd door de Hout-en Bouwbond
CNV.
3. Het bestuur benoemt uit zijn midden twee voorzitters: een van
werkgeverszijde en een van werknemerszijde.
4. Om beurten treden de voorzitters voor de tijd van een kalenderjaar
als voorzitter en als tweede voorzitter op.
5. Voor de verdeling van de bestuurszetels voor de werknemersorganisaties
geldt een kiesdeler. De kiesdeler wordt bepaald door het
aantal actieve leden van de werknemersorganisatie(s) die betrokken
zijn bij de stichting, te delen door 7. Na normale afronding volgt
hieruit het aantal bestuursleden per organisatie. Als werknemersorganisaties
worden beschouwd partijen betrokken bij de collectieve
arbeidsovereenkomsten van de bouwnijverheid. De stand per 1 juli
van enig jaar is bepalend voor de zetelverdeling in het daaropvolgende
jaar. Na schriftelijk verzoek van ten minste één van de werknemersorganisaties
stelt het bestuur de kiesdeler opnieuw vast. Het
totaal aantal werknemerszetels is 5.

6. De bestuursleden worden benoemd voor een periode van drie jaar en
zijn herbenoembaar. Het bestuur stelt een rooster van aftreden op. In
onvoorziene omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.
7. In tussentijdse vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
8. De organisatie die een bestuurslid benoemt, kan te allen tijde die
benoeming intrekken en in plaats daarvan een ander tot bestuurslid
benoemen.
Artikel 9

Bestuursvergaderingen

1. De agenda voor de vergaderingen van het bestuur wordt met eventuele
bijlagen door het Technisch Bureau Bouwnijverheid te Harderwijk
voor de vergadering aan de leden toegezonden. Stukken en
voorstellen die zijn ingekomen nadat de agenda is verzonden, kunnen
alleen in behandeling worden genomen, indien hiertoe met meerderheid
van stemmen besloten wordt.
2. Bij uitzondering kunnen, in spoedeisende gevallen ofwel in gevallen
waarin geen twijfel mogelijk is, door beide voorzitters gezamenlijk
voorlopige beslissingen en maatregelen worden genomen, die in de
eerstvolgende vergadering van het bestuur ter bekrachtiging worden
voorgedragen.
3. In een vergadering van het bestuur mogen geen besluiten worden
genomen, als niet ten minste vier bestuursleden aanwezig zijn, waarvan
ten minste twee werkgeversleden en ten minste twee werknemersleden.
4. Indien in een vergadering van het bestuur meer werkgeversleden
aanwezig zijn dan werknemersleden – of omgekeerd –, dan brengen
de leden van de groep met de meeste aanwezigen samen evenveel
stemmen uit als de andere groep leden.
5. Over zaken wordt bij voorkeur mondeling en over personen schriftelijk
gestemd.
6. Alle besluiten worden, behoudens in de gevallen bedoeld in artikel
15 van deze statuten, genomen met meerderheid van stemmen.
7. Indien de stemmen staken wordt de beslissing tot de volgende vergadering
uitgesteld. Indien op die vergadering opnieuw de stemmen
staken, wordt het voorstel geacht te zijn afgewezen zo het een stemming
over zaken betreft en zal, indien het een stemming over personen
betreft, het lot beslissen.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

8. Een gewone meerderheid binnen de werkgevers-of werknemersgeleding
bepaalt het standpunt van die geleding.
9. Leden van het bestuur van het Technisch Bureau Bouwnijverheid
zijn gerechtigd bij bestuursvergaderingen aanwezig te zijn. Het bestuur
kan besluiten over de aanwezigheid van derden tijdens de
bestuursvergaderingen.
Artikel 10

Bestuursbevoegdheden en vertegenwoordiging

1. Het bestuur is belast met het besturen van de zaken van de stichting,
het beheer van haar vermogen, alsmede het innen van de gelden en
het doen van uitkeringen. Het bestuur is bevoegd, met inachtneming
van het in deze statuten bepaalde, tot alle rechtshandelingen met
name ook tot het sluiten van die overeenkomsten, waarvoor het regelend
recht een beperking kent.
2. Het bestuur beslist in alle zaken waarin de beslissing niet is opgedragen
of gedelegeerd aan andere organen van de stichting.
3. De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het
bestuur alsmede door beide voorzitters gezamenlijk.
Artikel 11

