Droog dakterras
Voorwaarden voor een droog dakterras
Regelmatig worden wij benaderd door opdrachtgevers en uitvoerenden met de vraag of er water op het dak mag blijven staan? Het blijkt dat plasvorming op de, met name, wat kleinere daken zoals dakterrassen de aanleiding is voor discussie.
Vanuit de praktijksituatie is enige plasvorming toelaatbaar. Een algemeen geaccepteerde en vaak ook werkbare richtlijn is de zogenaamde 5% regel. Dit houdt in dat een hoeveelheid water op het dak (direct na regen) van maximaal 5% van het dakoppervlak toelaatbaar is, mits deze hoeveelheid is verdeeld over meerdere plassen én waarbij de plasdiepte maximaal 5 mm is. Deze richtlijn is echter slecht toepasbaar op kleinere dakvlakken, zoals bijvoorbeeld dakterrassen. De 5% regel wordt hier namelijk al snel overschreden. In dit artikel wordt aan de hand van een praktijkgeval ingegaan op de oorzaken van plasvorming op dakterrassen.
Situatie
De aanleiding tot dit artikel is een nieuwbouwproject waarbij Vebidak gevraagd werd een beoordeling te geven inzake de plasvorming op de dakterrassen van de woningen. De onderconstructie bestond uit cellen-beton vloerelementen. Als isolatiemateriaal waren hier afschotplaten van hard kunststofschuim toegepast. Het dak-bedekkingssysteem bestond uit twee lagen bitumen dakbedekking, afgewerkt met betontegels. Een aantal dakterrassen was voorzien van dakoverstekken. De beëindiging van de dakterrassen werd aan drie zijden gevormd door hoge borstweringen en aan de woningzijde door gevelkozijnen voorzien van glas. Elk dakterras was voorzien van één hemelwaterafvoer.
Resultaten
Op de dakterrassen was ten minste over een oppervlakte van ca. 50 tot 60% plasvorming zichtbaar. De diepte van de plassen varieerde van ca. 4 mm tussen de overlapnaden op het dakvlak tot plaatselijk 30 mm voor de uitlopen van de hemelwaterafvoeren. De bovenzijde van de loodslabben lag gelijk met de bovenzijde van de betontegels (opstandhoogte ca. 40 mm). Op de cellenbeton ondergrond bleken electra leidingen en verankeringsplaten van de gevelconstructie te zijn aangebracht. Voor de afvoeropeningen van de hemelwaterafvoeren was een duidelijke verdikking van de bitumen dakbedekking zichtbaar, hetgeen veroorzaakt werd door het nadien plaatsen van de hemelwaterafvoeren. Plaatselijk waren extra stroken dakbedekking op de toplaag aangebracht.
Opstandhoogte
Een dakterras is veelal te bereiken middels een deur. De eis met betrekking tot de maximale opstaphoogte (niveauverschil van 20 mm) staat haaks op de ontwerprichtlijnen ten aanzien van de waterkering van op-standen (120 + 40 mm). In praktische zin betekent dit dat vaak concessies worden gedaan ten aanzien van de waterkering bij de opstanden. Met het achterwege laten van afschot wordt opstandhoogte ‘gewonnen'.
Vlakheid, óók voor afschotisolatie
Belangrijk is dat de onderconstructie altijd vlak is. Ook bij de toepassing van afschot isolatieplaten is vlakheid essentieel. Het realiseren van het afschot, door middel van afschot isolatieplaten, wordt veelal overgelaten aan het dakbedekkingsbedrijf. Dit levert met name voor de bouwkundig aannemer grote voordelen op. Buiten de besparing van kosten, door het niet aanbrengen van bijvoorbeeld een zandcement afschotlaag valt er een belangrijke discipline weg en levert deze situatie een behoorlijke tijdswinst op.
In de situatie dat er electraleidingen en verankeringsplaten op de dakvloer zijn aangebracht, moge duidelijk zijn dat hier geenszins sprake is van een vlakke ondergrond. Dit geldt ook voor specieresten en hoogteverschillen bij plaatnaden.
Andere aandachtspunten zijn eventuele (niet zichtbare) zonken alsmede het op tegenschot liggen van de dakvloer. Ook het (nog) niet bekend zijn van de definitieve plaatsingshoogte van de hemelwaterafvoeren moet worden onderkend. Eén van de grootste beperkingen van afschot isolatieplaten is wel het feit dat dergelijke ongelijkheden in de dakvloer niet door de isolatieplaten kunnen worden genivelleerd en dat vaak slechts in één richting afschot wordt gerealiseerd. Dit betekent dat in alle bovengenoemde situaties op voorhand al sprake zal zijn van plasvorming op het dak, hetgeen pas na het aanbrengen van de dakbedekking zichtbaar wordt.
Ligging dakterras
Dakterrassen die omgeven zijn door hoge borstweringen en overkapt worden door dakoverstekken zullen met minder regenintensiteit te maken hebben. Echter, door deze hoge borstweringen en dakoverstekken zal minder snel droging van de dakbedekking, door zon en wind, plaatsvinden waardoor eventuele plassen langer op het dak zullen blijven staan.
Gebruik dakterras
Heden ten dage worden dakterrassen steeds meer gebruikt als gebruiksdaken met afwijkende beloopbare materialen en groenvoorzieningen zoals plantenbakken. In deze toepassing kan een hogere vervuilingsgraad van het dak een gevolg zijn waardoor de hemelwaterafvoer, door vervuiling en/of een beperkte spoelruimte, belemmerd kan worden. Een gevolg hiervan is ongewenste plasvorming.
Conclusie
Plasvorming op dakterrassen wordt vaak veroorzaakt door:
• niet vlakke onderconstructies
• niet zichtbare zonken en/of tegenschot in de onderconstructies
• ontbreken van afschot (in onder constructie òf isolatie) doordat
opstandhoogte moet worden ‘gewonnen'
Advies
Vebidak adviseert u om bovengenoemde oorzaken van plasvorming reeds in het offertestadium te signaleren én schriftelijk te melden aan uw opdrachtgever. Hierdoor kan in veel gevallen een hoop discussie achteraf worden voorkomen. Ook afwijkingen tijdens de uitvoering dienen direct schriftelijk te worden gemeld bij uw opdrachtgever.