Reglementen

1. Het bestuur kan voor de uitvoering van zijn taak een of meer
uitvoeringsreglementen vaststellen.
2. De reglementen mogen geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn
met deze statuten.
Artikel 12

Mandaat

1. Het bestuur kan uitdrukkelijk omschreven bevoegdheden mandateren
aan het Technisch Bureau Bouwnijverheid dan wel aan de
uitvoeringsorganisatie en/of aan door het bestuur, al dan niet geheel
uit zijn midden benoemde paritaire commissies waarbij aan deze
commissies toestemming kan worden verleend, volgens door het

bestuur te stellen richtlijnen, een deel van deze bevoegdheden weer
over te dragen aan het Technisch Bureau Bouwnijverheid c.q. de
uitvoeringsorganisatie. De gemandateerde bevoegdheden worden
door de commissies dan wel het Technisch Bureau Bouwnijverheid

c.q. de uitvoeringsorganisatie uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid
van het bestuur.
2. Het administratief en geldelijk beheer wordt onder verantwoordelijkheid
van het bestuur uitgevoerd.
Artikel 13

Begroting

1. Uiterlijk in de maand januari worden de begrotingen van inkomsten
en van uitgaven voor het lopende boekjaar vastgesteld.
2. De begroting is ingericht en gespecificeerd volgens de in artikel 3
van deze statuten omschreven bestedingsdoelen.
3. De begroting van inkomsten en uitgaven behoeft de goedkeuring van
de bestuursleden benoemende organisaties, als bedoeld in artikel 8
lid 2.
4. De begroting van inkomsten en uitgaven is op aanvraag beschikbaar
voor alle bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers.
Artikel 14

Jaarverslag, rekening en verantwoording

1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het bestuur van de stichting stelt jaarlijks een verslag op, dat een
getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen
van de stichting aan het einde van het boekjaar en van de ontwikkeling
daarvan gedurende het boekjaar, en dat is gespecificeerd
overeenkomstig de in artikel 3 van de statuten omschreven
bestedingsdoelen; via dit verslag legt het bestuur rekenschap van het
gevoerde beleid af aan de bestuursleden benoemende organisaties als
bedoeld in artikel 8 lid 2.
3. Dit verslag moet zijn gecontroleerd door een externe door het bestuur
te benoemen registeraccountant of accountantadministratieconsulent
met certificerende bevoegdheid, uit welke
stukken moet blijken dat de uitgaven conform de in artikel 3 van de
statuten omschreven bestedingsdoelen zijn gedaan.

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

4. Dit verslag wordt, voorzien van de goedkeurende verklaring van de
registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende
bevoegdheid, ter inzage van de bij de stichting betrokken
werkgevers en werknemers neergelegd:
a. Ten kantore van het Technisch Bureau Bouwnijverheid.
b. Op een of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
aan te wijzen plaatsen.
5. Het verslag en de accountantsverklaring worden zonder aanvraag
toegezonden aan partijen als bedoeld in artikel 2 onder c van deze
statuten en op aanvraag tegen kostprijs aan de bij de stichting betrokken
werkgevers en werknemers.
6. Het verslag en de goedkeurende accountantsverklaring worden binnen
zes maanden na het verstrijken van het boekjaar in drievoud
gezonden naar de directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving
(UAW) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(SZW). Uit deze stukken moet blijken dat de uitgaven
conform de in artikel 3 omschreven bestedingsdoelen zijn gedaan.
Artikel 15

Statutenwijziging

1. Het bestuur is bevoegd tot wijziging van de statuten.
2. Tot wijziging van de statuten kan door het bestuur worden besloten
in een speciaal daartoe uitgeschreven vergadering.
3. Een besluit tot wijziging van de statuten kan slechts genomen worden,
wanneer ten minste tweederde gedeelte van het aantal
werkgeversbestuursleden, en ten minste tweederde gedeelte van het
aantal werknemersbestuursleden zich voor die statutenwijziging verklaren.
4. Een besluit tot vaststelling of wijziging van de statuten wordt eerst
van kracht nadat de bestuursleden benoemende organisaties als bedoeld
in artikel 8 lid 2 hiervan schriftelijk op de hoogte zijn gebracht
en hieraan hun goedkeuring hebben verleend. In verband met de
voortgang van het proces wordt het uitblijven van een schriftelijke
reactie van de hiervoor genoemde organisaties binnen 6 maanden
beschouwd als een instemmende reactie.
5. De wijziging van de statuten moet bij notariële akte tot stand komen.

6. De reglementen, alsmede de in deze statuten en in de reglementen
aangebrachte wijzigingen, treden niet in werking alvorens een volledig
exemplaar van die stukken onderscheidenlijk van de wijzigingen
daarin, door het bestuur ondertekend, voor een ieder ter inzage is
neergelegd ter Griffie van het Kantongerecht binnen welks ressort de
stichting is gevestigd.
Artikel 16

Ontbinding en liquidatie

1. Tot ontbinding van de stichting kan alleen worden overgegaan in de
volgende gevallen:
a. Indien partijen bij de CAO voor de Bouwnijverheid daartoe unaniem
besluiten; of
b. Indien de CAO voor de Bouwnijverheid ten minste één jaar is
geëxpireerd.
2. Om in het in lid 1 onder b bedoelde geval tot ontbinding over te
gaan, volstaat het wanneer één der partijen bij de CAO dit per aangetekend
schrijven meldt aan alle andere bij de CAO betrokken partijen,
uiterlijk zes maanden na expiratie van de CAO voor de Bouwnijverheid.
3. In geval van ontbinding worden deze statuten en het bijbehorende
reglement via een wijziging van de algemeenverbindendverklaring
uit deze CAO verwijderd en wordt van de ontbinding opgaaf gedaan
aan het register waar de stichting was ingeschreven.
4. In geval van ontbinding is het bestuur belast met de uitvoering van
de liquidatie en alle daarbij behorende zaken, waaronder de bestemming
van een eventueel batig saldo.
Artikel 18

Slotbepaling

In alle gevallen waarin niet door deze statuten of de reglementen van de
stichting is voorzien beslist het bestuur.

II. REGLEMENT
Artikel 1

Definities

In dit reglement wordt verstaan onder:

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

1. het Tijdspaarfonds: de Stichting Tijdspaarfonds voor de Bouwnijverheid,
statutair gevestigd te Hoofddorp;
2. de statuten: de statuten van het Tijdspaarfonds;
3. het bestuur: het bestuur van het Tijdspaarfonds;
4. de(ze) CAO: de CAO voor de Bouwnijverheid 2007–2009;
5. de werkgever: de werkgever op wie de bepalingen van deze CAO
van toepassing zijn;
6. bouwplaatswerknemer: de werknemer op wie de bepalingen van de
CAO van toepassing zijn, die werkzaam is in een bouwplaatsfunctie
en die verplicht deelneemt aan het Tijdspaarfonds;
7. UTA-werknemer: de werknemer op wie de bepalingen van de CAO
van toepassing zijn, die werkzaam is in een uitvoerende, technische
of administratieve functie en die op vrijwillige basis deelneemt aan
het Tijdspaarfonds;
8. deelnemer: de bouwplaats-of UTA-werknemer als onder 6 en 7
bedoeld;
9. vakbondsconsulenten: medewerkers van FNV Bouw en de Hout-en
Bouwbond CNV;
10. vakantiedagen: de bovenwettelijke vakantiedagen waarover de werkgever
geen loon behoeft te betalen, mits de werkgever de geldswaarde
daarvan in het Tijdspaarfonds heeft gestort;
11. roostervrije dagen: arbeidstijdverkorting-of roostervrije dagen waarover
de werkgever geen loon behoeft te betalen, mits de werkgever
de geldswaarde daarvan in het Tijdspaarfonds heeft gestort;
12. kortverzuimdagen: dagen waarop de deelnemer een werkdag of een
deel van de werkdag zijn arbeid niet kan verrichten en waarover de
werkgever geen loon behoeft te betalen, mits de werkgever de geldswaarde
daarvan in het Tijdspaarfonds heeft gestort;
13. vakantietoeslag: de procentuele vakantiebijslag als bedoeld in artikel
32a lid 2 dan wel artikel 32b lid 2 van deze CAO (met ingang van
2006: 8%).
14. het uurloon: het bij deze CAO gedefinieerde vast overeengekomen

loon per uur voor bouwplaatswerknemers, vermeerderd met de resultaten
van een prestatiebevorderend systeem, toeslagen voor alle vormen
van werken in ploegendiensten, de leermeester/
instructeurstoeslag, de voorliedentoeslag, de toeslag verschoven uren
tijwerk en de toeslag verschoven arbeidstijden Infra;

15. het salaris: het bij deze CAO gedefinieerde tussen UTA-werknemer
en werkgever overeengekomen vaste brutobedrag per periode, dat de
werknemer als loon voor zijn werkzaamheden in de door hem uitgeoefende
functie van de werkgever ontvangt;
16. loonbetalingsperiode: de overeengekomen, aaneengesloten periode
van vier weken of één maand waarover het loon of salaris wordt uitbetaald;
17. afdracht vakantietoeslag: de waarde van de storting in het Tijdspaarfonds
voor de vakantietoeslag;
18. afdracht dagen: de waarde van de storting in het Tijdspaarfonds voor
de bovenwettelijke vakantiedagen, roostervrije dagen en kortverzuimdagen
als bedoeld in dit reglement;
19. extra afdracht: de waarde van de storting in het Tijdspaarfonds van
mogelijk tussen werkgever en werknemer afgesproken andere dan in
17 en 18 bedoelde elementen;
20. Tijdspaarrekening: de rekening die op naam van de deelnemer bij de
uitvoeringsorganisatie wordt geopend ten behoeve van de stortingen
aan en uitbetalingen van het Tijdspaarfonds;
21. volledige storting: het volledige, per loonbetalingsperiode van vier
weken of één maand tijdsevenredige deel van de vakantietoeslag en
de waarde van de dagen als bedoeld in 18 plus eventuele extra
afdrachten;
22. gedeeltelijke storting: 55% van de volledige storting als bedoeld in
21;
23. Technisch Bureau Bouwnijverheid: de Stichting Technisch Bureau
voor de Bouwnijverheid, statutair gevestigd te Hoofddorp;
24. Uitvoeringsorganisatie: Cordares CAO-Regelingen, statutair gevestigd
te Amsterdam.
Artikel 2

Vaststelling afdracht dagen

1. Voor de bouwplaatswerknemer jonger dan 18 jaar worden op jaarbasis
9 bovenwettelijke vakantiedagen, 10 roostervrije dagen en 3 kortverzuimdagen
in het Tijdspaarfonds gestort.
2. Voor de bouwplaatswerknemer van 18 jaar of ouder worden op jaarbasis
5 bovenwettelijke vakantiedagen, 10 roostervrije dagen en 3
kortverzuimdagen in het Tijdspaarfonds gestort.
3. Voor de UTA-werknemer jonger dan 18 jaar die te kennen heeft
gegeven deel te willen nemen aan het Tijdspaarfonds worden op jaar

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

basis 7 bovenwettelijke vakantiedagen, 5 roostervrije dagen en 3
kortverzuimdagen in het Tijdspaarfonds gestort.

4. Voor de UTA-werknemer van 18 jaar of ouder die te kennen heeft
gegeven deel te willen nemen aan het Tijdspaarfonds worden op jaarbasis
5 bovenwettelijke vakantiedagen, 5 roostervrije dagen en 3
kortverzuimdagen in het Tijdspaarfonds gestort.
5. Voor de bouwplaatswerknemer van 55 jaar of ouder die gebruik
maakt van de mogelijkheid van een vierdaagse werkweek worden op
jaarbasis uitsluitend 3 kortverzuimdagen in het Tijdspaarfonds gestort.
Het staat hem echter vrij om daarnaast ook de 5 bovenwettelijke
vakantiedagen en 10 roostervrije dagen in het Tijdspaarfonds
te laten storten. In het laatste geval, is de werkgever over deze
dagen niet gehouden tot doorbetaling van het loon.
6. De UTA-werknemer van 55 jaar of ouder die gebruik maakt van de
mogelijkheid van een vierdaagse werkweek kan ervoor kiezen om
toch deel te nemen in het Tijdspaarfonds. In dat geval worden op
jaarbasis in elk geval 3 kortverzuimdagen in het Tijdspaarfonds
gestort, maar kan de werknemer ervoor kiezen om ook de 5 bovenwettelijke
vakantiedagen en 5 roostervrije dagen in het Tijdspaarfonds
te laten storten.
7. De afdracht dagen wordt berekend via de volgende formule:
ULx 8 xAD
AL

UL = uurloon; voor UTA-werknemers moet het maandsalaris worden
teruggerekend naar een uursalaris.
AD = het voor de betreffende deelnemer geldende totaal van het aan-
tal vakantie-, kortverzuim-en roostervrije dagen op jaarbasis, waar-
van de geldswaarde wordt gestort in het Tijdspaarfonds.
AL = het aantal loonbetalingsperioden per jaar (12 of 13).

8. Voor deelnemers die in deeltijd werken wordt op de afdracht dagen
de deeltijdfactor toegepast.

Artikel 3

Vaststelling afdracht vakantietoeslag

1. Voor de deelnemer wordt op jaarbasis 8% vakantietoeslag in het
Tijdspaarfonds gestort.
2. De afdracht vakantietoeslag voor bouwplaatswerknemers wordt berekend
door het uurloon per overeengekomen loonbetalingsperiode
te vermenigvuldigen met het aantal uren waarover men in die loonbetalingsperiode
recht heeft op loon. Dit bedrag wordt verhoogd met
het bedrag afdracht dagen uit dezelfde loonbetalingsperiode. Het vervolgens
verkregen bedrag wordt vermenigvuldigd met 8%.
3. De afdracht vakantietoeslag voor UTA-werknemers wordt berekend
door het uursalaris per overeengekomen loonbetalingsperiode te vermenigvuldigen
met het aantal uren, waarover men in die loonbetalingsperiode
recht heeft op salaris. Dit bedrag wordt verhoogd
met het bedrag afdracht dagen uit dezelfde loonbetalingsperiode. Het
vervolgens verkregen bedrag wordt vermenigvuldigd met 8%.
Artikel 4

Extra afdrachten

De deelnemer kan met instemming van de werkgever ook de geldswaarde
van andere inkomensbestanddelen op zijn individuele Tijdspaarrekening
laten storten, zoals overige roostervrije dagen, of roostervrije
dagen die aan het eind van het jaar niet zijn opgenomen, reisuren
en/of de chauffeurstoeslag.

Artikel 5

Aangepaste afdracht

Indien de deelnemer in een kalenderjaar minder verlofdagen en/of
roostervrije dagen heeft opgenomen dan waarvoor afdracht dagen heeft
plaatsgehad, kan de deelnemer de werkgever vragen de afdracht dagen
in het volgende kalenderjaar met dat aantal dagen te verlagen. De geldswaarde
van dat aantal dagen kan aangewend worden voor een storting
in een levensloopregeling. Aanspraken kunnen niet in tijd naar een volgend
kalenderjaar worden overgeheveld.

Artikel 6

Arbeidsongeschiktheid

1. De opbouw van het recht op roostervrije dagen en kortverzuimdagen

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

loopt door tijdens arbeidsongeschiktheid, zolang de bouwplaats-of
UTA-werknemer bij de werkgever in dienst is.

2. Om opbouw van voldoende verlofdagen bij volledige arbeidsongeschiktheid
te garanderen, is in de CAO bepaald dat de opbouw van
bovenwettelijke vakantiedagen gedurende de eerste 26 weken van
arbeidsongeschiktheid plaatsvindt.
3. Onder volledige arbeidsongeschiktheid wordt mede verstaan perioden
van volledige arbeidsongeschiktheid die elkaar binnen een maand
opvolgen.
Artikel 7

Wijze van afdracht

1. De deelnemer kan kiezen voor een volledige of een gedeeltelijke
storting.
2. De afdrachten vakantietoeslag en dagen worden apart door de werkgever
berekend en binnen 14 dagen na afloop van elke loonbetalingsperiode
op de Tijdspaarrekening van de werknemer overgemaakt.
3. Over de afdrachten zijn dezelfde heffingen verschuldigd als bij loon-
of salarisbetalingen uit arbeidsovereenkomst. De heffingen over de
afdrachten houdt de werkgever in bij de loon-of salarisbetaling.
4. De uit te betalen bedragen uit het Tijdspaarfonds aan de deelnemer
zijn nettobedragen.
5. Indien de betaling niet tijdig heeft plaatsgevonden is de werkgever
in verzuim. Het bestuur is bevoegd vanaf de datum van verzuim
rente te vorderen over de achterstallige betalingen. Deze rente is
gelijk aan de wettelijke rente.
Artikel 8

Uitbetalen dagen en vakantietoeslag

1. De gestorte afdrachten dagen en vakantietoeslag zijn vrij opneembaar.
2. Tijdig gestorte afdrachten dagen en vakantietoeslag worden op aanvraag
van de deelnemer door de uitvoeringsorganisatie tussentijds

aan hem uitbetaald. De aanvraag voor uitbetaling aan een bouwplaatswerknemer
moet worden ingediend bij een vakbondsconsulent naar
keuze van de werknemer.

3. Tijdig gestorte afdrachten dagen en vakantietoeslag van de UTAwerknemer
worden op aanvraag via internet (www.tijdsparenbouw.nl)
door de uitvoeringsorganisatie tussentijds aan hem uitbetaald.
4. De uitbetaling heeft plaats op het bank-of girorekeningnummer dat
bij de uitvoeringsorganisatie van de werknemer bekend is.
5. Alle tijdig gestorte afdrachten dagen en vakantietoeslag die niet tussentijds
zijn opgenomen worden in de maand mei van elk kalenderjaar
door de uitvoeringsorganisatie aan de werknemer uitbetaald zonder
dat daarvoor een aanvraag behoeft te worden gedaan. Echter, de
deelnemer kan via internet (www.tijdsparenbouw.nl) aangeven dat
hij het geld op de Tijdspaarrekening wil laten staan.
Artikel 10

Vergoeding

1. Het bestuur stelt jaarlijks vast of er over de spaarsaldi die in het
voorgaande kalenderjaar op de Tijdspaarrekening hebben gestaan een
vergoeding kan worden verstrekt.
2. Onder spaarsaldi worden verstaan zowel de afdracht vakantietoeslag
en de afdracht dagen, als de eventuele extra stortingen en de vrijgevallen
maar nog niet opgenomen bedragen op de Tijdspaarrekening.
Artikel 11

Administratieve gegevens

1. De werkgever verstrekt aan de uitvoeringsorganisatie desgevraagd
alle gegevens die nodig zijn om op naam van de deelnemer de
afdrachten te kunnen administreren.
2. De uitvoeringsorganisatie verstrekt de werkgever via internet (www.
tijdsparenbouw.nl) tijdig instructie wanneer en op welke wijze de
gegevens moeten worden aangeleverd en hoe de betaling dient te
geschieden.
Artikel 12

Verstrekken van inlichtingen

1. De werkgever en deelnemer zijn verplicht aan het bestuur of een

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

schriftelijk door hem gemachtigd persoon van de uitvoeringsorganisatie
alle opgaven en inlichtingen te verstrekken die van hen
worden verlangd ten behoeve van een goede administratie van het
Tijdspaarfonds.

2. De werkgever vermeldt op elke loonstrook van de deelnemer welke
bedragen op de Tijdspaarrekening van de deelnemer zijn gestort en
op welke loonperiode die storting betrekking heeft.
3. Het Tijdspaarfonds stelt via een beveiligde internettoepassing aan
iedere deelnemer gegevens beschikbaar die betrekking hebben op de
Tijdspaarrekening van die deelnemer.
Artikel 13

Hardheidsclausule

Het bestuur is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen
tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard die zich bij
de toepassing van dit reglement voordoen.

Artikel 14

Slotbepalingen

1. Teneinde een efficiënte werking van het Tijdspaarfonds te verzekeren,
kunnen door het bestuur nadere voorschriften gegeven worden,
in overeenstemming met de bepalingen van de statuten en van dit
reglement, mits deze voorschriften niet in strijd komen met één of
meer bepalingen van deze CAO.
2. Citeertitel: reglement Tijdspaarfonds voor de Bouwnijverheid

BIJLAGE 19
OVERZICHT WEERSTATIONS PER POSTCODEGEBIED,
ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 20A LID 3

POSTCODEGEBIED WEERSTATION

1000 1129 240 SCHIPHOL
1130 1159 249 BERKHOUT
1160 1199 240 SCHIPHOL
1200 1299 260 DE BILT
1300 1379 269 LELYSTAD
1380 1399 240 SCHIPHOL
1400 1419 260 DE BILT
1420 1469 240 SCHIPHOL
1470 1479 249 BERKHOUT
1480 1599 240 SCHIPHOL
1600 1699 249 BERKHOUT
1700 1749 240 SCHIPHOL
1750 1759 235 DE KOOY
1760 1779 249 BERKHOUT
1780 1789 235 DE KOOY
1790 1799 251 TERSCHELLING
1800 1859 240 SCHIPHOL
1860 1909 257 WIJK AAN ZEE
1910 1929 240 SCHIPHOL
1930 1989 257 WIJK AAN ZEE
1990 2039 240 SCHIPHOL
2040 2062 257 WIJK AAN ZEE
2063 2069 240 SCHIPHOL
2070 2099 257 WIJK AAN ZEE
2100 2109 240 SCHIPHOL
2110 2119 257 WIJK AAN ZEE
2120 2189 240 SCHIPHOL
2190 2299 210 VALKENBURG ZH
2300 2409 240 SCHIPHOL
2410 2419 348 CABAUW
2420 2499 240 SCHIPHOL
2490 2599 210 VALKENBURG ZH
2600 2679 344 ROTTERDAM
2680 2689 210 VALKENBURG ZH
2690 2799 344 ROTTERDAM
2800 2899 348 CABAUW
2900 2939 344 ROTTERDAM
2940 2979 348 CABAUW
2980 3239 344 ROTTERDAM
3240 3259 323 WILHELMINADORP
3260 3299 344 ROTTERDAM

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

POSTCODEGEBIED WEERSTATION

3300 3329 356 HERWIJNEN
3330 3349 344 ROTTERDAM
3350 3399 356 HERWIJNEN
3400 3429 348 CABAUW
3430 3439 260 DE BILT
3440 3449 348 CABAUW
3450 3459 260 DE BILT
3460 3499 348 CABAUW
3500 3639 260 DE BILT
3640 3699 240 SCHIPHOL
3700 3709 260 DE BILT
3710 3719 265 SOESTERBERG
3720 3759 260 DE BILT
3760 3769 265 SOESTERBERG
3770 3789 275 DEELEN
3790 3939 265 SOESTERBERG
3940 3949 260 DE BILT
3950 3959 265 SOESTERBERG
3960 3999 260 DE BILT
4000 4299 356 HERWIJNEN
4300 4499 323 WILHELMINADORP
4503 4599 319 WESTDORPE
4600 4649 350 GILZE EN RIJEN
4650 4699 323 WILHELMINADORP
4700 5059 350 GILZE EN RIJEN
5060 5069 370 EINDHOVEN
5070 5079 350 GILZE EN RIJEN
5080 5099 370 EINDHOVEN
5100 5199 350 GILZE EN RIJEN
5200 5249 375 VOLKEL
5250 5257 350 GILZE EN RIJEN
5258 5259 375 VOLKEL
5260 5269 350 GILZE EN RIJEN
5270 5279 375 VOLKEL
5280 5299 370 EINDHOVEN
5300 5339 356 HERWIJNEN
5340 5499 375 VOLKEL
5500 5739 370 EINDHOVEN
5740 5799 375 VOLKEL
5800 5809 391 ARCEN

POSTCODEGEBIED WEERSTATION

5810 5849 375 VOLKEL
5850 5999 391 ARCEN
6000 6039 370 EINDHOVEN
6040 6049 391 ARCEN
6050 6069 380 MAASTRICHT
6070 6073 391 ARCEN
6074 6079 380 MAASTRICHT
6080 6099 370 EINDHOVEN
6100 6499 380 MAASTRICHT
6500 6599 391 ARCEN
6600 6659 375 VOLKEL
6660 6699 356 HERWIJNEN
6700 6829 275 DEELEN
6830 6859 356 HERWIJNEN
6860 6999 275 DEELEN
7000 7219 283 HUPSEL
7220 7229 275 DEELEN
7230 7299 283 HUPSEL
7300 7399 275 DEELEN
7400 7459 278 HEINO
7460 7689 290 TWENTHE
7690 7709 279 HOOGEVEEN
7710 7739 278 HEINO
7740 7759 279 HOOGEVEEN
7760 7769 286 NIEUW BEERTA
7770 7799 279 HOOGEVEEN
7800 7849 286 NIEUW BEERTA
7850 7857 279 HOOGEVEEN
7858 7859 286 NIEUW BEERTA
7860 7869 279 HOOGEVEEN
7870 7899 286 NIEUW BEERTA
7900 7999 279 HOOGEVEEN
8000 8059 278 HEINO
8060 8069 273 MARKNESSE
8070 8199 278 HEINO
8200 8259 269 LELYSTAD
8260 8269 273 MARKNESSE
8270 8279 278 HEINO
8280 8329 273 MARKNESSE
8330 8354 279 HOOGEVEEN
8355 8379 273 MARKNESSE
8380 8399 279 HOOGEVEEN
8400 8459 280 EELDE
8460 8469 270 LEEUWARDEN

Bouwnijverheid 2007/2009
Verbindendverklaring CAO-bepalingen

POSTCODEGEBIED WEERSTATION

8470 8488 280 EELDE
8489 8879 270 LEEUWARDEN
8880 8899 251 TERSCHELLING
8900 9159 270 LEEUWARDEN
9160 9169 251 TERSCHELLING
9170 9239 270 LEEUWARDEN
9240 9249 280 EELDE
9250 9299 270 LEEUWARDEN
9300 9409 280 EELDE
9410 9419 279 HOOGEVEEN
9420 9429 280 EELDE
9430 9449 279 HOOGEVEEN
9450 9499 280 EELDE
9500 9599 286 NIEUW BEERTA
9600 9639 280 EELDE
9640 9699 286 NIEUW BEERTA
9700 9942 280 EELDE
9943 9949 286 NIEUW BEERTA
9950 9999 280 EELDE

Dictum II
De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend ver-
klaard tot en met 30 juni 2009.

Dictum III
Voorzover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of
krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.

Dictum IV
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag-
tekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met
ingang van 1 juli 2009 en heeft geen terugwerkende kracht.

Dictum V
Dit besluit zal in een bijvoegsel bij de Staatscourant worden geplaatst.
Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

’s-Gravenhage, 6 september 2007

De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

Namens deze,

De directeur Uitvoeringstaken
Arbeidsvoorwaardenwetgeving,

Mr. M.H.M. van der Goes

Advertentie


Buzz Bouwbuzz
Bouwbuzz is de plek voor informatie over kalkzandsteen. Filmpjes, foto's, interviews, tips.
E-nergie.nl E-nergie.nl
Vergelijk alle energie leveranciers en bespaar honderden euro's door gratis over te stappen.
Hypotheken vergelijken Bizzeker.nl
Bizzeker.nl verstrekt informatie op het gebied van hypotheken, lenen, verzekeren, sparen, pensioen en beleggen.
Wilt u ook hierboven staan?

Bouwnieuws

Geen posts gevonden.
rss

Poll

Ik zie het jaar 2010 vol vertrouwen tegemoet.

Zeer mee eens
Mee eens
Neutraal
Mee oneens
Zeer mee oneens

Nieuwsbrief

Wilt u onze gratis nieuwsbrief ontvangen?
Nieuwsbrief Vul hier uw e-mail adres in:


Laatst toegevoegde bedrijven

De Interieurstudio
TimmermanVacature.nl
GawaloVacature.nl
LaserNed.nl
Baksteencentrum Limburg BV

Bedrijf van de week

Bussman Verhuur B.V.
Categorie: Materieel & Verhuur
Mortelweg 10, 6551 AE
Weurt (Gelderland)

Partners

BouwVacatures op BouwPlanet

Copyright RealLogic © 2003-2008 | Alle rechten voorbehouden | rss
Bouwtrefpunt.nl